College 1 - Wat is opvoeding?
Begripsbepaling door breder of smaller te maken:
Verschil tussen opvoeden en mishandelen zoals bij een corrigerende tik,
straffen, huisarrest of manipuleren.
Waarom? (laat 3 dingen zien) (waarom stellen we de vraag waarom?)
1. We bepalen begrippen, geven betekenis
2. Het maakt uit: begrippen/definities sturen ons handelen,
beïnvloeden het resultaat van ons handelen en de beoordeling
daarvan
3. We moeten hierover blijven nadenken, geesteswetenschappelijke
benadering binnen de pedagogiek
Kwesties & kenmerken over opvoeding
Verscheidenheid: wat opvoeding is, is niet vanzelfsprekend, maar er
is wel overlap.
Waardengeladenheid (normativiteit): opvoeding is een
waardengelagen begrip, bij het idee over opvoeding, vraagt men
zich altijd af wat wenselijk is.
Instrumenteel denken ligt op de loer, zoals over het einddoel en
wanneer het geslaagd is. Opvoeding is een instrument / middel om
een doel te bereiken.
Inherente normativiteit. Je kunt niet opvoeden tot bepaalde waarden
of principes zonder deze in de opvoedrelatie zelf te realiseren.
Opvoeden:
1. Doelbewust, intentioneel (per definitie)
2. Volwassene kind (paradigmatisch)
3. Normatief:
a. Wenselijk: nagestreefde effect van handelen is wenselijk
volgens opvoeder
b. Gezag: opvoeder neemt het recht om te bepalen hoe kind
moet worden opgevoed, zich moet gedragen (heeft inzicht in
welk gedrag wenselijk is)
Opvoeding (= het geheel van daden, activiteiten of praktijken die
bijdragen aan de weg naar volwassenheid.
Volwassenheid als status (maatschappelijke functie: toekenning van
rechten en verantwoordelijkheden, in staat om bepaalde
gezindheden na te streven)
, Volwassenheid als het hebben van levensoriëntatie (conceptie van
het goede leven, je eigen maken van normatieve opvattingen over
hoe je je leven moet leiden)
Het antinomische karakter van opvoeding
antinomie = een spanningsvolle verhouding tussen 2 polen. De spanning
moet blijven, beide polen moeten in balans blijven; als de 1 aan de ander
wordt opgeofferd verdwijnt de antinomie – en daarmee verdwijnt de
opvoeding.
Pedagogiek is intrinsiek antropologisch (=wat is de mens)
Wat iemand opvoeding vind ligt aan het mens- en kindbeeld dat iemand
heeft, als iemand bijvoorbeeld opvoedt tot het zelfstandig maken van een
kind, vind diegene zelfstandigheid iets dat bij zijn mensbeeld past.
De opvoeder bepaald het leven van de opvoedeling = pedagogisch
optimisme = je kunt van een kind maken wat je zelf wilt, dat het kind
actief aan zijn eigen vorming en opvoeding meewerkt, wordt ontkent
visie 1
Naturalistisch optimisme = de even onhoudbare verabsolutering van het
eigen vormprincipe of de neiging tot zelfvorming van het kind: zonder dat
de volwassene er zich mee bemoeit komt het wel goed. De opvoeder moet
niks doen, dan komt het vanzelf goed, bij een niet negatieve omgeving
visie 2
, College 2 - Hoe voed je op?
Technisch-rationele visie op opvoeden (mensbeeld):
Opvoeding heeft een duidelijk doel en kan dus slagen of mislukken
Opvoeding Is leerbaar, dus meer kennis en oefening leiden tot
betere opvoeding deskundigheid loont
Opvoeding Kent een oorzaak-gevolg relatie tussen het gedrag van
de ouder en dat van het kind. Opvoeduitkomsten zijn dus in principe
te voorspellen.
Er is sprake van een viervoudige opvoeding: door ouders, partner,
kinderen en continu door henzelf.
Bij opvoeding is er een transactioneel proces: wederzijdse invloed kind -
opvoeders
Norm, normatief en normaal
wat wij als normaal zien beïnvloedt ons handelen (als professional en als
ouders)
opvoeding is doelgericht waarvoor bepaalde middelen nodig zijn, om de
doelen te bereiken. Daarvoor zijn een aantal basale vaardigheden nodig
van de opvoeders. Opvoeding is vaak geen bewust proces.
voorbeelden van opvoed oriëntaties: autonomie, assertiviteit, sociaal
gevoel
voorbeelden van opvoedingsdoelen: verantwoordelijkheidsgevoel hebben,
opkomen voor jezelf, rekening houden met anderen, respect hebben,
zelfstandig oordelen enz.
Universele opvattingen over opvoeding: adaptief en sensitief
Afstemmen op de behoefte en ontwikkelingsfase van een kind
Kanttekeningen bij het bepalen van een opvoeddoel
Opvoeddoelen zijn inherent waardegeladen, ze weerspiegelen
evaluatieve keuzes en zijn gebaseerd op ideeën, waarden en
motivaties
Opvoeddoelen staan nooit los van de culturele en tijdsgebonden
context
Opvoeddoelen kunnen tegenstrijdig zijn
Opvoeddoelen kunnen variëren naar gelang de situatie
Het bewust begeleiden en beïnvloeden van de opvoedeling en het
handhaven van ijn of haar gedrag en houding doen we met
opvoedingsmiddelen (=trukendoos) om het gewenste gedrag actief en
bewust mee aan te leren en te reguleren. Ouders kunnen het gedrag van
Begripsbepaling door breder of smaller te maken:
Verschil tussen opvoeden en mishandelen zoals bij een corrigerende tik,
straffen, huisarrest of manipuleren.
