Tijd van monniken en ridders
Begin middeleeuwen: politieke veranderingen
Wegvallen centraal bestuur
Romeinse Rijk valt uiteen in verschillende stammen
Nieuwe organisatie bestuur
Begin middeleeuwen: sociale veranderingen
De-urbanisatie t.g.v. volksverhuizingen
Afname bevolkingsomvang: 70 naar 30 miljoen
Begin middeleeuwen: economische veranderingen
Handel verdwijnt bijna
Geldeconomie bijna verdwenen
Autarkie (mensen moeten in hun eigen levensonderhoud voorzien)
Agrarische samenleving ontstaan
Begin middeleeuwen: culturele veranderingen
Afname kennis: kerk belangrijk als hoeder beschaving
Christendom tegenover Germaanse godsdiensten
Opkomst islam
Paragraaf 1 Leenheren, leenmannen en horigen
Een agrarische samenleving
Klassieke Oudheid: landbouwstedelijke samenleving (landbouw is middel van bestaan, maar ook steden voor handel,
nijverheid en bestuur)
Laat-Romeinse tijd: economische achteruitgang
Handel nam af
Vooral westelijke deel
Na val West-Romeinse Rijk: ontwikkeling zette zich versneld door
Groeiende onveiligheid, verval wegen en bruggen reizen gevaarlijk + moeilijk
Handel die nog plaatsvond: minder zeldzame producten (wol, aardewerk, zout, wapens, slaven)
Inwonertal steden nam terug door afname handel (Rome: 1 miljoen, Augustus 30.000, 7e eeuw)
Vroege Middeleeuwen: Europa grotendeels agrarische samenleving (meeste mensen leefden van landbouw en
woonden op platteland)
Boeren gebonden aan de grond
Laat-Romeinse tijd: pachtboeren (: boer die niet de eigenaar is van de grond die hij bewerkt, maar pacht (huur)
betaalt aan de eigenaar) raken door hoge belastingen in de schulden
Ze gingen weg van hun akkers om elders geluk te zoeken/vinden
Landbouwproductie daalde
Romeinse keizers verboden pachtboeren hun grond te verlaten
Pachtboeren kwamen onder gezag van plaatselijke grootgrondbezitters
Grootgrondbezitters verloren door verval van steden groot deel van afzetmarkt voor agrarische producten
Ze deelden hun grond op in kavels en verpachtten die aan hun slaven om toch nog inkomsten te krijgen
Het verschil tussen pachtboeren en slaven verdween onvrije pachtboeren
Ontstaan horigheid:
Tijd van volksverhuizingen en vroege Middeleeuwen: deze klasse werd aangevuld met vrije boeren met eigen grond
Zij zochten steun bij edelman of klooster door groeiende onveiligheid
De boer stond zijn grond af in ruil voor bescherming, hij bleef erop wonen maar moest pacht betalen
Pacht: deel van de oogst aan heer, herendiensten verrichten
, Deze boeren vormen samen met onvrije pachtboeren: horigen (: mensen die zijn gebonden aan de grond die
ze bewerken)
Romeinse tijd
Diocletianus bond boeren aan grond
Vrije boeren:
Rechten:
- Eigen grond of pachten
- Deelname aan vergaderingen
Plichten:
- Evt. pacht
- Dienstplicht (heervaart)
Horige boeren:
Rechten:
- Op het domein wonen, dieren houden, stuk grond bewerken
- Bescherming en hulp
Plichten:
- Gebonden aan de grond
- Herendiensten
- Deel oogst afstaan (cijns/belasting)
Het domein
Domein: landgoed dat wordt beheerd via het hofstelsel
In handen van adel of abdij
Hofstelsel: systeem waarbij het ene deel van een domein direct door de heer wordt gebruikt en het andere deel
wordt verpacht aan horige boeren
Twee delen landbouwgrond:
1. Vroonland: het deel van het domein dat direct wordt gebruikt door de heer
- Burcht/klooster en akkers van de heer
2. Hoevenland: overige deel
- Akkers van horigen en weinige vrije pachtboeren
Ook omliggende weidegronden, bossen en wateren hoorden bij domein (vee + hout)
Domeinen waren autarkisch
Lage opbrengst: geen overschotten om te verhandelen
Bewoners hadden weinig inkomsten om niet-agrarische producten te kopen
Alles om te leven was op domein: naast voedselvoorziening ook brouwerij, smid, timmerwerkplaats
Heer had veel macht en oefende rechtspraak uit over horigen
Vroegmiddeleeuws koningschap
Germanen die Romeinse Rijk binnendrongen werden aangevoerd door krijgsheren (: legeraanvoerders die hun
militaire gezag gebruiken om ook politieke macht uit te oefenen)
Hadden meestal alleen tijdens veldtocht de leiding
Werden uitgekozen door deelnemers expeditie, ze keken naar dapperheid en vrijgevigheid
Romeinen gaven krijgsheer soms de titel ‘rex’ (koning)
5e eeuw: Germaanse staten ontstonden in West-Romeinse Rijk, koningschap werd erfelijk binnen één familie
Geen eerstgeboorterecht leidde tot strijd
Sommige volken verdeelden het koninkrijk onder alle zonen na dood van koning, dit werkte niet altijd
Germaanse koningen erkenden gezag van Oost-Romeinse/Byzantische keizer maar trokken weinig van hem aan
800: Karel de Grote werd door de paus tot keizer gekroond
