H9: Cognitieve psychologie
Cognitieve gedragstherapie – psycho-educatie!!!
1. Cognitie
Denken, geheugen, intelligentie, problemen oplossen,
informatieverwerking, …
Cognities
- Kun je niet zien en niet meten, maar alleen maar bevragen
- “Wat zich in het bewustzijn afspeelt”
- Beginpunt: ‘Cognitive Psychology’ van Ulrich Neisser uit 1967
- Verschillende invalshoeken/ bijdragen o.a; ontwikkelingspsychologie,
informatieverwerking….
- Belang van schema’s (‘kennisstructuren’)
- Introspectie/introspectieve methode = mensen laten nadenken over
zichzelf
Schema’s!!!
Schema = geheel van kennis en opvattingen
Onze kennis wordt georganiseerd in schema’s of associatieve
netwerken
Een schema is iets dat niet zichtbaar is maar we gebruiken het is ons
hoofd
Vb.: handelingsschema’s, cognitieve schema’s
Als je vraagt hoe ziet een stoel eruit heb je een schema in je hoofd van
een stoel, een visuele voorstelling
Schema’s worden ontwikkeld op basis van ervaring en cognitieve
verwerking
Beïnvloeden onze aandacht, herinneringen, beoordeling
Aandacht: wanneer je een nieuwe auto wilt kopen van een bepaald
merk zie je ineens overal op straat die auto’s rondrijden. Voordien
waren ze er ook al maar ze vielen je minder op.
Herinnering: je hebt een slechte spreekbeurt gehad in het verleden
waardoor je nu ook bang bent om een spreekbeurt te geven.
Beoordeling: je bestelt een pakje online en die is op een verkeerd
adres toegekomen, dan ben je van oordeel dat online bestellen niet
veilig is.
Doel: generaliseren, reduceren, selecteren en interpreteren van info
,Een aantal belangrijke theoretische bijdragen aan de cognitieve
psychologie (3)
1.1. Inner speech
Positieve zelfspraak en zelfinstructies kennen hun oorsprong in
de inner speech van Luria!!!
Luria en Vygotsky: 3 stappen
Ouders zeggen hoe het moet, een ondersteuning van anderen
Stuurt het kind zijn eigen gedrag door zelf hardop te spreken.
(egocentric speech)
Hardop praten inruilen voor innerlijke spraak (inner speech)
Vb.: het stapelen van speelgoedblokken:
1ste stap: ouders zeggen hoe het moet: “zet het kleine blokje boven
op het grote blokje.”
2de stap: kind stuurt eigen gedrag door zelf hardop te spreken: “ik
zet het op de grote blok.”
3de stap: het hardop praten wordt ingeruild voor innerlijke speech:
nu kan het kind het zelf en stapelt te blokken.
Toepassing: Zelfinstructie/RET/G-denken
De manier waarop we iets leren, het ons eigen maken
1.2. Latent leren: experiment Tolman
Latent: iets niet zichtbaar, verborgen
Latent leren -> leren dat zich voordoet maar dat je niet
waarneemt zolang er geen aanleiding is om dat gedrag te
stellen.!!!
Ratten in een doolhof: er werden ratten in een doolhof geplaatst met
meet dan tien keuzepunten. De ratten doorliepen 17 dagen na
elkaar het doolhof. Die was wrij ingewikkeld en had een startbox en
een doelbox. In een eerste conditie kregen ratten geen voedsel in
de doelbox. In de tweede conditie wel. In een derde conditie werd
gedurende de eerste 10 dagen v/h onderzoek geen voedsel in de
doelbox geplaatst, daarna wel.
, Experiment Tolman onderzoeksresultaten:
Ratten in derde conditie presteren even goed als de proefdieren in de tweede
conditie zodra zij voedsel vinden. Deze dieren hebben blijkbaar een
cognitieve kaart van het doolhof geleerd, hoewel dat in de eerste 10
pogingen niet te zien is. Er is geen bekrachtiging aan te pas gekomen,
hoewel we kunnen zeggen dat de behoefte aan voedsel een motivatie is.
Belangrijk: knikje in grafiek van derde groep: op dag 11 kregen ze beloning,
maar op dag 13 hebben ze een enorme duik gemaakt
Vb. dagelijkse leren: vroeger fietste je eerst naar school met je ouders
en vanaf een bepaalde leeftijd moet je dit alleen doen en kan je dit ook.
Je hebt het geleerd door mee te rijden met je ouders. Niet echt op
geoefend
1.3. Attributie en labelen
Elk schema is voorzien van één of meerdere labels die de inhoud van
dat schema omschrijven en aan de hand waarvan het gemakkelijk te
activeren is.
Labels maken het leven makkelijker, alles is duidelijker. Maar er
schuilen gevaren in: als je jezelf labelt als lelijk, dan ben of word je dar
wellicht ook.
We maken ook voortdurend attributies. Attributie is het toeschrijven
van oorzaken aan iets.
Interne attributie: de aanleiding zoeken bij jezelf. Vb.: waarom lees
ik dit boek? Omdat ik geïnteresseerd ben in psychologie.
Externe attributie: waarom lees ik dit boek? Om te slagen voor mij
examen.
Cognitieve gedragstherapie – psycho-educatie!!!
1. Cognitie
Denken, geheugen, intelligentie, problemen oplossen,
informatieverwerking, …
Cognities
- Kun je niet zien en niet meten, maar alleen maar bevragen
- “Wat zich in het bewustzijn afspeelt”
- Beginpunt: ‘Cognitive Psychology’ van Ulrich Neisser uit 1967
- Verschillende invalshoeken/ bijdragen o.a; ontwikkelingspsychologie,
informatieverwerking….
- Belang van schema’s (‘kennisstructuren’)
- Introspectie/introspectieve methode = mensen laten nadenken over
zichzelf
Schema’s!!!
Schema = geheel van kennis en opvattingen
Onze kennis wordt georganiseerd in schema’s of associatieve
netwerken
Een schema is iets dat niet zichtbaar is maar we gebruiken het is ons
hoofd
Vb.: handelingsschema’s, cognitieve schema’s
Als je vraagt hoe ziet een stoel eruit heb je een schema in je hoofd van
een stoel, een visuele voorstelling
Schema’s worden ontwikkeld op basis van ervaring en cognitieve
verwerking
Beïnvloeden onze aandacht, herinneringen, beoordeling
Aandacht: wanneer je een nieuwe auto wilt kopen van een bepaald
merk zie je ineens overal op straat die auto’s rondrijden. Voordien
waren ze er ook al maar ze vielen je minder op.
Herinnering: je hebt een slechte spreekbeurt gehad in het verleden
waardoor je nu ook bang bent om een spreekbeurt te geven.
Beoordeling: je bestelt een pakje online en die is op een verkeerd
adres toegekomen, dan ben je van oordeel dat online bestellen niet
veilig is.
Doel: generaliseren, reduceren, selecteren en interpreteren van info
,Een aantal belangrijke theoretische bijdragen aan de cognitieve
psychologie (3)
1.1. Inner speech
Positieve zelfspraak en zelfinstructies kennen hun oorsprong in
de inner speech van Luria!!!
Luria en Vygotsky: 3 stappen
Ouders zeggen hoe het moet, een ondersteuning van anderen
Stuurt het kind zijn eigen gedrag door zelf hardop te spreken.
(egocentric speech)
Hardop praten inruilen voor innerlijke spraak (inner speech)
Vb.: het stapelen van speelgoedblokken:
1ste stap: ouders zeggen hoe het moet: “zet het kleine blokje boven
op het grote blokje.”
2de stap: kind stuurt eigen gedrag door zelf hardop te spreken: “ik
zet het op de grote blok.”
3de stap: het hardop praten wordt ingeruild voor innerlijke speech:
nu kan het kind het zelf en stapelt te blokken.
Toepassing: Zelfinstructie/RET/G-denken
De manier waarop we iets leren, het ons eigen maken
1.2. Latent leren: experiment Tolman
Latent: iets niet zichtbaar, verborgen
Latent leren -> leren dat zich voordoet maar dat je niet
waarneemt zolang er geen aanleiding is om dat gedrag te
stellen.!!!
Ratten in een doolhof: er werden ratten in een doolhof geplaatst met
meet dan tien keuzepunten. De ratten doorliepen 17 dagen na
elkaar het doolhof. Die was wrij ingewikkeld en had een startbox en
een doelbox. In een eerste conditie kregen ratten geen voedsel in
de doelbox. In de tweede conditie wel. In een derde conditie werd
gedurende de eerste 10 dagen v/h onderzoek geen voedsel in de
doelbox geplaatst, daarna wel.
, Experiment Tolman onderzoeksresultaten:
Ratten in derde conditie presteren even goed als de proefdieren in de tweede
conditie zodra zij voedsel vinden. Deze dieren hebben blijkbaar een
cognitieve kaart van het doolhof geleerd, hoewel dat in de eerste 10
pogingen niet te zien is. Er is geen bekrachtiging aan te pas gekomen,
hoewel we kunnen zeggen dat de behoefte aan voedsel een motivatie is.
Belangrijk: knikje in grafiek van derde groep: op dag 11 kregen ze beloning,
maar op dag 13 hebben ze een enorme duik gemaakt
Vb. dagelijkse leren: vroeger fietste je eerst naar school met je ouders
en vanaf een bepaalde leeftijd moet je dit alleen doen en kan je dit ook.
Je hebt het geleerd door mee te rijden met je ouders. Niet echt op
geoefend
1.3. Attributie en labelen
Elk schema is voorzien van één of meerdere labels die de inhoud van
dat schema omschrijven en aan de hand waarvan het gemakkelijk te
activeren is.
Labels maken het leven makkelijker, alles is duidelijker. Maar er
schuilen gevaren in: als je jezelf labelt als lelijk, dan ben of word je dar
wellicht ook.
We maken ook voortdurend attributies. Attributie is het toeschrijven
van oorzaken aan iets.
Interne attributie: de aanleiding zoeken bij jezelf. Vb.: waarom lees
ik dit boek? Omdat ik geïnteresseerd ben in psychologie.
Externe attributie: waarom lees ik dit boek? Om te slagen voor mij
examen.