Nederlandse strafrecht
Inhoud
Deel 1: Samenvatting boek.................................................................................... 2
H1. Inleiding........................................................................................................ 2
H2. Inleiding materieel strafrecht........................................................................4
H3. Opzet en schuld............................................................................................ 8
H4. Strafuitsluitingsgronden.............................................................................. 10
H5. Poging en voorbereiding............................................................................. 13
H6. Deelneming................................................................................................. 15
H7. Inleiding strafprocesrecht........................................................................... 19
H8. Het voorbereidend onderzoek.....................................................................23
H9. Vervolging................................................................................................... 31
H10. Het onderzoek ter terechtzitting...............................................................34
H11. Het rechterlijk beslissingsschema.............................................................38
H12. Bewijsrecht............................................................................................... 43
H13. Straffen en maatregelen...........................................................................47
Deel 2: Uitwerking leerdoelen.............................................................................. 53
Week 1. Inleiding strafrecht & het rechterlijke beslissingsschema: H1, H7 en
H11.................................................................................................................... 53
Week 2. Materieel strafrecht en verwijtbaarheid H2 en H3...............................55
Week 3. Poging / voorbereiding en deelneming H5 en H6.................................57
Week 4. Strafuitsluitingsgronden H4 en H11.....................................................59
Week 5. Voorbereidend onderzoek en vervolging h8 en 9.................................62
Week 6. Onderzoek terecht zitting, bewijsrecht en sancties h10 12 en 13.......64
, Deel 1: Samenvatting boek
H1. Inleiding
1.2 plaats van strafrecht
Strafrecht: houdt zich bezig met bestraffen van personen die een strafbaar feit
hebben gepleegd. Wie waarvoor straf kan krijgen
Strafrecht valt onder publiek recht (deel a)
Officier van justitie: Ovj enige die een verdachte van een strafbaar feit voor de
(straf) rechter kan brengen. Hij is de vertegenwoordiger van het OM.
OM: het openbaar ministerie is het staatsorgaan dat is belast met de vervolging
van verdachte
Civielrechtelijke dagvaardingen: worden verstuurd door de ene burger aan de
ander om een civielrechtelijk verschil uit te vechten voor een burgerlijke rechter.
Strafrechtelijke dagvaardingen: verzonden door de Ovj om een verdachte terecht
te laten staan voor de strafrechter.
Eigenrichting: het recht in eigen handen nemen
Voorwaardelijke straf: betekent dat je de straf nog niet krijgt, maar wel krijgt als
je opnieuw iets verkeerd doet binnen een afgesproken tijd
1.3 doelen van straffen
Het opleggen van een straf dient voornamelijk deze doelen:
1. Vergelding: morele genoegdoening. Dader heeft kwaad gedaan aan de
samenleving, daarom roept de samenleving kwaad af aan de dader.
2. Preventie: principe van dat mensen geen straf willen, dus zullen gedrag
dat tot straf leidt zo veel mogelijk voorkomen. Dus mindere mensen
zouden dan strafbare feiten plegen.
2 soorten preventie:
2a. Speciale preventie: is dat een dader die in aanraking is gekomen met
de gevolgen van het overschrijden van een strafrechtelijke norm, de
volgende keer wel 2 x nadenkt over een actie. Dus het voorkomen of
ontmoedigen dat de gestrafte wederom in de fout gaat. Voorwaardelijke
staf leunt op dit principe (voorwaardelijke straffen leunt op dit principe)
2b. Generale preventie: de gestrafte is een voorbeeld dat potentiële
wetsovertreders afschrikt.
3. Resocialisatie
4. Voorkomen van eigen richting
,1.4 Materieel & formeel strafrecht en sanctierecht
Het rechtsgebied strafrecht kan worden onderverdeeld in drie delen:
1. Materieel strafrecht: de vraag wat is een strafbaar feit is. Betrekking op de
grenzen van strafrechtelijke aansprakelijkheid, dus welk gedrag is niet
toegestaan en wie kan daarvoor worden gestraft. Staat vooral in Wetboek
van Strafrecht. Gaat dus om:
-Strafbepalingen (bijv moord of diefstal)
-Uitsluiting van strafbaarheid (bijv noodweer)
-Uitbereiding van strafbaarheid (poging en medeplichtigheid)
2. Formele strafrecht: ook wel strafprocesrecht of strafvordering genoemd.
Bepaalt welke regels moeten worden gevolgd als een norm van materieel
strafrecht is geschonden. Staat vooral in Wetboek van Strafvordering
3. Sanctierecht: betrekking op de voorwaarden waaronder straffen mogen
worden opgelegd en ten uitvoering gelegd. (bijv wanneer een strafbaar feit
taakstraf mag krijgen of welke voorwaarde rechter mag stellen bij
opleggen van voorwaardelijke straf). Staat in beide wetboeken.
Kortom:
- Materieel strafrecht: over personen, wat en wanneer is het strafbaar
- Formeel strafrecht: draait om de verdachte heen.
Wet in formele zin: zegt alleen iets over de manier waarop de wet tot stand is
gekomen en niks over inhoud. Is tot stand gekomen in samenwerking met
regering en staten generaal. (bijvoorbeeld dat de Wegenverkeerswet het
strafbaar stelt om onder invloed van alcohol een auto te besturen)
Wet in materiële zin: bevat algemene regels die burgers binden (wet door lager
openbaarlichaam is vastgesteld zoals plaatselijke vordering van gemeente.
1.5 commuun en bijzonder strafrecht
Art 107 Gw: draagt wetgever op om de regels van het straf(proces)recht in
wetenboeken op te nemen.
Wetboeken: wetten waar algemene deel van strafrecht en strafprocesrecht in is
opgenomen, vaak aangeduid als het commune strafrecht.
Bijzondere strafrecht: strafbepalingen in wetten zoals de wet wapens en munitie,
Wegenverkeerswet of Opiumwet heten bijzondere strafwetten en vormen samen
bijzonder strafrecht.
Art 92 zegt dat bepalingen van Sr rook van toepassing zijn op feiten die strafbaar
zijn gesteld in bijzondere en lokale wetten
, 1.6 De opbouw van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van
strafvordering
Het Wetboek van Strafrecht (Sr) bestaat uit 3 hoofdonderdelen
Boek 1 regelt de algemene leerstukken van materieelstrafrecht (bijv
strafuitsluitingsgronden en poging). Algemeen omdat het van toepassing is op
alle delicten die in Sr zijn vastgesteld. Bevat ook regels m.b.t. sanctierecht.
Boek 2 en 3 bevatten uitsluitend strafbepalingen.
In boek 2 worden alleen misdrijven strafbaar gesteld
In boek 3 worden alleen overtredingen strafbaar gesteld
Strafbepaling: omschrijvingen van gedrag dat strafbaar is, met aanduiding van
maximale straf die mag worden opgelegd.
Het Wetboek van Strafvordering (Sv) bestaat uit 6 boeken. Ingedeeld op
chronologische volgorde van het strafproces.
Boek 1 algemene bepalingen: belangrijkste bevoegdheden opsporingsonderzoek
Boek 2 strafvordering in eerste aanleg: vervolgbeslissingen van Ovj en de
procedure voor berechting van een verdachte door de rechtbank.
Boek 3 rechtsmiddelen: is een middel om de beslissing aan te vechten bij een
hogere instantie
Boek 4 en 5 niet van belang
Boek 6 tenuitvoerlegging
1.7 De invloed van internationaal en supranationaal recht
Internationaal recht: recht dat tussen de staten geldt
Supra internationaalrechtelijk: regels die een internationale organisatie oplegt,
waar de lidstaten bij die organisatie zich aan moeten houden. Uitspraken van het
EHRM behoren hierbij. dus uitspraken bindend voor het NL recht
H2. Inleiding materieel strafrecht
2,1 Plaats en structuur van strafbepalingen
Materieel strafrecht = welk gedrag strafbaar is
Strafbepaling bestaat uit:
- Delictsomschrijving: geeft aan welke ongewenste gedraging de wetgever
strafbaar stelt
- Kwalificatie aanduiding: maakt duidelijk hoe het gedraag juridisch moete
worden benoemd
- Strafbedreiging: bepaalt welke soort straf mag worden opgelegd en de
max er van.
Veel bijzondere wetten kennen een gelaagde structuur en zijn niet zo compleet
als hierboven