ISW
AFSTAND & NABIJHEID
1. INLEIDING
8B’s
- Bereikbaarheid
- Bruikbaarheid
- Begrijpbaarheid
- Betaalbaarheid
- Beschikbaarheid
- Bekendheid
- Betrouwbaarheid
Binnenste B
- Volgens onderzoek naar de effecten van hulpverlening blijkt dat de persoon van de
hulpverlener meer invloed heeft op het succes van de behandeling dan de richting,
methode of technieken die gebruikt worden. Bovendien wordt een positief resultaat
van behandeling vooral bepaald door een goede werkrelatie tussen therapeut &
cliënt, een relatie waarvoor therapeut- en cliëntenkenmerken doorslaggevend zijn
1.1 SITUERING VAN HET THEMA ‘AFSTAND EN NABIJHEID BINNEN EEN
HULPVERLENINGSRELATIE’ BINNEN INTEGRAAL SOCIAAL WERK
5 krachtlijnen van de Sociaal werkconferentie 2018 als DNA van het actuele sociaal werk.
1. Nabijheid: aanwezig in de leefwereld. Verbinding staat voorop, dit vraagt tijd &
ruimte.
2. Politiserend werken
3. Procesmatig werken
4. Generalistisch werken
5. Verbindend werken
Knuffelen met een cliënt/patiënt. Kan dat? Mag dat? Moet dat?
- Stel je voor: je werkt als maatschappelijk assistent in een dienstverleningscentrum
voor personen met een handicap, één van de cliënten voelt zich niet goed
vanmorgen en wil je een knuffel geven wanneer je vraagt waarom hij er zo verdrietig
bij zit.
, - Wat zou jij doen? Wat denk je dat je ‘moet’ doen? Zijn hier regels over die
beschrijven wat je kan en mag doen?
2. DE HULPVERLENER OP 2 BENEN
Doe-been
= doen, problemen oplossen, via interventie
afstand nodig: geeft overzicht, structuur, controle
Betekenis-been
= zijn, creëren & delen van betekenis, via betrokkenheid & communicatie (presentie)
- nabijheid nodig: zorgt dat de cliënt zich begrepen voelt, creëert ruimte voor het
ontstaan & delen van belevingen en betekenis, direct handelen van hulpverlener
Een goede balans tussen afstand en nabijheid: beide noodzakelijk in een
hulpverleningsrelatie : WAAROM?
Een cliënt komt voor de eerste keer op gesprek bij Ben, maatschappelijk assistent bij het
CAD. Ben heeft meestal een vaste structuur voor zo een intakegesprek, maar al bij de eerste
vraag barst de man in tranen uit. Ben besluit om zijn lijstje met vragen even aan de kant te
laten, hij schuift zijn stoel wat dichter bij en reikt de man een zakdoekje aan. Hij laat de man
tot rust komen en vraagt hem wat hij voor hem kan betekenen.
Melissa is maatschappelijk assistent bij het CGG. Ze heeft een intakegesprek met Sophie, die
zwaar depressief is. Melissa begint met het opvragen van algemene gegevens van Sophie en
vraagt haar vervolgens om kort over haar klachten te vertellen. Sophie vertelt dat ze sinds
de dood van haar moeder, een half jaar geleden, slecht slaapt, moeilijk uit bed geraakt en
zich op haar werk niet kan concentreren. Ze heeft ook last van nachtmerries waarin haar
moeder verschijnt en haar verwijt er niet voor haar geweest te zijn in haar laatste maanden.
Melissa wil hier graag verder op in gaan om de band tussen Melissa en haar moeder te
exploreren, maar ze besluit eerst verder te gaan met het oplijsten van de symptomen om zo
een volledig beeld en eventueel een diagnose te verkrijgen.
