1
1. Inleiding
College 1: De historiografie vd europese rechtsgeschiedenis
1.1. Kenmerken van de geschiedenis vh moderne privaatrecht
1.1.1. Afbakening
Publiekrecht = verticale verhoudingen
Privaatrecht = horizontale verhoudingen:
a) Personen- en familierecht
b) Vermogensrecht (verbintissenrecht + goederenrecht)
1.1.2. Chronologie
Chronologie is relatief:
1. de diversiteit van kalenders en dateringssystemen
2. de historische interpretatie evolueert id loop vd tijd wat soms leidt tot
paradigmaverschuivingen
Moderniteit
o Vanaf 16e – 17e E
o Diepgaande verschuivingen op cultureel, economisch, politiek en intellectueel
vlak
Vaak ivm Renaissance en Verlichting gebracht die het einde van
traditionele wereldbeelden inluidden
Les hommes modernes (vooruitgangsdenken, individu) vs les hommes
anciens (vroeger beter, groep)
1.1.3. Kenmerken van de moderniteit
1) Rationaliteit en empirisme
o Verlichtingsdenkers
Rede, observatie en wetenschappelijk onderzoek als primaire bronnen van
kennis en vooruitgang
Kritische blik op traditionele autoriteiten en dogma’s
2) Individualisme
o Individualistisch wereldbeeld:
gevolg van SL die verstedelijkten waardoor individuen daarbinnen een
identiteit konden vormen die verder ging dan traditionele banden (familie,
religie, dorpsgemeenschap)
o Gevolg: opkomst vd secularisatie ed scheiding v religieuze en seculiere
sferen (vb. minder invloed van religieuze instellingen op het familierecht)
o Gevolg: sociale veranderingen
Vooral op het gebied van generrollen, gezinsstructuren en sociale
gelaagdheid
3) Industrialisatie en kapitalisme
1
, 2
o Grote effecten op de economische organisatie ed producutieprocessen tgv de
Industriële revolutie
Gevolgen vd technologische innovaties
Sociaaleconomische ongelijkheden
Gemakkelijkere transnationale communicatie
Globalisering vd maatschappij
Imperialisme
Kolonialisme
Nationalisme (politieke autonomie & zelfbeschikking v minderheden)
4) Revoluties
o Amerikaanse (1775) en Franse (1789) Revolutie als vertaling vd Verlichting
Inspireerde een golf van v onafhankelijkheidsbewegingen en
democratische hervormingen die bijdroegen tot de geleidelijke neergang v
monarchieën ed opkomst v natiestaten
1) Het privaatrecht en de continentale rechtstraditie: een ‘Europees’
perspectief
2) De Duitse wortels van de Europese rechtsgeschiedenis
1.1.4. Standaardvisie op het moderne privaatrecht
Presentisme
o Hoewel er bij een historische analyse altijd nuancering en contextualisering bij
het gebruik van primaire en secundaire bronnen aan de pas komt, is een
zekere mate van presentisme onvermijdbaar
o Presentisme = de menselijke neiging om het verleden te interpreteren door
een hedendaagse filter en bestaande maatschappelijke of zelfs persoonlijke
gevoeligheden op het verleden te projecteren
Standaardvisie vd Europese rechtsgeschiedenis
o Oorsprong = Duitse rechtshistoricus Paul Koschaker
Romeinse recht is sinds de 19e eeuwse Historische School van Friedrich
Carl Von Savigny ie lange crisis verzeild geraak
Het rechtssysteem was volgens Von Savigny een historisch proces
waardoor de studie vd geschiedenis vh Romeinse recht van cruciaal
belang was om als nieuw fundament te dienen voor de Duitse
rechtsgeleerde wetenschap
Savigny en zijn navolgers, de Pandektisten, hadden de studie vh
Romeinse recht vernauwd tot deze vh Justiniaanse Corpus Iuris Civilis
Savigny miskende de historische ontwikkeling vh privaatrecht in Duitsland
door enkel de evolutievh RR tijdens de middeleeuwen te bestuderen en
dus de vroegmoderne periode en de band met het Germaans recht te
negeren
o Europa und das römische Recht (1947)
1. Europese visie op de rechtsgeschiedenis
2
, 3
Historisch overzicht v Europa en haar gemeenschappelijke cultuur
2. Romeinse recht id Middeleeuwen ed daaropvolgende eeuwen tot de
Historische School van Savigny
De historische basis vd Duitse privaatrecht ligt id herontdekking en
studie vh RR tijdens de 12e E in Bologna
Gevolgd door de receptie vh RR in West- en Centraal-Europa, incl
Duitsland vanaf de 15e
Wat uiteindelijk leidt tot nationale codificaties id 19 e E
3. en 4. Probleem vd crisis vh Romeinse recht
Het Romeinse recht moest blijven bestudeerd worden ookal is de
codificatie voltooid.
Heen Europees perspectief gefocust op de scharniermomenten van
herontdekking-receptie-codificatie was noodzakelijk om de worteld vh
Duits privaatrecht te kunnen kaderen
Koschaker (1947)
Mijn eerste geschrift wilde de studie van het Romeinse recht
rechtvaardigen en verdedigen tegenover het nationaalsocialisme, dat
het in zijn partijprogramma als element van de ‘materialistische
wereldorde’ had veroordeeld. Ongetwijfeld had het nationaalsocialisme met
zijn tegen de studie van het Romeinse recht gerichte maatregelen groot
succes en heeft het op die manier in Duitsland, zo niet geruïneerd, dan toch
op zijn minst erg geschaad. De objectiviteit echter die ook de tegenstander
toekomt, en die des te meer in acht genomen moet worden nu tegenwoordig
de strengste critici van het nationaalsocialisme vaak opstaan uit de gelederen
van zijn vroegere, meer of minder formele aanhangers, gebiedt mij vast te
stellen dat het deze successen veel minder aan eigen intellectuele kracht te
danken heeft dan aan de omstandigheid dat het voor zijn maatregelen een
geëffend pad aantrof. (vertaling Theo Veen, Deventer 2000, xvii-xviii).
De beoordeling van het Romeinse recht heeft in Duitsland tussen verafgoding
en van haat vervulde verdoeming heen en weer geslingerd, een teken van
doctrinarisme en van een daarmee samenhangend gebrek aan intellectueel
evenwicht. De periode die in Duitsland aan het nationaalsocialisme voorafging
was er één van afwijzing, in het beste geval van onverschilligheid ten opzichte
van het Romeinse recht onder de juristen. Daarop kon het
nationaalsocialisme steunen, en met deze instelling moet men ook in het
vervolg, nadat het nationaalsocialisme van het Duitse toneel verdwenen is,
rekening houden.
Het is bij de huidige stand van onze kennis niet erg moeilijk om de historische
methode van de school van Savigny te kritiseren (…)
Terwijl de germanisten zich gelijkelijk interesseerden voor de
geschiedenis van het publiek- en van het privaatrecht, overheerste in de
3
, 4
romanistiek volledig de geschiedenis van het privaatrecht (…) Dat is te
verklaren vanuit de praktische doelstellingen van de school. Het wetboek van
Justinianus bevatte hoofdzakelijk privaatrecht. Voorwerp van de receptie was
dan ook het privaatrecht, dat de basis vormde van de beoefening van het
Romeins recht in Europa.
Aan een zuiver historisch programma beantwoordde deze houding van de
Historische School niet. Dat is wel duidelijk. Wanneer men immers de
historische ontwikkeling van het recht tot doel maakt, dan is er geen
enkele reden waarom aan bepaalde delen van dit recht de voorkeur gegeven
zou moeten worden. De Historische School was echter, ondanks haar naam,
niet uitsluitend, en zelfs niet primair historisch georiënteerd. Haar interesse in
de geschiedenis was integendeel veeleer gericht op de juridische
behoeften van de eigen tijd (p 258-9).
Weliswaar heeft Savigny met zijn schitterende Geschichte des römischen
Recht im Mittelalter de basis gelegd voor een Duitse mediaevistiek, maar zijn
puristische instelling belette hem de ontwikkelingen juist te beoordelen.
Savigny accepteerde weliswaar het Justiniaanse recht en daardoor ook
de glossatoren, die de kennis ervan in Europa verbreid hadden. Maar de
commentatoren, die ernaar streefden het Romeinse recht in de praktijk
in te voeren en het met het inheemse recht te verbinden, hetgeen niet
mogelijk was zonder aan de teksten een totaal andere intepretatie te geven
en de historische strekking ervan geweld aan te doen, waren voor hem lieden
die de zuivere lijnen van het Romeinse recht hadden bedorven (…)
In de Pandektische literatuur wordt weliswaar de Glosse geciteerd, maar dan
volgt in de regel een groot gat, tot de juridische wereld door Savigny en zijn
aanhangers opnieuw wordt geschapen (262-3).
Het probleem vh ‘neo-humanisme’
De neohumanistische richting heeft de rechtsgeschiedenis weliswaar
overgenomen van de Historische School, maar door verbetering van de
methoden en uitbreiding van het historische materiaal heeft zij haar in
grote mate geperfectioneerd, haar uit de rol van gedienstige, waarin zij door
de school van Savigny was gebracht, bevrijd en haar op eigen benen gezet,
door haar tot een deel van de geschiedeniswetenschap te maken die, gebruik
makend van alle hulpmidddelen en rekening houdend met alle factor van
economische, sociale en immateriële aard, probeert een rechthistorische
ontwikkeling te verklaren (…) (293)
De ontwikkeling van het Romeinse recht en van de studie ervan in de
middeleeuwen tot het heden, ofwel de Europese kant van zijn
geschiedenis, werd verwaarloosd. Ook dat is, zoals we weten, een erfenis
van de Historische School. De rechtsgeschiedenis zoals die door de
neohumanistische richting werd beoefend, was uitgesproken mediterraan.
Maar het Romeinse Middellandse Zee-imperium lag buiten Europa (294)
4
1. Inleiding
College 1: De historiografie vd europese rechtsgeschiedenis
1.1. Kenmerken van de geschiedenis vh moderne privaatrecht
1.1.1. Afbakening
Publiekrecht = verticale verhoudingen
Privaatrecht = horizontale verhoudingen:
a) Personen- en familierecht
b) Vermogensrecht (verbintissenrecht + goederenrecht)
1.1.2. Chronologie
Chronologie is relatief:
1. de diversiteit van kalenders en dateringssystemen
2. de historische interpretatie evolueert id loop vd tijd wat soms leidt tot
paradigmaverschuivingen
Moderniteit
o Vanaf 16e – 17e E
o Diepgaande verschuivingen op cultureel, economisch, politiek en intellectueel
vlak
Vaak ivm Renaissance en Verlichting gebracht die het einde van
traditionele wereldbeelden inluidden
Les hommes modernes (vooruitgangsdenken, individu) vs les hommes
anciens (vroeger beter, groep)
1.1.3. Kenmerken van de moderniteit
1) Rationaliteit en empirisme
o Verlichtingsdenkers
Rede, observatie en wetenschappelijk onderzoek als primaire bronnen van
kennis en vooruitgang
Kritische blik op traditionele autoriteiten en dogma’s
2) Individualisme
o Individualistisch wereldbeeld:
gevolg van SL die verstedelijkten waardoor individuen daarbinnen een
identiteit konden vormen die verder ging dan traditionele banden (familie,
religie, dorpsgemeenschap)
o Gevolg: opkomst vd secularisatie ed scheiding v religieuze en seculiere
sferen (vb. minder invloed van religieuze instellingen op het familierecht)
o Gevolg: sociale veranderingen
Vooral op het gebied van generrollen, gezinsstructuren en sociale
gelaagdheid
3) Industrialisatie en kapitalisme
1
, 2
o Grote effecten op de economische organisatie ed producutieprocessen tgv de
Industriële revolutie
Gevolgen vd technologische innovaties
Sociaaleconomische ongelijkheden
Gemakkelijkere transnationale communicatie
Globalisering vd maatschappij
Imperialisme
Kolonialisme
Nationalisme (politieke autonomie & zelfbeschikking v minderheden)
4) Revoluties
o Amerikaanse (1775) en Franse (1789) Revolutie als vertaling vd Verlichting
Inspireerde een golf van v onafhankelijkheidsbewegingen en
democratische hervormingen die bijdroegen tot de geleidelijke neergang v
monarchieën ed opkomst v natiestaten
1) Het privaatrecht en de continentale rechtstraditie: een ‘Europees’
perspectief
2) De Duitse wortels van de Europese rechtsgeschiedenis
1.1.4. Standaardvisie op het moderne privaatrecht
Presentisme
o Hoewel er bij een historische analyse altijd nuancering en contextualisering bij
het gebruik van primaire en secundaire bronnen aan de pas komt, is een
zekere mate van presentisme onvermijdbaar
o Presentisme = de menselijke neiging om het verleden te interpreteren door
een hedendaagse filter en bestaande maatschappelijke of zelfs persoonlijke
gevoeligheden op het verleden te projecteren
Standaardvisie vd Europese rechtsgeschiedenis
o Oorsprong = Duitse rechtshistoricus Paul Koschaker
Romeinse recht is sinds de 19e eeuwse Historische School van Friedrich
Carl Von Savigny ie lange crisis verzeild geraak
Het rechtssysteem was volgens Von Savigny een historisch proces
waardoor de studie vd geschiedenis vh Romeinse recht van cruciaal
belang was om als nieuw fundament te dienen voor de Duitse
rechtsgeleerde wetenschap
Savigny en zijn navolgers, de Pandektisten, hadden de studie vh
Romeinse recht vernauwd tot deze vh Justiniaanse Corpus Iuris Civilis
Savigny miskende de historische ontwikkeling vh privaatrecht in Duitsland
door enkel de evolutievh RR tijdens de middeleeuwen te bestuderen en
dus de vroegmoderne periode en de band met het Germaans recht te
negeren
o Europa und das römische Recht (1947)
1. Europese visie op de rechtsgeschiedenis
2
, 3
Historisch overzicht v Europa en haar gemeenschappelijke cultuur
2. Romeinse recht id Middeleeuwen ed daaropvolgende eeuwen tot de
Historische School van Savigny
De historische basis vd Duitse privaatrecht ligt id herontdekking en
studie vh RR tijdens de 12e E in Bologna
Gevolgd door de receptie vh RR in West- en Centraal-Europa, incl
Duitsland vanaf de 15e
Wat uiteindelijk leidt tot nationale codificaties id 19 e E
3. en 4. Probleem vd crisis vh Romeinse recht
Het Romeinse recht moest blijven bestudeerd worden ookal is de
codificatie voltooid.
Heen Europees perspectief gefocust op de scharniermomenten van
herontdekking-receptie-codificatie was noodzakelijk om de worteld vh
Duits privaatrecht te kunnen kaderen
Koschaker (1947)
Mijn eerste geschrift wilde de studie van het Romeinse recht
rechtvaardigen en verdedigen tegenover het nationaalsocialisme, dat
het in zijn partijprogramma als element van de ‘materialistische
wereldorde’ had veroordeeld. Ongetwijfeld had het nationaalsocialisme met
zijn tegen de studie van het Romeinse recht gerichte maatregelen groot
succes en heeft het op die manier in Duitsland, zo niet geruïneerd, dan toch
op zijn minst erg geschaad. De objectiviteit echter die ook de tegenstander
toekomt, en die des te meer in acht genomen moet worden nu tegenwoordig
de strengste critici van het nationaalsocialisme vaak opstaan uit de gelederen
van zijn vroegere, meer of minder formele aanhangers, gebiedt mij vast te
stellen dat het deze successen veel minder aan eigen intellectuele kracht te
danken heeft dan aan de omstandigheid dat het voor zijn maatregelen een
geëffend pad aantrof. (vertaling Theo Veen, Deventer 2000, xvii-xviii).
De beoordeling van het Romeinse recht heeft in Duitsland tussen verafgoding
en van haat vervulde verdoeming heen en weer geslingerd, een teken van
doctrinarisme en van een daarmee samenhangend gebrek aan intellectueel
evenwicht. De periode die in Duitsland aan het nationaalsocialisme voorafging
was er één van afwijzing, in het beste geval van onverschilligheid ten opzichte
van het Romeinse recht onder de juristen. Daarop kon het
nationaalsocialisme steunen, en met deze instelling moet men ook in het
vervolg, nadat het nationaalsocialisme van het Duitse toneel verdwenen is,
rekening houden.
Het is bij de huidige stand van onze kennis niet erg moeilijk om de historische
methode van de school van Savigny te kritiseren (…)
Terwijl de germanisten zich gelijkelijk interesseerden voor de
geschiedenis van het publiek- en van het privaatrecht, overheerste in de
3
, 4
romanistiek volledig de geschiedenis van het privaatrecht (…) Dat is te
verklaren vanuit de praktische doelstellingen van de school. Het wetboek van
Justinianus bevatte hoofdzakelijk privaatrecht. Voorwerp van de receptie was
dan ook het privaatrecht, dat de basis vormde van de beoefening van het
Romeins recht in Europa.
Aan een zuiver historisch programma beantwoordde deze houding van de
Historische School niet. Dat is wel duidelijk. Wanneer men immers de
historische ontwikkeling van het recht tot doel maakt, dan is er geen
enkele reden waarom aan bepaalde delen van dit recht de voorkeur gegeven
zou moeten worden. De Historische School was echter, ondanks haar naam,
niet uitsluitend, en zelfs niet primair historisch georiënteerd. Haar interesse in
de geschiedenis was integendeel veeleer gericht op de juridische
behoeften van de eigen tijd (p 258-9).
Weliswaar heeft Savigny met zijn schitterende Geschichte des römischen
Recht im Mittelalter de basis gelegd voor een Duitse mediaevistiek, maar zijn
puristische instelling belette hem de ontwikkelingen juist te beoordelen.
Savigny accepteerde weliswaar het Justiniaanse recht en daardoor ook
de glossatoren, die de kennis ervan in Europa verbreid hadden. Maar de
commentatoren, die ernaar streefden het Romeinse recht in de praktijk
in te voeren en het met het inheemse recht te verbinden, hetgeen niet
mogelijk was zonder aan de teksten een totaal andere intepretatie te geven
en de historische strekking ervan geweld aan te doen, waren voor hem lieden
die de zuivere lijnen van het Romeinse recht hadden bedorven (…)
In de Pandektische literatuur wordt weliswaar de Glosse geciteerd, maar dan
volgt in de regel een groot gat, tot de juridische wereld door Savigny en zijn
aanhangers opnieuw wordt geschapen (262-3).
Het probleem vh ‘neo-humanisme’
De neohumanistische richting heeft de rechtsgeschiedenis weliswaar
overgenomen van de Historische School, maar door verbetering van de
methoden en uitbreiding van het historische materiaal heeft zij haar in
grote mate geperfectioneerd, haar uit de rol van gedienstige, waarin zij door
de school van Savigny was gebracht, bevrijd en haar op eigen benen gezet,
door haar tot een deel van de geschiedeniswetenschap te maken die, gebruik
makend van alle hulpmidddelen en rekening houdend met alle factor van
economische, sociale en immateriële aard, probeert een rechthistorische
ontwikkeling te verklaren (…) (293)
De ontwikkeling van het Romeinse recht en van de studie ervan in de
middeleeuwen tot het heden, ofwel de Europese kant van zijn
geschiedenis, werd verwaarloosd. Ook dat is, zoals we weten, een erfenis
van de Historische School. De rechtsgeschiedenis zoals die door de
neohumanistische richting werd beoefend, was uitgesproken mediterraan.
Maar het Romeinse Middellandse Zee-imperium lag buiten Europa (294)
4