Deel II: De grondwettelijke machten en de verticale
bevoegdheidsverdeling
Politieke partijen staan niet in de grondwet. Wel in gewone wetten (wet
van 4 juli 1989)
Samenstelling van de wetgevende macht
Samenleving organiseren dmv wetgeving. Wetten zijn algemeen
bindende rechtsnormen.
Kamer van volksvertegenwoordigers
- 150 rechtstreeks verkozen leden art 63 GW evenredige
vertegenwoordiging (absoluut) p 88 handboek
- 11 kieskringen (10 provincies + Brussel)
- 2 taalgroepen: 90 Nederlands 60 Frans
- Ambtsduur in beginsel 5 jaar: bij vervroegde verkiezingen zijn er
geen nieuwe 5 jaar, gewoon tot 5 jaar van de vorige is omgelopen.
Senaat
- 50 deelstaatsenatoren (niet rechtstreeks)
- 10 gecoöpteerde senatoren: gekozen door deelstaatsenatoren
- 2 taalgroepen: 1tje minstens uit Duitstalig België die buiten 2
taalgroepen valt
- Ambtsduur valt samen met deelstaatparlementen: 4 jaar
Hebben immuniteiten:
1. Parlementaire onverantwoordelijkheid art 58 GW
Absolute vrijheid van spreken in het parlement, niet vervolgd worden
2. Parlementaire onschendbaarheid art 59 GW
Niet vervolgbaar voor strafbare feiten= relatief: kan worden
opgeheven. Tussenkomst door kamer: instemming om die
immuniteit op te heffen.
Onverenigbaarheden: Mag deze functie niet combineren met:
▪ Met ander parlementair mandaat (behalve deelstaatsenator)
▪ Ministerschap → vanwege controlefunctie = om teveel macht te
voorkomen
EVOLUTIE TWEEKAMERSTELSEL
Oorspronkelijk bestond België uit een volledig tweekamerstelsel (Kamer
Senaat). De Senaat was elitair samengesteld: strenge voorwaarden
(leeftijd, vermogen) maakten het een conservatieve tegenhanger van de
Kamer. Later werden de toetredingsvoorwaarden gelijk met die van de
Kamer, waardoor beide kamers volwaardige instellingen werden en elke
, wet door beide moest worden goedgekeurd. De Senaat evolueerde naar
een reflectiekamer, die instond voor een tweede lezing van wetten. Met de
staatshervormingen werd de Senaat hervormd tot een deelstatenkamer,
bestaande uit afgevaardigden van de deelstaten. De Senaat werd vooral
een ontmoetingsplaats, met beperkte bevoegdheden. Een volledige
afschaffing van de Senaat is enkel mogelijk met een 2/3 meerderheid.
DE WETGEVENDE PROCEDURE art. 74, 77 en 78 GW
Kamer, Senaat & Koning allemaal het initiatiefrecht. Senaat: is dit recht
ingeperkt sinds de laatste staatshervorming. Enkel rol de bikamerale
procedures. Koning: via federale regering, grootste deel van de wetten
komt van de koning/regering wetsontwerpen.
-Volledig Bikameraal: Kamer en Senaat zijn gelijk bevoegd. Senaat heeft
initiatiefrecht (zaken met staatsinrichting, hervormingen). Senaat is
bevoegd voor zaken in art 77 GW. Een wet wordt enkel aangenomen indien
beide een identieke tekst hebben goedgekeurd.
-Gedeeltelijk Bikameraal: Initiatief: Kamer. Senaat heeft géén
initiatiefrecht, maar kan evoceren (binnen 15 dagen beslissen of ze dat
willen) 1/3 elke taalgroep nodig: Senaat trekt de tekst naar zich toe om
zelf te bespreken (30 dagen). Daarna gaat de tekst terug naar de Kamer,
die het laatste woord heeft. Niet binnen 30 dagen direct naar Koning
voor bekrachtiging.
-Monocameraal: Enkel de Kamer behandelt en stemt. Behandelt
allesbehalve wat in 77 en 78 staat. Senaat speelt geen rol. Bv de
pandemiewet (exclusief door Kamer behandeld)
Wetsontwerp: van de Koning/regering. Verplicht advies Raad van
State vóór indiening.
Wetsvoorstel: van Kamerleden of senatoren. Advies RvS niet
verplicht, maar kan worden gevraagd op verzoek van 1/3 van de
leden.
Behandeling = in de commissie: mogelijkheid tot amendementen. Een lid
stelt voor om iets nog te wijzigen. Verslag gemaakt & gestemd.
Zaak gaat dan naar plenaire vergadering (algemene bespreking + per
artikel). Een 2de lezing is niet meer automatisch,
maar mogelijk als de Kamer dit vraagt.
Na parlementaire goedkeuring: bekrachtiging door de koning als WM
(109 GW) & afkondiging als hoofd van UM. Laatste stap: bekendmaking.
(Oordelen of er terugwerkende kracht is). Treedt in werking 10 dagen na
bekendmaking in BS.
bevoegdheidsverdeling
Politieke partijen staan niet in de grondwet. Wel in gewone wetten (wet
van 4 juli 1989)
Samenstelling van de wetgevende macht
Samenleving organiseren dmv wetgeving. Wetten zijn algemeen
bindende rechtsnormen.
Kamer van volksvertegenwoordigers
- 150 rechtstreeks verkozen leden art 63 GW evenredige
vertegenwoordiging (absoluut) p 88 handboek
- 11 kieskringen (10 provincies + Brussel)
- 2 taalgroepen: 90 Nederlands 60 Frans
- Ambtsduur in beginsel 5 jaar: bij vervroegde verkiezingen zijn er
geen nieuwe 5 jaar, gewoon tot 5 jaar van de vorige is omgelopen.
Senaat
- 50 deelstaatsenatoren (niet rechtstreeks)
- 10 gecoöpteerde senatoren: gekozen door deelstaatsenatoren
- 2 taalgroepen: 1tje minstens uit Duitstalig België die buiten 2
taalgroepen valt
- Ambtsduur valt samen met deelstaatparlementen: 4 jaar
Hebben immuniteiten:
1. Parlementaire onverantwoordelijkheid art 58 GW
Absolute vrijheid van spreken in het parlement, niet vervolgd worden
2. Parlementaire onschendbaarheid art 59 GW
Niet vervolgbaar voor strafbare feiten= relatief: kan worden
opgeheven. Tussenkomst door kamer: instemming om die
immuniteit op te heffen.
Onverenigbaarheden: Mag deze functie niet combineren met:
▪ Met ander parlementair mandaat (behalve deelstaatsenator)
▪ Ministerschap → vanwege controlefunctie = om teveel macht te
voorkomen
EVOLUTIE TWEEKAMERSTELSEL
Oorspronkelijk bestond België uit een volledig tweekamerstelsel (Kamer
Senaat). De Senaat was elitair samengesteld: strenge voorwaarden
(leeftijd, vermogen) maakten het een conservatieve tegenhanger van de
Kamer. Later werden de toetredingsvoorwaarden gelijk met die van de
Kamer, waardoor beide kamers volwaardige instellingen werden en elke
, wet door beide moest worden goedgekeurd. De Senaat evolueerde naar
een reflectiekamer, die instond voor een tweede lezing van wetten. Met de
staatshervormingen werd de Senaat hervormd tot een deelstatenkamer,
bestaande uit afgevaardigden van de deelstaten. De Senaat werd vooral
een ontmoetingsplaats, met beperkte bevoegdheden. Een volledige
afschaffing van de Senaat is enkel mogelijk met een 2/3 meerderheid.
DE WETGEVENDE PROCEDURE art. 74, 77 en 78 GW
Kamer, Senaat & Koning allemaal het initiatiefrecht. Senaat: is dit recht
ingeperkt sinds de laatste staatshervorming. Enkel rol de bikamerale
procedures. Koning: via federale regering, grootste deel van de wetten
komt van de koning/regering wetsontwerpen.
-Volledig Bikameraal: Kamer en Senaat zijn gelijk bevoegd. Senaat heeft
initiatiefrecht (zaken met staatsinrichting, hervormingen). Senaat is
bevoegd voor zaken in art 77 GW. Een wet wordt enkel aangenomen indien
beide een identieke tekst hebben goedgekeurd.
-Gedeeltelijk Bikameraal: Initiatief: Kamer. Senaat heeft géén
initiatiefrecht, maar kan evoceren (binnen 15 dagen beslissen of ze dat
willen) 1/3 elke taalgroep nodig: Senaat trekt de tekst naar zich toe om
zelf te bespreken (30 dagen). Daarna gaat de tekst terug naar de Kamer,
die het laatste woord heeft. Niet binnen 30 dagen direct naar Koning
voor bekrachtiging.
-Monocameraal: Enkel de Kamer behandelt en stemt. Behandelt
allesbehalve wat in 77 en 78 staat. Senaat speelt geen rol. Bv de
pandemiewet (exclusief door Kamer behandeld)
Wetsontwerp: van de Koning/regering. Verplicht advies Raad van
State vóór indiening.
Wetsvoorstel: van Kamerleden of senatoren. Advies RvS niet
verplicht, maar kan worden gevraagd op verzoek van 1/3 van de
leden.
Behandeling = in de commissie: mogelijkheid tot amendementen. Een lid
stelt voor om iets nog te wijzigen. Verslag gemaakt & gestemd.
Zaak gaat dan naar plenaire vergadering (algemene bespreking + per
artikel). Een 2de lezing is niet meer automatisch,
maar mogelijk als de Kamer dit vraagt.
Na parlementaire goedkeuring: bekrachtiging door de koning als WM
(109 GW) & afkondiging als hoofd van UM. Laatste stap: bekendmaking.
(Oordelen of er terugwerkende kracht is). Treedt in werking 10 dagen na
bekendmaking in BS.