100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Media-Effecten, Creative Business Saxion Enschede

Rating
-
Sold
3
Pages
12
Uploaded on
09-04-2021
Written in
2020/2021

Een bondige, duidelijk uitgelegde en overzichtelijke samenvatting van alle hoorcolleges en kennisclips van het vak Media-effecten uit leerjaar 1, kwartiel 3 van Saxion.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 9, 2021
Number of pages
12
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Media-effecten colleges samenvatting Charlotte van der Woning

Hoorcolleges 1 t/m 7 inclusief alle kennisclips

Hoorcollege 1 - Inleiding media-effecten
- Sommige media hebben een beetje effect op sommige mensen onder bepaalde
omstandigheden. Er zijn heel veel mitsen en maar-en van de effecten van media.
- Onderzoeken; weten wat werkt en wat niet werkt en bij wie en onder welke
omstandigheden. Altijd met twee (of meer) groepen, zodat je verschil kan zien. Hoe groter de
onderzoeksgroep, hoe beter. Kijken naar fysieke effecten door bijvoorbeeld voor de tijd
hartslag en bloeddruk etc. meten en na de tijd ook. Of bijvoorbeeld triggers laten zien en dan
meten hoe ze reageren. Wat wil je onderzoeken? Wat is agressief gedrag? Meetbaar maken
(operationaliseren) wat je wil onderzoeken, daarna kan je criteria opstellen.
- Op het moment dat je mensen wil laten zien hoeveel er bewerkt (denk aan Donald Trump
fotoshoppen tot vrouw) kan worden, worden ze minder negatief beïnvloed
- Gevolg van mensen die zelf kunnen fotoshoppen: ze gaan de kleine dingetjes zoals puistjes of
oneffenheden weg fotoshoppen en vinden hun ideaalbeeld van zichzelf mooier. Ze worden
daarna dus onzekerder. Vrouwen zijn hier gevoeliger voor. Mannen kijken meer naar
prestaties in plaats van uiterlijk.
- Denk aan vrouw foto laten zien van een vrouw (mooie vrouw/leuke outfit), of mannen foto
laten zien van een man (waarom moet ik hier naar kijken/iets van vinden/is dit test of ik
homo ben?)
- Variabelen die invloed hebben op media-effecten:
o Geslacht
o Agressie, schoonheidsidealen, seksdrift, empathie, angst, voorkeur media inhoud,
communicatie, voorkeur voor content
o Leeftijd
o Geduld, interesses, impuls controles, aandachtspanne, belevingswereld, geluid, kleur
o Opleidingsniveau/intelligentie
o Keuze van media, interesses, boeken, taalgebruik, begrijpen van boodschap,
bewustzijn, beïnvloedbaarheid, geloven/facts checken, vocabulaire
o Mediawijsheid
Hoe media werken en wat hun doelen zijn, filters, algoritmes van Facebook
bijvoorbeeld, reclame en ads op sociale media, mensen weerbaar maken tegen
negatieve invloed van media
o Persoonlijkheid
Wordt gevormd in je kindertijd, deel is erfelijk en deel is aangeleerd. De Big Five test
deelt hem in 5 hoofdkenmerken:
 Openheid voor ervaringen  graag nieuwe dingen proberen, progressief,
vaker nieuwe content in media
 Extraversie  heel hartelijk en open en druk, snel en veel praten, veel
sociale contacten, extravert
 Neuroticisme  hoe jij reageert op negatieve prikkels zoals angst of stress
 Consciëntieusheid  hoe goed heb jij je shit voor elkaar? Plannen, dingen
op tijd af hebben, hou jij je aan afspraken etc.
 Aangenaamheid  hoe graag willen mensen met jou samenwerken?
Teamwerker of liever zelfstandig werken

, Hoorcollege 2 – Kinderen en de media
- Objectpermanentie
Je ziet iets niet maar het is er wel. Wat baby’s bijvoorbeeld niet hebben met kiekeboe. Baby’s
of kleine kinderen en sommige dieren hebben geen objectpermanentie. Denk aan filmpje
met komkommer onder kokosnoot of filmpje met hond en deken verdwijning.
- Piaget theorie over de ontwikkeling van kinderen in stadia:
1. Sensomotorische fase (0-2 jaar)
Ontwikkeling motoriek, zintuigen, geheugen, nog géén objectpermanentie
2. Pre-operationele fase (2-7 jaar)
o Ontwikkeling taal  eerst klanken, dan woorden, zinnen, uitspraak (voorbeeld:
‘kangoeroe’ klonk als ‘kankerhoer’)
o Ontwikkeling fijne motoriek  denk aan van Duplo naar Lego
o Ontwikkeling ego
The mirror test—sometimes called the mark test, mirror self-recognition (MSR)
test, red spot technique, or rouge test:
Denk aan stip op dierenkop en spiegel of kind die neus aan moet wijzen. Dit
heeft ook te maken met de mate van individualisme en cultuurgebonden. Als je
heel erg in een collectivistisch land leeft, dan duurt het langer.
o Animisme  kinderen denken dat levenloze objecten een geest hebben.
Soort van personificatie, bijvoorbeeld dat de wind een eigen mening en gevoel
heeft.
o Denken kenmerkt zich door egocentrisme en centratie
Egocentrisme  Wat wil een kind zelf? (Bob kreeg Barbies voor verjaardag)
Centratie  focussen op één aspect i.p.v. groter geheel (glimmende drol of
kinderboekje regenboogvis, of Kirsten lijkt op fotomodel door blond haar)
o Ontwikkeling begrip conservatie (hoeveelheid blijft hetzelfde)
Piaget’s Conservation Task → iets kan meer lijken, terwijl de hoeveelheid
hetzelfde is. Denk aan lang glas lijkt meer i.p.v. lager dikker glas.
Denk ook aan voorbeeld van snoep verdelen Kirsten met kind. Allebei twee
stukjes, dus eerlijk verdeeld. Maar dat de ene groter zijn dan de andere snappen
ze niet.
3. Concreet operationele fase (7-12 jaar)
Ontwikkeling van reversibiliteit  proces kan je in gedachten omdraaien
Ontwikkeling van decentratie  je kan je op meerdere aspecten tegelijk richten
Ontwikkeling van logica  de relatie begrijpen tussen tijd, afstand en snelheid
4. Formeel operationele fase (12+ jaar)
Het denken komt los van het concrete (abstract denken ook in theorie en hypotheses)
Leren logisch denken, leren verbanden leggen en conclusies trekken (oorzaak/gevolg)

Kinderen hebben ook media voorkeuren (programma of device)
Aanpassen aan ontwikkelingsniveau (optimale niveau van stimulatie). Je moet precies weten in welke
fase ze zitten, want anders is iets snel saai.
- 0-2 jaar
Felle kleuren, muziek, bewegende objecten, gezichten
Kinderen kunnen vaak maar één ding tegelijkertijd waarnemen (centratie)
Verhaal is minder relevant, vaak korte fragmenten (reclames, liedjes) door aandacht tekort
Teletubbies, Bumba Baloe, Nijntje, Dribbel, Dikkie Dik
- 2-5 jaar
Vriendelijke fantasiefiguren en vertrouwde contexten. Educatief karakter vanaf een jaar of 4,
zoals Engelse woordjes. Voorkeur voor inhoud/verhaallijn. Imiteren van inhoud (denk aan
reclame nazingen). Herhaling geeft ‘macht’/zekerheid/structuur (dat kind weet wat er gaat
komen). Scheidslijn fantasie en realiteit is slecht (reality monitoring), veel fantaseren.
$7.18
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
charlottevdwoninig

Get to know the seller

Seller avatar
charlottevdwoninig Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
8 year
Number of followers
2
Documents
2
Last sold
3 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions