samenvatting
1. DE VERBINTENIS
1.1 VERBINTENIS IS ALLEDAAGS
Verbintenis is alledaags en beïnvloedt dagelijks het hele rechtsverkeer
zoals:
shoppen, abonnement open, arbeidscontracten…
verschil tussen je belooft een vriend te helpen met verhuizen van zijn kot
en een bestelling online kopen?
Vriend beloven: natuurlijke verbintenis + niet afdwingbaar
Online kopen: verbintenis + afdwingbaar (vb: je moet betalen)
1.2 BELANG VAN HET VERBINTENISSENRECHT
Verbintenissenrecht speelt een cruciale rol:
Rechtsverkeer
economisch leven
biedt een juridisch kader voor transacties en afspraken tussen
individuen en bedrijven
voorspelbaarheid en rechtszekerheid wordt gewaarborgd
Verb. Zorgt voor goede afspraken
die creëren heldere verwachtingen zeker in het
ondernemingslandschap
1.3 SITUERING IN HET RECHT
Pagina 1 van 59
,Oefening: tot welke rechtstak en onderdeel v/h recht behoort dit?
1.4 DEFINITIE VERBINTENISSENRECHT
Definitie vertaling
Verbintenissenrecht is een Verbintenissenrecht draait om
deelgebied van het burgerlijk rechten en plichten die
recht. ontstaan
Het houdt zich bezig met
de verbintenissen. tussen mensen of
organisaties
Een verbintenis is het gevolg van
een eenzijdige of
tweezijdige rechtshandeling of door afspraken of situaties
van een feitelijke handeling (zoals
een onrechtmatige daad)
tussen rechtssubjecten.
Verb.
“moeder van het privaatrecht”
Aanvullend t.o.v. publiek recht (art. 5.3, 2° en 6.1 BW)
Pagina 2 van 59
,1.5 VINDPLAATS IN DE BELGISCHE WETGEVING
Baseert op
OUD BW
o 21 maart 1804 – Napoleon
Nieuw BW
o 13 april 2019
Vb: in het OUD BW stond er dat alleen “het geschrift” werd gezien als volwaardig bewijs,-
- in het nieuw BW art. 8.25 BW is elektronisch bewijs toegelaten.
1.6 VERHOUDING TUSSEN OUDE EN NIEUWE BW
Contracten tot 2018 → volgen regels van OUD BW
Partijen kunnen akkoord besluiten om regels te volgen van nieuw BW
Of als er uitzonderingen (zie laatste puntje)
Contracten vanaf 2019 → “” nieuw BW
Contracten die ontstaan na de inwerkingtreding van het nieuw BW
volgen de regels van dit boek
Uitzonderingen
De nieuwe wet van openbare orde of van dwingend recht is van
toepassing op lopende contracten
De nieuwe wet bepaalt dat hij van toepassing is op lopende
contracten
(Art. 1.2 BW – wetten hebben geen terugwerkende kracht)
1.7 HET BEGRIP VERBINTENIS
Art. 5.1 BW
3 verplichte voorwaarden:
Een verbintenis creëert een rechtsband tussen personen
Een verbintenis heeft in geld waardeerbare aanspraken tot
voorwerp
Een verbintenis is afdwingbaar
Pagina 3 van 59
,1.7.1 VERBINTENIS CREËERT EEN RECHTSBAND TUSSEN
PERSONEN
Minstens 2 partijen
o Natuurlijkpersoon OF rechtspersoon (vennootschappen &
ondernemingen)
o Onderverdeelt is schuldenaar (SA) en schuldeiser (SE)
relatieve werking = werkt alleen tussen partijen
geen volrecht = niet uitoefenen tegen derden
absolute werking = werkt tegen iedereen
o vb vorderingsrechten = jij leent geld aan A, A verkoopt zijn spullen aan B, je kan B niet
aanspreken enkel A
o vb zakelijke rechten = je gsm is van jou, wie hem ook vastheeft, jij kan hem terugvorderen
1.7.2 VOORWERP
Vermogensrechtelijke verbintenissen
Omdat aanspraken geldwaarde hebben → horen ze bij het vermogen
van iemand
Persoonlijkheidsrechten of familierechten
Geen verbintenissen
Zoals recht op naam, privacy, huwelijk → gaat over persoonlijke
status
1.7.3 VERBINTENIS IS AFDWINGBAAR
Afdwingbaar = je kan je zaak naar de rechter brengen
Juridische verbintenis
Pagina 4 van 59
, je kan je zaak naar de rechter brengen
Natuurlijke verbintenis (art. 5.2 BW)
niet afdwingbaar maar door ze uit te voeren wordt ze wel
afdwingbaar
vb: je krijgt een factuur en je betaalt niet en niemand zegt daar iets op en
na paar jaar herinner je het weer en je betaalt maar je doet het een week
niet dan kan de schuldeiser NU wel naar de rechtbank want nu is het WEL
afdwingbaar
Niet-afdwingbare toezegging (een belofte)
hiervoor ga je niet naar de rechter
vb: ik zeg dat ik mijn kamer ga opkuisen
oefening:
c) in het begin is het natuurlijk maar na zijn woord is het niet-afdwingbaar
e) je mag niet aan minderjarigen verkopen
1.8 BRONNEN VAN EEN VERBINTENIS
Art. 5.3, °1 BW
Pagina 5 van 59
,Rechtshandeling = handeling dat je bewust stelt omdat je bepaalde
rechtsgevolgen wilt (art. 1.3 BW)
Meerzijdige rechtshandeling = een rechtshandeling die tot stand komt
door de wilsovereenstemming van twee of meer partijen, en die
rechtsgevolgen doet ontstaan.
Eenzijdige rechtshandeling= een rechtshandeling die tot stand komt
door de wilsuiting van één persoon, en die rechtsgevolgen doet ontstaan
en er is geen akkoord nodig.
Rechtsfeit = iets dat u overkomt
Wet = belasting betalen → verbintenis dat bestaat uit de wet
Oneigenlijk contract = er is geen akkoord maar de wet legt toch een
verbintenis op
Oefening:
1. Een student huurt een kot bij een verhuurder.
a. Meerzijdige rechtshandeling = vorderingsrechten tussen huurder en
verhuurder
2. Een student breekt per ongeluk de bril van een medestudent tijdens een
sportactiviteit.
a. Onrechtmatige daad = het is per ongeluk
3. Ouders zijn verplicht om hun studerende kinderen te onderhouden.
a. Verbintenis op basis van de wet = staat in de wet
4. Een student vindt €50 op straat en brengt het naar de politie.
a. Oneigenlijk contract
Pagina 6 van 59
,5. Een student betaalt per ongeluk een rekening die hij niet moest betalen.
a. Oneigenlijk contract
6. Een nonkel schenkt een laptop aan zijn neef voor zijn studies.
a. Eenzijdige rechtshandeling
1.9 VERBINTENIS EN HUN BRON (ART. 5.83 BW)
ENAC = is een opschortingsrecht dat een partij bij een overeenkomst het
recht geeft om haar eigen verplichting tijdelijk niet na te komen
Samenloop = één van de partijen de andere bij een contractuele
wanprestatie hem/haar buitencontractueel voor wilt aansprakelijk stellen
Oefening
Pagina 7 van 59
,Sarah huurt een appartement. Tijdens het koken veroorzaakt ze door nalatigheid brand,
waardoor de keuken vernield raakt. De brand slaat ook over naar het appartement van de
buren.
Contractueel AH bij verhuurder en buitencontr. AH bij de buren
1.10 VERBINTENIS EN HUN AARD
Verbintenis met economisch of burgerlijk karakter
Economisch → ondernemingsrechtbank
Burgerlijk → burgerlijkrechtbank
Schema:
Tussen 2 ondernemingen → altijd ondernemingsrechtbank ongeacht
bedrag
Niet onderneming tegen onderneming
Vredegerecht <5000 €
Burgerlijkrechtbank >5000 €
Ondernemingsrechtbank – als ze dit wensen
Oefening
De nv GROEN heeft grasmatten geplaatst in de tuin van het gezin DeMeestere.
Gelet op de warme temperaturen benadrukte de nv GROEN dat het cruciaal was
dat de grasmatten s’ morgens en s’ avonds bewaterd zouden worden. Het gezin
DeMeestere heeft dit niet gedaan en de grasmatten zijn uitgedroogd en bruin
geworden. Het gezin weigert daarom de factuur (7.500 EUR) te betalen. De nv
Groen pikt dit niet en wenst de betaling van de factuur af te dwingen via de
rechtbank.
