Deel V: Grondrechten
CATEGORIEN VAN GRONDRECHTEN
- Burgerlijke en politieke rechten: bescherming tegen overheid GW,
BUPO
Klassieke vrijheden (meningsuiting) & deelname aan politiek gezag
(kiesrecht)
- Economische, sociale en culturele rechten (art 23 GW)
- Derde generatie grondrechten: solidariteitsrechten (art 7bis GW):
collectief
BRONNEN VAN GRONDRECHTEN
- Grondwet zelf (1831)
- Verenigde Naties: UVRM & IVBPR (directe werking) en IVESCR (geen
directe werking: overheid moet eersy dingen realiseren bv. Recht op
onderwijs, eerst scholen voorzien)
- Raad van Europa: EVRM + aanvullende protocollen
(afdwingbaarheidsmechan.: EHRM)
- Europese Unie: handvest van de grondrechten (afdwingbaar via
unierecht: HVJ)
De bepaling die ruimste bescherming biedt, moet worden
toegepast.
GRONDWET EVRM
Verbod van Geen onderscheid tussen preventieve,
preventieve regelende en repressieve maatregelen
maatregelen
Geen inhoudelijke Wel inhoudelijke voorwaarden
voorwaarden
WDO= formeel 1) Voorzien bij wet = materieel
wettigheidsbeginsel wettigheidsbeginsel
Moet juridische grondslag zijn: KB,
verordening die raadpleegbaar en
voorzienbaar is.
2) Wettig doel
3) Nodig in een democratische
samenleving
HOE VER GAAN DE GRONDRECHTEN
Onthoudingsplicht → positieve verplichtingen
Gelden voor Belgen en niet-Belgen (uitz. politieke rechten) Art. 191
GW
Bijkomende bescherming voor bepaalde groepen (handicap)
, Directe werking: hangt af van formulering (≠ voor GwH)
= rechtsonderhorige kan zich zonder verdere tussenkomst van de
wetgever
tegenover de overheid op het grondrecht (uit verdrag of Grondwet)
beroepen
Verticale, soms horizontale werking = derdenwerking, indirect (bv.
wet biedt waarborg) of direct (bv. gelijkheidsbeginsel)
AANTAL GRONDRECHTEN
Recht op leven Art 2 EVRM, Art 14bis GW, Art 23 GW
Verbod van Art 3 EVRM= absoluut verbod. Bv. Overbevolking
foltering gevangenis
Verbod slavernij Art 4 EVRM bv. Bescherming tegen
en dwangarbeid mensenhandel
GELIJKHEIDSBEGINSEL
Art 10 (1831) & 11 (toegevoegd in 1971) GW.
Specifiekere bepalingen met gelijkheidsbeginsel
- Gelijkheid inzake belastingen: art. 172 Gw
- Gelijke toegang tot de rechter: art. 12, 13, 31 en 146 Gw
- Gelijkheid inzake onderwijs: art. 24, § 4 Gw
- Gelijkheid man-vrouw: art. 10, derde lid, 11bis Gw
- EVRM: art. 14, art. 1 P12: alleen ingeroepen met andere bepalingen
van EVRM
- IVBPR: art. 26
Toetsing aan gelijkheidsbeginsel
Elk verschil in behandeling in elke norm. 4 voorwaarden (kijken of bepaling
discriminerend is)
1. Wettig doel: legitieme doelstelling. Vaak voldaan.
2. Objectief criterium: meestal voldaan
3. Pertinent criterium: moet ermee het doel kunnen bereiken; in
verband met het doel.
4. Evenredigheid: is de bepaling niet buitensporig, is het goed?
➔ geldt ook voor gelijke behandeling van verschillende situaties, maar dan
moet men nagaan of de gelijke behandeling objectief en redelijk
verantwoord is wat punt 2 en 3 betreft.
