College 1&2 Sponzen; ribkwallen; neteldieren Maurijn vd Zee
Kenmerken dier
● Eukaryoten
○ Celkern; eiwit synthese buiten de kern; intronen en exonen in genen
● Heterotroof
○ Geen plastiden zoals bladgroenkorrels; gebruiken zonne energie die door autotrofe
organismen in vastgelegd in koolstofverbindingen
● Meercellig
● Diploid
● Seksuele voortplanting (over het algemeen)
● Hebben slappe cellen
○ Celmembraan; makkelijk vervormen, cruciaal tijdens embryonale ontwikkeling
● Mobiliteit
● Zenuw- en spierweefsel
● Zelfde embryologische ontwikkelingsstappen (bijv. Blastula stadium)
● HOX-genen
Tree of life
Darwin & Haeckel
Reconstructie fylogenetische stamboom op basis van morfologische-, embryologische- en genetische
kenmerken
Regnum Animalia
● Ruim 1,3 miljoen diersoorten beschreven
● In totaal wellicht 10 miljoen diersoorten
● Traditioneel ingedeeld in ruim 30 Phyla
● Dieren zijn waarschijnlijk ontstaan uit samenwerkende choanoflagellaten
Eumetazoa: Dieren die kiembladen vormen en
zijn opgebouwd uit ‘echte weefsels’
Parahoxozoa: alle dieren met hox genen
(Bilateria+cnidaria)
Bilateria: Triploblastisch, bilateraal symm,
organen (darmkanaal), hox genen,
centralisatie zenuwstelsel
1
,Phylum Porifera (sponzen)
● Bentisch: op/in zeebodem
● Geen endoderm, maar typische
endodermale genen komen tot expressie in
choanoderm
● Geen zenuwstelsel, maar typisch neurale
genen komen al tot expressie in mogelijk
sensorische cellen van de larven
● Geen Hox-genen maar Wnt-signaling
● Sponslarvjes kunnen wel zwemmen, lijken
het meest op dier
● Pinacoderm aan buitenkant
● Spicula (verharde minerale deeltjes) zorgen dat de poriën open blijven staan
Cnidaria vs Ctenophora
Cnidaria: voortbeweging mbv gastrovasculaire holte; cnidocyten (netelcellen)
Ctenophora: voortbeweging mbv 8 rijen ribplaatjes; colloblasten (plakcellen)
2
, Phylum Ctenophora (ribkwallen)
● Klassiek beschreven als biradiaal
symmetrisch, door maag en tentakels,
maar blijkt niet te kloppen door 2 anale
openingen = rotatie symmetrie
● Voortbewegen mbv gastrovasculaure holte
● Geen Hox-genen
● Ook extracellulaire vertering
● Netvormig zenuwstelsel
Spijsvertering
Intracellulaire vertering (kleine voedseldeeltjes)
Vertering binnen de cel mbv fagocytose.
In vacuoles vindt hydrolyse van voedsel plaats.
Het gaat hier om kleine voedseldeeltjes.
Extracellulaire vertering (grotere voedsel delen)
Vertering buiten de cel mbv spijsverteringsenzymen
.
3
Kenmerken dier
● Eukaryoten
○ Celkern; eiwit synthese buiten de kern; intronen en exonen in genen
● Heterotroof
○ Geen plastiden zoals bladgroenkorrels; gebruiken zonne energie die door autotrofe
organismen in vastgelegd in koolstofverbindingen
● Meercellig
● Diploid
● Seksuele voortplanting (over het algemeen)
● Hebben slappe cellen
○ Celmembraan; makkelijk vervormen, cruciaal tijdens embryonale ontwikkeling
● Mobiliteit
● Zenuw- en spierweefsel
● Zelfde embryologische ontwikkelingsstappen (bijv. Blastula stadium)
● HOX-genen
Tree of life
Darwin & Haeckel
Reconstructie fylogenetische stamboom op basis van morfologische-, embryologische- en genetische
kenmerken
Regnum Animalia
● Ruim 1,3 miljoen diersoorten beschreven
● In totaal wellicht 10 miljoen diersoorten
● Traditioneel ingedeeld in ruim 30 Phyla
● Dieren zijn waarschijnlijk ontstaan uit samenwerkende choanoflagellaten
Eumetazoa: Dieren die kiembladen vormen en
zijn opgebouwd uit ‘echte weefsels’
Parahoxozoa: alle dieren met hox genen
(Bilateria+cnidaria)
Bilateria: Triploblastisch, bilateraal symm,
organen (darmkanaal), hox genen,
centralisatie zenuwstelsel
1
,Phylum Porifera (sponzen)
● Bentisch: op/in zeebodem
● Geen endoderm, maar typische
endodermale genen komen tot expressie in
choanoderm
● Geen zenuwstelsel, maar typisch neurale
genen komen al tot expressie in mogelijk
sensorische cellen van de larven
● Geen Hox-genen maar Wnt-signaling
● Sponslarvjes kunnen wel zwemmen, lijken
het meest op dier
● Pinacoderm aan buitenkant
● Spicula (verharde minerale deeltjes) zorgen dat de poriën open blijven staan
Cnidaria vs Ctenophora
Cnidaria: voortbeweging mbv gastrovasculaire holte; cnidocyten (netelcellen)
Ctenophora: voortbeweging mbv 8 rijen ribplaatjes; colloblasten (plakcellen)
2
, Phylum Ctenophora (ribkwallen)
● Klassiek beschreven als biradiaal
symmetrisch, door maag en tentakels,
maar blijkt niet te kloppen door 2 anale
openingen = rotatie symmetrie
● Voortbewegen mbv gastrovasculaure holte
● Geen Hox-genen
● Ook extracellulaire vertering
● Netvormig zenuwstelsel
Spijsvertering
Intracellulaire vertering (kleine voedseldeeltjes)
Vertering binnen de cel mbv fagocytose.
In vacuoles vindt hydrolyse van voedsel plaats.
Het gaat hier om kleine voedseldeeltjes.
Extracellulaire vertering (grotere voedsel delen)
Vertering buiten de cel mbv spijsverteringsenzymen
.
3