100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Literatuursamenvatting IOW

Rating
-
Sold
-
Pages
60
Uploaded on
03-02-2026
Written in
2025/2026

Deze samenvatting bevat alle literatuurstof voor het tentamen. De samenvatting bevat ook voorbeelden.

Institution
Course

Content preview

Literatuursamenvatting Inleiding Onderwijswetenschappen

College 2:

Hoofdstuk 1 – behavioristische opvattingen over leren

Leren vindt plaats wanneer ervaringen (ook oefening) een relatief permanente
verandering teweegbrengt in kennis, gedrag of potentieel gedrag van een individu. Dit
hoofdstuk bespreekt gedragsleertheorieën. Deze theorieën stellen over het algemeen
dat de uitkomst van leren een verandering in het gedrag is.

Onderzoek naar de relatie tussen leren en de hersenen heeft uitgewezen dat bepaalde
onderdelen van het cerebellum geassocieerd worden met het aanleren van reflexen (om
bijv. pijn te vermijden).

Het begrip contiguïteit betekent dat wanneer twee of meer zaken vaak genoeg met
elkaar voorkomen, zij automatisch met elkaar geassocieerd worden en een
rechtstreekse samenhang vormen. Later, wanneer een van de stimuli optreedt, dan
wordt het andere automatisch herinnerd (reactie). Contiguïteit speelt een grote rol in
het leerproces van klassieke conditionering, waarbij focus ligt op het leren van
onvrijwillige emotionele of fysieke responsen, zoals angst of zweten.

Klassieke conditionering is voor het eerst ontdekt door een experiment van Pavlov met
een hond. Eerst was er sprake van ongeconditioneerde stimulus/respons, maar later
van een geconditioneerde stimulus/respons.

Het leerproces dat gekoppeld is aan operante gedragingen, wordt operante
conditionering genoemd, geïntroduceerd door Skinner. Zijn uitgangspunt was dat
klassieke conditionering maar een klein deel van het menselijk aangeleerd gedrag
verklaart. Gedrag wordt geconceptualiseerd door twee omgevingsfactoren: de
antecedenten (wat voorafgaat aan bepaald gedrag) en de consequenties (de gevolgen
van bepaald gedrag). Dit wordt ook wel een A-B-C relatie genoemd (antecedent –
behaviour – consequence).

Volgens de visie van de gedragsleer bepalen consequenties voor een groot deel of een
persoon bepaald gedrag zal herhalen of niet. Het type en de timing van de
consequenties kunnen gedrag bekrachtigen of afzwakken.

Een bekrachtiger is een consequentie die bepaald gedrag versterkt in duur of
frequentie. We kennen twee typen bekrachtiging. Positieve bekrachtiging vindt plaats
wanneer het gedrag een nieuwe stimulus produceert, dus wordt een fijne stimulus
toegevoegd, die nieuw gewenst gedrag zal uitlokken. Bijv. complimenten over een
nieuwe outfit. Negatieve bekrachtiging vindt plaats wanneer de consequentie ervoor
zorgt dat een stimulus wordt verwijderd, waardoor nieuw gewenst gedrag wordt
uitgelokt. Bijv. piepen van de auto als je geen riem omdoet. In de toekomst is de kans
groter dat de riem omgedaan wordt, omdat het de negatieve stimulus wegneemt.

,Straffen wordt vaak verward met negatieve bekrachtiging. Echter heeft straffen het doel
om bepaald gedrag te verminderen of onderdrukken, terwijl zowel positieve als
negatieve bekrachtiging als doel hebben om bepaald gedrag te versterken. Ook straf
kent twee types: presentation punishment en removal punishment.




Er zijn verschillende reinforcement schedules (bekrachtigingsschema’s) te
onderscheiden. Een continuous reinforcement schedule houdt in dat een individu
voor iedere correcte respons beloond wordt bij het aanleren van nieuw gedrag. Wanneer
het gedrag eenmaal is aangeleerd, is de beste manier om de vaardigheden te behouden
een intermittent reinforcement schedule, waarbij het individu met tussenpozen
beloond wordt en dus niet iedere keer. Dit type kent twee types: interval en ratio
(hoeveelheid of tijd).

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen fixed en variable. Een fixed-interval schema
geeft bekrachtiging na een vastgestelde tijd. Een fixed-ratio schema is gebaseerd op
een vaste hoeveelheid responsen, die wordt gegeven voordat bekrachtiging plaatsvindt.
Het nadeel van deze twee type schema’s is dat ze voorspelbaar zijn en voor
doorzettingsvemogen in prestaties is juist onvoorspelbaar van belang. In dit geval is het
dus beter om gebruik te maken van variable-interval schema’s en variable-ratio
schema’s. Bij deze schema’s varieert de tijd (variable-interval) of de hoeveelheid
responsen (variable-ratio) tussen bekrachtigingen in. Hierdoor blijft het onvoorspelbaar
wanneer de bekrachtiging plaatsvindt.