Waarom? (laat 3 dingen zien) (waarom stellen we de vraag waarom?)
1. We bepalen begrippen, geven betekenis
2. Het maakt uit: begrippen/definities sturen ons handelen,
beïnvloeden het resultaat van ons handelen en de beoordeling
daarvan
3. We moeten hierover blijven nadenken, geesteswetenschappelijke
benadering binnen de pedagogiek
Kwesties & kenmerken over opvoeding
Verscheidenheid: wat opvoeding is, is niet vanzelfsprekend, maar er
is wel overlap.
Waardengeladenheid (normativiteit): opvoeding is een
waardengelagen begrip, bij het idee over opvoeding, vraagt men
zich altijd af wat wenselijk is.
Instrumenteel denken ligt op de loer, zoals over het einddoel en
wanneer het geslaagd is. Opvoeding is een instrument / middel om
een doel te bereiken.
Inherente normativiteit. Je kunt niet opvoeden tot bepaalde waarden
of principes zonder deze in de opvoedrelatie zelf te realiseren.
Opvoeden:
1. Doelbewust, intentioneel (per definitie)
2. Volwassene kind (paradigmatisch)
3. Normatief:
a. Wenselijk: nagestreefde effect van handelen is wenselijk
volgens opvoeder
b. Gezag: opvoeder neemt het recht om te bepalen hoe kind
moet worden opgevoed, zich moet gedragen (heeft inzicht in
welk gedrag wenselijk is)
Opvoeding (= het geheel van daden, activiteiten of praktijken die
bijdragen aan de weg naar volwassenheid.
Volwassenheid als status (maatschappelijke functie: toekenning van
rechten en verantwoordelijkheden, in staat om bepaalde
gezindheden na te streven)
, Volwassenheid als het hebben van levensoriëntatie (conceptie van
het goede leven, je eigen maken van normatieve opvattingen over
hoe je je leven moet leiden)
Het antinomische karakter van opvoeding
antinomie = een spanningsvolle verhouding tussen 2 polen. De spanning
moet blijven, beide polen moeten in balans blijven; als de 1 aan de ander
wordt opgeofferd verdwijnt de antinomie – en daarmee verdwijnt de
opvoeding.
Pedagogiek is intrinsiek antropologisch (=wat is de mens)
Wat iemand opvoeding vind ligt aan het mens- en kindbeeld dat iemand
heeft, als iemand bijvoorbeeld opvoedt tot het zelfstandig maken van een
kind, vind diegene zelfstandigheid iets dat bij zijn mensbeeld past.
De opvoeder bepaald het leven van de opvoedeling = pedagogisch
optimisme = je kunt van een kind maken wat je zelf wilt, dat het kind
actief aan zijn eigen vorming en opvoeding meewerkt, wordt ontkent
visie 1
Naturalistisch optimisme = de even onhoudbare verabsolutering van het
eigen vormprincipe of de neiging tot zelfvorming van het kind: zonder dat
de volwassene er zich mee bemoeit komt het wel goed. De opvoeder moet
niks doen, dan komt het vanzelf goed, bij een niet negatieve omgeving
visie 2
, College 2 - Hoe voed je op?
Technisch-rationele visie op opvoeden (mensbeeld):
Opvoeding heeft een duidelijk doel en kan dus slagen of mislukken
Opvoeding Is leerbaar, dus meer kennis en oefening leiden tot
betere opvoeding deskundigheid loont
Opvoeding Kent een oorzaak-gevolg relatie tussen het gedrag van
de ouder en dat van het kind. Opvoeduitkomsten zijn dus in principe
te voorspellen.
Er is sprake van een viervoudige opvoeding: door ouders, partner,
kinderen en continu door henzelf.
Bij opvoeding is er een transactioneel proces: wederzijdse invloed kind -
opvoeders
Norm, normatief en normaal
wat wij als normaal zien beïnvloedt ons handelen (als professional en als
ouders)
opvoeding is doelgericht waarvoor bepaalde middelen nodig zijn, om de
doelen te bereiken. Daarvoor zijn een aantal basale vaardigheden nodig
van de opvoeders. Opvoeding is vaak geen bewust proces.
voorbeelden van opvoed oriëntaties: autonomie, assertiviteit, sociaal
gevoel
voorbeelden van opvoedingsdoelen: verantwoordelijkheidsgevoel hebben,
opkomen voor jezelf, rekening houden met anderen, respect hebben,
zelfstandig oordelen enz.
Universele opvattingen over opvoeding: adaptief en sensitief
Afstemmen op de behoefte en ontwikkelingsfase van een kind
Kanttekeningen bij het bepalen van een opvoeddoel
Opvoeddoelen zijn inherent waardegeladen, ze weerspiegelen
evaluatieve keuzes en zijn gebaseerd op ideeën, waarden en
motivaties
Opvoeddoelen staan nooit los van de culturele en tijdsgebonden
context
Opvoeddoelen kunnen tegenstrijdig zijn
Opvoeddoelen kunnen variëren naar gelang de situatie
Het bewust begeleiden en beïnvloeden van de opvoedeling en het
handhaven van ijn of haar gedrag en houding doen we met
opvoedingsmiddelen (=trukendoos) om het gewenste gedrag actief en
bewust mee aan te leren en te reguleren. Ouders kunnen het gedrag van