3. AFSTAND & NABIJHEID: EEN MOGELIJKE DREMPEL VANUIT DE HULPVERLENER
3.1 HULPVERLENERS ZOEKEN DE JUISTE BALANS TUSSEN AFSTAND EN NABIJHEID:
RISICO’S
,OVERBETROKKENHEID
- reddersneiging & dadendrang: verantwoordelijkheid overnemen
- geïdentificeerd raken
- verstrikt raken in het verhaal van cliënt
- zichzelf slachtoffer voelen en ziek worden
- Rollen: beschermer/reddende engel, medeslachtoffer
- Risico voor de hulpverlener: vb. uitval door secundaire traumatisering, burn-out…
AFSTANDELIJKHEID
- gereserveerdheid, onverschilligheid
- zich op een afstand houden of terugtrekken
- ontkennen van onderdelen van het verhaal van de cliënt
- minimaliseren van ervaringen & gevoelens van de cliënt
- vermijding van te pijnlijke gedeelten van het verhaal
- Rollen: bestraffer/vervolger/rechter
- Risico voor de cliënt: cliënt ondervindt nadelen
Oefeningen
Lees onderstaande casussen en geef aan waar op het continuüm tussen afstand en nabijheid
de hulpverlener zich bevindt:
1.Tom, een maatschappelijk assistent, werkt bij de dienst slachtofferbejegening van de
politie. Op een dag meldt er zich een prostituee al wenend aan, die beweert verkracht te zijn
door haar pooier. Tom tracht de prostituee te kalmeren en luistert naar haar verhaal. Na het
gesprek met haar, gaat hij een kopje koffie drinken met zijn collega’s. Hij vertelt hen het
verhaal over een hoertje, dat er zeer pikant uitzag en nu beweert verkracht te zijn. Volgens
Tom zal ze dit wel zelf gezocht hebben, hoe kan het ook anders binnen dat milieu?
2. Eline werkt als maatschappelijk assistent binnen de sector van de thuiszorg. In het kader
van haar job gaat ze regelmatig op bezoek bij Marie. Marie is een vrouw van 81 jaar die nog
steeds zelfstandig alleen woont. Ze is mentaal nog volledig in orde, maar sukkelt met 2
hernia’s waardoor ze veel minder mobiel is. Daarnaast heef Marie het ook heel moeilijk om
met haar klein pensioentje rond te komen. Marie kijkt steeds uit naar de komst van Eline.
, Eline helpt haar met haar ‘papierwerk’, regelt afspraken met de dokter en met de poetshulp
voor haar,… Eline en Marie hebben ondertussen een goede band met elkaar opgebouwd.
Omwille van haar vriendschappelijke gevoelens voor Marie, doet Eline echt alles om Marie
te helpen. Zo heeft Eline een geldinzamelingsactie voor Marie georganiseerd, mag Marie
haar elk moment van de dag of de nacht bellen,…
3. Kim is pas tewerk gesteld als maatschappelijk assistent op de dienst palliatieve zorgen
van het AZ Vesalius ziekenhuis te Tongeren. Kim doet haar werk graag omdat ze voelt dat ze
echt iets kan betekenen voor de partner, de familie, vrienden,… van een patiënt die
palliatieve zorgen nodig heeft. Vorige week maakte Kim echter haar eerste sterfgeval mee
en sindsdien gaat het echt niet goed met haar. Ze was heel close met de patiënt en met zijn
familie, waardoor Kim nu zelf in een zwaar rouwproces zit. Ze zit zelfs zo diep dat ze eraan
denkt om haar ontslag te geven.
4. Tim studeert voor maatschappelijk assistent bij de PXL. Hij maakt een afspraak met de
studiebegeleider, omdat hij graag zijn hart eens wilt luchten over een aantal dingen: zijn
mama is zwaar ziek, zijn vriendin heeft het net uitgemaakt, zijn vader is aan de drank,…
Tijdens het gesprek met de studiebegeleider, die een paar jaar geleden als maatschappelijk
assistent afstudeerde, doet Tim zijn verhaal. Hij vertelt de studiebegeleider dat hij zeer
negatieve gedachten heeft en vaak aan de dood denkt. De studiebegeleider laat Tim
nauwelijks uitspreken en vertelt hem dat hij er enkel is voor studenten met studieproblemen.
Hij vraagt aan Tim of hij moeilijkheden ondervindt, met studeren, maar dit blijkt niet het
geval te zijn. De studiebegeleider rondt daarom snel het gesprek af door een kaartje mee te
geven aan Tim van het CGG waar hij gratis terecht kan voor psychosociale begeleiding.
4. DE JUISTE BALANS PROBEREN TE VINDEN
“Het realiseren van grondrechten vraagt basiswerk, nabijheid, relaties opbouwen & daar tijd
voor krijgen en maken, onvoorwaardelijk elkaar kunnen ontmoeten, laagdrempelig &
vrijblijvend kunnen zijn. Het gaat bijvoorbeeld om samen de was ophangen of twee uur in de
wachtzaal zitten met cliënten, om tien minuten binnen te zijn bij de dokter, …“
- Aanwezig zijn in de leefwereld van personen in een kwetsbare situatie
- Fysieke & mentale betekenis
1. Zelfzorg
2. Zelfreflectie
3. Begrenzing
4. (Rol)integriteit
AFSTAND & NABIJHEID
1. INLEIDING
8B’s
- Bereikbaarheid
- Bruikbaarheid
- Begrijpbaarheid
- Betaalbaarheid
- Beschikbaarheid
- Bekendheid
- Betrouwbaarheid
Binnenste B
- Volgens onderzoek naar de effecten van hulpverlening blijkt dat de persoon van de
hulpverlener meer invloed heeft op het succes van de behandeling dan de richting,
methode of technieken die gebruikt worden. Bovendien wordt een positief resultaat
van behandeling vooral bepaald door een goede werkrelatie tussen therapeut &
cliënt, een relatie waarvoor therapeut- en cliëntenkenmerken doorslaggevend zijn
1.1 SITUERING VAN HET THEMA ‘AFSTAND EN NABIJHEID BINNEN EEN
HULPVERLENINGSRELATIE’ BINNEN INTEGRAAL SOCIAAL WERK
5 krachtlijnen van de Sociaal werkconferentie 2018 als DNA van het actuele sociaal werk.
1. Nabijheid: aanwezig in de leefwereld. Verbinding staat voorop, dit vraagt tijd &
ruimte.
2. Politiserend werken
3. Procesmatig werken
4. Generalistisch werken
5. Verbindend werken
Knuffelen met een cliënt/patiënt. Kan dat? Mag dat? Moet dat?
- Stel je voor: je werkt als maatschappelijk assistent in een dienstverleningscentrum
voor personen met een handicap, één van de cliënten voelt zich niet goed
vanmorgen en wil je een knuffel geven wanneer je vraagt waarom hij er zo verdrietig
bij zit.
, - Wat zou jij doen? Wat denk je dat je ‘moet’ doen? Zijn hier regels over die
beschrijven wat je kan en mag doen?
2. DE HULPVERLENER OP 2 BENEN
Doe-been
= doen, problemen oplossen, via interventie
afstand nodig: geeft overzicht, structuur, controle
Betekenis-been
= zijn, creëren & delen van betekenis, via betrokkenheid & communicatie (presentie)
- nabijheid nodig: zorgt dat de cliënt zich begrepen voelt, creëert ruimte voor het
ontstaan & delen van belevingen en betekenis, direct handelen van hulpverlener
Een goede balans tussen afstand en nabijheid: beide noodzakelijk in een
hulpverleningsrelatie : WAAROM?
Een cliënt komt voor de eerste keer op gesprek bij Ben, maatschappelijk assistent bij het
CAD. Ben heeft meestal een vaste structuur voor zo een intakegesprek, maar al bij de eerste
vraag barst de man in tranen uit. Ben besluit om zijn lijstje met vragen even aan de kant te
laten, hij schuift zijn stoel wat dichter bij en reikt de man een zakdoekje aan. Hij laat de man
tot rust komen en vraagt hem wat hij voor hem kan betekenen.
Melissa is maatschappelijk assistent bij het CGG. Ze heeft een intakegesprek met Sophie, die
zwaar depressief is. Melissa begint met het opvragen van algemene gegevens van Sophie en
vraagt haar vervolgens om kort over haar klachten te vertellen. Sophie vertelt dat ze sinds
de dood van haar moeder, een half jaar geleden, slecht slaapt, moeilijk uit bed geraakt en
zich op haar werk niet kan concentreren. Ze heeft ook last van nachtmerries waarin haar
moeder verschijnt en haar verwijt er niet voor haar geweest te zijn in haar laatste maanden.
Melissa wil hier graag verder op in gaan om de band tussen Melissa en haar moeder te
exploreren, maar ze besluit eerst verder te gaan met het oplijsten van de symptomen om zo
een volledig beeld en eventueel een diagnose te verkrijgen.
3. AFSTAND & NABIJHEID: EEN MOGELIJKE DREMPEL VANUIT DE HULPVERLENER
3.1 HULPVERLENERS ZOEKEN DE JUISTE BALANS TUSSEN AFSTAND EN NABIJHEID:
RISICO’S
,OVERBETROKKENHEID
- reddersneiging & dadendrang: verantwoordelijkheid overnemen
- geïdentificeerd raken
- verstrikt raken in het verhaal van cliënt
- zichzelf slachtoffer voelen en ziek worden
- Rollen: beschermer/reddende engel, medeslachtoffer
- Risico voor de hulpverlener: vb. uitval door secundaire traumatisering, burn-out…
AFSTANDELIJKHEID
- gereserveerdheid, onverschilligheid
- zich op een afstand houden of terugtrekken
- ontkennen van onderdelen van het verhaal van de cliënt
- minimaliseren van ervaringen & gevoelens van de cliënt
- vermijding van te pijnlijke gedeelten van het verhaal
- Rollen: bestraffer/vervolger/rechter
- Risico voor de cliënt: cliënt ondervindt nadelen
Oefeningen
Lees onderstaande casussen en geef aan waar op het continuüm tussen afstand en nabijheid
de hulpverlener zich bevindt:
1.Tom, een maatschappelijk assistent, werkt bij de dienst slachtofferbejegening van de
politie. Op een dag meldt er zich een prostituee al wenend aan, die beweert verkracht te zijn
door haar pooier. Tom tracht de prostituee te kalmeren en luistert naar haar verhaal. Na het
gesprek met haar, gaat hij een kopje koffie drinken met zijn collega’s. Hij vertelt hen het
verhaal over een hoertje, dat er zeer pikant uitzag en nu beweert verkracht te zijn. Volgens
Tom zal ze dit wel zelf gezocht hebben, hoe kan het ook anders binnen dat milieu?
2. Eline werkt als maatschappelijk assistent binnen de sector van de thuiszorg. In het kader
van haar job gaat ze regelmatig op bezoek bij Marie. Marie is een vrouw van 81 jaar die nog
steeds zelfstandig alleen woont. Ze is mentaal nog volledig in orde, maar sukkelt met 2
hernia’s waardoor ze veel minder mobiel is. Daarnaast heef Marie het ook heel moeilijk om
met haar klein pensioentje rond te komen. Marie kijkt steeds uit naar de komst van Eline.
, Eline helpt haar met haar ‘papierwerk’, regelt afspraken met de dokter en met de poetshulp
voor haar,… Eline en Marie hebben ondertussen een goede band met elkaar opgebouwd.
Omwille van haar vriendschappelijke gevoelens voor Marie, doet Eline echt alles om Marie
te helpen. Zo heeft Eline een geldinzamelingsactie voor Marie georganiseerd, mag Marie
haar elk moment van de dag of de nacht bellen,…
3. Kim is pas tewerk gesteld als maatschappelijk assistent op de dienst palliatieve zorgen
van het AZ Vesalius ziekenhuis te Tongeren. Kim doet haar werk graag omdat ze voelt dat ze
echt iets kan betekenen voor de partner, de familie, vrienden,… van een patiënt die
palliatieve zorgen nodig heeft. Vorige week maakte Kim echter haar eerste sterfgeval mee
en sindsdien gaat het echt niet goed met haar. Ze was heel close met de patiënt en met zijn
familie, waardoor Kim nu zelf in een zwaar rouwproces zit. Ze zit zelfs zo diep dat ze eraan
denkt om haar ontslag te geven.
4. Tim studeert voor maatschappelijk assistent bij de PXL. Hij maakt een afspraak met de
studiebegeleider, omdat hij graag zijn hart eens wilt luchten over een aantal dingen: zijn
mama is zwaar ziek, zijn vriendin heeft het net uitgemaakt, zijn vader is aan de drank,…
Tijdens het gesprek met de studiebegeleider, die een paar jaar geleden als maatschappelijk
assistent afstudeerde, doet Tim zijn verhaal. Hij vertelt de studiebegeleider dat hij zeer
negatieve gedachten heeft en vaak aan de dood denkt. De studiebegeleider laat Tim
nauwelijks uitspreken en vertelt hem dat hij er enkel is voor studenten met studieproblemen.
Hij vraagt aan Tim of hij moeilijkheden ondervindt, met studeren, maar dit blijkt niet het
geval te zijn. De studiebegeleider rondt daarom snel het gesprek af door een kaartje mee te
geven aan Tim van het CGG waar hij gratis terecht kan voor psychosociale begeleiding.
4. DE JUISTE BALANS PROBEREN TE VINDEN
“Het realiseren van grondrechten vraagt basiswerk, nabijheid, relaties opbouwen & daar tijd
voor krijgen en maken, onvoorwaardelijk elkaar kunnen ontmoeten, laagdrempelig &
vrijblijvend kunnen zijn. Het gaat bijvoorbeeld om samen de was ophangen of twee uur in de
wachtzaal zitten met cliënten, om tien minuten binnen te zijn bij de dokter, …“
- Aanwezig zijn in de leefwereld van personen in een kwetsbare situatie
- Fysieke & mentale betekenis
1. Zelfzorg
2. Zelfreflectie
3. Begrenzing
4. (Rol)integriteit