100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting bacteriologie

Rating
-
Sold
-
Pages
122
Uploaded on
29-01-2026
Written in
2024/2025

OPGELET: DE EERSTE LES/HOOFDSTUK IS HIER NIET SAMENGEVAT! DE AFBEELDINGEN ZIJN NIET ZICHTBAAR OP PREVIEW DOOR COMPRESSIE Dit document is een zelfgemaakte samenvatting van de lessen bacteriologie binnen het vak Microbiologie en infectieziekten. De inhoud is gebaseerd op de slides en de bijgevoegde nota's eronder van de prof, zoals gedoceerd door prof. Andre. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit de PowerPoint.

Show more Read less
Institution
Course

















Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 29, 2026
Number of pages
122
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

, Bacteriologie, mycologie en parasitologie

Les 2: Bacteriologie
De bacteriele structuur

Bacteriën en mitochondria
• Vrijlevende prokaryoten w opgenomen door een cel
—> Ipv verteren: mutualistische endosymbiose
—> Na verloop van tijd meer aanpassing door die endosymbionten
—> Veel van hun genen naar celkern —> kunnen niet meer leven
buiten de cel = organellen nu
De celwand
• Celwand voor stevigheid en structuur
• Samenstelling varieert tussen verschillende soorten
—> Algemeen: peptidoglycaan (complex polymeer van suikers en az)
—> Sommige bacteriën dikke laag, andere een dunne laag
• Celwand cruciaal voor bescherming tegen osmotische stress en mechanische schade


Peptidoglycaan synthese
• Begint in cytoplasmatisch membraan van bacterie: vorming van precursormoleculen
—> Synthese in het cytoplasma —> naar buitenopp vd celmembraan door flippases
—> W samengevoegd met de groeiende celwand
• PBPs (penicilline-bindende eiwitten): enzymen die laatste stadia van peptidoglycaan synthese katalyseren
—> Door vorming kruisverbindingen tussen peptidoglycaanketens (transglycosylatie)
—> Andere laten ook transpeptidatiereacties toe, splitst specifieke peptidebindingen in peptidoglycaansubeenheden en vormt nieuwe
peptidebindingen




=> PBPs voor polymerisatie en crosslinking peptidoglycanen (essentieel voor structurele integriteit van bacteriën)
• Grote diversiteit van PBPs tussen en binnen soorten
—> Heeft directe implicaties voor ABgevoeligheid van bacterien (! Met name ß lactam AB zoals penicillines en cefalosporines)
—> W ingedeeld obv hun molecuulgewicht in laagmoleculaire (PBP4-7) en hoogmoleculaire (PBP1-3) eiwitten
• Diversiteit tussen soorten vnl door genetische variatie en evolutionaire druk
—> Mutaties of horizontale genoverdracht knn leiden tot structuurveranderingen PBPs —> affiniteit voor ß-lactam-AB neemt af (!)

, Inhibitie van peptidoglycaan synthese
• Penicilline AB remmen de synthese van peptidoglycaan
—> Lijken op de voorlopers van peptidoglycaan en binden aan het actieve
centrum van PBPs —> enzym geremd, geen kruisverbindingen —> zwakkere
celwand, minder structurele integriteit —> cellysis en dood vd bacterie
• Glycopeptide AB (vancomycine) inhiberen op een andere manier
—> Binden aan de D-Ala-D-Ala-terminale aminozuurresten van
peptidoglycaanprecursoren —> remming polymerisatie en kruisverbinding —>
blokkering groei peptidoglycaanlaag —> verstoorde celwandsynthese

PBP variatie (intrinsieke resistentie tegen ß-lactams) PBP modificatie (verworven resistentie)




