Inleiding
I. ‘Eenheid in verscheidenheid’
Verkiezingen
o Kvv + deelstaatparlementen = 5j = Europees Parlement
o Gemeenteraadsverkiezingen = 6j
Grote verschillen id organisatie vd ≠ verkiezingen in België
Geen ‘standaard’-norm voor het aantal zitjes in een parlement
Id internationale politiek-wetenschappelijke literatuur: België = particratie
o In hoofdzaak h de partijvoorzitters veer meer impact op het politieke
besluitvormingsproces dan de verkozen parlementsleden
II. Opbouw van het boek
De verschillen en gelijkenissen id wijze waarop er in verschillende Europese landen
vormgegeven w aan ‘democratie’
Focus op kiesstelsels
o = het geheel aan regels die bepalen hoe de verdeling v stemmen tss de partijen k
omgezet w ie verdeling vh beschikbare aantal zetels onder die partijen
o = omzetting v stemmenaantallen in zetelaantallen
o = organisatie vh politieke systeem ve staat
Rol + onderlinge verhouding tss parlement en regering
De plaats vd bevolking
De politieke partijen
Beperkt tot democratische landen + 2 criteria
o Democratie = organisatie v op regelmatige tijdstippen open, vrije en geheime
verkiezingen
≠ schijnverkiezingen
≠ vervalsing vd verkiezingsuitslag
≠ zelfverklaarde democratieën vb. DDR, DemocratischeRepubliek Congo
o 2 criteria:
1. Relevantie vh kiesstelsel eh politieke stelsel in comparatief perspectief
2. Sterke gelijkenissen of verschilpunten met ons politiek stelsel
Hoofdstuk 1 – Verkiezingen en verkiezingen is twee. De discipline vd vergelijkende
politiek biedt soelaas
I. Inleiding
II. Een pleiade aan verschillende regels
Wat is ‘vergelijkende politiek’? (4)
Uitgangspunt = grote diversiteit!
tussen landen (vb Frankrijk versus België)
binnen landen: verticaal (bestuursniveau) en horizontaal (regio)
Voorbeeld bij uitstek is … België!
Manieren waarop staten v elkaar verschillen op het gebied v verkiezingen:
1
,1. Verschil id frequentie v (parlements)verkiezingen:
o Om de 4j (meest frequent) : Nederland, Duitsland, Spanje, Portugal,
Denemarken, Finland, Noorwegen, Zwitserland, Zweden (België tot 2014)
o Om de 5j: België (sinds 2014), Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië,
Luxemburg
o Om de 3j: Australië, Mexico, Nieuw-Zeeland, Filipijnen…
o Om de 2j: Bosnië-Herzegovina (begin vd eeuw), VS (Congres)
Volledige Huis van Afgevaardigden (435) w vernieuwd + 1/3 vd 100
senatoren w gekozen
Zo blijft elke senator 6j in functie
Probleem vd divided government: president = Democraten <->
Congres = Republikeinse meerderheid
Vb. Barack Obama (D), Bill Clinton (D), George W. Bush (R)
2. Verschil id samenstelling vh parlement
o Eenkamerstelsel
Afrikaanse continent
Communistische state
vb. China
Postcommunistische staten in Centraal- en Oost-Europa
vb. Hongarije
West-Europa
Denemarken, Finland, Griekenland, Portugal, Luxemburg, Noorwegen
en Zweden
o Tweekamerstelsel
Overige westerse staten: Frankrijk, Nederland, Italië, Spanje, Ierland
o Beide:
Regionaal of deelstaatparlement = 1 kamer & federaal of ‘nationaal’
parlement = 2 kamers (met vertegenwoordiging vd deelstaten)
Vb. Duitsland, België, VK
UITZ VS: alle deelstaatparlementen = 2 kamers uitz Nebraska
o Verkiezing vd tweede kamer:
Gedeeltelijk rechtstreeks verkozen:
België: 40 vd 71
Volledig rechtstreeks verkozen
Australië, Japan
Getrapt systeem
Nederland, Frankrijk
Geen rechtstreekse verkiezing
Duitsland
Geen verkiezing
Canada, VS, VK
3. Verschil naargelang het voorwerp vd verkiezing
2
, o Verschil ih kiesstelsel voor presidents-, parlements- of
gemeenteraadsverkiezingen
o Verschil in omvang van de kandidaten
Gevolgen voor de dynamiek vd verkiezingen, en vooral voor de
mediatisering ervan
4. Verschil ih precieze tijdstip eh initiatiefrecht voor verkiezingen
o Op voorhand vast
België
Vervroegde verkiezingen moeilijk uit te lokken, aangezien bij de val ve
regering meteen ook een alternatieve meerderheid m w voorgesteld
o Afhankelijk vd regeringsstabiliteit
Nederland
o Premier of president kiest
VK
5. Verschil in tijdstip vd uitkomst vd verkiezingen
o Verkiezingsavond zelf
Engeland (aangezien enkel Labour of Conservatives)
Meestal weinig partijen
o Verkiezingen = start van coalitiebesprekingen
België, Nederland en Israël
Meestal versnipperd partijlandschap
6. Verschil in stemgerechtigden
o Stem/opkomstplicht
België, Griekenland, Australië, Turkije, Brazilië, Mexico
Enkel verplicht om zich aan te melden bij het stemhokje (niet om te
stemmen)
o Stem/opkomstrecht
Nederland (sinds 1970),
o Stemrecht voor vrouwen
Interbellum: Nederland, VK
Pas na WOII: België, Frankrijk, Italië, Griekenland, Zwitserland (als
laatste)
Reden: landen waarin de kerk een invloedrijke positie had ->
Socialistische en liberale partijen vreesden dat vrouwelijke kiezers
massaal op de christendemocratische partij zouden stemmen
o Stemrecht niet-EU-burgers id gemeenteraadsverkiezingen
Nederland (sinds 1985)
België (sinds 2004)
Slechts 10% maakt er gebruik van; 2 vragen rijzen:
1. Was de parlementaire commotie nodig ? Vrees vd liberalen dat de
linkse partijen hierbij voordeel zouden maken cf. toekoenning
vrouwenstemrecht
3
, 2. Is het nodig dat in te voeren als slechts 10% stemt?
Stemrecht EU-burgers = bijna hetzelfde (gemeenteraadsverkiezingen +
Europese verkiezingen)
III. De verkiezingen als basis voor onze vergelijking
Volgens de Britse vergelijkende politicoloog David Farrell:
3 redenen waarom het belangrijk is om ons met verkiezingen en kiesstelsels in te
laten (studie vd kiesstelsels en hun effect op de verkiezingsuitslag)
1. Er is een enorme evolutie ad gang id discipline
o Tot midden jaren ’80: weinig interesse vr de studie
o Maar vanaf jaren ’70 wel opkomende interesse oivh werk v Douglas Rae The
Political Consequences of Electoral Laws’ (keuze kiesstelsel = grote politieke
consequenties)
Wat is ‘vergelijkende politiek’? (1)
Definitie: empirische discipline binnen de politieke wetenschappen die
gelijkenissen en verschillen (variatie) tussen politieke systemen (of onderdelen
daarvan) beschrijft, verklaart en voorspelt d.m.v. vergelijking:
o single-case - small N - large N;
1 case (enkel vgl id tijd of ruimte) - beperkt aantal cases - groot aantal
cases
Hoe lager N, hoe vaker kwantitatief
o diachronisch of synchronisch (vergelijking in tijd & ruimte);
o kwantitatieve en/of kwalitatieve data.
Verschil met andere disciplines?
o IR = tss politieke systemen (externe werking) <> VP = binnenin politieke
systemen (interne werking)
o PT = theoretisch/normatief <> VP = empirisch (theorie + methode + data)
Vb. gevolgen vd praktijk v proportioneel stelsel
Epistemologische basis:
Epistemologisch = studie v wat we kennen en hoe we aan kennis komen id
wereld
Classificaties/typologieën (Aristoteles, Montesquieu)
Empirisch en comparatief (Machiavelli, Tocqueville)
Wat is ‘vergelijkende politiek’? (3)
Evoluties binnen de (sub)discipline:
Single vs multiple cases;
Nu meer multiple
Kwalitatief vs kwantitatief;
Statisch (instituties) versus dynamisch (gedrag & informaliteit);
o Statisch: vaak juridische benadering
o Dynamisch: behaviouralism: nadruk op gedrag v actoren/instellingen
individueel en in relatie tot anderen
o Tegenreactie: individuen w beïnvloed door de formaliteiten en institutionele
context (1 en 2 samengebracht)
4
I. ‘Eenheid in verscheidenheid’
Verkiezingen
o Kvv + deelstaatparlementen = 5j = Europees Parlement
o Gemeenteraadsverkiezingen = 6j
Grote verschillen id organisatie vd ≠ verkiezingen in België
Geen ‘standaard’-norm voor het aantal zitjes in een parlement
Id internationale politiek-wetenschappelijke literatuur: België = particratie
o In hoofdzaak h de partijvoorzitters veer meer impact op het politieke
besluitvormingsproces dan de verkozen parlementsleden
II. Opbouw van het boek
De verschillen en gelijkenissen id wijze waarop er in verschillende Europese landen
vormgegeven w aan ‘democratie’
Focus op kiesstelsels
o = het geheel aan regels die bepalen hoe de verdeling v stemmen tss de partijen k
omgezet w ie verdeling vh beschikbare aantal zetels onder die partijen
o = omzetting v stemmenaantallen in zetelaantallen
o = organisatie vh politieke systeem ve staat
Rol + onderlinge verhouding tss parlement en regering
De plaats vd bevolking
De politieke partijen
Beperkt tot democratische landen + 2 criteria
o Democratie = organisatie v op regelmatige tijdstippen open, vrije en geheime
verkiezingen
≠ schijnverkiezingen
≠ vervalsing vd verkiezingsuitslag
≠ zelfverklaarde democratieën vb. DDR, DemocratischeRepubliek Congo
o 2 criteria:
1. Relevantie vh kiesstelsel eh politieke stelsel in comparatief perspectief
2. Sterke gelijkenissen of verschilpunten met ons politiek stelsel
Hoofdstuk 1 – Verkiezingen en verkiezingen is twee. De discipline vd vergelijkende
politiek biedt soelaas
I. Inleiding
II. Een pleiade aan verschillende regels
Wat is ‘vergelijkende politiek’? (4)
Uitgangspunt = grote diversiteit!
tussen landen (vb Frankrijk versus België)
binnen landen: verticaal (bestuursniveau) en horizontaal (regio)
Voorbeeld bij uitstek is … België!
Manieren waarop staten v elkaar verschillen op het gebied v verkiezingen:
1
,1. Verschil id frequentie v (parlements)verkiezingen:
o Om de 4j (meest frequent) : Nederland, Duitsland, Spanje, Portugal,
Denemarken, Finland, Noorwegen, Zwitserland, Zweden (België tot 2014)
o Om de 5j: België (sinds 2014), Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië,
Luxemburg
o Om de 3j: Australië, Mexico, Nieuw-Zeeland, Filipijnen…
o Om de 2j: Bosnië-Herzegovina (begin vd eeuw), VS (Congres)
Volledige Huis van Afgevaardigden (435) w vernieuwd + 1/3 vd 100
senatoren w gekozen
Zo blijft elke senator 6j in functie
Probleem vd divided government: president = Democraten <->
Congres = Republikeinse meerderheid
Vb. Barack Obama (D), Bill Clinton (D), George W. Bush (R)
2. Verschil id samenstelling vh parlement
o Eenkamerstelsel
Afrikaanse continent
Communistische state
vb. China
Postcommunistische staten in Centraal- en Oost-Europa
vb. Hongarije
West-Europa
Denemarken, Finland, Griekenland, Portugal, Luxemburg, Noorwegen
en Zweden
o Tweekamerstelsel
Overige westerse staten: Frankrijk, Nederland, Italië, Spanje, Ierland
o Beide:
Regionaal of deelstaatparlement = 1 kamer & federaal of ‘nationaal’
parlement = 2 kamers (met vertegenwoordiging vd deelstaten)
Vb. Duitsland, België, VK
UITZ VS: alle deelstaatparlementen = 2 kamers uitz Nebraska
o Verkiezing vd tweede kamer:
Gedeeltelijk rechtstreeks verkozen:
België: 40 vd 71
Volledig rechtstreeks verkozen
Australië, Japan
Getrapt systeem
Nederland, Frankrijk
Geen rechtstreekse verkiezing
Duitsland
Geen verkiezing
Canada, VS, VK
3. Verschil naargelang het voorwerp vd verkiezing
2
, o Verschil ih kiesstelsel voor presidents-, parlements- of
gemeenteraadsverkiezingen
o Verschil in omvang van de kandidaten
Gevolgen voor de dynamiek vd verkiezingen, en vooral voor de
mediatisering ervan
4. Verschil ih precieze tijdstip eh initiatiefrecht voor verkiezingen
o Op voorhand vast
België
Vervroegde verkiezingen moeilijk uit te lokken, aangezien bij de val ve
regering meteen ook een alternatieve meerderheid m w voorgesteld
o Afhankelijk vd regeringsstabiliteit
Nederland
o Premier of president kiest
VK
5. Verschil in tijdstip vd uitkomst vd verkiezingen
o Verkiezingsavond zelf
Engeland (aangezien enkel Labour of Conservatives)
Meestal weinig partijen
o Verkiezingen = start van coalitiebesprekingen
België, Nederland en Israël
Meestal versnipperd partijlandschap
6. Verschil in stemgerechtigden
o Stem/opkomstplicht
België, Griekenland, Australië, Turkije, Brazilië, Mexico
Enkel verplicht om zich aan te melden bij het stemhokje (niet om te
stemmen)
o Stem/opkomstrecht
Nederland (sinds 1970),
o Stemrecht voor vrouwen
Interbellum: Nederland, VK
Pas na WOII: België, Frankrijk, Italië, Griekenland, Zwitserland (als
laatste)
Reden: landen waarin de kerk een invloedrijke positie had ->
Socialistische en liberale partijen vreesden dat vrouwelijke kiezers
massaal op de christendemocratische partij zouden stemmen
o Stemrecht niet-EU-burgers id gemeenteraadsverkiezingen
Nederland (sinds 1985)
België (sinds 2004)
Slechts 10% maakt er gebruik van; 2 vragen rijzen:
1. Was de parlementaire commotie nodig ? Vrees vd liberalen dat de
linkse partijen hierbij voordeel zouden maken cf. toekoenning
vrouwenstemrecht
3
, 2. Is het nodig dat in te voeren als slechts 10% stemt?
Stemrecht EU-burgers = bijna hetzelfde (gemeenteraadsverkiezingen +
Europese verkiezingen)
III. De verkiezingen als basis voor onze vergelijking
Volgens de Britse vergelijkende politicoloog David Farrell:
3 redenen waarom het belangrijk is om ons met verkiezingen en kiesstelsels in te
laten (studie vd kiesstelsels en hun effect op de verkiezingsuitslag)
1. Er is een enorme evolutie ad gang id discipline
o Tot midden jaren ’80: weinig interesse vr de studie
o Maar vanaf jaren ’70 wel opkomende interesse oivh werk v Douglas Rae The
Political Consequences of Electoral Laws’ (keuze kiesstelsel = grote politieke
consequenties)
Wat is ‘vergelijkende politiek’? (1)
Definitie: empirische discipline binnen de politieke wetenschappen die
gelijkenissen en verschillen (variatie) tussen politieke systemen (of onderdelen
daarvan) beschrijft, verklaart en voorspelt d.m.v. vergelijking:
o single-case - small N - large N;
1 case (enkel vgl id tijd of ruimte) - beperkt aantal cases - groot aantal
cases
Hoe lager N, hoe vaker kwantitatief
o diachronisch of synchronisch (vergelijking in tijd & ruimte);
o kwantitatieve en/of kwalitatieve data.
Verschil met andere disciplines?
o IR = tss politieke systemen (externe werking) <> VP = binnenin politieke
systemen (interne werking)
o PT = theoretisch/normatief <> VP = empirisch (theorie + methode + data)
Vb. gevolgen vd praktijk v proportioneel stelsel
Epistemologische basis:
Epistemologisch = studie v wat we kennen en hoe we aan kennis komen id
wereld
Classificaties/typologieën (Aristoteles, Montesquieu)
Empirisch en comparatief (Machiavelli, Tocqueville)
Wat is ‘vergelijkende politiek’? (3)
Evoluties binnen de (sub)discipline:
Single vs multiple cases;
Nu meer multiple
Kwalitatief vs kwantitatief;
Statisch (instituties) versus dynamisch (gedrag & informaliteit);
o Statisch: vaak juridische benadering
o Dynamisch: behaviouralism: nadruk op gedrag v actoren/instellingen
individueel en in relatie tot anderen
o Tegenreactie: individuen w beïnvloed door de formaliteiten en institutionele
context (1 en 2 samengebracht)
4