Hoofdstuk 13 Kunststoffen
Binas tabellen:
66A/B/C/D: Naamgeving chemische stiffen.
13.1 Additiepolymeren
Polymeer = een stof die bestaat uit heel lange moleculen. (Kunststoffen, eiwitten en
koolhydraten).
De meeste polymeren zijn bij kamertemperatuur vaste stoffen, doordat de
Vanderwaalsbinding tussen de polymeermoleculen sterk zijn en door de aanwezigheid van
H-bruggen tussen sommige polymeermoleculen.
Monomeer = een stof die bestaat uit kleine moleculen, de grondstoffen waaruit een
polymeer bestaat.
Polymerisatie = monomeer moleculen koppelen aan elkaar, hierbij ontstaan lange
polymeermoleculen.
Copolymeer = polymeren die uit verschillende monomeren zijn opgebouwd, ontstaat
wanneer verschillende polymeren met elkaar reageren.
Synthetische polymeren = alle kunststoffen. (Polyesters, plastics rubbers enz.)
Natuurlijke polymeren = stoffen die in de levende natuur voorkomen. (Koolhydraten,
eiwitten, zetmeel, zijde, cellulose enz.).
Polypeptide = eiwit dat bestaat uit aminozuren.
Hoe hoger de molecuulmassa, hoe sterker de vanderwaalsbinding, hoe hoger het smeltpunt.
Additiepolymerisatie/polyadditie = monomeermoleculen waarin een dubbele binding zit.
Tijdens de koppeling wordt de dubbele binding opengebroken.
Benodigdheden oor het verlopen van een polyadditiereactie:
Initiator (stof die de boel op gang brengt).
Uv-licht
Bij een polyadditiereactie verdwijnt de dubbele binding.
Peroxide = een chemische verbinding waarin een enkelvoudige binding tussen twee
zuurstofatomen voorkomt. (R-O-O-R)
Radicalen = een molecuul of atoom dat al dan niet geladen kan zijn, maar dat een of meer
ongepaard elektron heeft. (R-O|O-R 2R -O )
Radicaalmechanisme:
, 1. Initiatie: De reactie wordt opgestart door het vormen van radicaalmoleculen. Dit kan
bijvoorbeeld d
door de stof benzoylperoxide te verwarmen. Er ontstaan dan twee radicalen die de
reactie kunnen starten.
2. Propagatie: de radicaalmoleculen reageren weer met etheenmolecule, waarbij de
keten langer wordt.
Dit proces herhaalt zich vele malen. Er wordt steeds een etheenmolecuul aan de
keten toegevoegd.
Monomeereenheid = de repeterende eenheid. (kun je inkorten door haakjes met n)
3. Terminatie: de reactie stopt wanneer twee radicaalmoleculen met elkaar reageren.
Je kunt een polymeer korter opschrijven door de golfjes aan het begin en eind van de
structuurformule te plaatsen.
Vaak geef je het additiepolymerisatieproces eenvoudiger weer. Bv de vorming van
polychlooretheen:
13.2 Condensatiepolymerisatie
Binas tabellen:
66A/B/C/D: Naamgeving chemische stiffen.
13.1 Additiepolymeren
Polymeer = een stof die bestaat uit heel lange moleculen. (Kunststoffen, eiwitten en
koolhydraten).
De meeste polymeren zijn bij kamertemperatuur vaste stoffen, doordat de
Vanderwaalsbinding tussen de polymeermoleculen sterk zijn en door de aanwezigheid van
H-bruggen tussen sommige polymeermoleculen.
Monomeer = een stof die bestaat uit kleine moleculen, de grondstoffen waaruit een
polymeer bestaat.
Polymerisatie = monomeer moleculen koppelen aan elkaar, hierbij ontstaan lange
polymeermoleculen.
Copolymeer = polymeren die uit verschillende monomeren zijn opgebouwd, ontstaat
wanneer verschillende polymeren met elkaar reageren.
Synthetische polymeren = alle kunststoffen. (Polyesters, plastics rubbers enz.)
Natuurlijke polymeren = stoffen die in de levende natuur voorkomen. (Koolhydraten,
eiwitten, zetmeel, zijde, cellulose enz.).
Polypeptide = eiwit dat bestaat uit aminozuren.
Hoe hoger de molecuulmassa, hoe sterker de vanderwaalsbinding, hoe hoger het smeltpunt.
Additiepolymerisatie/polyadditie = monomeermoleculen waarin een dubbele binding zit.
Tijdens de koppeling wordt de dubbele binding opengebroken.
Benodigdheden oor het verlopen van een polyadditiereactie:
Initiator (stof die de boel op gang brengt).
Uv-licht
Bij een polyadditiereactie verdwijnt de dubbele binding.
Peroxide = een chemische verbinding waarin een enkelvoudige binding tussen twee
zuurstofatomen voorkomt. (R-O-O-R)
Radicalen = een molecuul of atoom dat al dan niet geladen kan zijn, maar dat een of meer
ongepaard elektron heeft. (R-O|O-R 2R -O )
Radicaalmechanisme:
, 1. Initiatie: De reactie wordt opgestart door het vormen van radicaalmoleculen. Dit kan
bijvoorbeeld d
door de stof benzoylperoxide te verwarmen. Er ontstaan dan twee radicalen die de
reactie kunnen starten.
2. Propagatie: de radicaalmoleculen reageren weer met etheenmolecule, waarbij de
keten langer wordt.
Dit proces herhaalt zich vele malen. Er wordt steeds een etheenmolecuul aan de
keten toegevoegd.
Monomeereenheid = de repeterende eenheid. (kun je inkorten door haakjes met n)
3. Terminatie: de reactie stopt wanneer twee radicaalmoleculen met elkaar reageren.
Je kunt een polymeer korter opschrijven door de golfjes aan het begin en eind van de
structuurformule te plaatsen.
Vaak geef je het additiepolymerisatieproces eenvoudiger weer. Bv de vorming van
polychlooretheen:
13.2 Condensatiepolymerisatie