• Diversiteit tussen E. faecium en E. faecalis verklaart deels • PBP2a heeft een verminderde affiniteit voor methicilline en
de verschillen in gevoeligheid voor ß lactam AB andere ß lactam AB
—> E. faecium is vaak resistent door veranderingen in PBP5 —> Maakt de bacterie ongevoelig voor deze middelen
—> E. faecalis blijft meestal gevoelig voor ampicilline door een
hogere affiniteit van zijn PBPs voor deze AB
=> Deze diversiteit heeft directe gevolgen voor de behandeling
Gram-negatieve bacteriën
• Celwand: dunne laag peptidoglycaan, omgeven door een buitenmembraan
• Lipiden in buitenmembraan zijn vnl fosfolipiden, naast lipide A van LPS
—> Vormen een asymmetrische dubbellaag: binnenste laag vnl uit fosfolipiden en buitenste laag
vnl uit LPS en fosfolipiden (draagt bij aan stabiliteit en integriteit vh membraan
• LPS belangrijke rol in interactie met gastheer
—> 3 delen: lipide A (endotoxisch deel dat sterke immuunrespons kan opwekken), core-
oligosaccharide en de O antigenen
• Poriën = eiwitten geïntegreerd in het buitenmembraan, fungeren als kanalen
voor passage kleine moleculen en ionen
—> Essentieel voor opname van voedingsstoffen en uitscheiding afvalstoffen
(dragen ook bij aan selectieve permeabiliteit vd membraan)
• Ook verschillende oppervlakte-eiwitten in buitenmembraan: betrokken bij
interacties met omgeving, adhesie aan oppervlakken en soms bij virulentie
—> Kunnen variëren afh van bacteriesoort en zijn vaak doelen voor
immuunsysteem vd gastheer

,Gram-positieve bacteriën
• Celwand: dikke laag peptidoglycaan (veel dikker dan in gramnegatieve) tot 40 lagen
—> Structuur uit suikerketens (N-acetylglucosamine en N-acetylmuraminezuur) die door korte peptiden zijn gekoppend
—> Naast suikerketens ook verschillende polysacchariden en az voor stabilisatie en versterking
—> Polysacchariden ook als herkenningspunten voor andere bacterien/immuunsysteem gastheer
• Teichoïnezuur: polymeer in celwand, is covalent gebonden ad peptidoglycaanlaag
• Lipoteichoïnezuur (LTA) is vergelijkbaar, is verankerd in celmembraan door lipide component
—> Strekt zich uit door peptidoglycaanlaag, speelt rol in handhaven celwandstructuur
—> Ook betrokken bij adhesie aan oppervlakken en immuunresponsen van de gastheer
• Geen buitenmembraan, dus ook geen LPS —> beperktere endotoxische eigenschappen

Mycobacteriën

Unieke structuur van de celwand
• Rijk aan lipiden, met name mycolzuren —> complexe, wasachtige structuur
• Functies: beschermt tegen uitdroging en fagocytose, maakt mycobacteriën resistent tegen
veel AB, vertraagt opname van geneesmiddelen —> langdurige behandeling vereist (bv. bij TB)
Werking van isoniazide (INH)
• Doelwit: synthese van mycolzuur
• Werkingsmechanisme: INH is een prodrug —> w geactiveerd in de bacterie door het
enzym KatG (katalase-peroxidase) —> actieve vorm remt enoyl-ACP-reductase (InhA) →
blokkeert mycolzuurproductie —> celwandschade
Resistentie bij niet-tuberculeuze mycobacteriën (NTM)
• Veel NTM's missen KatG —> ze kunnen INH niet activeren —> natuurlijke resistentie tegen INH
Klinische implicatie
• INH is effectief tegen M. ttuberculosis maar niet bruikbaar tegen de meeste NTM’s = alternatieve therapieën nodig voor NTM-infecties
Inhibitie van M tuberculose celwand synthese

