100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Financieel recht samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
61
Uploaded on
27-01-2026
Written in
2025/2026

Week 1 t/m 11 samengevat. De gehele stof wordt behandeld. Bij het tentamen een 7.9 behaald.

Institution
Course

Content preview

Financieel recht – Samenvatting

Week 1

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Wat is financieel recht?
Financieel recht: de publiekrechtelijke én privaatrechtelijke regulering van de financiële
sector en de daarin actieve spelers, zoals banken, verzekeraars, beleggingsondernemingen
en beleggingsinstellingen.
- Publiekrechtelijk deel: het financieel toezichtrecht. Dit is grotendeels afkomstig uit
Brussel, dus wordt ook wel het Europees financieel toezichtrecht genoemd. In
Nederland is dit toezichtrecht vooral te vinden in de Wft (en steeds vaker in rechtstreeks
werkende Europese verordeningen.
- Privaatrechtelijke deel: contractenrecht, ondernemingsrecht, goederenrecht,
onrechtmatige daad. Het financieel toezichtrecht en het toezicht op de naleving daarvan
strekken ertoe, dat de financiële sector gezond blijft, dat de producten geschikt zijn voor
hun gebruikers en dat behoorlijke informatie wordt verstrekt. Uiteindelijke strekking:
partijen hebben en houden vertrouwen in de financiële sector.

1.4 Financieel toezicht: op wie & wat?
De AFM en DNB houden toezicht op verschillende soorten instellingen. Die instellingen
behoeven in de regel een vergunning van de toezichthouder, om zich in Nederland te
vestigen of activiteiten te ontplooien. Concreet gaat het om de volgende instellingen: -
Banken;
- Betaaldienstverleners;
- Verzekeraars;
- Beleggingsondernemingen;
- Beleggingsinstellingen;
- Financieledienstverleners;
- Pensioenfondsen.

1.5 Financieel toezicht: door wie?
De AFM en DNB houden toezicht op de financiële sector. Het DNB houdt prudentieel toezicht
(ex art. 1:24 Wft) en de AFM houdt toezicht op de gedragsregels (art. 1:25 Wft):
- Gedragstoezicht: mede in het belang van de stabiliteit van het financiële stelsel, gericht
op ordelijke en transparante financiële marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen
marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten.
- Prudentieel toezicht: gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de
stabiliteit van het financiële stelsel. Ziet dus op de toezichtregels die betrekking hebben
op de solvabiliteit en liquiditeit (Bedrijfseconomisch toezicht).
Dit systeem, met twee toezichthouder die langs functionele lijnen toezicht houden, wordt ook
wel het ‘Twin Peaks-model’ genoemd.

Verder bestaat er een drietal sectoraal georganiseerde Europese toezichthouders: 1) de
European Securities and Markets Authority (ESMA, effectenmarkt en effectenhandel), 2) de
European Banking Authority (EBA, banken) en 3) de European Insurance and Occupational
Pensions Authority (EIOPA, pensioenfondsen en verzekeraars). Deze worden samen
aangeduid als de European Supervisory Authorities (ESAs).

De ESAs houden vooralsnog niet of nauwelijks rechtstreeks toezicht op spelers op de
financiële markten. De hoofdtaken van de ESAs zijn: 1) het bevorderen van de kwaliteit en
harmonisatie van toezichtregelgeving, -normen en -praktijken, 2) bijdragen aan een
consistente toepassing van EU-regelgeving, m.n. door het waarborgen van een consistente

,toezichtpraktijk door nationale EU-toezichthouder en het voorkomen van toezichtarbitrage,
en 3) bemiddelen en schikken bij meningsverschillen tussen EU-toezichthouders over de
toepassing van EU-regelgeving.

Ze hebben hun zwaartepunt liggen bij beleidsmatige zaken, zoals verbetering van de
kwaliteit en consistentie van nationaal toezicht, versterking van controle op
grensoverschrijdende groepen en opstellen van geharmoniseerd Single Rulebook.

1.5.5. De ECB & de Single Resolution Board
In reactie op de eurocrisis is de Europese Bankenunie (EBU) opgericht. De eerste pijler van
de EBU, de Single Supervisory Mechanism (SSM) bestaat sinds eind 2014 en voorziet erin
dat de ECB rechtstreeks prudentieel toezicht houdt op de belangrijkste banken binnen de
Eurozone, en dus ook op de belangrijkste banken in Nederland (‘significante’ banken
genoemd). De ‘niet-significante’ banken blijven onder het rechtstreekse toezicht van DNB. In
veel gevallen geeft de ECB toezichtinstructies aan DNB m.b.t. deze significante banken.

1.6 Financieel toezicht: waar geregeld?
Dit toezichtrecht is voor een groot deel te vinden in de Wft en de daarop gebaseerde lagere
regelgeving. De Wft is een cross-sectorale wet en sluit aan bij het Twin Peaks-model. De Wft
is de basis voor een heel aantal uitvoeringsbesluiten, belangrijke:
- BMfo: Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft (hierin is te vinden welke
informatie bij vergunningaanvragen moet worden ingediend).
- Besluit prudentiële regels Wft (uitwerking diverse regels uit Deel 3)
- BGfo: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (diverse voorschriften uit Deel
4 uitgewerkt.
De wettelijke basis voor een dergelijke uitwerking is in de Wft te herkennen aan de verwijzing
‘bij of krachtens algemene maatregel van bestuur’ nadere regels worden gesteld. Er zijn
twee belangrijke ministeriële regelingen die gebaseerd zijn op de Wft. Dat zijn: de
Vrijstellingsregeling Wft en de Uitvoeringsregeling Wft.

1.6.5. De Europese invloed op het financieel toezichtrecht
De invloed van de Europese wetgever op het toezichtrecht is zeer groot. Veel voorschriften
uit de Nederlandse financiële toezichtwetgeving vormen de implementatie van in oorsprong
Europese wetgeving. De Europese wetgever kiest steeds vaker voor een verordening i.p.v.
een richtlijn. Dit bevordert de harmonisatie: een verordening behoeft namelijk geen
implementatie, deze bepalingen werken rechtstreeks. Verder moet rekening worden
gehouden met richtsnoeren en aanbevelingen van Europese toezichthouders. Zodra deze
richtsnoeren en aanbevelingen zijn uitgevaardigd geldt voor de nationale autoriteiten de
‘comply or explain’- procedure.

Week 2

Hoofdstuk 6 Beleggingsonderneming

6.2 Europees financieel toezicht
De toezichtregels die van toepassing zijn op beleggingsondernemingen zijn afkomstig uit
Brussel en moeten worden aangemerkt als Europees Unierecht. Sinds 2018 geldt het
zogenaamde MiFID II-regime (Markets in Financial Instruments Directive): bestaat uit een
basisrichtlijn, een basisverordening en ruim veertig uitvoeringsregelingen. De richtlijnen zijn
geïmplementeerd in de Wft en in lagere regelgeving (m.n. Bgfo Wft). De vele verordeningen
zijn niet geïmplementeerd, dat kan niet, deze zijn rechtstreeks toepasselijk. Voor deze regels
moet men dus de Europese verordeningen zelf raadplegen.

6.3 Wat is een beleggingsonderneming?

,Beleggingsonderneming: degene die een beleggingsdienst verleent of een
beleggingsactiviteit verricht, art. 1:1 Wft.

Opmerkingen m.b.t. beleggingsonderneming:
1. Onderscheid tussen beleggingsdiensten en beleggingsactiviteiten:
 De beleggingsdiensten worden altijd voor rekening van de client verricht, en de
beleggingsactiviteiten altijd voor rekening van de onderneming zelf.
2. In de uitoefening van een beroep of bedrijf:
 Een entiteit valt onder de definitie van beleggingsonderneming als de diensten en
activiteiten verricht worden in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
3. Financiële instrumenten:
 Zowel de diensten als activiteiten hebben steeds betrekking op ‘financiële
instrumenten’, zie definitie art. 1:1 Wft.

6.3.2 Beleggingsdiensten
De wet onderscheidt zes verschillende typen beleggingsdiensten:
1. ‘Execution only’-dienstverlening: het voor rekening van cliënten uitvoeren van orders in
financiële instrumenten, kortweg het uitvoeren van cliëntorders.
2. Ontvangen en doorgeven van orders: een beleggingsdienst kan ervoor kiezen een
order te accepteren, maar deze vervolgens door te spelen aan een andere
beleggingsonderneming (gebeurt vaak bij een gebrek aan kennis/expertise).
3. Individueel vermogensbeheer: aan het begin van de relatie met de klant wordt
afgesproken in welke categorieën de onderneming mag beleggen voor de klant en hoe
de beleggingen procentueel verdeeld moeten worden over de diverse categorieën. De
betrokkenheid van de beleggingsonderneming gaat veel verder dan enkel uitvoeren van
orders. De afspraken worden vastgelegd in een IMA. De beleggingsonderneming
initieert transacties (niet de klant).
4. Beleggingsadvies: adviseren over financiële instrumenten. Van beleggingsadvies is
sprake als de beleggingsonderneming een concrete, gepersonaliseerde aan- of
verkoopsuggestie doet aan de klant. De invloed van de dienstverlener op concrete
transactie ligt hoger dan bij 1 maar lager dan bij 3.
5. Overnemen of plaatsen van financiële instrumenten met of zonder plaatsingsgarantie:
de laatste twee typen verwijzen naar de verschillende manieren waarop een
beleggingsonderneming betrokken kan zijn bij de aanbieding van effecten aan het
publiek. Overnemen: beleggingsonderneming wordt eerst zelf rechthebbende op de
effecten voordat deze bij het beleggend publiek worden geplaatst. Plaatsen: de
beleggingsonderneming is enkel betrokken bij de verkoop van de effecten aan het
publiek (lastgeving, gebruikelijker). De plaatsingsgarantie ziet op de garantie die de
beleggingsonderneming geeft m.b.t. de verkoop van de effecten.

