KTH 1 – Ethiek – les 1
Toegepaste ethiek
‘Ethiek’ = ‘Moraalfilosofie, morele filosofie of moraalwetenschap’
= Grieks: èthos, gewoonte of zedelijke handeling
= een tak van de filosofie die zich bezig houdt met de kritische bezinning over
het juiste handelen
In algemene zin probeert ethiek de criteria vast te stellen om te kunnen
beoordelen of
- een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd, en
- om de motieven voor en consequenties van deze handeling te kunnen
evalueren.
In de ethiek vraagt de filosoof zich af wat de uiteindelijke norm is voor het menselijk
handelen
Wat is goed, wat is fout?
Hoewel in de omgangstaal ’ethisch’ in de betekenis van ’moreel’ wordt gebruikt, gaat
het om twee verschillende gebieden:
- ’moraal’ is het zedelijk handelen zelf,
- Terwijl ethiek de studie er van is.
Er zijn drie kennis gebieden waar in ethiek een belangrijke rol speelt:
- de wijsbegeerte
- de theologie
- de medische wetenschap.
Als zorgverlener werk je intensief samen met collega’s en de omgeving van de patiënt
om goede zorg te leveren.
Ook een goede verstand houding met je patiënt is hierbij essentieel.
Maar de meningen over wat goede zorg is, lopen wel eens uiteen. Vaak moetje
balanceren tussen de waarden van de patiënt, de omgevingen het beleid van je
organisatie.
Dat levert soms ethische dilemma’s op.
De zorg wordt steeds complexer. Door ontwikkelingen en nieuwe inzichten heb je in de
langdurende zorg steeds vaker te maken met moeilijk te beantwoorden vragen.
Nieuwe ontwikkelingen kunnen zijn:
- Mensen leven langer en hebben vaak meerdere gezondheidsproblemen.
- De opvattingen over beslissingen in de laatste levensfase veranderen.
- Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van technologie in de zorg.
In iedere situatie is het opnieuw afwegen wat passende zorg is voor de patiënt.
Om hierbij niet in conflict te komen met de patiënt, de zorgorganisatie
én jezelf is
ethische scholing en expertise van professionals nodig
, Vb. ethische dilemma’s
• Wat is een goede balans tussen het geven van autonomie (vrijheid,
eigen regie) aan patiënten en het beschermen van deze kwetsbare mensen
door vrijheidsbeperking op te leggen om risico's te voorkomen?
• Hoe moet je omgaan met wensen van naasten die vanuit goede zorg en
professioneel inzicht niet in het belang zijn van een patiënt die lijdt aan
dementie?
• Mag je als zorgprofessional afwijken van protocollen en standaarden als
het in het belang van de patiënt is?
• Hoe ga je om met je beroepsgeheim en de privacy van een patiënt bij
de samenwerking met hulpverleners met verschillende
beroepsachtergronden?
• Er zijn meerdere patiënten die tegelijk jouw hulp nodig hebben en je staat
er alleen voor. Aan wie geef je de voorrang en waarom?
• Je komt als thuiszorgmedewerker bij een terminale patiënt thuis om hem te
helpen met eten. De patiënt weigert te eten, maar zijn mantelzorger vindt
dat hij moet eten en dat jij ervoor moet zorgen. Laat je je leiden door de
Zorgethiek:
heeft 3 grote kenmerken:
- Contextuele gevoeligheid toont dat zorgethiek erg ‘down to earth’ is: zorgethiek
benadert elke situatie specifiek, en gaat uit van een uniek individu met zijn eigen
specifieke noden.
- Benadering van de mens als een fundamenteel kwetsbaar bestaan: wijst op de
overtuiging dat mensen op elkaar aangewezen zijn; wij zijn geen individuele,
autonome wezens.
- Aandacht voor relaties waarbinnen de zorg gestalte krijgt . Het bekijkt het belang van
de persoon en zijn relationeel netwerk.