Gelijkheidsbeginsel is ook/heeft ook:
Variërende toetsingsintensiteit
CATEGORIEN VAN GRONDRECHTEN
- Burgerlijke en politieke rechten: bescherming tegen overheid GW,
BUPO
Klassieke vrijheden (meningsuiting) & deelname aan politiek gezag
(kiesrecht)
- Economische, sociale en culturele rechten (art 23 GW)
- Derde generatie grondrechten: solidariteitsrechten (art 7bis GW):
collectief
BRONNEN VAN GRONDRECHTEN
- Grondwet zelf (1831)
- Verenigde Naties: UVRM & IVBPR (directe werking) en IVESCR (geen
directe werking: overheid moet eersy dingen realiseren bv. Recht op
onderwijs, eerst scholen voorzien)
- Raad van Europa: EVRM + aanvullende protocollen
(afdwingbaarheidsmechan.: EHRM)
- Europese Unie: handvest van de grondrechten (afdwingbaar via
unierecht: HVJ)
De bepaling die ruimste bescherming biedt, moet worden
toegepast.
GRONDWET EVRM
Verbod van Geen onderscheid tussen preventieve,
preventieve regelende en repressieve maatregelen
maatregelen
Geen inhoudelijke Wel inhoudelijke voorwaarden
voorwaarden
WDO= formeel 1) Voorzien bij wet = materieel
wettigheidsbeginsel wettigheidsbeginsel
Moet juridische grondslag zijn: KB,
verordening die raadpleegbaar en
voorzienbaar is.
2) Wettig doel
3) Nodig in een democratische
samenleving
HOE VER GAAN DE GRONDRECHTEN
Onthoudingsplicht → positieve verplichtingen
Gelden voor Belgen en niet-Belgen (uitz. politieke rechten) Art. 191
GW
Bijkomende bescherming voor bepaalde groepen (handicap)
, Directe werking: hangt af van formulering (≠ voor GwH)
= rechtsonderhorige kan zich zonder verdere tussenkomst van de
wetgever
tegenover de overheid op het grondrecht (uit verdrag of Grondwet)
beroepen
Verticale, soms horizontale werking = derdenwerking, indirect (bv.
wet biedt waarborg) of direct (bv. gelijkheidsbeginsel)
AANTAL GRONDRECHTEN
Recht op leven Art 2 EVRM, Art 14bis GW, Art 23 GW
Verbod van Art 3 EVRM= absoluut verbod. Bv. Overbevolking
foltering gevangenis
Verbod slavernij Art 4 EVRM bv. Bescherming tegen
en dwangarbeid mensenhandel
GELIJKHEIDSBEGINSEL
Art 10 (1831) & 11 (toegevoegd in 1971) GW.
Specifiekere bepalingen met gelijkheidsbeginsel
- Gelijkheid inzake belastingen: art. 172 Gw
- Gelijke toegang tot de rechter: art. 12, 13, 31 en 146 Gw
- Gelijkheid inzake onderwijs: art. 24, § 4 Gw
- Gelijkheid man-vrouw: art. 10, derde lid, 11bis Gw
- EVRM: art. 14, art. 1 P12: alleen ingeroepen met andere bepalingen
van EVRM
- IVBPR: art. 26
Toetsing aan gelijkheidsbeginsel
Elk verschil in behandeling in elke norm. 4 voorwaarden (kijken of bepaling
discriminerend is)
1. Wettig doel: legitieme doelstelling. Vaak voldaan.
2. Objectief criterium: meestal voldaan
3. Pertinent criterium: moet ermee het doel kunnen bereiken; in
verband met het doel.
4. Evenredigheid: is de bepaling niet buitensporig, is het goed?
➔ geldt ook voor gelijke behandeling van verschillende situaties, maar dan
moet men nagaan of de gelijke behandeling objectief en redelijk
verantwoord is wat punt 2 en 3 betreft.
Gelijkheidsbeginsel is ook/heeft ook:
Variërende toetsingsintensiteit