6.3.3 Beleggingsactiviteiten
De diverse beleggingsactiviteiten die de wet onderscheidt, zijn:
1. Handelen voor eigen rekening: de beleggingsonderneming verricht transacties in
financiële instrumenten voor eigen rekening.
2. Exploiteren van een MTF: een alternatief handelsplatform met dezelfde economische
functie als gereglementeerde markten. MTF is wel onderworpen aan regels van
MiFID II, exploiteren van een gereglementeerde markt niet (belangrijk juridisch
verschil).
3. Exploiteren van een OTF:
a. er moeten meerdere koop-en verkoopintenties van derden worden
samengebracht, zodat er een ovk m.b.t. de aan- of verkoop van obligaties,
gestructureerde financiële producten en derivaten uit voortvloeit (uitsluitend
nonequity), en

, b. t.a.v. de effectenbeurzen en bij MTF’s gelden niet-discretionaire regels voor de
uitvoering van een transactie, terwijl bij de OTF juist geldt dat de exploitant
gebonden is aan de eisen inzake transparantie en gedragsregels.


6.4 Vergunningplicht
Voor beleggingsondernemingen geldt een vergunningplicht. De vergunningverlenende
instantie is de AFM ex art. 2:96 lid 1 Wft. Beschikt een beleggingsonderneming over een
vergunning dan fungeert deze als Europees Paspoort (in gehele EER). De vergunningseisen
staan in art. 2:99 Wft en gelden op doorlopende basis. Daarnaast is de
beleggingsonderneming aan aanvullende doorlopende plichten onderworpen ex art. 23 e.v.
MiFID II (Deel 4 Wft).

6.5 Uitzonderingen op de vergunningplicht
De uitzonderingen op de vergunningplicht zijn te vinden in Deel 1 en 2 Wft en in de
Vrijstellingsregeling Wft. Als een uitzondering opgenomen in Deel 1 van toepassing is, geldt
er geen vergunningplicht en zijn de doorlopende verplichtingen uit Deel 3 en 4 n.v.t. Als een
uitzondering uit Deel 2 van toepassing is, is enkel de vergunningplicht n.v.t. De
uitzonderingen opgenomen in de VrWft voorzien soms enkel in vrijstelling van
vergunningplicht, maar soms ook in gedeeltelijke of zelfs volledige vrijstelling van
doorlopende verplichtingen. Dit verschilt per vrijstelling.

6.5.2 Uitzonderingen voor bepaalde type instellingen
De Wft kent uitzonderingen voor de vergunningplicht (en eventueel voor de doorlopende
verplichtingen) voor bepaalde instellingen: centrale banken (1:2 lid 1), bepaalde
pensioenfondsen en daaraan gelieerde vermogensbeheerders (1:15), bepaalde
verzekeraars (1:18 onderdeel c), ‘gewone’ banken (2:97 lid 1 onderdeel b), bepaalde
gemeentelijke kredietbanken (2:97 lid 2), bepaalde beheerders van beleggingsinstellingen en
icbe’s (1:19 en 2:97 leden 3 en 4).

6.5.3 Uitzonderingen voor bepaalde diensten of activiteiten
Deze uitzondering geldt voor beleggingsondernemingen die louter beleggingsdiensten
verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten (i) in relatie tot groepsvennootschappen of (ii) in
het kader van het beheer van werknemersparticipatieplannen (1:18 onderdeel a en b). 6.5.4
Europese paspoorthouders Beleggingsondernemingen gevestigd in een ander EER-land met
een Europees Paspoort hebben geen vergunning nodig, deze heeft het al.
Beleggingsondernemingen die hun zetel in een niet-EER-land hebben, zijn toch
uitgezonderd van de vergunningplicht (en sommige doorlopende verplichtingen) in bepaalde
gevallen.

6.5.5 Beleggingsonderneming uit derde landen
Beleggingsonderneming die gevestigd zijn in een lang gelegen buiten de EU/EER en van
hun lokale toezichthouder een vergunning hebben gekregen, kunnen geen gebruik maken
van het Europese paspoort. In sommige gevallen zijn beleggingsondernemingen die hun
zetel hebben in bepaalde landen gelegen buiten de EU/EER toch uitgezonderd van de
vergunningsplicht.

6.7.4 Clientclassificatie
1. Algemeen
Welke regels in acht moeten worden gehouden tegenover welke cliënten hangt af van:
a. Hun cliëntclassificatie en
Bij aanvang dienen zij de cliënten in te delen als niet-professionele cliënt,
professionele cliënt of in aanmerking komende tegenpartij. Zij moeten hen hiervan
in kennis stellen, zie art. 4:18a Wft.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
January 27, 2026
Number of pages
61
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

$12.16
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
indy-kusters

Get to know the seller

Seller avatar
indy-kusters Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions