INHOUDSTAFEL
VOORWOORD 1
INHOUDSTAFEL 2
DEEL I. PUBLIEKRECHT IN PERSPECTIEF
HOOFDSTUK I. BASISBEGRIPPEN EN CENTRALE THEMA’S VAN HET
PUBLIEKRECHT
Inleiding: Publiekrecht ie gelaagde rechtsorde
Wat is (bestuurs)recht
Het recht als middel om de samenleving te ordenen en normeren
en verbintenissen juridisch afdwingbaar maken
Bestuursrecht: recht tussen burgers en overheid
organisatie en werking v bestuursorganen
beslechting v administratieve geschillen
Afdeling 1. Inleiding: publiekrecht in een gelaagde rechtsorde
Bestuursrecht in gelaagde rechtsorde
Publiekrecht Privaatrecht
organisatie en optreden vd OH organisatie v relaties tss leden v
samenleving
verhouding burgers en OH onderlinge verhoudingen tss personen
grondwettelijk recht, bestuursrecht, contractenrecht,
fiscaal recht, strafrecht, gerechtelijk aansprakelijkheidsrecht, goederenrecht
recht
gelaagde rechtsorde: elke burger maakt deel uit v ≠ OHverbanden
gemeente, provincie, Vl Gemeenschap, Belgische Federale staat,
EU, regionale en internationale organisaties
= verticale / territoriale machtenscheiding
voorbeeld: federalisme (autonoom) / decentralisatie (ondergeschikt)
1
,Staatsstructuur: trias politica
• = horizontale / functionele machtenscheiding
Overheid
Wetgevend Rechterlijk Uitvoeren
e macht e macht de macht
Afdeling 2. De grondwet (Stefan Sottiaux)
§ 1. Betekenis en functies vd grondwet
§ 2. Grondwet in materiële en formele zin
§ 3. Enkele belangrijke classificaties
C. Grondwet en staatsvorm
Staatsvorm = de wijze waarop verhoudingen w geregeld en
bevoegdheden w verdeeld tss ≠ OH’en id gelaagde rechtsorde
Cf. verticale machtenscheiding
Criterium v onderscheid = soevereiniteit
= hoogste macht of gezag; aan gn hogere macht onderworpen
= Kompetenz-Kompetenz = bevoegdheid vd bevoegdheid =
bevoegdheid vd OH om te beslissen over de bevoegheidsverdeling
tss ≠ OH’en
2
, in België: bevoegdheidsverdeling in federale Gw =>
soevereiniteit bij de federatie
Externe soevereiniteit = staat is onafhankelijk v andere staten of
bovenstatelijke verbanden
Interne soevereiniteit = hoogste rechtsbevoegdheid binnen een
OHverband
a. Eenheidsstaat, centralisatie en decentralisatie
Eenheidsstaat:
= Soevereiniteit/bevoegdheid vd bevoegdheid onverdeeld bij het
centrale niveau
1) Gecentraliseerde eenheidsstaat
Wetgeving, rechtspraak en bestuur w uitgeoefend door organen
v hetzelfde centrale bestuur
Wel deconcentratie mogelijk:
o Het overdragen v bepaalde taken vanuit het centrale bestuur
naar lagere instanties die deel uitmaken vh centrale niveau
(gn RP)
o Hiërarchisch toezicht vh centrale niveau
2) Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Wetgeving, rechtspraak en bestuur w uitgeoefend door centrale
bestuur, maar ook door ondergeschikte besturen
Gedecentraliseerde besturen:
o Ondergeschikte besturen die over bepaalde bevoegdheden
beschikken id (grond)wet omschreven die gn onderdeel
vormen vd centrale OH (wel RP)
o Maar bij uitoefening ≠ volledig autonoom: onderworpen ad
wetten vh centrale niveau & regels h ≠ kracht v wet
o Bestuurlijk/administratief toezicht
Decentralisatie
Territoriaal = centrale niveau kent aantal algemeen omschreven
bevoegdheden toe aan OH’en die voor een bepaald grondgebied
bevoegd z
Doel organisatie = gebaseerd op politieke vertegenwoordiging,
dus veel democratische inspraak
Vb. gemeenten en provincies
Functioneel = centrale niveau ken specifieke bevoegdheden toe aan
OHdiensten die ie bepaald beleidsdomein over de nodige expertise
bezitten
Doel organisatie = efficiënt en onafhankelijk vd politieke
instellingen
Centralisatie & centrale OH slaat op:
3
, 1) Gezagsstructuur: concentratie v bevoegdheden bij 1 of meer
centrale organen
WM, UM en RM vormen samen centrale OH geplaatst tegenover
de lokale gedecentraliseerde besturen
2) Organisatiebeginsel: de gedecentraliseerde diensten z in beginsel
centraal georganiseerd
De centrale administratie staat ten dienste vd politieke organen
bij het uittekenen eh uitvoeren vh lokale beleid
Evolutie naar meer verzelfstandiging op alle bestuursniveaus
Decentralisatie en federalisme z complementaire staatsvormen:
bevoegdheid inzake de organieke wetgeving v deze lokale besturen
eh bestuurlijk toezicht op hun OHoptreden k w overgedragen ad
gefedereerde entiteiten/deelstaten
Afdeling 3. Het bestuur
1. Bestuur: begrip en evolutie
Begrip: impact horizontale machtenscheiding
Bestuur = organen en instellingen vd UM (=regering)
• nuancering bv. lokale besturen gemeenteraad
Geen absolute scheiding der machten (meer dan ‘uitvoerende’ taken)
• materiële wetgeving bv. gemeentereglement
• bestuurlijke/administratieve rechtscolleges bv. Raad van State
• ook WM en RM nemen bestuurlijke beslissingen
WM: gunning OHsopdrachten (voor onderhoud gebouw),
aanwerving personeel (eigen organisatie)
RM: tuchtmaatregel opleggen, reglement mbt samenstelling
en werking vd rechtbank
Gunning v OHopdracht h bepaalde criteria, uiteindelijk de
goedkoopste die aan alle criteria voldoet
Begrip: impact verticale machtenscheiding
• besturen ie gelaagde rechtsorde
• federalisme: spreiding v bevoegdheden tss verschillende
autonome rechtsordes
• burger maakt deel uit van ≠ overheidsniveaus
• daarbinnen verhoudingen tussen ≠ bestuursniveaus met
eigen bevoegdheden en administratie
Vb. Europese klimaatwet m overlegd w id gewesten om
omgezet te w in Belgisch recht
• Impact v verticale machtenscheiding
4
VOORWOORD 1
INHOUDSTAFEL 2
DEEL I. PUBLIEKRECHT IN PERSPECTIEF
HOOFDSTUK I. BASISBEGRIPPEN EN CENTRALE THEMA’S VAN HET
PUBLIEKRECHT
Inleiding: Publiekrecht ie gelaagde rechtsorde
Wat is (bestuurs)recht
Het recht als middel om de samenleving te ordenen en normeren
en verbintenissen juridisch afdwingbaar maken
Bestuursrecht: recht tussen burgers en overheid
organisatie en werking v bestuursorganen
beslechting v administratieve geschillen
Afdeling 1. Inleiding: publiekrecht in een gelaagde rechtsorde
Bestuursrecht in gelaagde rechtsorde
Publiekrecht Privaatrecht
organisatie en optreden vd OH organisatie v relaties tss leden v
samenleving
verhouding burgers en OH onderlinge verhoudingen tss personen
grondwettelijk recht, bestuursrecht, contractenrecht,
fiscaal recht, strafrecht, gerechtelijk aansprakelijkheidsrecht, goederenrecht
recht
gelaagde rechtsorde: elke burger maakt deel uit v ≠ OHverbanden
gemeente, provincie, Vl Gemeenschap, Belgische Federale staat,
EU, regionale en internationale organisaties
= verticale / territoriale machtenscheiding
voorbeeld: federalisme (autonoom) / decentralisatie (ondergeschikt)
1
,Staatsstructuur: trias politica
• = horizontale / functionele machtenscheiding
Overheid
Wetgevend Rechterlijk Uitvoeren
e macht e macht de macht
Afdeling 2. De grondwet (Stefan Sottiaux)
§ 1. Betekenis en functies vd grondwet
§ 2. Grondwet in materiële en formele zin
§ 3. Enkele belangrijke classificaties
C. Grondwet en staatsvorm
Staatsvorm = de wijze waarop verhoudingen w geregeld en
bevoegdheden w verdeeld tss ≠ OH’en id gelaagde rechtsorde
Cf. verticale machtenscheiding
Criterium v onderscheid = soevereiniteit
= hoogste macht of gezag; aan gn hogere macht onderworpen
= Kompetenz-Kompetenz = bevoegdheid vd bevoegdheid =
bevoegdheid vd OH om te beslissen over de bevoegheidsverdeling
tss ≠ OH’en
2
, in België: bevoegdheidsverdeling in federale Gw =>
soevereiniteit bij de federatie
Externe soevereiniteit = staat is onafhankelijk v andere staten of
bovenstatelijke verbanden
Interne soevereiniteit = hoogste rechtsbevoegdheid binnen een
OHverband
a. Eenheidsstaat, centralisatie en decentralisatie
Eenheidsstaat:
= Soevereiniteit/bevoegdheid vd bevoegdheid onverdeeld bij het
centrale niveau
1) Gecentraliseerde eenheidsstaat
Wetgeving, rechtspraak en bestuur w uitgeoefend door organen
v hetzelfde centrale bestuur
Wel deconcentratie mogelijk:
o Het overdragen v bepaalde taken vanuit het centrale bestuur
naar lagere instanties die deel uitmaken vh centrale niveau
(gn RP)
o Hiërarchisch toezicht vh centrale niveau
2) Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Wetgeving, rechtspraak en bestuur w uitgeoefend door centrale
bestuur, maar ook door ondergeschikte besturen
Gedecentraliseerde besturen:
o Ondergeschikte besturen die over bepaalde bevoegdheden
beschikken id (grond)wet omschreven die gn onderdeel
vormen vd centrale OH (wel RP)
o Maar bij uitoefening ≠ volledig autonoom: onderworpen ad
wetten vh centrale niveau & regels h ≠ kracht v wet
o Bestuurlijk/administratief toezicht
Decentralisatie
Territoriaal = centrale niveau kent aantal algemeen omschreven
bevoegdheden toe aan OH’en die voor een bepaald grondgebied
bevoegd z
Doel organisatie = gebaseerd op politieke vertegenwoordiging,
dus veel democratische inspraak
Vb. gemeenten en provincies
Functioneel = centrale niveau ken specifieke bevoegdheden toe aan
OHdiensten die ie bepaald beleidsdomein over de nodige expertise
bezitten
Doel organisatie = efficiënt en onafhankelijk vd politieke
instellingen
Centralisatie & centrale OH slaat op:
3
, 1) Gezagsstructuur: concentratie v bevoegdheden bij 1 of meer
centrale organen
WM, UM en RM vormen samen centrale OH geplaatst tegenover
de lokale gedecentraliseerde besturen
2) Organisatiebeginsel: de gedecentraliseerde diensten z in beginsel
centraal georganiseerd
De centrale administratie staat ten dienste vd politieke organen
bij het uittekenen eh uitvoeren vh lokale beleid
Evolutie naar meer verzelfstandiging op alle bestuursniveaus
Decentralisatie en federalisme z complementaire staatsvormen:
bevoegdheid inzake de organieke wetgeving v deze lokale besturen
eh bestuurlijk toezicht op hun OHoptreden k w overgedragen ad
gefedereerde entiteiten/deelstaten
Afdeling 3. Het bestuur
1. Bestuur: begrip en evolutie
Begrip: impact horizontale machtenscheiding
Bestuur = organen en instellingen vd UM (=regering)
• nuancering bv. lokale besturen gemeenteraad
Geen absolute scheiding der machten (meer dan ‘uitvoerende’ taken)
• materiële wetgeving bv. gemeentereglement
• bestuurlijke/administratieve rechtscolleges bv. Raad van State
• ook WM en RM nemen bestuurlijke beslissingen
WM: gunning OHsopdrachten (voor onderhoud gebouw),
aanwerving personeel (eigen organisatie)
RM: tuchtmaatregel opleggen, reglement mbt samenstelling
en werking vd rechtbank
Gunning v OHopdracht h bepaalde criteria, uiteindelijk de
goedkoopste die aan alle criteria voldoet
Begrip: impact verticale machtenscheiding
• besturen ie gelaagde rechtsorde
• federalisme: spreiding v bevoegdheden tss verschillende
autonome rechtsordes
• burger maakt deel uit van ≠ overheidsniveaus
• daarbinnen verhoudingen tussen ≠ bestuursniveaus met
eigen bevoegdheden en administratie
Vb. Europese klimaatwet m overlegd w id gewesten om
omgezet te w in Belgisch recht
• Impact v verticale machtenscheiding
4