Werkingsmechanisme van isoniazide (INH)
• Prodrug → wordt pas actief na activatie binnen de bacterie (door KatG (katalase-peroxidase), gecodeerd door het katG-gen)
• Actieve vorm remt InhA (NADH-afhankelijke enoyl-ACP-reductase) —> blokkade van mycolinezuursynthese
—> Mycolinezuur = essentieel voor de celwand van M. tuberculosis —>verstoorde celwandsynthese
Resistentiemechanismen
1. Mutaties in katG verhinderen activatie van INH (meest voorkomende mutatie: katG S315T)
—> Vermindert KatG-activiteit → minder of geen INH-activering
—> Hoofdoorzaak van hoge-niveaureistentie
2. Mutaties in inhA (doelwitgen)
—> Meestal in promotorregio —> leiden tot overexpressie van InhA —> meer doelwit-enzym
—> verminderde effectiviteit van INH —> leidt tot lage-niveaureistentie
Samengevat
• INH is gericht tegen mycolinezuursynthese via KatG-activatie en InhA-inhibitie
• Resistentie ontstaat door: geen activatie (katG-mutaties → hoog), overproductie doelwit (inhA-promotor-mutaties → laag)
• Belangrijk bij therapie en resistentie-opsporing bij tuberculosepatiënten

,Wandloze Chlamydiae
• Mycoplasma-bacteriën hebben geen celwand
• Hierdoor zijn ze intrinsiek resistent tegen β-lactamantibiotica (bv. penicillines, cefalosporines)
• β-lactams werken door remming van celwandsynthese → niet effectief bij Mycoplasma
• Bij community-acquired pneumonia (CAP) zijn β-lactams eerste keus voor klassieke verwekkers zoals
S. pneumoniae en H. influenzae


• Atypische verwekkers van CAP:
—> Mycoplasma pneumoniae: geen celwand
—> Chlamydophila pneumoniae: intracellulair
—> Legionella pneumophila: intracellulair en produceert β-lactamasen
• Bij atypische CAP zijn macroliden (bv. azithromycine), tetracyclines (bv. doxycycline) of fluoroquinolonen de voorkeursantibiotica
• Deze middelen werken onafhankelijk van celwandsynthese en dringen goed intracellulair door
De celmembraan
• Celmembraan (cytoplasmamembraan)
—> Bevindt zich direct onder de celwand
—> Scheiding tussen cytoplasma en buitenwereld
—> Semipermeabel: reguleert in- en uitstroom van stoffen (voedingsstoffen, ionen,
moleculen)
—> Bevordert elektrische gradiënt nodig voor energieproductie
• Cytoplasma = gelachtige substantie die de bacteriële cel vult
—> Bevat: ribosomen (eiwitsynthese), nucleoid (bacterieel DNA), opgeloste stoffen, enzymen en organische moleculen
—> Essentieel voor metabole processen en overleving van de bacterie

Flagellen
• Lange, draadvormige structuren die uitsteken uit het celoppervlak
• Functie: zorgen voor beweging van de bacterie
• Bacteriën gebruiken flagellen om naar gunstige omgevingen te bewegen (bijv. voedingsstoffen) en weg van
schadelijke omstandigheden te vluchten
• Draagvlak voor bacteriële overleving en kolonisatie



Pili
• Pili (fimbriae) = dunne, haarachtige structuren op bacterieel oppervlak
• Functie: adhesie aan slijmvliezen (bv. luchtwegen, darmen, urinewegen)
• Hechten aan specifieke receptoren op gastheercellen
• Essentieel voor kolonisatie, overleving en infectie van slijmvliezen
Sekspili (F-pili/conjugatiepili)
• Gespecialiseerde pili voor genetische uitwisseling (conjugatie)
• Vormt brug tussen donor- en ontvangerbacterie
• Overdracht van plasmiden → verspreiding van genen, bv. antibioticaresistentie
• Belangrijk voor genetische diversiteit bij bacteriën

,Het bacteriele genoom

Chromosomaal DNA
• Bestaat meestal uit 1 circulair DNA, vrij in het cytoplasma (geen kernmembraan zoals bij eukaryoten)
• Bevat essentiële genen voor overleving: metabolisme, celwand, virulentie
• Genen vaak georganiseerd in operons:
—> Meerdere genen onder controle van één promotor
—> Gelijktijdige transcriptie van functioneel gerelateerde genen
Plasmiden • Biedt snel aanpassingsvermogen aan veranderende omstandigheden
• Kleine, circulaire DNA-moleculen, apart van het chromosoom
• Bevatten vaak niet-essentiële genen die wel voordeel geven, zoals: ABresistentie en virulentiefactoren
• Klinisch voorbeeld: plasmiden in Klebsiella pneumoniae met genen voor ESBL’s
—> Geven resistentie tegen veel β-lactamantibiotica
• Plasmiden kunnen tussen bacteriën worden overgedragen —> belangrijke rol in verspreiding van antibioticaresistentie
Horizontale transfer van genetische elementen (in vivo)
• Horizontale genoverdracht = gen uitwisseling tussen bacteriën, niet via voortplanting
—> Belangrijk voor snelle verspreiding van resistentie- en virulentiegenen
Drie hoofdmechanismen:
• Transformatie: bacterie neemt vrij DNA uit de omgeving op
—> Voorbeeld: S pneumoniae → opname van resistentiegenen tegen penicilline
• Transductie: bacteriofagen (virussen) brengen DNA over van de ene naar de andere
—> Kan virulentiegenen verspreiden

• Conjugatie: direct contact tussen bacteriën via een pilus, plasmiden (zoals ESBL-plasmiden) worden overgedragen
—> Voorbeeld: E. coli kan resistentie doorgeven aan andere soorten
Klinisch belang
• Bevordert snelle verspreiding van antibioticaresistentie en pathogeniciteit in bacteriële populaties
Genetische modificatie van bacterien
• Een plasmide met het luciferase-gen wordt in de bacterie ingebracht
• Hiervoor moet de bacteriële celmembraan permeabel worden gemaakt (bv. via
warmte- shock of elektroporatie)
• Na succesvolle transformatie wordt het luciferase-gen tot expressie gebracht
• Bij toevoeging van het substraat (bv. luciferine) katalyseert luciferase een oxidatiereactie
• Deze reactie resulteert in lichtemissie, waardoor de bacteriën fluoresceren
• Toepassing: o.a. visualisatie van levende bacteriën in onderzoek of diagnostiek

Het bacterieel genoom onderzoeken (PCR)

• RT-qPCR = Reverse Transcriptase Quantitative PCR
• Detecteert en kwantificeert specifiek genetisch materiaal (DNA of RNA → cDNA)
• Wordt gebruikt voor: identificatie van bacteriën (bv. via 16S rRNA-gen), opsporen van
resistentiegenen

,Werking
• RNA/DNA wordt geëxtraheerd uit het monster
• Via PCR wordt het doelwitgen vermenigvuldigd
• Specifieke primers binden aan het gewenste gen → hoge specificiteit
• Tijdens elke cyclus wordt fluorescentie gemeten → hoeveelheid genetisch materiaal zichtbaar
—> Toename = aanwezigheid én kwantiteit van het doelwit
Voordelen
• Zeer specifiek en gevoelig, toepasbaar op resistentiemechanismen en soortsidentificatie, snel resultaat en kwantitatieve gegevens
Het bacterieel genoom onderzoeken (targeted sequencing - Sanger)

