Literatuur Motorische ontwikkeling
College 1-3:
Moratorium: uitstel van de volwassenheid; geen kinderarbeid meer en
leerplicht in de 20e eeuw.
Schrijver solon verdeelt het leven van de mens in een tiental periodes van
7 jaar (=hebdomades), hij beschrijft deze periodes m.b.v. fenomenen:
1. Het ontstaan van tanden
2. Schaamhaar
3. Kin beharing
4. Maximale kracht
5. Verkrijging van vrouw / nageslacht
6. Disciplinering van denken en gedrag
7. Afname van kracht
8. Afname van geeft
9. Afname van spraak
10. De dood
Aristoteles verdeelde het leven ook in periodes van 7 jaar, een van zijn
bevindingen was dat de mens beweegt zich in de eerste hebdomade op
handen en voeten voort.
Plato stelde dat oefenen op jeugdige leeftijd van groot belang is voor
latere beroepsmogelijkheden; kinderen moeten worden weggehaald bij
ouders en naar een staatsinrichting gaan om te trainen. Echter, in zijn tijd
werden kinderen van vrije burgers overgelaten aan de zorg van slaven;
piada-gogen genoemd
De Romeinen hadden een godin van de kinderopvang, rumilia. Elk kind
moest de twaalf tafels kennen. Infanticide was toegestaan en volgens
Philippe Aries was er tot begin 17e eeuw geen sentiment de l’enfance:
kinderen werden niet tot een aparte groep beschouwd
John Locke was voor het empirisme, door zijn tabula rasa visie.
Rousseau stelde dat kinderen leven in een andere psychologische wereld
dan volwassenen. Het kind weet vanaf de geboorte van goed of slecht is;
opvoeding heeft weinig invloed (=laissez-faire-gedachte) Hij had dus
een nativistische opvatting
tegenwoordig sluit rousseau meer aan dan Locke; het kind wordt gezien
als wezen dat vergeleken met een volwassen nog niet alles kan.
Francis Bacon vond dat verstand gezuiverd moest worden van
vooroordelen en dat de natuur experimenteel getoetst moet worden
baby biografie: aantekeningen gemaakt n.a.v. observaties
echter tekortkomingen: idiosyncratische selectie: men leek alleen
hetgeen te zien wat paste in de theorie die al was opgesteld
, Bij de evolutieleer van Darwin werd de tabula rasa ingeruild voor de
nativistsiche opvatting, suvival of the fittest als natuurlijke selectie
Irreversibiliteitsprincipe stelt dat de evolutie nooit achteruit zal gaan =
wet van dollo
Sociaaldarwinisten beweren dat de sociale klassen in de samenleving het
gevolg zijn van natuurlijke selectie
Neotenie is de opvatting die stelt dat menselijke ontwikkeling trager
verloopt dan die van dieren en dat die van dieren eerder zijn eindpunt
bereikt
Kenmerkend in huidig onderzoek naar motoriek is opkomst van de theorie
van de non-lineaire dynamische systemen: benadrukt dat
biodynamische, neuromusculaire veranderingen tijdens het ouder worden
gerelateerd zijn aan de motorische ontwikkeling
In de jaren 60 is aangetoond dat baby’s hun gedrag wijzigen o.i.v.
experimentele condities ze kunnen dus leren, dat is afhankelijk van
interne mechanismen, niet door de leerprocessen die ontstaan kunnen zijn
Interne (coverte) bewegingen en passieve bewegingen worden niet tot
de motoriek gerekend; denk aan orgaan- en klierwerkingen
Onderscheidende motorische gedragingen impliceren een verschillende
mate van cognitieve betrokkenheid; uitgelegd door 5 gedragscategorieën:
1. Intellectueel gedrag: heeft betrekking op het weten dat bepaalde
doelen bereikt kunnen worden
2. Bewegingshandeling: de uitvoerder van de handeling heeft duidelijk
voor ogen waarom hij die handeling uitvoert. De verwerving van dit
vermogen wordt de declaratieve fase in het motorisch leren
genoemd
3. Competent motorisch gedrag: heeft betrekking op de uitvoering van
doelgerichte bewegingsactiviteiten, zonder dat daarbij een
intellectuele betrokkenheid verondersteld wordt; associatieve fase
genoemd
4. Bewegingsactiviteit: het directe gevolg van een spatio-temporeel
patroon van de spiercontracties. Klassieke reflexen vallen hieronder
5. Lichaamsbeweging: gaat om spatio-temporele verplaatsingen van
het lichaam die niet tot bewegingsactiviteit gerekend kunnen
worden; interne / passieve bewegingen
Psychomotoriek: duidt op een relatie tussen motorisch gedrag en
psychologische functies
Perceptuomotoriek: verwijst naar de koppeling tussen motorisch gedrag en
waarneming
College 1-3:
Moratorium: uitstel van de volwassenheid; geen kinderarbeid meer en
leerplicht in de 20e eeuw.