Wanneer bij de operante conditionering de bekrachtiging lang genoeg wegblijft, zal het
gedrag ook niet meer plaatsvinden. Dit heet extinction (het gedrag ‘sterft uit’).

In de operante conditionering geven antecedenten informatie over welke gedragingen
zullen leiden tot positieve/negatieve consequenties. Dit zorgt voor stimulus controle,
oftewel dat mensen automatisch een bepaald soort gedrag gaan vertonen als ze een
bepaalde stimulus zien.

,Effectieve instructieverstrekking (EID):
Een van de manieren om positieve responsen bij studenten te bevorderen is de manier
waarop instructies gegeven worden. Deze moeten helder en specifiek zijn.

Cueing:
Cueing houdt in dat een antecedent stimulus wordt aangeboden, vlak voordat bepaald
gedrag moet plaatsvinden. Dit is met name zinvol bij gedragingen die op een bepaald
moment moeten worden gedaan of af moeten zijn, maar die gemakkelijk worden
vergeten.

Prompting:
Soms hebben leerlingen hulp nodig om te leren reageren op een cue. Een manier om dit
te doen is het toevoegen van een extra cue. Dit heet een prompt. Prompting is het
uitlokken van bepaald gedrag, door het toevoegen van een extra stimulus.




Applied behavioral analysis (toegepaste gedragsanalyse) is een methode om gedrag
te veranderen door de toepassing van gedragsleer principes. Bij deze methode wordt
vaak gebruik gemaakt van een ABAB-design. Dan wordt een nulmeting gedaan van het
te veranderen gedrag (A), vervolgens wordt de interventie toegepast (B), daarna wordt de
interventie gestopt om te controleren of het gedrag weer teruggaat naar de nulmeting (A)
en tot slot wordt de interventie geherintroduceerd (B).

Methoden om gedrag te stimuleren:

Bekrachtiging met aandacht van de leraar:
Deze methode bestaat uit dat de leraar goed gedrag aanmoedigt en aandacht geeft,
terwijl negatief of irrelevant gedrag wordt genegeerd (praise-and-ignore aanpak). Om
deze methode effectief te gebruiken moet de leraar specifieke en geloofwaardige
complimenten geven over het positieve gedrag.

Het selecteren van bekrachtigers: het Premack-principe:
Het Premack principe baseert zich op het gebruiken van een activiteit die de voorkeur
heeft bij leerlingen (high-frequency behavior) als bekrachtiger voor een activiteit die
niet de voorkeur heeft (low-frequency behavior). Eerst doe jij iets wat ik wil (huiswerk
maken), dan mag jij iets doen wat jij wil (spelen).

, Shaping:
Wanneer studenten geen bekrachtiging krijgen, ondanks hun inzet, is de kans groot dat
ze het vak niet meer leuk vinden. Dit kan worden voorkomen doormiddel van shaping
(succesive approximations). Shaping houdt in dat bekrachtiging plaatsvindt bij
vooruitgang in plaats van bij het wachten tot perfectie. Een van deze aanpakken heet
taakanalyse. Als eerst wordt het einddoel uitgelegd en vervolgens de tussenstappen die
genomen moeten worden om het einddoel te bereiken. Shaping kost wel veel tijd, dus
als het mogelijk is om doormiddel van kortere processen (zoals cueing) het gewenste
gedrag te bereiken, heeft dat de voorkeur.

Positive practice:
Bij positive practice wordt een fout of ongewenste gedraging niet gevolgd door straf,
maar door de verbetering van de leerling zelf door het gewenste gedrag te laten zien. De
regel is dat het meest vertoonde gedrag steeds automatischer wordt, waardoor het dus
belangrijk is om correct gedrag uit te voeren.




Klassenmanagementsystemen:

Contigentiecontracten:
In een contingency contract programma maakt de leraar individuele afspraken met zijn
leerlingen om het verloop van de prestaties vast te leggen, elke leerling krijgt een
zogenaamd contract. Vaak hebben de leerlingen hierin ook een stem en het is bewezen
dat zij daardoor eerder geneigd zijn de doelen te behalen.

Tokenbekrachtigingssysteem:
Het token reinforcement systeem bestaat uit een beloningssysteem, waarbij je punten
kunt sparen die ingewisseld kunnen worden voor een bepaalde beloning. Dit is een
ingewikkeld systeem en zou in slechts drie gevallen gebruikt moeten worden:

• Als motivatie voor studenten die geen interesse hebben in het onderwerp
• Bij studenten die consequent geen vooruitgang boeken, falen in academische
vaardigheden, intellectuele achterstand hebben of gedragsproblemen
• Om een klas te beteugelen waar geen controle over is.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 3, 2026
Number of pages
60
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

$12.16
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
noamulders

Get to know the seller

Seller avatar
noamulders Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
New on Stuvia
Member since
3 days
Number of followers
0
Documents
4
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions