Definities:
Empirisch onderzoek= gebaseerd op waarnemingen van de realiteit bv. gewestplannen
Methodologie= algemene aanpak bij een onderzoek
Methode= concrete aanpak bij een onderzoek
‘Verkleutering’= weinig cijfermatige onderbouwing, eerder leuke lay-outs en/of quotes
Primaire data= dat die zelf verzamelt wordt
Secundaire data= bestaande data
Verkennende observatie= eerste vorm van observatie bv. fietstocht door studiegebied
Systematische observatie= exact tellen o.b.v. vastgestelde procedure / trajecten in kaart
brengen bv. looproutes
Passieve observatie= alsof je er niet bent bv. van achter een raam
Actieve observatie= participerende observatie= zelf meedoen om te ervaren
Etikettering= categoriseren van bv. mensen o.b.v. hoe ze eruit zien (mensen onderverdelen in
hokjes is = wetenschappelijk)
Expertinterviews/ bevoorrechte getuigen= interviews doen met bv. wijkagent, cafébazen,
kappers voor het verkrijgen van gegevens die je zelf niet hebt
Elite interviews = interviews met mensen die ergens een cruciale rol in spelen.
Gatekeeping= toegang tot informatie die weerhouden kan worden door mensen die je interviewt
COREQ= Consolidated criteria for reporting qualitative studies
Theoretisch kader bij een diepte-interview= Het theoretisch kader toont welke factoren
samen een ervaring vormen en welke effecten doe ervaring heeft, en dient als leidraad om via
diepte-interviews de persoonlijke beleving, interpretatie en co-creatie van respondenten te
onderzoeken
Openingsvraag= het ijs breken
Inleidingsvraag= algemene opinie over het onderwerp te weten komen
Transitievragen= linken geïnterviewde aan het onderwerp
Sleutelvragen= welke vragen moeten beantwoord worden volgens de onderzoeksvraag (2-5; ca
15’/vraag)
Besluitende vragen= bedanken
Overzichtsvragen= hoe belangrijk vond de geïnterviewde de verschillende besproken thema’s?
Samenvattende vragen= heeft de interviewer het goed begrepen?
Eindvragen= iets over het hoofd gezien?
Pseudonimiseren= Gebruik maken van een andere naam
Transcripties= letterlijk uittypen
, Diepte-interview= een kwalitatieve onderzoeksmethode waarbij een interviewer een-op-een
een diepgaand, vaak langer, gesprek voert met een respondent om diens achterliggende
meningen, motivaties, gevoelens en gedrag te begrijpen, door middel van open vragen en
doorvragen, in plaats van strikte, vooraf gedefinieerde vragenlijsten
Focusgroepen= onderzoek waarbij een groep iets gemeenschappelijk heeft ervaren,
meegemaakt,…
Moderator bij focusgroepen= interviewer, facilitator, leider, psycholoog/therapeut, &
tijdsbewaker
Ethiek= de filosofische discipline die zich bezighoudt met het kritisch en systematisch
nadenken over moraal, waarden en normen om te bepalen wat goed en juist handelen is in
verschillende situaties
Lulkoek= Hierbij wil je niet weten wat de waarheid is
Leugen= iemand overtuigen van iets waarvan je weet dat het niet waar is
Mythe= een verhaal waarbij ook waarheden in de verzameling van argumenten zitten
Epistemische rechtvaardigheid= ‘Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het
culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en op deel te hebben aan
wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.’
Ethische code van het wetenschappelijk onderzoek= Zorgvuldigheid, Voorzichtigheid,
Betrouwbaarheid, Verifieerbaarheid, Onafhankelijkheid, Onpartijdigheid
GDPR = General Data Protection Regulation, of Algemene Verordening Gegevensbescherming
(AVG) in het Nederlands, is een Europese wetgeving die de bescherming van persoonsgegevens
van EU-burgers versterkt en uniformiseert, door regels vast te leggen voor het verzamelen,
verwerken en opslaan van data, waardoor burgers meer controle krijgen over hun gegevens en
organisaties strengere verantwoordelijkheden krijgen.
Positionaliteit= Wie ben ik als onderzoeker en welke invloed heeft dat op het onderzoek
Empirie = kennis die voortkomt uit directe, zintuiglijke ervaring en waarneming, in plaats van uit
theorie of rede; het draait om het zelf verzamelen en analyseren van data door experimenten of
onderzoek, en is de basis van empirische wetenschappen, waarbij conclusies worden getrokken
uit feitelijke gegevens.
Conceptueel model= schema van de relaties tussen variabelen
Concept mapping= Visueel samenvatten van theorie + toont waar de nadruk op ligt en wat
wordt toegevoegd aan de bestaande kennis
Enkelvoudige variabelen= bv. gender, leeftijd, lengte,…
Samengestelde variabelen= bv. bevolkingsdichtheid (bevolking/m²), BMI (lengte+gewicht),…
Complexe variabelen= bv. leefbaarheidsscore, levenskwaliteit,…
Generaliseren= uitspraak doen over bv. heel belgie, wanneer je a.d.h.v. een steekproef bv. 1000
belgen bevraagt hebt
Empirisch onderzoek= gebaseerd op waarnemingen van de realiteit bv. gewestplannen
Methodologie= algemene aanpak bij een onderzoek
Methode= concrete aanpak bij een onderzoek
‘Verkleutering’= weinig cijfermatige onderbouwing, eerder leuke lay-outs en/of quotes
Primaire data= dat die zelf verzamelt wordt
Secundaire data= bestaande data
Verkennende observatie= eerste vorm van observatie bv. fietstocht door studiegebied
Systematische observatie= exact tellen o.b.v. vastgestelde procedure / trajecten in kaart
brengen bv. looproutes
Passieve observatie= alsof je er niet bent bv. van achter een raam
Actieve observatie= participerende observatie= zelf meedoen om te ervaren
Etikettering= categoriseren van bv. mensen o.b.v. hoe ze eruit zien (mensen onderverdelen in
hokjes is = wetenschappelijk)
Expertinterviews/ bevoorrechte getuigen= interviews doen met bv. wijkagent, cafébazen,
kappers voor het verkrijgen van gegevens die je zelf niet hebt
Elite interviews = interviews met mensen die ergens een cruciale rol in spelen.
Gatekeeping= toegang tot informatie die weerhouden kan worden door mensen die je interviewt
COREQ= Consolidated criteria for reporting qualitative studies
Theoretisch kader bij een diepte-interview= Het theoretisch kader toont welke factoren
samen een ervaring vormen en welke effecten doe ervaring heeft, en dient als leidraad om via
diepte-interviews de persoonlijke beleving, interpretatie en co-creatie van respondenten te
onderzoeken
Openingsvraag= het ijs breken
Inleidingsvraag= algemene opinie over het onderwerp te weten komen
Transitievragen= linken geïnterviewde aan het onderwerp
Sleutelvragen= welke vragen moeten beantwoord worden volgens de onderzoeksvraag (2-5; ca
15’/vraag)
Besluitende vragen= bedanken
Overzichtsvragen= hoe belangrijk vond de geïnterviewde de verschillende besproken thema’s?
Samenvattende vragen= heeft de interviewer het goed begrepen?
Eindvragen= iets over het hoofd gezien?
Pseudonimiseren= Gebruik maken van een andere naam
Transcripties= letterlijk uittypen
, Diepte-interview= een kwalitatieve onderzoeksmethode waarbij een interviewer een-op-een
een diepgaand, vaak langer, gesprek voert met een respondent om diens achterliggende
meningen, motivaties, gevoelens en gedrag te begrijpen, door middel van open vragen en
doorvragen, in plaats van strikte, vooraf gedefinieerde vragenlijsten
Focusgroepen= onderzoek waarbij een groep iets gemeenschappelijk heeft ervaren,
meegemaakt,…
Moderator bij focusgroepen= interviewer, facilitator, leider, psycholoog/therapeut, &
tijdsbewaker
Ethiek= de filosofische discipline die zich bezighoudt met het kritisch en systematisch
nadenken over moraal, waarden en normen om te bepalen wat goed en juist handelen is in
verschillende situaties
Lulkoek= Hierbij wil je niet weten wat de waarheid is
Leugen= iemand overtuigen van iets waarvan je weet dat het niet waar is
Mythe= een verhaal waarbij ook waarheden in de verzameling van argumenten zitten
Epistemische rechtvaardigheid= ‘Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het
culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en op deel te hebben aan
wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.’
Ethische code van het wetenschappelijk onderzoek= Zorgvuldigheid, Voorzichtigheid,
Betrouwbaarheid, Verifieerbaarheid, Onafhankelijkheid, Onpartijdigheid
GDPR = General Data Protection Regulation, of Algemene Verordening Gegevensbescherming
(AVG) in het Nederlands, is een Europese wetgeving die de bescherming van persoonsgegevens
van EU-burgers versterkt en uniformiseert, door regels vast te leggen voor het verzamelen,
verwerken en opslaan van data, waardoor burgers meer controle krijgen over hun gegevens en
organisaties strengere verantwoordelijkheden krijgen.
Positionaliteit= Wie ben ik als onderzoeker en welke invloed heeft dat op het onderzoek
Empirie = kennis die voortkomt uit directe, zintuiglijke ervaring en waarneming, in plaats van uit
theorie of rede; het draait om het zelf verzamelen en analyseren van data door experimenten of
onderzoek, en is de basis van empirische wetenschappen, waarbij conclusies worden getrokken
uit feitelijke gegevens.
Conceptueel model= schema van de relaties tussen variabelen
Concept mapping= Visueel samenvatten van theorie + toont waar de nadruk op ligt en wat
wordt toegevoegd aan de bestaande kennis
Enkelvoudige variabelen= bv. gender, leeftijd, lengte,…
Samengestelde variabelen= bv. bevolkingsdichtheid (bevolking/m²), BMI (lengte+gewicht),…
Complexe variabelen= bv. leefbaarheidsscore, levenskwaliteit,…
Generaliseren= uitspraak doen over bv. heel belgie, wanneer je a.d.h.v. een steekproef bv. 1000
belgen bevraagt hebt