Begin middeleeuwen: politieke veranderingen
Wegvallen centraal bestuur
Romeinse Rijk valt uiteen in verschillende stammen
Nieuwe organisatie bestuur
Begin middeleeuwen: sociale veranderingen
De-urbanisatie t.g.v. volksverhuizingen
Afname bevolkingsomvang: 70 naar 30 miljoen
Begin middeleeuwen: economische veranderingen
Handel verdwijnt bijna
Geldeconomie bijna verdwenen
Autarkie (mensen moeten in hun eigen levensonderhoud voorzien)
Agrarische samenleving ontstaan
Begin middeleeuwen: culturele veranderingen
Afname kennis: kerk belangrijk als hoeder beschaving
Christendom tegenover Germaanse godsdiensten
Opkomst islam
Paragraaf 1 Leenheren, leenmannen en horigen
Een agrarische samenleving
Klassieke Oudheid: landbouwstedelijke samenleving (landbouw is middel van bestaan, maar ook steden voor handel,
nijverheid en bestuur)
Laat-Romeinse tijd: economische achteruitgang
Handel nam af
Vooral westelijke deel
Na val West-Romeinse Rijk: ontwikkeling zette zich versneld door
Groeiende onveiligheid, verval wegen en bruggen reizen gevaarlijk + moeilijk
Handel die nog plaatsvond: minder zeldzame producten (wol, aardewerk, zout, wapens, slaven)
Inwonertal steden nam terug door afname handel (Rome: 1 miljoen, Augustus 30.000, 7e eeuw)
Vroege Middeleeuwen: Europa grotendeels agrarische samenleving (meeste mensen leefden van landbouw en
woonden op platteland)
Boeren gebonden aan de grond
Laat-Romeinse tijd: pachtboeren (: boer die niet de eigenaar is van de grond die hij bewerkt, maar pacht (huur)
betaalt aan de eigenaar) raken door hoge belastingen in de schulden
Ze gingen weg van hun akkers om elders geluk te zoeken/vinden
Landbouwproductie daalde
Romeinse keizers verboden pachtboeren hun grond te verlaten
Pachtboeren kwamen onder gezag van plaatselijke grootgrondbezitters
Grootgrondbezitters verloren door verval van steden groot deel van afzetmarkt voor agrarische producten
Ze deelden hun grond op in kavels en verpachtten die aan hun slaven om toch nog inkomsten te krijgen
Het verschil tussen pachtboeren en slaven verdween onvrije pachtboeren
Ontstaan horigheid:
Tijd van volksverhuizingen en vroege Middeleeuwen: deze klasse werd aangevuld met vrije boeren met eigen grond
Zij zochten steun bij edelman of klooster door groeiende onveiligheid
De boer stond zijn grond af in ruil voor bescherming, hij bleef erop wonen maar moest pacht betalen
Pacht: deel van de oogst aan heer, herendiensten verrichten
, Deze boeren vormen samen met onvrije pachtboeren: horigen (: mensen die zijn gebonden aan de grond die
ze bewerken)
Romeinse tijd
Diocletianus bond boeren aan grond
Vrije boeren:
Rechten:
- Eigen grond of pachten
- Deelname aan vergaderingen
Plichten:
- Evt. pacht
- Dienstplicht (heervaart)
Horige boeren:
Rechten:
- Op het domein wonen, dieren houden, stuk grond bewerken
- Bescherming en hulp
Plichten:
- Gebonden aan de grond
- Herendiensten
- Deel oogst afstaan (cijns/belasting)
Het domein
Domein: landgoed dat wordt beheerd via het hofstelsel
In handen van adel of abdij
Hofstelsel: systeem waarbij het ene deel van een domein direct door de heer wordt gebruikt en het andere deel
wordt verpacht aan horige boeren
Twee delen landbouwgrond:
1. Vroonland: het deel van het domein dat direct wordt gebruikt door de heer
- Burcht/klooster en akkers van de heer
2. Hoevenland: overige deel
- Akkers van horigen en weinige vrije pachtboeren
Ook omliggende weidegronden, bossen en wateren hoorden bij domein (vee + hout)
Domeinen waren autarkisch
Lage opbrengst: geen overschotten om te verhandelen
Bewoners hadden weinig inkomsten om niet-agrarische producten te kopen
Alles om te leven was op domein: naast voedselvoorziening ook brouwerij, smid, timmerwerkplaats
Heer had veel macht en oefende rechtspraak uit over horigen
Vroegmiddeleeuws koningschap
Germanen die Romeinse Rijk binnendrongen werden aangevoerd door krijgsheren (: legeraanvoerders die hun
militaire gezag gebruiken om ook politieke macht uit te oefenen)
Hadden meestal alleen tijdens veldtocht de leiding
Werden uitgekozen door deelnemers expeditie, ze keken naar dapperheid en vrijgevigheid
Romeinen gaven krijgsheer soms de titel ‘rex’ (koning)
5e eeuw: Germaanse staten ontstonden in West-Romeinse Rijk, koningschap werd erfelijk binnen één familie
Geen eerstgeboorterecht leidde tot strijd
Sommige volken verdeelden het koninkrijk onder alle zonen na dood van koning, dit werkte niet altijd
Germaanse koningen erkenden gezag van Oost-Romeinse/Byzantische keizer maar trokken weinig van hem aan
800: Karel de Grote werd door de paus tot keizer gekroond