Macro economics
Lecture 1
Macroeconomics, GDP and CPI
Wat is macro economie?
Wat bestudeerd de macro economie
-Hoe economische actoren keuzes maken
-Hoe economische actoren schaarse middelen optimaliseren
Economische actoren / agents:
Consumenten, huishoudens, werknemers, bedrijven, handel, Vakbonden, overheid, instellingen,
enz.
Macro-economie gaat over:
Werkloosheid
In atie
Rentetarieven
Wisselkoersen
Internationale competitie
Economische groei van een land
Macro-economie gaat over geaggregeerde variabelen
Wat is macro macro economie?:
Rentetarieven voor staatsobligaties (Government Bond interest rates)
Studie van grote huishoudens:
fl
, AD-AS diagram:
Aggregate Demand & aggregate Supply
P = evenwichtsprijs
Q = evenwichtshoeveelheid
Wanneer macro economie?
'Ontdekking' van de macro-economie in de jaren 1930
John Maynard Keynes (1936)
Probleem: Concepten moeilijk te meten
-Bruto Binnenlands Product (BBP) (Gross Domestic Product (GDP)
-In atie
-Werkloosheid
-Geaggregeerde vraag
-Conjunctuurgolven (business cycle)
De economie volgen
Het meten van de economie is niet eenvoudig:
• Problemen met aggregatie
• Wat is 'de economie'?
• De economie voorstellen
• Verschillende modellen
Gross Domestic Product (GDP):
Totale (markt)waarde van eindgoederen en diensten
Geproduceerd binnen een land in een jaar.
• Verreweg de belangrijkste statistiek
• Gebruikt voor groei, recessies, levensstandaard,
Internationale vergelijkingen
"Economische groei" of "groei" = groei van het BBP (GDP)!
fl
,BBP (GDP) meten:
Meting van het BBP (GDP) =
Boekhouding op nationaal niveau = Nationale boekhouding
Drie methoden:
• Factor inkomensmethode (Factor income method)
• Uitgavenmethode (Expenditure method)
• Productiemethode (Production method (value added))
→ productie ≈ inkomsten ≈ uitgaven
1) Factor Inkomen Methode
Y = Loon + Rente + Huur + Winst
• Arbeid = Lonen
• Kapitaal = Rente
• Land = Huur
• Ondernemerschap = Winst
2) Uitgaven meten
Alle uitgaven in de economie, door verschillende groepen
BBP = Y = C + I + G + (X – M)
• Verbruik (C)
• Investering door bedrijven (I)
• Overheidsuitgaven (G)
• Netto transactie in het buitenland (export X – import M )
3) Productie meten
(= toegevoegde waarde)
Toegevoegde waarde = Verkoop - Inputs
Voor alle sectoren:
, Grondsto en, tussenproducten en eindproducten
• Gevaar van dubbel tellen
De kernlimitaties van BBP (GDP) volgens KW & BW
1) GDP ≠ welzijn
GDP meet hoeveel er wordt geproduceerd, maar niet of mensen beter leven.
2) Geen rekening met inkomensverdeling
GDP per capita kan stijgen terwijl:
• de meeste mensen armer worden
• alleen een kleine elite pro teert
Dus: GDP zegt niets over ongelijkheid.
Twee landen met hetzelfde GDP per capita kunnen totaal andere sociale realiteit hebben.
3) Niet-marktproductie ontbreekt
GDP telt alleen wat via de markt gaat.
Niet meegerekend:
• Huishoudelijk werk
• Mantelzorg
• Vrijwilligerswerk
• Opvoeding door ouders
Dus:
Als iemand zijn kinderen zelf opvoedt → GDP = 0
Als een betaalde nanny dat doet → GDP stijgt
Welzijn verandert niet, GDP wel.
4) Milieuschade telt als “positief”
Vervuiling, ontbossing, CO₂-uitstoot:
• Schade telt niet negatief
• Opruimen telt positief
Voorbeeld:
• Olieramp → schoonmaak → GDP stijgt
Dus:
GDP beloont ecologische vernietiging als
die economische activiteit creëert.
Zeer relevant voor EU-beleid en Green Deal
(BW).
5) Kwaliteit van goederen telt niet goed
GDP telt:
• Hoeveel er wordt verkocht
Niet:
• Hoe goed het product is
6) Vrije tijd telt niet
Als mensen:
• Meer werken → GDP ↑
• Minder werken → GDP ↓
Zelfs als mensen liever minder werken.
Dus:
GDP straft vrije tijd.
7) Informele en zwarte economie ontbreekt
In veel landen:
• Contant werk
• Ongeo cialiseerde arbeid
Wordt niet gemeten → GDP onderschat echte productie.
ffi ff fi
Lecture 1
Macroeconomics, GDP and CPI
Wat is macro economie?
