100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Alle hoorcolleges + voorgeschreven literatuur

Rating
-
Sold
-
Pages
61
Uploaded on
30-01-2026
Written in
2024/2025

Dit document bevat uitgebreide aantekeningen van alle colleges en een samenvatting van alle voorgeschreven literatuur van het vak bijzonder strafrecht, master strafrecht radboud univesiteit jaar 2024/2025

Institution
Course

Content preview

BIJZONDER STRAFRECHT

Tentamen: gesloten boek. Verplicht voorgeschreven jurisprudentie mag mee (zelf printen). Wetboek
mee. Tentamenvragen zullen niet heel gedetailleerd zijn.

WEEK 1 – ALGEMENE INTRODUCTIE BIJZONDER STRAFRECHT

DEFINITIEBEPALING
Bijzonder strafrecht is al het materiële en formele strafrecht buiten wetboeken Sr en Sv.
• Hier zou je ook het lokale/decentrale strafrecht kunnen scharen: strafbare feiten opgenomen
in de gemeentelijke APV’s, ook wel gemeentestrafrecht. Dat zijn wel alleen overtredingen.
Misdrijven kunnen alleen door de formele wetgever in het leven worden geroepen.
• Dit is een andere definitie dan in de strafrechtspraktijk gehanteerd wordt. Bijzondere feiten
kunnen soms heel commuun zijn, alledaagse praktijken.

In dit vak zal worden uitgegaan van de hierboven gegeven definitie.

HISTORISCHE CONTEXT
De geschiedenis vormt het recht. Historische gebeurtenissen staan altijd aan de voet van juridische
ontwikkelingen. Tegelijkertijd zijn er binnen de geschiedenis ook toevalligheden die maken dat het
recht wordt zoals het wordt.

Tot 1795 was NL de Republiek der zeven verenigde Nederlanden: een samenwerkingsverband die te
vergelijken is met een confederatie. Een confederatie van provinciën met vertegenwoordigers in de S-
G. Er waren onderlinge afspraken bij gezamenlijke belangen. Er was samenwerking op bepaalde
thema’s, verder waren de provincies soeverein. Juridische gevolgen waren rechtsverscheidenheid en
rechtsonzekerheid. Er waren unitaristen, die wilden meer samenwerking, maar die waren in de
minderheid en uiteindelijk ook in een conflict en gevlucht naar Frankrijk.

In Frankrijk werd er gediscussieerd over één thema: de verhouding tussen overheid en burger.
Frankrijk had een absolute monarchie. Er kwamen allerlei verlichte ideeën tot stand over die
verhouding tussen burgers en overheid. Ze verzetten zich tegen het Ancien Regime.

Enkele belangrijke filosofen/denkers: Rousseau, Beccaria, Bentham, etc.
• Bentham (Engeland): heeft een sterke bijdrage gehad over het denken over codificaties, over
wetboeken. Vooral op het Europese vaste land. Engeland heeft geen wetboeken, maar
common law.

Voor dit vak hoef je de denkers niet te kennen.

Zeker voor het straf(proces)recht hebben de ideeën belangrijke implicaties. Vooral voor het kernbegrip
in het strafrecht: vrijheid. Alles wat niet in de strafwet staat, mag je doen. In die zin is het de ultieme
vorm van vrijheid. Dat is wel pas zo, als het ook zo gaat functioneren. Er moeten grenzen worden
gesteld wanneer de overheid mag optreden. Het is een bescherming voor de burger tegen een
machtige overheid.
• Niet alleen strafvorderlijke consequenties, maar ook materieelrechtelijke.

Waaronder:
• Rechtszekerheid – legaliteit (legaliteitsbeginsel)
• Rechtsgelijkheid – algemene wetten (codificatiebeginsel)
• Geen straf zonder schuld (schuldbeginsel)

,Er kwam een revolutie: de Franse Revolutie. Er was een wisseling van macht. Dat wat er gevestigd
werd, was een samenleving waarbinnen het volk een belangrijke stem zou hebben. Om dat te
garanderen, werd de Déclatarion des Droits de l’Homme et du Citoyen opgesteld, een verdrag voor
mensenrechten. De verlichte ideeën dachten bij aan die verklaring. Dit werd genomen als grondslag
voor de nieuwe wet.

Napoleon greep de macht en kroonde zich tot keizer. Hij had door dat het recht een heel belangrijk
instrument kon gaan zijn om zijn macht vast te houden; het opschrijven en het overal laten gelden.
Wie het recht heeft, heeft de macht, was zijn idee. Zijn wetboeken gingen gelden in alle gebieden die
hij veroverde, waaronder ook de Republiek.

In 1795 werd de Republiek (NL) veroverd door de Franse troepen. Franse gebruiken ingevoerd,
waaronder de wetten. Franse manier van werken wordt geïmporteerd. In 1798 kreeg NL voor het eerst
een codificatiebeslissing. In 1806 wordt Nederland als Koninkrijk aangewezen door Napoleon. De
broer van Napoleon Bonaparte wilde een grote autonomie gunnen aan Holland. Er moesten NL talige
wetboeken komen. In 1809 werd het Crimineel Wetboek ingevoerd, maar datzelfde jaar werd het weer
afgeschaft. In 1811 werd het Franse wetboek van strafrecht ingevoerd (Code Penal). In 1813 trok
Napoleon zich terug.

Napoleon laat een belangrijke erfenis achter. NL zag in dat voor 1795 ook geen goede periode was
zonder gecodificeerde wetten. NL heeft toen een eigen wetboek gemaakt.

De details hierboven hoeft je niet te kennen.

Belangrijk is om te zien dat we vandaag de dag in NL in belangrijke mate is gevoegd door Franse
ideeën. We zijn de ideeën gaan omarmen toen we bevrijd waren uit Franse handen.

WAAROM EEN CODIFICATIESYSTEEM
Motieven:
1. Praktisch-politiek: centraliseren
2. Politiek-theoretisch: burgerlijke vrijheid (utilitarisme). In de codificaties kon er een soort
ultieme mate van vrijheid worden gecreëerd voor de burgers.
3. Praktisch-juridisch: systematisering van het recht.

Vooral de eerste twee komen duidelijk aan de oppervlakte.

HISTRORISCHE CONTEXT
In 1886 is het wetboek van strafrecht ingevoerd. Voor die tijd was er een slecht vertaald Frans
wetboek met steeds aanvullende wetjes. Rond 1870 was het dus een behoorlijke puinhoop in het
wetboek van strafrecht.
• Met het wetboek van strafvordering ging het beter.

Codificatieproces begin 19e eeuw om drie redenen interessant voor de ontwikkeling van het bijzonder
strafrecht:
1. Het codificatieproces leidt tot een formeelrechtelijk onderscheid tussen commuun en bijzonder
strafrecht;
- Het bijzonder strafrecht is vanuit die optiek dat deel van het strafrecht dat niet in het
Wetboek van Strafrecht is opgenomen (art. 107 Gw).
2. Inhoudelijk onderscheid tussen commuun en bijzonder strafrecht
- Eerst: onderscheid wetsdelicten en rechtsdelicten. Deze gedachte is later verlaten.
- Gekenmerkt door bijzondere regelingen en wetten.
3. Geen totale cesuur (scheiding) tussen commuun en bijzonder strafrecht.
- De algemene bepalingen uit de wetboeken van Sv en Sr werken door in de bijzondere
wetten, tenzij daar in de bijzondere wet van wordt afgeweken.

,Art. 107 Gw is het codificatiebeginsel.

Belangrijkste kenmerk van ons wetboek is dat het een pragmatisch wetboek is. Je kan veel beginselen
aanwijzen die er niet in staan of maar heel summier. Er zijn eigenlijk heel veel keuzes die naar voren
zijn geschoven, maar het is aan de wetenschap/praktijk om het nader in te vullen, daar waar het niet
strikt noodzakelijk is.

VERHOUDING BIJZONDER STRAFRECHT
Art. 107 Gw (codificatiebepaling): de wet regelt het strafrecht en strafprocesrecht in algemene
wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke
wetten. ‘’Behoudens’’ gaat dus over het bijzondere strafrecht.

Bij de invoering van het wetboek van strafrecht in 1886 (Invoeringswet) werd alles afgeschaft (Code
Penal etc.), behalve fiscaal strafrecht, militair strafrecht, overtredingen.

Maar ook art. 91 Sr, een voorziening voor het strafrecht buiten het wetboek van strafrecht. Het is een
schakelbepaling tussen het WvSr en de het (materiële) strafrecht buiten het wetboek. De algemene
bepalingen uit boek 1 zijn ook van toepassing op strafbare feiten buiten het wetboek van strafrecht. Dit
is om te voorkomen dat er overal weer uitzonderingen ontstaan. Voor al de onderwerpen geldt dat ze
expliciet dan wel impliciet worden gerekend tot het algemeen deel, de algemene catalogus.
• Hierin is de codificatiegedachte en het legaliteitsbeginsel terug te zien.

Art. 91 bevat wel een uitzondering: ‘’tenzij de wet anders bepaalt’’. In de algemene wet mag worden
afgeweken van de algemene leerstukken uit het wetboek Sr, maar alleen als het strikt noodzakelijk is
vlg. de MvT.

EQUIVALENT VAN ART. 91 SR IN SV
Niet expliciet, een dergelijke bepaling ontbreekt. Wel impliciet, namelijk boek 1 is bedoeld als
algemene en systematische regeling. Het is heel nadrukkelijk de bedoeling dat de algemene lijnen van
het strafprocesrecht ook van toepassing zijn op strafrecht buiten het wetboek Sv.

Onder meer: verdachte-begrip en alles mbt opsporing.

Een algemene werking, tenzij er in bijzondere wetgeving heel nadrukkelijk wordt afgeweken van die
algemene regels.

Vgl. ook art. 1 Sv.

WAAROM GROEIDE BIJZONDER STRAFRECHT NA 1886 ZO SNEL
Er was een verschuiving vlak na de invoering van WvSr.

De Klassieke school was dominant tot 1889.
• Deze was klassiek liberaal van aard: overheid heeft slechts tot taak om de randvoorwaarden
te creëren voor de individuele vrijheidsuitoefening van de burger.
- Gebaseerd op juridische gelijkheid en vrijheid van de burger.
• Overheid als nachtwaker: teruggetrokken overheid.
• Focus op de strafrechtelijke daden; nadruk op de algemene regels.
- Bijzonder strafrecht buiten het wetboek en beperkt tot enkele terreinen.

Er kwam een kanteling naar de Moderne school (ook wel: sociologisch positivisme)
• Sociaalliberaal van aard: de overheid mag zich niet beperken tot het creëren van de
randvoorwaarden voor het maatschappelijk leven, maar moet voortaan het maatschappelijk
leven zelf reguleren.
• Meer focus op de dader; nadruk op maatwerk (minder op algemene regels)
- Specifieke aandacht voor de rehabilitatie van de dader.

, • Overheid gaat meer ordenen. Je ziet hier bijvoorbeeld het bestuursrecht ontstaan.
• De samenleving wordt in toenemende mate gevormd door het recht.

Direct na 1886 verdwijnt zodoende de nadruk op het codificatie-ideaal meer naar de achtergrond.

GROEI BIJZONDER STRAFRECHT TWINTIGSTE EEUW
Het maatschappelijk-economisch leven verandert drastisch. Na WO-1 is er heel snel een
vuurwapenwet ingevoerd. Er was een acute noodzaak, dus er werd een strafwet geregeld. De
economische recessie na beurscrash 1929 had een vergelijkbaar gevolg. Het was een soort
crisisstrafrecht.

Na WO-2 was er veel Duits recht van toepassing. Dat wordt in 1944 formeel vervangen door het
Besluit berechting economische delicten. Dat bevat bijzondere regelingen betreffende opsporing,
vervolging en berechting van strafbare feiten.

Verkeersrecht: groeiende behoefte aan nationale regeling.

We hebben een wetboek van Sr dat goed doordacht is ontworpen, maar niet ontworpen als een soort
algemene regeling waar ook al oog kan zijn op bijzondere gevallen.

Het ontwerp van de commissie-Langemeijer heeft geleid tot de inwerkingtreding van de WED. Dit is de
tweede codificatiebeweging. Het primaat van het bijzondere strafrecht bij de handhaving van de
ordeningswetgeving. Dit beeld, bijzonder strafrecht als primaat, is later verlaten.

Bestuursrecht ‘ontstaat’. Er wordt in 1994 gepleit voor het kiezen van een punitief bestuurs- of
strafrecht. Het kabinet is voorstander van een duaal model. Om die reden ontwikkelt zich in NL een
duaal handhavings‐systeem en ontstaat er, naast het bijzonder strafrecht, een straffend bestuur:
bestuursstrafrecht.
• Het bijzonder strafrecht krijgt een rol van ultimum remedium.
• Het straffend bestuur gaat steeds meer lijken op het strafrecht, maar het grote verschil blijft
dat in eerste instantie niet de rechter, maar het bestuur de punitieve sanctie oplegt.
• Bij beiden gelden de waarborgen van art. 6 lid 1-3 EVRM.

Later kwam ook de strafbeschikking: hetgeen inhoudt dat straffen en maatregelen kunnen worden
opgelegd zonder medewerking of instemming van de verdachte. Veel kritiek op.

CONCLUSIE
Tussenconclusies
1. Volgens art. 107 Gw is bijzonder strafrecht een uitzondering, maar als je kijkt naar de praktijk,
is dat niet zozeer zo. Is geen bescheiden uitzondering op het commune strafrecht.
2. Is het volgzaam tov het commune strafrecht? Ja als je kijkt naar 91 Sr, maar…

Conclusies
• Het bijzonder strafrecht heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig deelgebied van het strafrecht,
met een deels eigen dynamiek, deels eigen karakter en een deels eigen vormgeving.
• Het bijzonder strafrecht is de status van ‘uitzondering’ volledig ontgroeid.
• Dit rechtvaardigt een afzonderlijke studie naar de vormgeving van het straf(proces)recht in de
bijzondere wetten.
• Te beginnen bij de vormgeving van de strafbaarstellingen..

TERUGBLIK
• Er was een verbondenheid te zien tussen het codificatie- en het legaliteitsbeginsel
• Het codificatiebeginsel brengt met zich dat het strafrecht systematisch geregeld wordt
• Daarin ligt in zekere zin de verwezenlijking van de legaliteitsgedachte besloten op
systeemniveau.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 30, 2026
Number of pages
61
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

$20.28
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
demigielink

Get to know the seller

Seller avatar
demigielink Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
6 year
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
1 week ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions