H3: WAARMEE ZIJN SOCIOLOGEN BEZIG
Galileo: wiskundige sterrenkundige bestudeerde hemellichamen en wilde meer te weten
komen over zon, maan en sterren
Newton: zwaartekracht (nieuwe uitvinding van de 18e eeuw) hij schrijft een werk: de
principes van de wiskunde en de natuurlijke filosofie
Darwin: fascinatie voor de verschillende onderdelen in de natuur natuurlijke selectie
“the survival of the fittest” (= degene die zich het beste kan aanpassen aan de
omstandigheden)
Freud: lustprincipe en een onbewuste: hebben veel meer invloed op menselijke
gedragingen dan het bewuste onderdeel er is veel meer dan rationaliteit: irrationaliteit
Einstein: het heelal is een combinatie van energie en massa
1. DE SOCIOLOGIE, EEN WETENSCHAP ALS (G)EEN ANDER
De onttovering van de wereld (Weber): de tovenaar doet dingen die logisch zijn in
eigen verband
Natuurwetenschappen vs sociologische wetenschap: bedoeling van de sociale
wetenschappen ligt bij het begrijpen van menselijk gedrag sociale wetenschap werkt op
andere manier dan de natuurwetenschap
Identieke vs verschillende elementen: In een samenleving zijn er elementen die
vergelijkbaar zijn, maar niet verwisselbaar. Ze passen hun omgeving aan aan de eigen
verwachtingen en behoeften.
Causale vs functionele relaties (probabiliteiten): oorzaken en onderzoek naar
voorgaande gebeurtenissen
Universele vs particuliere wetmatigheden: Onderzoekers speuren naar
wetmatigheden (= regelmatigheden of patronen in de natuur) die overal en altijd geldig
zijn. Elke samenleving functioneert grotendeels volgens particuliere wetmatigheden.
(Particuliere wetmatigheden gelden specifiek binnen een bepaalde context/sociale
interactie.)
Sociale wetmatigheden kunnen veranderen, bewust of onbewust:
o Sociale wetmatigheden zijn niet stabiel
Collectief handelende actoren kunnen de samenleving elk op hun manier veranderen:
bewust of onbewust
Bewust: door economisch en sociaal beleid
Onbewust: ‘Self – destroying’ prophecy vs. ‘self – fulfilling prophecy’
Galileo: wiskundige sterrenkundige bestudeerde hemellichamen en wilde meer te weten
komen over zon, maan en sterren
Newton: zwaartekracht (nieuwe uitvinding van de 18e eeuw) hij schrijft een werk: de
principes van de wiskunde en de natuurlijke filosofie
Darwin: fascinatie voor de verschillende onderdelen in de natuur natuurlijke selectie
“the survival of the fittest” (= degene die zich het beste kan aanpassen aan de
omstandigheden)
Freud: lustprincipe en een onbewuste: hebben veel meer invloed op menselijke
gedragingen dan het bewuste onderdeel er is veel meer dan rationaliteit: irrationaliteit
Einstein: het heelal is een combinatie van energie en massa
1. DE SOCIOLOGIE, EEN WETENSCHAP ALS (G)EEN ANDER
De onttovering van de wereld (Weber): de tovenaar doet dingen die logisch zijn in
eigen verband
Natuurwetenschappen vs sociologische wetenschap: bedoeling van de sociale
wetenschappen ligt bij het begrijpen van menselijk gedrag sociale wetenschap werkt op
andere manier dan de natuurwetenschap
Identieke vs verschillende elementen: In een samenleving zijn er elementen die
vergelijkbaar zijn, maar niet verwisselbaar. Ze passen hun omgeving aan aan de eigen
verwachtingen en behoeften.
Causale vs functionele relaties (probabiliteiten): oorzaken en onderzoek naar
voorgaande gebeurtenissen
Universele vs particuliere wetmatigheden: Onderzoekers speuren naar
wetmatigheden (= regelmatigheden of patronen in de natuur) die overal en altijd geldig
zijn. Elke samenleving functioneert grotendeels volgens particuliere wetmatigheden.
(Particuliere wetmatigheden gelden specifiek binnen een bepaalde context/sociale
interactie.)
Sociale wetmatigheden kunnen veranderen, bewust of onbewust:
o Sociale wetmatigheden zijn niet stabiel
Collectief handelende actoren kunnen de samenleving elk op hun manier veranderen:
bewust of onbewust
Bewust: door economisch en sociaal beleid
Onbewust: ‘Self – destroying’ prophecy vs. ‘self – fulfilling prophecy’