Hoorcollege 9- Economisch recht
Vrije beroepen: hebben eigen beroepsorde (artsen, architecten,
advocaten) Zijn ondernemer uit perspectief van economisch recht.
Bronnen van het economisch recht
Klassieke bron
In Wetboek van Koophandel vroeger veel ongeschreven regels. Later
heeft de Belgische wetgever deze regels hervormd door delen uit
het wetboek te halen en om te vormen tot nieuwe wetten, zoals de
Faillissementswet en het Wetboek van Vennootschappen.
Wetboek economisch recht (2013)
Met het WER werd het economisch recht opnieuw gecodificeerd in
één wetboek. Aparte wetten samengebracht. WVV= opvolger
Wetboek van Vennootschappen.
Internationaal en Europees recht (bovenaan hiërarchie)
Bovenaan hiërarchie. Omvat internationale verdragen, zoals het
CISG-verdrag (uniforme regels voor internationale
koopovereenkomsten), en Europese verdragen, die de basis
vormen voor het Europese rechtssysteem en zijn historische
ontwikkeling (theorie HC).
Wetgeving: WVV/WER
Gebruiken en gewoonten
In het handelsrecht geldt hoofdelijkheid. Hoewel het BW dit niet
altijd voorschrijft, wordt bij ondernemingen verondersteld dat
hoofdelijkheid geldt. Aan de passieve zijde (bij schuldenaren)
betekent dit dat elke schuldenaar afzonderlijk kan worden
aangesproken voor de volledige schuld.
Rechtspraak/rechtsleer
Ondernemingsrecht: Micro-economisch perspectief. Richt zich op de
juridische relaties tussen ondernemingen via overeenkomsten. Is lex
specialis t.o.v het gemeen burgerlijk recht. Uitzonderingen, zoals de
hoofdelijke aansprakelijkheid (in tegenstelling tot het BW), en legt extra
verplichtingen op die het gemeen privaatrecht niet kent.
Economisch recht: Macro-economisch perspectief. Regelt hoe de
overheid de hele markt beïnvloedt. Het zorgt ervoor dat er genoeg
concurrentie is tussen bedrijven en bepaalt wanneer de overheid mag
ingrijpen in de economie. Sommige regels komen van Europa en gelden
dus boven het Belgische recht.
, Historisch: Sterke samenhang tussen ondernemingsrecht en gemeen
privaatrecht omdat ondernemingsrecht als een soort lex specialis wordt
gezien tav gemeen recht.
Handelaar
= iemand die daden van koophandel verricht en daarvan hoofdzakelijk of
aanvullend zijn beroep maakt.
Vroeger werden de daden van koophandel opgesomd in artikelen 2 &3
van Wetboek van Koophandel, maar NIET MEER RELEVANT
Om als handelaar te worden beschouwd, moet je:
- Je regelmatig met die activiteiten bezighouden,
- Handelen met het doel winst te maken,
- Dit voor eigen rekening doen (niet als werknemer).
Wie aan deze voorwaarden voldoet, wordt als onderneming beschouwd.
Sinds 1956 kan men ook handelaar in bijberoep zijn.
Onderneming Art 1.1 WER
= ‘Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit
uitoefent’
Persoon werkt regelmatig met het doel om inkomen of winst te
genereren. Het gaat niet om gewoon privévermogen beheren. De
activiteit wordt automatisch als duurzaam beschouwd, omdat een
beroepsactiviteit per definitie op langere termijn is.
= ‘Iedere rechtspersoon’ zoals vennootschappen, vzw’s of stichtingen
Uitzonderingen: overheden en andere publiekrechtelijke entiteiten
(proximus) zijn geen onderneming, tenzij ze goederen of diensten op de
markt aanbieden (bv. De Lijn biedt vervoerdiensten aan en telt dan wél als
onderneming).
= ‘Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid’ Bv. Maatschap,
feitelijke verenigingen. Ze zijn geen onderneming als ze geen winst
of voordelen uitdelen aan leden of bestuurders. Als ze wél geld of spullen
(bv. telefoon, etentje) aan bestuurders of leden geven, worden ze wel als
onderneming gezien.
Een onderneming is volgens het WER: Elke natuurlijke of rechtspersoon
die duurzaam een economisch doel nastreeft, inclusief hun verenigingen.
