HAN – Hogeschool Arnhem Nijmegen
Selfassessment 1.1.
Hoofdfase 1 Ergotherapie
Dagmar Coolen
13-2-2020
, SELFASSESMENT 1.1 - HOOFDFASE 1
DAGMAR COOLEN - ERGOTHERAPIE
Inhoud
Hoofdstuk 2.4: Elementen van het handelen.......................................................................................... 3
Hoofdstuk 2.5: Ordening van het concept handelen .............................................................................. 4
Hoofdstuk 25.2.1: Ergotherapie als two-body practice .......................................................................... 5
Hoofdstuk 8.2.4 en 25.3 t/m 25.3.4: EBP redeneren .............................................................................. 5
Hoofdstuk 17: Begrippen begrijpen: de onderbouwing van ergotherapiemodellen .............................. 6
Kennisclips neurologie........................................................................................................................... 11
Kennisclip 1. Basiskennis van het brein ............................................................................................. 11
Kennisclip 2. Cerebrale anatomie en cerebrale functies ................................................................... 12
Kennisclip 3. Algemene beschrijving van een CVA ............................................................................ 14
Kennisclip 4. Cerebrovasculaire anatomie ........................................................................................ 16
Kennisclip 5. CVA, stoornissen en lokalisatie deel 1 ......................................................................... 17
Kennisclip 6. CVA, stoornissen en lokalisatie deel 2 ......................................................................... 19
Professioneel redeneren ................................................................................................................... 21
Herhaling propedeuse ........................................................................................................................... 22
Grondslagen| 2.2 Paradigma van de Ergotherapie ........................................................................... 22
2.2.1| Het concept ‘Handelen’ ...................................................................................................... 22
Grondslagen| 2.3 Uitgangspunten voor het handelen ..................................................................... 22
2.3.8| Mensen kunnen verstoringen in het handelen ervaren ..................................................... 23
Grondslagen| 2.4.3 Het handelen – betekenis ................................................................................. 23
Grondslagen| Hoofdstuk 13 – Handelingsgebieden ......................................................................... 23
13.2 Dagelijks handelen................................................................................................................. 23
13.3 Tijdsbesteding........................................................................................................................ 24
13.4 Betekenis van het dagelijks handelen ................................................................................... 24
13.5 Balans in dagelijks handelen ................................................................................................. 24
13.6 Uitgesloten zijn van dagelijks handelen ................................................................................ 24
Grondslagen| Hoofdstuk 14 - Handelingsgebieden: wonen en zorgen ............................................ 24
14.2 Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op wonen en zorgen........... 24
14.3 Wonen ................................................................................................................................... 25
14.3.1. Wonen en dagelijks handelen ........................................................................................... 25
14.3.3. Ergotherapie en Wonen met zorg ..................................................................................... 25
14.4. Zorgen................................................................................................................................... 25
Grondslagen Hoofstuk 15 – Handelingsgebieden : leren/werken .................................................... 25
15.2 Het kader: de maatschappelijke transitie ............................................................................. 25
1
, SELFASSESMENT 1.1 - HOOFDFASE 1
DAGMAR COOLEN - ERGOTHERAPIE
15.3 Ergotherapie en leren/werken .............................................................................................. 25
15.4 Leren en onderwijs ................................................................................................................ 26
15.5 Aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt............................................................... 26
15.6 Werken .................................................................................................................................. 26
Grondslagen| Hoofdstuk 16 – Handelingsgebieden: spelen/vrije tijd .............................................. 27
16.3 Inleiding spelen...................................................................................................................... 27
16.4 Vrijetijdsbesteding ................................................................................................................. 27
16.4.9. ............................................................................................................................................ 28
Grondslagen| Hoofdstuk 22 – Het Person Environment Occupation Performance (PEOP) ............. 28
22.4 Structuur en toepassing ........................................................................................................ 28
MacMillen Hoofdstuk 1 ......................................................................................................................... 30
Hoorcollege 2. “Aansturen van bewegingen” Module 1 ....................................................................... 31
Hoorcollege 3. Concept van de ontwikkeling Module 1 ....................................................................... 35
Hoorcollege 4. Beschrijven van bewegingen 08-10-18 ......................................................................... 38
MacMillen H2. Anatomie van de extremiteiten .................................................................................... 41
Anatomie onderste extremiteit (heup, been en voet) .......................................................................... 41
Anatomie van de schouder en de bovenarm ........................................................................................ 45
Anatomie van de onderarm .................................................................................................................. 49
Anatomie van de hand .......................................................................................................................... 52
Anatomie van de romp – niet voor assessment 1.3 .............................................................................. 58
2
, SELFASSESMENT 1.1 - HOOFDFASE 1
DAGMAR COOLEN - ERGOTHERAPIE
Grondslagen hoofdfase 1
Hoofdstuk 2.4: Elementen van het handelen
PEOP: geeft interactie tussen persoon, context en handelen weer
- Biedt ook plaats aan participation, performance en well-being → geeft dus ook relatie tussen
handelen en participatie weer
- Onderscheidt families, groepen mensen, organisaties en populaties
- Tijdens de uitvoering van activiteiten, het handelen, vindt dynamische interactie plaats
tussen de elementen person (intrinsieke factoren) en context (extrinsieke factoren). Een
persoon voert activiteiten, taken en rollen uit die betekenisvol zijn en voldoen aan bepaalde
verwachtingen.
-
Persoon
- Persoonlijke waarden, normen en verwachtingen doordat ieder mens zijn eigen beeld maakt
van de werkelijkheid en de wereld waarvan hij deel uitmaakt, door herinnering en
interpretatie van zijn persoonlijke waarnemingen en ervaringen
- Waarden, normen en verwachtingen worden (gedeeltelijk) beïnvloed door de
context/omgeving
- Rol en identiteit zijn nauw verbonden:
o Identiteit: social face → how one perceives how one is perceived by others
o Verschillende rollen: kunnen zich ontwikkelen en verschuiven tijdens verschillende
levensfasen → bevat rechten en plichten en vraagt verwachte gedragspatronen en
specifieke handelingen, activiteiten en taken → zijn geassocieerd met sociaal-
culturele rollen
o Het uitvoeren van activiteiten en taken vanuit een rol heet rolgebonden handelen en
staat in relatie met participatie (= het uitvoeren en beleven van rolgebonden
handelen en/of omgevingsgebonden handelen)
Context
- Context = som van alle fenomenen en condities die een persoon omringen en die zijn
bestaan, het handelen en zijn ontwikkeling beïnvloeden
- Dagelijks handelen van de persoon vindt plaats binnen een sociale en fysieke omgeving,
gelegen in de context
o Context omvat culturele, temporele en virtuele condities
o Environment omvat de fysieke en sociale omgeving
Het handelen
- Handelen = doelgericht uitvoeren van een of meer activiteiten, passend bij een bepaalde rol
in een omgeving van een persoon
o Omgeving en activiteit dienen aan te sluiten bij de wensen, behoeftes, vaardigheden
en handelingscompetenties van de persoon
- Betekenis kan zowel relatie hebben op activiteiten als op het hele leven
o Emotionele relaties met anderen, werk en vrijetijdsactiviteiten, en een verbintenis
aan bepaalde ideeën bijdragen tot betekenisgeving
o Vier dimensies in betekenis: eigenwaarde, een levensdoel, gevoel van competentie
en controle over een activiteit of het leven, en persoonlijke waarden
o Dagelijks handelen op een bepaalde, routinematige manier kan ook betekenis geven
aan activiteiten
3
Selfassessment 1.1.
Hoofdfase 1 Ergotherapie
Dagmar Coolen
13-2-2020
, SELFASSESMENT 1.1 - HOOFDFASE 1
DAGMAR COOLEN - ERGOTHERAPIE
Inhoud
Hoofdstuk 2.4: Elementen van het handelen.......................................................................................... 3
Hoofdstuk 2.5: Ordening van het concept handelen .............................................................................. 4
Hoofdstuk 25.2.1: Ergotherapie als two-body practice .......................................................................... 5
Hoofdstuk 8.2.4 en 25.3 t/m 25.3.4: EBP redeneren .............................................................................. 5
Hoofdstuk 17: Begrippen begrijpen: de onderbouwing van ergotherapiemodellen .............................. 6
Kennisclips neurologie........................................................................................................................... 11
Kennisclip 1. Basiskennis van het brein ............................................................................................. 11
Kennisclip 2. Cerebrale anatomie en cerebrale functies ................................................................... 12
Kennisclip 3. Algemene beschrijving van een CVA ............................................................................ 14
Kennisclip 4. Cerebrovasculaire anatomie ........................................................................................ 16
Kennisclip 5. CVA, stoornissen en lokalisatie deel 1 ......................................................................... 17
Kennisclip 6. CVA, stoornissen en lokalisatie deel 2 ......................................................................... 19
Professioneel redeneren ................................................................................................................... 21
Herhaling propedeuse ........................................................................................................................... 22
Grondslagen| 2.2 Paradigma van de Ergotherapie ........................................................................... 22
2.2.1| Het concept ‘Handelen’ ...................................................................................................... 22
Grondslagen| 2.3 Uitgangspunten voor het handelen ..................................................................... 22
2.3.8| Mensen kunnen verstoringen in het handelen ervaren ..................................................... 23
Grondslagen| 2.4.3 Het handelen – betekenis ................................................................................. 23
Grondslagen| Hoofdstuk 13 – Handelingsgebieden ......................................................................... 23
13.2 Dagelijks handelen................................................................................................................. 23
13.3 Tijdsbesteding........................................................................................................................ 24
13.4 Betekenis van het dagelijks handelen ................................................................................... 24
13.5 Balans in dagelijks handelen ................................................................................................. 24
13.6 Uitgesloten zijn van dagelijks handelen ................................................................................ 24
Grondslagen| Hoofdstuk 14 - Handelingsgebieden: wonen en zorgen ............................................ 24
14.2 Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op wonen en zorgen........... 24
14.3 Wonen ................................................................................................................................... 25
14.3.1. Wonen en dagelijks handelen ........................................................................................... 25
14.3.3. Ergotherapie en Wonen met zorg ..................................................................................... 25
14.4. Zorgen................................................................................................................................... 25
Grondslagen Hoofstuk 15 – Handelingsgebieden : leren/werken .................................................... 25
15.2 Het kader: de maatschappelijke transitie ............................................................................. 25
1
, SELFASSESMENT 1.1 - HOOFDFASE 1
DAGMAR COOLEN - ERGOTHERAPIE
15.3 Ergotherapie en leren/werken .............................................................................................. 25
15.4 Leren en onderwijs ................................................................................................................ 26
15.5 Aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt............................................................... 26
15.6 Werken .................................................................................................................................. 26
Grondslagen| Hoofdstuk 16 – Handelingsgebieden: spelen/vrije tijd .............................................. 27
16.3 Inleiding spelen...................................................................................................................... 27
16.4 Vrijetijdsbesteding ................................................................................................................. 27
16.4.9. ............................................................................................................................................ 28
Grondslagen| Hoofdstuk 22 – Het Person Environment Occupation Performance (PEOP) ............. 28
22.4 Structuur en toepassing ........................................................................................................ 28
MacMillen Hoofdstuk 1 ......................................................................................................................... 30
Hoorcollege 2. “Aansturen van bewegingen” Module 1 ....................................................................... 31
Hoorcollege 3. Concept van de ontwikkeling Module 1 ....................................................................... 35
Hoorcollege 4. Beschrijven van bewegingen 08-10-18 ......................................................................... 38
MacMillen H2. Anatomie van de extremiteiten .................................................................................... 41
Anatomie onderste extremiteit (heup, been en voet) .......................................................................... 41
Anatomie van de schouder en de bovenarm ........................................................................................ 45
Anatomie van de onderarm .................................................................................................................. 49
Anatomie van de hand .......................................................................................................................... 52
Anatomie van de romp – niet voor assessment 1.3 .............................................................................. 58
2
, SELFASSESMENT 1.1 - HOOFDFASE 1
DAGMAR COOLEN - ERGOTHERAPIE
Grondslagen hoofdfase 1
Hoofdstuk 2.4: Elementen van het handelen
PEOP: geeft interactie tussen persoon, context en handelen weer
- Biedt ook plaats aan participation, performance en well-being → geeft dus ook relatie tussen
handelen en participatie weer
- Onderscheidt families, groepen mensen, organisaties en populaties
- Tijdens de uitvoering van activiteiten, het handelen, vindt dynamische interactie plaats
tussen de elementen person (intrinsieke factoren) en context (extrinsieke factoren). Een
persoon voert activiteiten, taken en rollen uit die betekenisvol zijn en voldoen aan bepaalde
verwachtingen.
-
Persoon
- Persoonlijke waarden, normen en verwachtingen doordat ieder mens zijn eigen beeld maakt
van de werkelijkheid en de wereld waarvan hij deel uitmaakt, door herinnering en
interpretatie van zijn persoonlijke waarnemingen en ervaringen
- Waarden, normen en verwachtingen worden (gedeeltelijk) beïnvloed door de
context/omgeving
- Rol en identiteit zijn nauw verbonden:
o Identiteit: social face → how one perceives how one is perceived by others
o Verschillende rollen: kunnen zich ontwikkelen en verschuiven tijdens verschillende
levensfasen → bevat rechten en plichten en vraagt verwachte gedragspatronen en
specifieke handelingen, activiteiten en taken → zijn geassocieerd met sociaal-
culturele rollen
o Het uitvoeren van activiteiten en taken vanuit een rol heet rolgebonden handelen en
staat in relatie met participatie (= het uitvoeren en beleven van rolgebonden
handelen en/of omgevingsgebonden handelen)
Context
- Context = som van alle fenomenen en condities die een persoon omringen en die zijn
bestaan, het handelen en zijn ontwikkeling beïnvloeden
- Dagelijks handelen van de persoon vindt plaats binnen een sociale en fysieke omgeving,
gelegen in de context
o Context omvat culturele, temporele en virtuele condities
o Environment omvat de fysieke en sociale omgeving
Het handelen
- Handelen = doelgericht uitvoeren van een of meer activiteiten, passend bij een bepaalde rol
in een omgeving van een persoon
o Omgeving en activiteit dienen aan te sluiten bij de wensen, behoeftes, vaardigheden
en handelingscompetenties van de persoon
- Betekenis kan zowel relatie hebben op activiteiten als op het hele leven
o Emotionele relaties met anderen, werk en vrijetijdsactiviteiten, en een verbintenis
aan bepaalde ideeën bijdragen tot betekenisgeving
o Vier dimensies in betekenis: eigenwaarde, een levensdoel, gevoel van competentie
en controle over een activiteit of het leven, en persoonlijke waarden
o Dagelijks handelen op een bepaalde, routinematige manier kan ook betekenis geven
aan activiteiten
3