• Doel: exacte nucleotidevolgorde van een specifiek gen bepalen
• Toepassing: identificatie van bacteriesoort (bv. via 16S rRNA-gen), opsporing van
resistentiegenen en mutaties
Werkwijze:
• DNA-extractie uit bacterieel monster
• PCR-amplificatie van doelgen (bv. 16S rRNA of een resistentiegen)
Sequencing:
—> Fluorescent-gelabelde nucleotiden worden ingebouwd tijdens DNA-synthese
—> Vorming van DNA-fragmenten van verschillende lengtes
—> Strengen worden gescheiden en de volgorde wordt afgelezen via fluorescentiesignaal
• Analyse:
—> Sequentie wordt vergeleken met referentiedatabanken
—> Detectie van mutaties die antibioticaresistentie kunnen verklaren (bv. bij fluoroquinolonen)
—> Identificatie van bekende pathogenen of resistentievarianten
Voordelen:
• Zeer nauwkeurige en specifieke methode
• Detecteert zowel soortbepalende genen als resistentiemutaties op base-niveau
Bacteriele capsules
Functies van de capsule
• Dikke, slijmerige laag rond de bacterie
• Bescherming tegen: fagocytose door het immuunsysteem, uitdroging en omgevingsstress
Antigenische diversiteit
• Capsules bevatten antigenen die door het immuunsysteem worden herkend
• Verschillende stammen van dezelfde bacteriesoort kunnen verschillende capsuletypes hebben
• Deze diversiteit maakt het moeilijker voor het immuunsysteem om de bacterie blijvend te herkennen —> immuunontwijking
Implicaties voor vaccinatie
• Vaccins gericht op capsules moeten meerdere varianten bevatten om breed te beschermen
• Vaccins met slechts één type capsule-antigeen beschermen beperkt
• Oplossingen: combinatievaccins met meerdere capsuletypes en vaccins gericht op gedeelde, universele antigenen
• Doel: breed immuunantwoord tegen diverse stammen → betere bescherming tegen infectie

,Bacteriele capsules als vaccinatiecomponenten

Waarom capsules als vaccindoelwit?
• Beschermen bacteriën tegen fagocytose en enzymen van het immuunsysteem
• Polysacharidekapsels zijn goed herkenbaar als lichaamsvreemd
• Vaccin stimuleert de vorming van antilichamen tegen de kapsel
• Bij infectie wordt de bacterie sneller herkend en geneutraliseerd
Voorbeelden van capsulegebaseerde vaccins:
• Pneumokokkenvaccin (Streptococcus pneumoniae): bevat kapselpolysachariden van
verschillende serotypen
—> PCV13 (conjugaatvaccin): gekoppeld aan dragereiwit —> betere respons bij kinderen
—> Beschermt tegen: longontsteking, meningitis, bacteriëmie
• Meningokokkenvaccin (Neisseria meningitidis): polysachariden van serogroepen A, C, W, Y (bv. in MenACWY)
—> Beschermt tegen: meningitis en sepsis
• Hib-vaccin (Haemophilus influenzae type b): bevat type b kapselpolysacharide + eiwitdrager (vooral effectief bij jonge kinderen)
—> Beschermt tegen: meningitis, epiglottitis, sepsis
Conclusie
• Kapselpolysachariden zijn krachtige antigenen
• Conjugaatvaccins verhogen effectiviteit, vooral bij jonge kinderen
• Belangrijke strategie tegen ernstige invasieve bacteriële infecties
Vaccin-efficientie surveillance




Bacteriele sporen

Wat zijn sporen?
• Overlevingsstructuren gevormd door bacteriën bij ongunstige omst (bv. hitte, uitdroging, chemicaliën)
• Kunnen langdurig overleven in extreme omgevingen
• Ontkiemen opnieuw tot actieve bacteriën bij gunstige omstandigheden
Verspreiding in de natuur
• Via lucht, water, bodem en dieren (belangrijk voor overleving en verspreiding van bacteriën)
Voorbeeld: Clostridium difficile
• Vormt sporen → zeer resistent in de omgeving —> kan darminfecties veroorzaken na verstoring van darmflora (bv. door antibiotica)
• Sporen blijven lang aanwezig op oppervlakken in zorginstellingen —> nosocomiale transmissie via besmette oppervlakken of contact
Preventie in zorginstellingen
• Reiniging en desinfectie van oppervlakken, persoonlijke beschermingsmiddelen voor personeel, beperken van breed-spectrum antibiotica om
darmflora te beschermen, belangrijk om uitbraken van C. difficile te voorkomen

