Motorische basisvorming
Deel 1: Motoriek: brede kijk op beweging/ motoriek in de
klas
Fundamentele basisvaardigheden basis/positief verband met #gezondheiseffecten
Doelen + doelgericht werken, waarom LO?
Doelen
- Eindtermen (ET)
o Lo wil in/door bewegingssituaties bijdrage leveren tot
Motorische + fysieke ontwikkeling van kinderen
Zelfredzaamheid + weerbaar functioneren omhoog
Persoonlijkheidsvorming + sociale vorming
- LO = attitude aanleren
o Gezond/veilig bewegen + gezonde levensstijl
o Niet alleen taak van bijzondere leermeester LO
Waarom LO?
- Vanuit overheid
- Bewegingsgezinde school = integratie van beweging als middel binnen andere onderwijsdomeinen (bewegend leren)
- Motorische basisvorming ontwikkeling natuur cultuur
o Goed: bewegingsnatuur kind als uitgangspunt van daaruit brug naar bewegingscultuur
Indeling ontwikkelingsfasen – Clippeleyr 1994
1ste graad = ervaren
- Algemene bewegingsvaardigheden
- Natuurlijke beweging als antwoord op uitdagende omgeving
Centraal: ervaren, experimenteren, basisvaardigheden spelend, egocentrisch beleven
Vanuit bewegingsdrang motorische ontwikkeling + invloed cognitieve ontwikkeling
2de graad = beseffen
- Gedifferentieerde bewegingsvaardigheden
- Besef bewegend lichaam + inzicht bewegingsverloop in ruimte/tijd
Centraal: bewust leren, beseffen, inzicht, doordacht, gericht, verfijnd, gecoördineerd bewegen
Geautomatiseerde bewegingen behoren tot natuur van het kind
Aanleggen sterk bewegingsbewustzijn
3de graad = beheersen
- Specifiekere bewegings-/ sportvaardigheden
- Beheersen van bewegingstechnieken
Bewegingstechnieken: activiteiten zijn gecoördineerde basisvaardigheden + voorgeschreven bewegingsverloop
Verantwoordelijkheden klasleerkracht
o Doelgericht stimuleren van psychomotorische ontwikkelen = zorgt voor goed motorisch/ cognitief leren +
mentaal bevinden
Deel 2: Brede bewegingsvorming op school – vierluik
Vierluik voor bewegen
- Zoomt in op mogelijkheden en opportuniteiten die als klaslkr kan benutten om mee verantwoordelijk te zijn voor
bewegingsniveau van kinderen
- Bestaat uit:
1
,Bewegen in de klas
- Stilzitten = lastig voor jonge kinderen, maak lessen actiever met energieke tussendoortjes voor meer aandacht
- Rust creëren, (stilte – oefeningen of yoga-poses)
- Minstens één bewegingshoek op te nemen, waar beweging en cognitieve doelen gecombineerd worden
Bewegen op de speelplaats
- Spontaan actief op speelplaats, extra inspelen door nieuwe spelletjes te introduceren
- Oude spelletjes nieuw leven in te blazen en duidelijke instructiefiches (kijkwijzers) te geven
Bewegen buiten de school
- Beweging als huiswerk
- Stimuleer kinderen om te bewegen in verschillende situaties (park, wachten aan het zwembad) ipv stilstaan
Bewegen in de les LO
- Bevoegd om lessen lichamelijke opvoeding te geven
- Veilig en doordacht te kunnen geven, zodat het recht op beweging bij kinderen kunt waarborgen
Bewegen heeft een positief effect op:
- Hersenstructuur + executieve functies
Rationele beslissingen maken/impulsen beheersen/focus op belangrijke dingen
- Aandacht + concentratie
- Motorische vaardigheden + fysieke fitheid
- Sociaal gedrag + zelfbeeld + zelfvertrouwen
- Schoolprestaties (effect onduidelijk: geen/positief effect, alleszins geen negatief effect)
Bewegingsintegratie en/of bewegend leren
- Bewegend leren of leren in beweging, omvat alle activiteiten die lkr in klaspraktijk kan toepassen met oog op bereiken
kennis/vaardigheden/attitudes + verhoogde fysieke activiteit
o Lichaamsbeweging houdt brein in conditie
o Positief effect op leren: zuurstoftoevoer + maken van verbindingen (beter begrijpen-
o Onderscheid tussen
Bewegen bij het leren (Beweging als middel)
- Kinderen meer laten bewegen, gezondheid bevorderen (ergonomisch)
- Als lkr op specifieke (psycho)motorische doelen werken die niet vlot gaan
- Krachtige leeromgeving:
o Klasmanagement: lln daarna terug rustig krijgen
o Instrument om motivatie om hoog te brengen
o Welbevinden + betrokkenheid omhoog
o Concentratie aanscherpen (bewegingstussendoortjes)
Bv. Vraag met 2 antwoordmogelijkheden
Antwoord A = juist stap naar links, Antwoord B = juist stap naar rechts
Bewegen voor het leren (Leren door beweging)
- Beweging manier om leerstof te automatiseren
o Voorwaarde om te kunnen leren … nood:
Ruimtelijke ontwikkeling
Lateralisatie
Fijne motoriek
Bv. Om goed te kunnen schrijven moet je functionele grepen beheersen, om zo een goede pengreep + inscriptie
beweging te kunnen uitvoeren
Bewegen om te leren (Inzichtelijk leren)
- Beweging helpt om leerstof inzichtelijk te begrijpen
- Ontwikkeling/overgang concreet-operationele fase naar formeel-operationele fase in leren van schoolse vaardigheden
(lezen, schrijven, rekenen)
- Handelend leren: wanneer leerstof wordt ervaren met lichaam blijft het beter hangen
Bv. Trappen gebruiken om erbij/eraf met lichaam te ervaren
2
, Leren bewegen
- Bijdrage aan sociale/emotionele/cognitieve ontwikkeling
o Vorming van verschillende attitudes
- Taakgerichtheid + zelfvertrouwen omhoog
Bewegen, hersenen en spel
Reptielen (Fight-flight-freeze)
- Enkel overleven vanuit hun hersenstam
Zoogdieren
- Limbisch systeem in middenhersenen, diep in het brein
o Emoties, geheugen, sociaal gedrag, gevoelens, binding, routines
- Grote hersenen: prefrontale cortex cognitieve functies
o Executieve functies: sturen gedrag aan en reguleren actieve denkprocessen
In staat uitvoeren specifieke taken (essentieel uitvoeren schoolprestaties)
Doelbewust bewegen
Redeneren
Strategieën uitwerken
Executieve functies
Executieve functies heb je nodig om redeneringen op te bouwen, problemen op te lossen, (ze zorgen ervoor dat je je gedrag,
emoties, gedachten kan sturen)
Inhibitie of impulscontrole (impulsen beheersen)
- Zorgt voor nadenken voor je in actie schiet, soort rem op gedrag
- Helpt om niet te reageren op prikkels die er niet toe doen
Werkgeheugen
- Helpt info in geheugen vast te houden en terug op te roepen
- Sterk werkgeheugen: aanwezige kennis/ervaring gebruiken bij uitvoeren taken
- Verwerkingssnelheid van (nieuwe) info
Planning + organisatie
- Prioriteiten stellen + timemanagement
Taakinitiatie
- Taak starten wanneer dit nodig is, op tijd en efficiënt
- Spullen klaarleggen, weet wat je moet doen, hoe je iets gaat aanpakken
- Belangrijk: doelgericht gedrag
Aandacht richten/vasthouden/wisselen
- Richten van aandacht op bepaalde taak, kunnen vasthouden van die aandacht en wisselen van aandacht naar andere
taak
Emotieregulatie
- Op adequate manier met emoties kunnen omgaan
- Soms emoties laten afzwakken: voorkomen dat ze je gedrag gaan beheersen
- Niet de bedoeling om emoties uit te schakelen
Cognitieve flexibiliteit
- Bij nieuwe info/veranderde omstandigheden
o Plan kunnen aanpassen + overschakelen op nieuwe plan
Metacognitie
- Kijken naar eigen gedrag + sociale omgeving (kijken of je goed bezig bent)
3
Deel 1: Motoriek: brede kijk op beweging/ motoriek in de
klas
Fundamentele basisvaardigheden basis/positief verband met #gezondheiseffecten
Doelen + doelgericht werken, waarom LO?
Doelen
- Eindtermen (ET)
o Lo wil in/door bewegingssituaties bijdrage leveren tot
Motorische + fysieke ontwikkeling van kinderen
Zelfredzaamheid + weerbaar functioneren omhoog
Persoonlijkheidsvorming + sociale vorming
- LO = attitude aanleren
o Gezond/veilig bewegen + gezonde levensstijl
o Niet alleen taak van bijzondere leermeester LO
Waarom LO?
- Vanuit overheid
- Bewegingsgezinde school = integratie van beweging als middel binnen andere onderwijsdomeinen (bewegend leren)
- Motorische basisvorming ontwikkeling natuur cultuur
o Goed: bewegingsnatuur kind als uitgangspunt van daaruit brug naar bewegingscultuur
Indeling ontwikkelingsfasen – Clippeleyr 1994
1ste graad = ervaren
- Algemene bewegingsvaardigheden
- Natuurlijke beweging als antwoord op uitdagende omgeving
Centraal: ervaren, experimenteren, basisvaardigheden spelend, egocentrisch beleven
Vanuit bewegingsdrang motorische ontwikkeling + invloed cognitieve ontwikkeling
2de graad = beseffen
- Gedifferentieerde bewegingsvaardigheden
- Besef bewegend lichaam + inzicht bewegingsverloop in ruimte/tijd
Centraal: bewust leren, beseffen, inzicht, doordacht, gericht, verfijnd, gecoördineerd bewegen
Geautomatiseerde bewegingen behoren tot natuur van het kind
Aanleggen sterk bewegingsbewustzijn
3de graad = beheersen
- Specifiekere bewegings-/ sportvaardigheden
- Beheersen van bewegingstechnieken
Bewegingstechnieken: activiteiten zijn gecoördineerde basisvaardigheden + voorgeschreven bewegingsverloop
Verantwoordelijkheden klasleerkracht
o Doelgericht stimuleren van psychomotorische ontwikkelen = zorgt voor goed motorisch/ cognitief leren +
mentaal bevinden
Deel 2: Brede bewegingsvorming op school – vierluik
Vierluik voor bewegen
- Zoomt in op mogelijkheden en opportuniteiten die als klaslkr kan benutten om mee verantwoordelijk te zijn voor
bewegingsniveau van kinderen
- Bestaat uit:
1
,Bewegen in de klas
- Stilzitten = lastig voor jonge kinderen, maak lessen actiever met energieke tussendoortjes voor meer aandacht
- Rust creëren, (stilte – oefeningen of yoga-poses)
- Minstens één bewegingshoek op te nemen, waar beweging en cognitieve doelen gecombineerd worden
Bewegen op de speelplaats
- Spontaan actief op speelplaats, extra inspelen door nieuwe spelletjes te introduceren
- Oude spelletjes nieuw leven in te blazen en duidelijke instructiefiches (kijkwijzers) te geven
Bewegen buiten de school
- Beweging als huiswerk
- Stimuleer kinderen om te bewegen in verschillende situaties (park, wachten aan het zwembad) ipv stilstaan
Bewegen in de les LO
- Bevoegd om lessen lichamelijke opvoeding te geven
- Veilig en doordacht te kunnen geven, zodat het recht op beweging bij kinderen kunt waarborgen
Bewegen heeft een positief effect op:
- Hersenstructuur + executieve functies
Rationele beslissingen maken/impulsen beheersen/focus op belangrijke dingen
- Aandacht + concentratie
- Motorische vaardigheden + fysieke fitheid
- Sociaal gedrag + zelfbeeld + zelfvertrouwen
- Schoolprestaties (effect onduidelijk: geen/positief effect, alleszins geen negatief effect)
Bewegingsintegratie en/of bewegend leren
- Bewegend leren of leren in beweging, omvat alle activiteiten die lkr in klaspraktijk kan toepassen met oog op bereiken
kennis/vaardigheden/attitudes + verhoogde fysieke activiteit
o Lichaamsbeweging houdt brein in conditie
o Positief effect op leren: zuurstoftoevoer + maken van verbindingen (beter begrijpen-
o Onderscheid tussen
Bewegen bij het leren (Beweging als middel)
- Kinderen meer laten bewegen, gezondheid bevorderen (ergonomisch)
- Als lkr op specifieke (psycho)motorische doelen werken die niet vlot gaan
- Krachtige leeromgeving:
o Klasmanagement: lln daarna terug rustig krijgen
o Instrument om motivatie om hoog te brengen
o Welbevinden + betrokkenheid omhoog
o Concentratie aanscherpen (bewegingstussendoortjes)
Bv. Vraag met 2 antwoordmogelijkheden
Antwoord A = juist stap naar links, Antwoord B = juist stap naar rechts
Bewegen voor het leren (Leren door beweging)
- Beweging manier om leerstof te automatiseren
o Voorwaarde om te kunnen leren … nood:
Ruimtelijke ontwikkeling
Lateralisatie
Fijne motoriek
Bv. Om goed te kunnen schrijven moet je functionele grepen beheersen, om zo een goede pengreep + inscriptie
beweging te kunnen uitvoeren
Bewegen om te leren (Inzichtelijk leren)
- Beweging helpt om leerstof inzichtelijk te begrijpen
- Ontwikkeling/overgang concreet-operationele fase naar formeel-operationele fase in leren van schoolse vaardigheden
(lezen, schrijven, rekenen)
- Handelend leren: wanneer leerstof wordt ervaren met lichaam blijft het beter hangen
Bv. Trappen gebruiken om erbij/eraf met lichaam te ervaren
2
, Leren bewegen
- Bijdrage aan sociale/emotionele/cognitieve ontwikkeling
o Vorming van verschillende attitudes
- Taakgerichtheid + zelfvertrouwen omhoog
Bewegen, hersenen en spel
Reptielen (Fight-flight-freeze)
- Enkel overleven vanuit hun hersenstam
Zoogdieren
- Limbisch systeem in middenhersenen, diep in het brein
o Emoties, geheugen, sociaal gedrag, gevoelens, binding, routines
- Grote hersenen: prefrontale cortex cognitieve functies
o Executieve functies: sturen gedrag aan en reguleren actieve denkprocessen
In staat uitvoeren specifieke taken (essentieel uitvoeren schoolprestaties)
Doelbewust bewegen
Redeneren
Strategieën uitwerken
Executieve functies
Executieve functies heb je nodig om redeneringen op te bouwen, problemen op te lossen, (ze zorgen ervoor dat je je gedrag,
emoties, gedachten kan sturen)
Inhibitie of impulscontrole (impulsen beheersen)
- Zorgt voor nadenken voor je in actie schiet, soort rem op gedrag
- Helpt om niet te reageren op prikkels die er niet toe doen
Werkgeheugen
- Helpt info in geheugen vast te houden en terug op te roepen
- Sterk werkgeheugen: aanwezige kennis/ervaring gebruiken bij uitvoeren taken
- Verwerkingssnelheid van (nieuwe) info
Planning + organisatie
- Prioriteiten stellen + timemanagement
Taakinitiatie
- Taak starten wanneer dit nodig is, op tijd en efficiënt
- Spullen klaarleggen, weet wat je moet doen, hoe je iets gaat aanpakken
- Belangrijk: doelgericht gedrag
Aandacht richten/vasthouden/wisselen
- Richten van aandacht op bepaalde taak, kunnen vasthouden van die aandacht en wisselen van aandacht naar andere
taak
Emotieregulatie
- Op adequate manier met emoties kunnen omgaan
- Soms emoties laten afzwakken: voorkomen dat ze je gedrag gaan beheersen
- Niet de bedoeling om emoties uit te schakelen
Cognitieve flexibiliteit
- Bij nieuwe info/veranderde omstandigheden
o Plan kunnen aanpassen + overschakelen op nieuwe plan
Metacognitie
- Kijken naar eigen gedrag + sociale omgeving (kijken of je goed bezig bent)
3