a. Uiteenzetting ten aanzien van de feiten
Indien de feiten, zoals weergegeven in het beroepschrift en ook niet door verweerder
weerlegd, juist zijn, dan hoeft hierop in de pleitnotitie niet uitvoerig ingegaan te worden.
Men mag ervan uitgaan dat de rechters het beroepschrift goed hebben doorgelezen.
● Zijn de feiten in de juiste chronologische volgorde geplaatst?
● Zijn geen onjuiste feiten aangevoerd?
● Zijn de feiten zakelijk weergeven?
b. Juridische problematiek
Deze wordt geschetst aan de hand van een bespreking van de te beantwoorden rechtsvraag of
rechtsvragen (bijvoorbeeld de bestreden beslissing is onrechtmatig, want in strijd met bepaalde
wettelijke voorschriften respectievelijk met één of meerdere algemene beginselen van behoorlijk
bestuur, omdat...), een en ander toegelicht aan de hand van de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en
standpunten in de rechtsliteratuur.
Voor zover er nog
nevenvorderingen
zijn (schadevergoeding, proceskostenveroordeling, zelf in de zaak voorzien in de plaats van
terugverwijzing enz.) dienen deze eveneens kort te worden aangestipt.
c. Argumentatie
● Is de volgorde van de argumenten juist?
● Zijn de aangevoerde argumentatie consistent, en niet innerlijk tegenstrijdig?
● Zijn de argumenten van de wederpartij juist weergegeven?
● Zijn de argumenten van de wederpartij voldoende weerlegd?
● Zijn geen argumenten vergeten?
● Is geen relevante jurisprudentie of literatuur vergeten?
d. Conclusie
● Is de samenvatting puntig?
● Volgt de conclusie uit de aangevoerde argumenten?
● Is de vordering duidelijk geformuleerd
Inleiding
De heer Sierui is het niet eens met de opzegging van de standplaatsvergunning evenals de
opzegging van de tussen hen geldende gebruiksovereenkomst. De juridische kwestie die
hier centraal staat is dan ook de vraag of de intrekking van de standplaatsvergunning
rechtmatig is. Volgens de tegenpartij is het het gelijkheidsbeginsel geschonden, bestaat er
een schijn van vooringenomenheid, en is niet voldaan aan de eisen van evenredigheid.
Ik zal hierbij nog kort toelichten waarom dit niet het geval is.
Indien de feiten, zoals weergegeven in het beroepschrift en ook niet door verweerder
weerlegd, juist zijn, dan hoeft hierop in de pleitnotitie niet uitvoerig ingegaan te worden.
Men mag ervan uitgaan dat de rechters het beroepschrift goed hebben doorgelezen.
● Zijn de feiten in de juiste chronologische volgorde geplaatst?
● Zijn geen onjuiste feiten aangevoerd?
● Zijn de feiten zakelijk weergeven?
b. Juridische problematiek
Deze wordt geschetst aan de hand van een bespreking van de te beantwoorden rechtsvraag of
rechtsvragen (bijvoorbeeld de bestreden beslissing is onrechtmatig, want in strijd met bepaalde
wettelijke voorschriften respectievelijk met één of meerdere algemene beginselen van behoorlijk
bestuur, omdat...), een en ander toegelicht aan de hand van de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en
standpunten in de rechtsliteratuur.
Voor zover er nog
nevenvorderingen
zijn (schadevergoeding, proceskostenveroordeling, zelf in de zaak voorzien in de plaats van
terugverwijzing enz.) dienen deze eveneens kort te worden aangestipt.
c. Argumentatie
● Is de volgorde van de argumenten juist?
● Zijn de aangevoerde argumentatie consistent, en niet innerlijk tegenstrijdig?
● Zijn de argumenten van de wederpartij juist weergegeven?
● Zijn de argumenten van de wederpartij voldoende weerlegd?
● Zijn geen argumenten vergeten?
● Is geen relevante jurisprudentie of literatuur vergeten?
d. Conclusie
● Is de samenvatting puntig?
● Volgt de conclusie uit de aangevoerde argumenten?
● Is de vordering duidelijk geformuleerd
Inleiding
De heer Sierui is het niet eens met de opzegging van de standplaatsvergunning evenals de
opzegging van de tussen hen geldende gebruiksovereenkomst. De juridische kwestie die
hier centraal staat is dan ook de vraag of de intrekking van de standplaatsvergunning
rechtmatig is. Volgens de tegenpartij is het het gelijkheidsbeginsel geschonden, bestaat er
een schijn van vooringenomenheid, en is niet voldaan aan de eisen van evenredigheid.
Ik zal hierbij nog kort toelichten waarom dit niet het geval is.