Vrije beroepen: hebben eigen beroepsorde (artsen, architecten,
advocaten) Zijn ondernemer uit perspectief van economisch recht.
Bronnen van het economisch recht
Klassieke bron
In Wetboek van Koophandel vroeger veel ongeschreven regels. Later
heeft de Belgische wetgever deze regels hervormd door delen uit
het wetboek te halen en om te vormen tot nieuwe wetten, zoals de
Faillissementswet en het Wetboek van Vennootschappen.
Wetboek economisch recht (2013)
Met het WER werd het economisch recht opnieuw gecodificeerd in
één wetboek. Aparte wetten samengebracht. WVV= opvolger
Wetboek van Vennootschappen.
Internationaal en Europees recht (bovenaan hiërarchie)
Bovenaan hiërarchie. Omvat internationale verdragen, zoals het
CISG-verdrag (uniforme regels voor internationale
koopovereenkomsten), en Europese verdragen, die de basis
vormen voor het Europese rechtssysteem en zijn historische
ontwikkeling (theorie HC).
Wetgeving: WVV/WER
Gebruiken en gewoonten
In het handelsrecht geldt hoofdelijkheid. Hoewel het BW dit niet
altijd voorschrijft, wordt bij ondernemingen verondersteld dat
hoofdelijkheid geldt. Aan de passieve zijde (bij schuldenaren)
betekent dit dat elke schuldenaar afzonderlijk kan worden
aangesproken voor de volledige schuld.
Rechtspraak/rechtsleer
Ondernemingsrecht: Micro-economisch perspectief. Richt zich op de
juridische relaties tussen ondernemingen via overeenkomsten. Is lex
specialis t.o.v het gemeen burgerlijk recht. Uitzonderingen, zoals de
hoofdelijke aansprakelijkheid (in tegenstelling tot het BW), en legt extra
verplichtingen op die het gemeen privaatrecht niet kent.
Economisch recht: Macro-economisch perspectief. Regelt hoe de
overheid de hele markt beïnvloedt. Het zorgt ervoor dat er genoeg
concurrentie is tussen bedrijven en bepaalt wanneer de overheid mag
ingrijpen in de economie. Sommige regels komen van Europa en gelden
dus boven het Belgische recht.
, Historisch: Sterke samenhang tussen ondernemingsrecht en gemeen
privaatrecht omdat ondernemingsrecht als een soort lex specialis wordt
gezien tav gemeen recht.
Handelaar
= iemand die daden van koophandel verricht en daarvan hoofdzakelijk of
aanvullend zijn beroep maakt.
Vroeger werden de daden van koophandel opgesomd in artikelen 2 &3
van Wetboek van Koophandel, maar NIET MEER RELEVANT
Om als handelaar te worden beschouwd, moet je:
- Je regelmatig met die activiteiten bezighouden,
- Handelen met het doel winst te maken,
- Dit voor eigen rekening doen (niet als werknemer).
Wie aan deze voorwaarden voldoet, wordt als onderneming beschouwd.
Sinds 1956 kan men ook handelaar in bijberoep zijn.
Onderneming Art 1.1 WER
= ‘Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit
uitoefent’
Persoon werkt regelmatig met het doel om inkomen of winst te
genereren. Het gaat niet om gewoon privévermogen beheren. De
activiteit wordt automatisch als duurzaam beschouwd, omdat een
beroepsactiviteit per definitie op langere termijn is.
= ‘Iedere rechtspersoon’ zoals vennootschappen, vzw’s of stichtingen
Uitzonderingen: overheden en andere publiekrechtelijke entiteiten
(proximus) zijn geen onderneming, tenzij ze goederen of diensten op de
markt aanbieden (bv. De Lijn biedt vervoerdiensten aan en telt dan wél als
onderneming).
= ‘Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid’ Bv. Maatschap,
feitelijke verenigingen. Ze zijn geen onderneming als ze geen winst
of voordelen uitdelen aan leden of bestuurders. Als ze wél geld of spullen
(bv. telefoon, etentje) aan bestuurders of leden geven, worden ze wel als
onderneming gezien.
Een onderneming is volgens het WER: Elke natuurlijke of rechtspersoon
die duurzaam een economisch doel nastreeft, inclusief hun verenigingen.