Zorgethiek kijkt naar de zorgpraktijk zelf en wat zich daar concreet afspeelt
(dus: niet zoeken naar algemene richtinggevende principes)
Toegepaste ethiek
‘Ethiek’ = ‘Moraalfilosofie, morele filosofie of moraalwetenschap’
= Grieks: èthos, gewoonte of zedelijke handeling
= een tak van de filosofie die zich bezig houdt met de kritische bezinning over
het juiste handelen
In algemene zin probeert ethiek de criteria vast te stellen om te kunnen
beoordelen of
- een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd, en
- om de motieven voor en consequenties van deze handeling te kunnen
evalueren.
In de ethiek vraagt de filosoof zich af wat de uiteindelijke norm is voor het menselijk
handelen
Wat is goed, wat is fout?
Hoewel in de omgangstaal ’ethisch’ in de betekenis van ’moreel’ wordt gebruikt, gaat
het om twee verschillende gebieden:
- ’moraal’ is het zedelijk handelen zelf,
- Terwijl ethiek de studie er van is.
Er zijn drie kennis gebieden waar in ethiek een belangrijke rol speelt:
- de wijsbegeerte
- de theologie
- de medische wetenschap.
Als zorgverlener werk je intensief samen met collega’s en de omgeving van de patiënt
om goede zorg te leveren.
Ook een goede verstand houding met je patiënt is hierbij essentieel.
Maar de meningen over wat goede zorg is, lopen wel eens uiteen. Vaak moetje
balanceren tussen de waarden van de patiënt, de omgevingen het beleid van je
organisatie.
Dat levert soms ethische dilemma’s op.
De zorg wordt steeds complexer. Door ontwikkelingen en nieuwe inzichten heb je in de
langdurende zorg steeds vaker te maken met moeilijk te beantwoorden vragen.
Nieuwe ontwikkelingen kunnen zijn:
- Mensen leven langer en hebben vaak meerdere gezondheidsproblemen.
- De opvattingen over beslissingen in de laatste levensfase veranderen.
- Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van technologie in de zorg.
In iedere situatie is het opnieuw afwegen wat passende zorg is voor de patiënt.
Om hierbij niet in conflict te komen met de patiënt, de zorgorganisatie
én jezelf is
ethische scholing en expertise van professionals nodig
, Vb. ethische dilemma’s
• Wat is een goede balans tussen het geven van autonomie (vrijheid,
eigen regie) aan patiënten en het beschermen van deze kwetsbare mensen
door vrijheidsbeperking op te leggen om risico's te voorkomen?
• Hoe moet je omgaan met wensen van naasten die vanuit goede zorg en
professioneel inzicht niet in het belang zijn van een patiënt die lijdt aan
dementie?
• Mag je als zorgprofessional afwijken van protocollen en standaarden als
het in het belang van de patiënt is?
• Hoe ga je om met je beroepsgeheim en de privacy van een patiënt bij
de samenwerking met hulpverleners met verschillende
beroepsachtergronden?
• Er zijn meerdere patiënten die tegelijk jouw hulp nodig hebben en je staat
er alleen voor. Aan wie geef je de voorrang en waarom?
• Je komt als thuiszorgmedewerker bij een terminale patiënt thuis om hem te
helpen met eten. De patiënt weigert te eten, maar zijn mantelzorger vindt
dat hij moet eten en dat jij ervoor moet zorgen. Laat je je leiden door de
Zorgethiek:
heeft 3 grote kenmerken:
- Contextuele gevoeligheid toont dat zorgethiek erg ‘down to earth’ is: zorgethiek
benadert elke situatie specifiek, en gaat uit van een uniek individu met zijn eigen
specifieke noden.
- Benadering van de mens als een fundamenteel kwetsbaar bestaan: wijst op de
overtuiging dat mensen op elkaar aangewezen zijn; wij zijn geen individuele,
autonome wezens.
- Aandacht voor relaties waarbinnen de zorg gestalte krijgt . Het bekijkt het belang van
de persoon en zijn relationeel netwerk.
Zorgethiek kijkt naar de zorgpraktijk zelf en wat zich daar concreet afspeelt
(dus: niet zoeken naar algemene richtinggevende principes)