Schrijver solon verdeelt het leven van de mens in een tiental periodes van
7 jaar (=hebdomades), hij beschrijft deze periodes m.b.v. fenomenen:
1. Het ontstaan van tanden
2. Schaamhaar
3. Kin beharing
4. Maximale kracht
5. Verkrijging van vrouw / nageslacht
6. Disciplinering van denken en gedrag
7. Afname van kracht
8. Afname van geeft
9. Afname van spraak
10. De dood
Aristoteles verdeelde het leven ook in periodes van 7 jaar, een van zijn
bevindingen was dat de mens beweegt zich in de eerste hebdomade op
handen en voeten voort.
Plato stelde dat oefenen op jeugdige leeftijd van groot belang is voor
latere beroepsmogelijkheden; kinderen moeten worden weggehaald bij
ouders en naar een staatsinrichting gaan om te trainen. Echter, in zijn tijd
werden kinderen van vrije burgers overgelaten aan de zorg van slaven;
piada-gogen genoemd
De Romeinen hadden een godin van de kinderopvang, rumilia. Elk kind
moest de twaalf tafels kennen. Infanticide was toegestaan en volgens
Philippe Aries was er tot begin 17e eeuw geen sentiment de l’enfance:
kinderen werden niet tot een aparte groep beschouwd
John Locke was voor het empirisme, door zijn tabula rasa visie.
Rousseau stelde dat kinderen leven in een andere psychologische wereld
dan volwassenen. Het kind weet vanaf de geboorte van goed of slecht is;
opvoeding heeft weinig invloed (=laissez-faire-gedachte) Hij had dus
een nativistische opvatting
tegenwoordig sluit rousseau meer aan dan Locke; het kind wordt gezien
als wezen dat vergeleken met een volwassen nog niet alles kan.
Francis Bacon vond dat verstand gezuiverd moest worden van
vooroordelen en dat de natuur experimenteel getoetst moet worden
baby biografie: aantekeningen gemaakt n.a.v. observaties
echter tekortkomingen: idiosyncratische selectie: men leek alleen
hetgeen te zien wat paste in de theorie die al was opgesteld
, Bij de evolutieleer van Darwin werd de tabula rasa ingeruild voor de
nativistsiche opvatting, suvival of the fittest als natuurlijke selectie
Irreversibiliteitsprincipe stelt dat de evolutie nooit achteruit zal gaan =
wet van dollo
Sociaaldarwinisten beweren dat de sociale klassen in de samenleving het
gevolg zijn van natuurlijke selectie
Neotenie is de opvatting die stelt dat menselijke ontwikkeling trager
verloopt dan die van dieren en dat die van dieren eerder zijn eindpunt
bereikt
Kenmerkend in huidig onderzoek naar motoriek is opkomst van de theorie
van de non-lineaire dynamische systemen: benadrukt dat
biodynamische, neuromusculaire veranderingen tijdens het ouder worden
gerelateerd zijn aan de motorische ontwikkeling
In de jaren 60 is aangetoond dat baby’s hun gedrag wijzigen o.i.v.
experimentele condities ze kunnen dus leren, dat is afhankelijk van
interne mechanismen, niet door de leerprocessen die ontstaan kunnen zijn
Interne (coverte) bewegingen en passieve bewegingen worden niet tot
de motoriek gerekend; denk aan orgaan- en klierwerkingen
Onderscheidende motorische gedragingen impliceren een verschillende
mate van cognitieve betrokkenheid; uitgelegd door 5 gedragscategorieën:
1. Intellectueel gedrag: heeft betrekking op het weten dat bepaalde
doelen bereikt kunnen worden
2. Bewegingshandeling: de uitvoerder van de handeling heeft duidelijk
voor ogen waarom hij die handeling uitvoert. De verwerving van dit
vermogen wordt de declaratieve fase in het motorisch leren
genoemd
3. Competent motorisch gedrag: heeft betrekking op de uitvoering van
doelgerichte bewegingsactiviteiten, zonder dat daarbij een
intellectuele betrokkenheid verondersteld wordt; associatieve fase
genoemd
4. Bewegingsactiviteit: het directe gevolg van een spatio-temporeel
patroon van de spiercontracties. Klassieke reflexen vallen hieronder
5. Lichaamsbeweging: gaat om spatio-temporele verplaatsingen van
het lichaam die niet tot bewegingsactiviteit gerekend kunnen
worden; interne / passieve bewegingen
Psychomotoriek: duidt op een relatie tussen motorisch gedrag en
psychologische functies
Perceptuomotoriek: verwijst naar de koppeling tussen motorisch gedrag en
waarneming