Welke rechtbank is bevoegd
o Burgerlijk rechtbank want bedrag is hoger dan 5000 €
Wat als DeMeestere een onderneming was
o Ondernemingsrechtbank OF ook nog steeds burgerlijkrechtbank
Wat als DeMeestere de nv Groen zou willen dagvaarden wegens
gebrekkige uitvoering van het werk?
o Dan moet die kunnen aan tonen dat er gebrek is en dat nv Groen
een contractuele wanprestatie heeft gehad (niet-nakoming van de
verplichtingen van een contract)
Verbintenis met een persoonsgebonden karakter (inituitu
personae)
Verbintenis kan door even wie worden uitgevoerd
Uitzondering inituitu personae
o Identiteit van de partijen spelen cruciale rol (als de persoon
dood gaat art. 5.265 BW)
Pagina 8 van 59
,1.11 VERBINTENIS EN HUN VOORWERP
Voorwerp = prestatie (Art. 5.46, 5.79, 5.212 – 5.214 BW)
SA moet doen/geven
SE kan vorderen
1.12 SOORTEN VERBINTENIS (ART. 5.72 BW)
Resultaatsverbintenis = uitslagverbintenis
Inspanningsverbintenis = middelenverbintenis
Soms geeft de wet aan wat voor verbintenis het is soms niet
daarom dat in rechtspraak en rechtsleer niet duidelijk is ↓
Hoe beoordelen wat voor verbintenis?
Wat hebben de partijen echt bedoeld
o Uitdrukkelijk in het contract?
o Impliciet: Niet letterlijk gezegd, maar af te leiden uit het
contract
Voorwerp
o Kan het afgeleid worden via het voorwerp?
Aleatoir karakter
o Is het zeker of een onzeker resultaat?
Bevrijdingsbeding (art. 5.98 BW)
o Ja → resultaatsverbintenis
o Nee → minder duidelijk
Oefening
Pagina 9 van 59
, 1.12.1 DEELBAAR EN ONDEELBAAR VOORWERP
Deelbaar voorwerp = verbintenissen waarvan het voorwerp gesplitst of
in delen kan worden uitgevoerd (art. 5.159 BW)
Ondeelbaar voorwerp = verbintenissen waarvan het voorwerp
noodzakelijk in zijn geheel moet worden uitgevoerd (art. 5.166 en 5.170
BW)
Natuurlijke ondeelbaarheid
o Onmogelijk is om te delen zonder de waarde ervan te wijzigen
Wettelijke ondeelbaarheid
o Wnr de wet het voorziet
o Vb: je huurt samen voor 1000 €, voor de verhuurder is de huur als één
blok, jij betaalt 500 € en je maat de rest niet, dan verwacht de verhuurder
nog steeds dat ander deel dus hij hoeft niet naar u maat te gaan.
Conventionele ondeelbaarheid
o Als de partijen dit uitdrukkelijk of stilzwijgend hebben
afgesproken
Testamentaire ondeelbaarheid
o een erfgenaam kan vastleggen dat zijn erf ondeelbaar toekomt
naar een erfgenaam
één schuldenaar + één schuldeiser (art. 5.200 BW)
voorwerp ondeelbaar
meerdere schuldenaars + meerdere schuldeisers
“pluraliteit van schuldenaars/schuldeisers/subjecten”
voorwerp is deelbaar
schuldeiser kan het voorwerp eisen
1.12.2 PLURAITEIT VAN VOORWERPEN
Eenvoudige of zuivere verbintenis
één specifiek voorwerp
verbintenis met pluraliteit
cumulatieve verbintenis (art. 5.156 BW)
alternatieve verbintenis (art. 5.157, §1, °2 en §2 BW)
subsidiaire verbintenis (art. 5.158, °1 en 3 BW)
1.12.3 HOOFDVERBINTENIS EN SECUNDAIRE
VERBINTENIS
Hoofdverbinteis = de belangrijkste prestatie die geleverd moet worden
Secundaire verbintenis = ondergeschikt aan de hoofdverbintenis en is het
gevolg van een wanprestatie (bv. schadevergoeding)
Pagina 10 van 59