Klas: Vwo 5
Stof: Literaire begrippen & De tweeling
, Literaire begrippen
Literaire begrippen
Literatuur: teksten met een diepere laag; literatuur zet je aan het denken en kan je raken. Er
zijn 3 vormen:
- Proza (verhalend)
- Poëzie (gedichten)
- Drama (toneel)
Kenmerken van literatuur
- Originaliteit
- Onvoorspelbaarheid
- De persoonlijke stijl (hoe de schrijver het verhaal heeft verwoord)
- Meerduidig (er zijn verschillende interpretaties mogelijk)
- Diepere laag (het verhaal staat symbool voor abstracte begrippen, die laten
nadenken)
Lezer en mening
Er zijn 7 verschillende argumenten om je mening uit te leggen:
1. Je gevoel (je kunt meeleven; herkenning)
2. Mooi of lelijk (of ook spannend)
3. Standpunt van de schrijver (over maatschappelijke problemen, of politiek en geloof)
4. Geloofwaardig (realistisch) of niet?
5. Opbouw (tijdssprongen, voorkennis van de lezer etc.)
6. Boodschap (wat wilt de schrijver duidelijk maken?)
7. Stijl en formulering
Verhaalfiguren: deze leer je kennen door: uiterlijke kenmerken (uiterlijk, kleding, gedrag,
taalgebruik), innerlijke kenmerken
Hoofdfiguren: belangrijkste in het verhaal (vaak 1 of 2)
Bijfiguren: korte rol, je komt er niet veel van te weten, maar de korte rol is vaak wel
onmisbaar
Karakter: een uitgebreid beschreven hoofdpersoon, die een ontwikkeling doormaakt.
Type: een figuur die slechts aan de hand van een paar kenmerken wordt beschreven en niet
veranderd.
Vertelperspectief