INLEIDING ONDERZOEK
COLLEGE 1
Sociale wetenschappen: onderzoeken gedrag/interacties van (met
name) mensen
Wetenschap: Een systematische onderneming dat kennis op bouwt en
organiseert in toetsbare verklaringen en voorspellingen over het
universum
Naïeve kennis
- Gewoontes
Fundamenteel: bijdragen aan de wetenschappelijke(theoretische)
kennis, gedreven door nieuwsgierigheid
Praktijkgericht: bijdragen aan de maatschappelijke kennis die direct
bijdraagt aan oplossingen voor praktijk problemen bij aanwijsbare
personen, groepen of organisaties buiten de wetenschap
Exploratief= theorievorming
Toetsend= theorietoetsing
Empirisme: gebaseerd op waarneming
Rationaliteit: gebaseerd op nadenken, logisch consistent
Benaderingen
-Empirisch-analytisch: Algemene wetmatigheden ontdekken
-Empirisch-interpretatief: Gedrag vanuit context verklaren/begrijpen
Ethische principes
•Respect voor personen
•Goed doen
•Gerechtigheid
Vijf principes van wetenschappelijke integriteit
1.Eerlijkheid
2.Zorgvuldigheid
3.Transparantie
4.Onafhankelijkheid
5.Verantwoordelijkheid
, COLLEGE 2
Probleemstelling
1. Vraagstelling
-Beschrijvende vraagstellingen: startpunt is het beschrijven (wie,
wat welke, hoe? etc.)
-Verklarende vraagstellingen: startpunt is het zoeken van een
verklaring(waarom?)
-Voorspellende vraagstellingen: wat verwacht je aan te treffen? (tot
welke ... leidt...?)
Relationeel verband: Als de ene variabele vaker voorkomt, komt de
andere variabele meestal ook vaker (of juist minder vaak) voor =
correlatie
Causaal verband: De ene variabele veroorzaakt de andere variabele
= causatie
2. Doelstelling; waarom en voor wie?
-fundamenteel of toegepast
-Explorerend of toetsend
3. Theoretisch raam werk: vanuit welk perspectief of
wetenschappelijke theorie?
Conceptuele weergave van de relatie. Rationeel verband tweezijdige
pijlen.
Y variabele: De variabele die je wil verklaren (de afhankelijke variabele)
X variabele: De variabele die verklaard (de onafhankelijke variabele)
Interacterende factoren: wat heeft invloed op de relatie X & Y
Mediërende factoren: wat verklaart de relatie X & Y
X Y X Y
=Causaal
verband Onderzoeksontwerp
4. Onderzoeksopzet (eenzijdige pijl)
Kenmerken; De mate van controle van de onderzoeker,
Tijdsperspectief, Aantal momenten dataverzameling
Experiment: Condities worden gemanipuleerd om te achterhalen
wat het (causale) effect van iets is
Etnografisch veldonderzoek: Heel precies beschrijven hoe
situaties of levels er bij een bepaalde groep mensen uitziet
Inhoudsanalyse: Documenten of media analyseren
Longitudinaal onderzoek: Dezelfde vragen worden meerdere
keren aan dezelfde groep voorgelegd
(Herhaald) cross-sectioneel onderzoek: Dezelfde vragen
worden (steeds) aan een nieuwe groep voorgelegd
Retrospectief onderzoek: Data verzamelen uit het verleden
(historische data, geheugen
Mixed-methods design: Combinatie van verschillende methoden
om verschillende vraagstellingen te beantwoorden
COLLEGE 1
Sociale wetenschappen: onderzoeken gedrag/interacties van (met
name) mensen
Wetenschap: Een systematische onderneming dat kennis op bouwt en
organiseert in toetsbare verklaringen en voorspellingen over het
universum
Naïeve kennis
- Gewoontes
Fundamenteel: bijdragen aan de wetenschappelijke(theoretische)
kennis, gedreven door nieuwsgierigheid
Praktijkgericht: bijdragen aan de maatschappelijke kennis die direct
bijdraagt aan oplossingen voor praktijk problemen bij aanwijsbare
personen, groepen of organisaties buiten de wetenschap
Exploratief= theorievorming
Toetsend= theorietoetsing
Empirisme: gebaseerd op waarneming
Rationaliteit: gebaseerd op nadenken, logisch consistent
Benaderingen
-Empirisch-analytisch: Algemene wetmatigheden ontdekken
-Empirisch-interpretatief: Gedrag vanuit context verklaren/begrijpen
Ethische principes
•Respect voor personen
•Goed doen
•Gerechtigheid
Vijf principes van wetenschappelijke integriteit
1.Eerlijkheid
2.Zorgvuldigheid
3.Transparantie
4.Onafhankelijkheid
5.Verantwoordelijkheid
, COLLEGE 2
Probleemstelling
1. Vraagstelling
-Beschrijvende vraagstellingen: startpunt is het beschrijven (wie,
wat welke, hoe? etc.)
-Verklarende vraagstellingen: startpunt is het zoeken van een
verklaring(waarom?)
-Voorspellende vraagstellingen: wat verwacht je aan te treffen? (tot
welke ... leidt...?)
Relationeel verband: Als de ene variabele vaker voorkomt, komt de
andere variabele meestal ook vaker (of juist minder vaak) voor =
correlatie
Causaal verband: De ene variabele veroorzaakt de andere variabele
= causatie
2. Doelstelling; waarom en voor wie?
-fundamenteel of toegepast
-Explorerend of toetsend
3. Theoretisch raam werk: vanuit welk perspectief of
wetenschappelijke theorie?
Conceptuele weergave van de relatie. Rationeel verband tweezijdige
pijlen.
Y variabele: De variabele die je wil verklaren (de afhankelijke variabele)
X variabele: De variabele die verklaard (de onafhankelijke variabele)
Interacterende factoren: wat heeft invloed op de relatie X & Y
Mediërende factoren: wat verklaart de relatie X & Y
X Y X Y
=Causaal
verband Onderzoeksontwerp
4. Onderzoeksopzet (eenzijdige pijl)
Kenmerken; De mate van controle van de onderzoeker,
Tijdsperspectief, Aantal momenten dataverzameling
Experiment: Condities worden gemanipuleerd om te achterhalen
wat het (causale) effect van iets is
Etnografisch veldonderzoek: Heel precies beschrijven hoe
situaties of levels er bij een bepaalde groep mensen uitziet
Inhoudsanalyse: Documenten of media analyseren
Longitudinaal onderzoek: Dezelfde vragen worden meerdere
keren aan dezelfde groep voorgelegd
(Herhaald) cross-sectioneel onderzoek: Dezelfde vragen
worden (steeds) aan een nieuwe groep voorgelegd
Retrospectief onderzoek: Data verzamelen uit het verleden
(historische data, geheugen
Mixed-methods design: Combinatie van verschillende methoden
om verschillende vraagstellingen te beantwoorden