Vraag: Wat is het doel van SFBT?
Antwoord: SFBT richt zich op het versterken van oplossingen en competenties in plaats van het
analyseren van problemen. Het doel is om haalbare toekomstgerichte doelen te formuleren op basis
van wat al werkt.
Vraag: Noem twee technieken die passen bij SFBT en licht toe.
Antwoord: De schaalvraag maakt vooruitgang concreet en helpt doelen definiëren. De wondervraag
maakt het gewenste toekomstbeeld expliciet en stimuleert oplossingsgericht denken.
Vraag: Noem een belangrijk verschil tussen SFBT en CGT.
Antwoord: SFBT richt zich op oplossingen en competenties, terwijl CGT de onderliggende cognities en
klachten onderzoekt.
TOPIC 2 — Modellen (Medisch, Coping, KLOP-model)
Vraag: Wat is het medisch model?
Antwoord: Het medisch model conceptualiseert klachten als symptomen van een onderliggende
stoornis die behandeld kan worden via diagnose en interventies gericht op herstel of onderdrukking
van symptomen.
Vraag: Wat beschrijft het copingmodel?
Antwoord: Het copingmodel beschrijft hoe stressoren en resources invloed hebben op
copingstrategieën, emoties en gedrag. Behandeling richt zich op versterken van adaptieve coping.
Vraag: Wat is het KLOP-model?
Antwoord: Het KLOP-model beschrijft hoe klachten verklaard kunnen worden vanuit Klacht, Lichaam,
Omgeving en Persoon. De interventie kan op elk van deze componenten worden gericht.
Vraag: Wat bepalen modellen in de behandeling?
Antwoord: Modellen bepalen zowel de probleem conceptualisatie als het aangrijpingspunt voor
interventie en zijn daarmee relevant voor indicatiestelling.
TOPIC 3 — CGT (als behandelmodel)
Vraag: Wat is het basisprincipe van CGT?
Antwoord: CGT veronderstelt dat gedachten, gevoelens en gedrag elkaar wederzijds beïnvloeden en
dat klachten in stand worden gehouden door disfunctionele cognities en vermijdingsgedrag.
Vraag: Waarom is protocollair werken niet rigide binnen CGT?
Antwoord: Protocolgebaseerde CGT biedt structuur en richting, maar laat ruimte om flexibel terug te
schakelen wanneer een patiënt vastloopt of wanneer aanpassing nodig is.
Vraag: Wat is het doel van een gedragsexperiment?
Antwoord: Het doel van een gedragsexperiment is het toetsen van een als-dan verwachting en het
falsificeren van disfunctionele cognities.
Vraag: Wat is het verschil tussen gedragsexperiment en exposure?
Antwoord: Een gedragsexperiment is een cognitieve techniek en vereist geen angst; exposure richt
zich op angst en het doorbreken van vermijdingsgedrag door expectancy violation.
, TOPIC 4 — Cognitieve therapie (Beck)
Vraag: Wat is het centrale uitgangspunt van Beck?
Antwoord: Cognitieve therapie van Beck stelt dat klachten ontstaan door negatieve automatische
gedachten en cognitieve vertekeningen die gevoelens en gedrag beïnvloeden.
Vraag: Wat zijn automatische gedachten?
Antwoord: Automatische gedachten zijn snelle, onbewuste en vaak negatieve interpretaties van
situaties die direct invloed hebben op emoties en handelen.
Vraag: Noem een cognitieve vertekening en geef een voorbeeld.
Antwoord: Catastroferen is een cognitieve vertekening waarbij iemand extreme negatieve
uitkomsten verwacht, bijvoorbeeld “één onvoldoende betekent dat ik mijn studie niet kan afronden.”
Vraag: Wat doet de neerwaartse pijl-techniek?
Antwoord: De neerwaartse pijl maakt dieperliggende overtuigingen zichtbaar door herhaaldelijk door
te vragen naar de betekenis van automatische gedachten.
TOPIC 5 — Schematherapie
Vraag: Hoe ontstaan schema’s volgens schematherapie?
Antwoord: Schema’s ontstaan wanneer basisbehoeften in de jeugd niet worden vervuld, zoals
veiligheid, stabiliteit of zelfexpressie.
Vraag: Wat is limited reparenting?
Antwoord: Limited reparenting houdt in dat de therapeut basisbehoeften tijdelijk en beperkt vervult
om schema’s te corrigeren, binnen professionele grenzen.
Vraag: Wat is het doel van een correctieve emotionele ervaring?
Antwoord: Het doel is om nieuwe ervaringen op te doen die tegen de bestaande schema’s ingaan,
waardoor gedrags- en emotionele patronen kunnen veranderen.
TOPIC 6 — ACT
Vraag: Wat is het doel van ACT?
Antwoord: ACT richt zich op acceptatie en psychologische flexibiliteit in plaats van het corrigeren van
cognities.
Vraag: Wat is defusie binnen ACT?
Antwoord: Defusie creëert afstand tussen cognities en het zelf, waardoor gedachten minder
bepalend zijn voor gedrag.
Vraag: Wat is een belangrijk verschil tussen ACT en CGT?
Antwoord: ACT richt zich op acceptatie van gedachten, terwijl CGT gedachten herstructureert.
Vraag: Waarom is ACT passend bij chronische klachten?
Antwoord: Bij chronische klachten is controleren of bestrijden vaak uitgeput; ACT richt zich op
aanvaarding, waarden en functioneren ondanks klachten.