Wat bestudeerd de macro economie
-Hoe economische actoren keuzes maken
-Hoe economische actoren schaarse middelen optimaliseren
Economische actoren / agents:
Consumenten, huishoudens, werknemers, bedrijven, handel, Vakbonden, overheid, instellingen,
enz.
Macro-economie gaat over:
Werkloosheid
In atie
Rentetarieven
Wisselkoersen
Internationale competitie
Economische groei van een land
Macro-economie gaat over geaggregeerde variabelen
Wat is macro macro economie?:
Rentetarieven voor staatsobligaties (Government Bond interest rates)
Studie van grote huishoudens:
fl
, AD-AS diagram:
Aggregate Demand & aggregate Supply
P = evenwichtsprijs
Q = evenwichtshoeveelheid
Wanneer macro economie?
'Ontdekking' van de macro-economie in de jaren 1930
John Maynard Keynes (1936)
Probleem: Concepten moeilijk te meten
-Bruto Binnenlands Product (BBP) (Gross Domestic Product (GDP)
-In atie
-Werkloosheid
-Geaggregeerde vraag
-Conjunctuurgolven (business cycle)
De economie volgen
Het meten van de economie is niet eenvoudig:
• Problemen met aggregatie
• Wat is 'de economie'?
• De economie voorstellen
• Verschillende modellen
Gross Domestic Product (GDP):
Totale (markt)waarde van eindgoederen en diensten
Geproduceerd binnen een land in een jaar.
• Verreweg de belangrijkste statistiek
• Gebruikt voor groei, recessies, levensstandaard,
Internationale vergelijkingen
"Economische groei" of "groei" = groei van het BBP (GDP)!
fl
,BBP (GDP) meten:
Meting van het BBP (GDP) =
Boekhouding op nationaal niveau = Nationale boekhouding
Drie methoden:
• Factor inkomensmethode (Factor income method)
• Uitgavenmethode (Expenditure method)
• Productiemethode (Production method (value added))
→ productie ≈ inkomsten ≈ uitgaven
1) Factor Inkomen Methode
Y = Loon + Rente + Huur + Winst
• Arbeid = Lonen
• Kapitaal = Rente
• Land = Huur
• Ondernemerschap = Winst
2) Uitgaven meten
Alle uitgaven in de economie, door verschillende groepen
BBP = Y = C + I + G + (X – M)
• Verbruik (C)
• Investering door bedrijven (I)
• Overheidsuitgaven (G)
• Netto transactie in het buitenland (export X – import M )
3) Productie meten
(= toegevoegde waarde)
Toegevoegde waarde = Verkoop - Inputs
Voor alle sectoren:
, Grondsto en, tussenproducten en eindproducten
• Gevaar van dubbel tellen
De kernlimitaties van BBP (GDP) volgens KW & BW
1) GDP ≠ welzijn
GDP meet hoeveel er wordt geproduceerd, maar niet of mensen beter leven.
2) Geen rekening met inkomensverdeling
GDP per capita kan stijgen terwijl:
• de meeste mensen armer worden
• alleen een kleine elite pro teert
Dus: GDP zegt niets over ongelijkheid.
Twee landen met hetzelfde GDP per capita kunnen totaal andere sociale realiteit hebben.
3) Niet-marktproductie ontbreekt
GDP telt alleen wat via de markt gaat.
Niet meegerekend:
• Huishoudelijk werk
• Mantelzorg
• Vrijwilligerswerk
• Opvoeding door ouders
Dus:
Als iemand zijn kinderen zelf opvoedt → GDP = 0
Als een betaalde nanny dat doet → GDP stijgt
Welzijn verandert niet, GDP wel.
4) Milieuschade telt als “positief”
Vervuiling, ontbossing, CO₂-uitstoot:
• Schade telt niet negatief
• Opruimen telt positief
Voorbeeld:
• Olieramp → schoonmaak → GDP stijgt
Dus:
GDP beloont ecologische vernietiging als
die economische activiteit creëert.
Zeer relevant voor EU-beleid en Green Deal
(BW).
5) Kwaliteit van goederen telt niet goed
GDP telt:
• Hoeveel er wordt verkocht
Niet:
• Hoe goed het product is
6) Vrije tijd telt niet
Als mensen:
• Meer werken → GDP ↑
• Minder werken → GDP ↓
Zelfs als mensen liever minder werken.
Dus:
GDP straft vrije tijd.
7) Informele en zwarte economie ontbreekt
In veel landen:
• Contant werk
• Ongeo cialiseerde arbeid
Wordt niet gemeten → GDP onderschat echte productie.
ffi ff fi