,Clostridium difficile pseudomembranous colitis




Tetanus (Clostridium tetani)
Oorzaak en besmetting
• Veroorzaakt door Clostridium tetani, via wonden —> komt voor in bodem, stof en uitwerpselen
Werking toxine
• Tetanospasmine blokkeert remmende neurotransmitters (GABA, glycine) —> leidt tot aanhoudende spierspasmen en stijfheid
Symptomen
• Begin na dagen tot weken, ernst afhankelijk van toxinehoeveelheid en wondlocatie
Preventie
• Vaccin met geïnactiveerd toxine (boosters nodig voor blijvende bescherming)
Behandeling
• Wondzorg, immuunglobuline, antibiotica
• Sedatie en spierontspanners tegen spasmen
Voedselvergiftiging (Clostridium perfringens)
Oorzaak en besmetting
• Besmetting via voedsel dat te lang op verkeerde temperatuur bewaard werd (vooral bij
vleesproducten)
Werkingsmechanisme
• In de dunne darm produceert de bacterie enterotoxine —> beschadigt darmepitheel en
Symptomen verstoort ionenbalans —> leidt tot vochtverlies in het darmlumen
• Buikpijn, diarree en misselijkheid: begin na 6 tot 24 uur, duurt meestal 24-48 uur
Ernst en behandeling
• Meestal mild en zelflimiterend, geeen specifieke behandeling nodig

Het bacteriële metabolisme
Bacterieel DNA
• Bacteriën hebben geen kern zoals eukaryoten
• DNA ligt vrij in het cytoplasma in een compact gebied: het nucleoid
• Bestaat uit één enkel, circulair chromosoom
• Bevat vaak ook plasmiden: kleine, circulaire stukjes extrachromosomaal DNA
• Plasmiden bevatten extra genetisch materiaal
• Deze structuur bevordert de evolutionaire flexibiliteit van bacteriën

, Voedingstoffen uitwisselen
• Actief transport: opname via transporteiwitten in het membraan, vereist ATP
• Passief transport: opname door diffusie van hoge naar lage concentratie
• Secundair actief transport: gebruikt energie van transport van een ander substraat
• Sideroforen: kleine moleculen die ijzer binden en beschikbaar maken voor de bacterie


Effluxpompen
• Eiwitten in het celmembraan die toxines en afvalstoffen uit de cel pompen
• Spelen rol in het handhaven van celhomeostase
• Verwijderen ook antibiotica uit de cel vóór ze schade veroorzaken
• Verminderen de effectiviteit van antibiotica en dragen bij aan resistentie
• Kunnen geactiveerd worden via upregulatie of horizontale genoverdracht via plasmiden
• Sommige pompen werken tegen een breed spectrum van antibiotica

Bacteriele ademhaling
• Bacteriën kiezen hun energiepad op basis van soort en zuurstofbeschikbaarheid
• Aërobe ademhaling: gebruikt zuurstof als eindacceptor in de
elektronentransportketen, maakt veel ATP
• Fermentatie: breekt organische stoffen af via glycolyse, zet pyruvaat om in zuren,
alcoholen of gassen, met beperkte ATP-productie

Toepassingen van fermentatie in de industrie

• Wordt veel gebruikt in voedsel- en drankproductie
• Bacteriën zetten suikers en koolhydraten om via fermentatie
• Leidt tot productie van metabolieten zoals zuren, alcoholen en gassen



Gasgangreen (Clostridium perfringens)


• Ontstaat na trauma of chirurgie met beschadigd, zuurstofarm weefsel
• Anaërobe omstandigheden bevorderen snelle bacteriegroei
• Bacterie produceert alfa-toxine dat celmembranen afbreekt
• Leidt tot lysis van rode bloedcellen, spiercellen en bloedvaten
• Veroorzaakt necrose, wat zuurstoftoevoer verder vermindert
• Bacteriën produceren gassen (H₂, CO₂) die zich ophopen in weefsel
• Resultaat: weefselzwelling, vaatbeschadiging, ischemie en uitbreiding infectie
$18.30
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
iezalynne Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
4 months
Number of followers
3
Documents
13
Last sold
2 weeks ago
Student geneeskunde NIEUWE CURRICULUM

Ik zit momenteel in de 3e fase van de bachelor geneeskunde (nieuw curriculum) en maak elke examenperiode samenvattingen in dezelfde stijl.

4.0

2 reviews

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions