Hoorcollege ILP week 2 t/m 8
Hoorcollege week 2 – Stofwisseling & Obesitas en DMII
Stofwisseling (metabolisme) : Omzetting van voedingsstoffen in bouwstoffen van het lichaam,
waarbij energie wordt vrijgemaakt.
Hoeveel energie leveren de macronutriënten?
Vetten: 1g = 9 kcal
Koolhydraten: 1g = 4,1 kcal
Eiwitten: 1g = 4,1 kcal
Drie componenten van het energieverbruik:
Lichamelijke activiteit
Voedingsgeïnduceerde thermogenese
Rustmetabolisme
Hoe ontstaat vetweefsel?
Zowel in aantal als grootte toename
Hogere inname dan verbruik
- Vetweefsel wordt kleiner, verdwijnt niet (jojo- effect)
Vetcel wordt ook wel Adipocyte genoemd.
,Afvallen
Kcal verbranden door vergroten vetvrije massa
Gewichtsverlies 0,45 – 0.9 kilo per week
Afvallen is een lange termijn project
Combinatie voeding en bewegen
Afvallen kan niet lokaal
Hoge versus lage intensiteit
Verandering leefstijl enige duurzame methode.
Spijsverteringsstelsel:
De pancreas (alvleesklier)
Speelt een grote rol met het opnemen van glucose.
De eilandjes van Langerhans
Deze bevinden zich in de
pancreas.
, Er zijn alfa en Bèta cellen.
Bèta cellen: Produceren insuline
Alfa cellen: Produceren glucagon
In ons lichaam wordt een groot deel van de glucose omgezet in glycogeen. Dit wordt opgeslagen in
de spieren en lever. Glucose en glycogeen zijn koolhydraten
Insuline zorgt ervoor dat de glucose (kleine koolhydraten) vanuit de bloedbaan naar de spieren en
lever kan en wordt opgeslagen als glycogeen.
Glucagon doet het tegenovergestelde. Glucagon zorgt ervoor dat de opgeslagen glycogeen (grote
koolhydraten) weer glucose wordt en terecht komt in je bloedbaan.
Glucagon (van groot naar klein):
- Verhogen van de in het bloed circulerende glucose door de afbraak van glycogeen. Dit noem
je glycogenolyse. (lever)
- Het vormen van glucose vanuit niet-suikers
bijvoorbeeld eiwitten. Dit noem je
Gluconeogenese. (lever)
Insuline (van klein naar groot):
- Het verminderen van de in het bloed
circulerende glucose. Dit noem je
Glycogenese. (lever + spier)
Hoorcollege week 3 – Het
zenuwstelsel deel 1
Hoorcollege week 2 – Stofwisseling & Obesitas en DMII
Stofwisseling (metabolisme) : Omzetting van voedingsstoffen in bouwstoffen van het lichaam,
waarbij energie wordt vrijgemaakt.
Hoeveel energie leveren de macronutriënten?
Vetten: 1g = 9 kcal
Koolhydraten: 1g = 4,1 kcal
Eiwitten: 1g = 4,1 kcal
Drie componenten van het energieverbruik:
Lichamelijke activiteit
Voedingsgeïnduceerde thermogenese
Rustmetabolisme
Hoe ontstaat vetweefsel?
Zowel in aantal als grootte toename
Hogere inname dan verbruik
- Vetweefsel wordt kleiner, verdwijnt niet (jojo- effect)
Vetcel wordt ook wel Adipocyte genoemd.
,Afvallen
Kcal verbranden door vergroten vetvrije massa
Gewichtsverlies 0,45 – 0.9 kilo per week
Afvallen is een lange termijn project
Combinatie voeding en bewegen
Afvallen kan niet lokaal
Hoge versus lage intensiteit
Verandering leefstijl enige duurzame methode.
Spijsverteringsstelsel:
De pancreas (alvleesklier)
Speelt een grote rol met het opnemen van glucose.
De eilandjes van Langerhans
Deze bevinden zich in de
pancreas.
, Er zijn alfa en Bèta cellen.
Bèta cellen: Produceren insuline
Alfa cellen: Produceren glucagon
In ons lichaam wordt een groot deel van de glucose omgezet in glycogeen. Dit wordt opgeslagen in
de spieren en lever. Glucose en glycogeen zijn koolhydraten
Insuline zorgt ervoor dat de glucose (kleine koolhydraten) vanuit de bloedbaan naar de spieren en
lever kan en wordt opgeslagen als glycogeen.
Glucagon doet het tegenovergestelde. Glucagon zorgt ervoor dat de opgeslagen glycogeen (grote
koolhydraten) weer glucose wordt en terecht komt in je bloedbaan.
Glucagon (van groot naar klein):
- Verhogen van de in het bloed circulerende glucose door de afbraak van glycogeen. Dit noem
je glycogenolyse. (lever)
- Het vormen van glucose vanuit niet-suikers
bijvoorbeeld eiwitten. Dit noem je
Gluconeogenese. (lever)
Insuline (van klein naar groot):
- Het verminderen van de in het bloed
circulerende glucose. Dit noem je
Glycogenese. (lever + spier)
Hoorcollege week 3 – Het
zenuwstelsel deel 1