100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Kwalitatief onderzoek (DY)

Rating
-
Sold
1
Pages
38
Uploaded on
23-01-2026
Written in
2025/2026

Dit is een samenvatting van alle literatuur die gelezen moest worden en de aantekeningen die ik bij mijn college heb gemaakt.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 23, 2026
Number of pages
38
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Kwalitatief Onderzoek

,1
SAMENVATTING KWALITATIEF ONDERZOEK




Inhoudsopgave
College 1: Wetenschappelijk denken, theorie en kennis...................................1
Over wetenschap vs. alledaags denken, positivisme/constructivisme, inferentie,
theorie, constructen, onzekerheid..................................................................................1

College 2: Focusgroepen en groepsinteractie als data....................................14
Over focus group interviews, groepsdynamiek, sampling, moderatie, analyse,
toepassingen en beperkingen.......................................................................................14

College 3: Wetenschappelijke kwaliteit en theorievorming.............................19
Over validiteit, betrouwbaarheid, theorie, parsimony, leverage, rivaliserende
hypothesen, data-gebruik.............................................................................................19

College 4: Inferentie, vergelijking en onderzoeksdesign.................................21
Over descriptieve vs. causale inferentie, vergelijking, bias, onzekerheid, selectie,
methodologische regels................................................................................................21

College 5: Causaliteit en causale inferentie...................................................29
Over definitie van causaliteit, counterfactuals, aannamen, mechanismen, multipele
causatie, asymmetrie................................................................................................... 29

College 6: Mixed methods, triangulatie en integratie.....................................33
Over kwalitatief + kwantitatief, triangulatie, validiteit, mixed methods designs,
pragmatische benadering.............................................................................................33



College 1: Wetenschappelijk denken, theorie en kennis

Over wetenschap vs. alledaags denken, positivisme/constructivisme, inferentie, theorie,
constructen, onzekerheid
Wetenschap, alledaags denken en empirisch onderzoek
Mensen proberen in het dagelijks leven voortdurend hun omgeving te begrijpen. Door
informele observatie (casual observation) nemen zij gedrag waar, interpreteren dit
en vormen daar impliciet verklaringen bij. Deze verklaringen worden vervolgens getoetst
door verdere observatie of door in te grijpen in situaties. Dit proces is noodzakelijk om het
dagelijks functioneren mogelijk te maken, maar het is ongestructureerd, impliciet en sterk
subjectief. Informele observatie is daardoor gevoelig voor vertekeningen, zoals
bevestigingsbias, selectieve waarneming, verkeerde inschattingen van causaliteit en het
verwarren van toeval met systematische patronen. Mensen zoeken vooral naar
bevestiging van hun bestaande ideeën en staan zelden expliciet stil bij alternatieve
verklaringen of de beperkingen van hun waarnemingen.

Wetenschappelijk onderzoek vertoont op hoofdlijnen overeenkomsten met dit alledaagse
proces, maar verschilt fundamenteel in kritische houding, systematiek en
nauwkeurigheid. Waar het dagelijks denken vooral gericht is op bruikbaarheid, is
wetenschappelijk onderzoek gericht op kennisontwikkeling. Onderzoekers zijn zich
expliciet bewust van mogelijke vertekeningen en ontwerpen hun onderzoek zo dat deze
zoveel mogelijk worden beperkt of gecontroleerd. Zij maken aannames expliciet,

,2
SAMENVATTING KWALITATIEF ONDERZOEK


gebruiken transparante procedures en laten hun werk controleren door anderen (peer
review). Daarmee wordt niet geprobeerd fouten volledig te voorkomen, maar wel om ze
zichtbaar en toetsbaar te maken.

Een centraal verschil is dat wetenschappelijk onderzoek altijd empirisch onderbouwd is.
Uitspraken over gedrag worden niet gebaseerd op intuïtie of ervaring alleen, maar op
systematisch verzamelde data. Daarbij geldt dat data nooit voor zichzelf spreken: zij
krijgen betekenis binnen een theoretisch en methodologisch kader. Wetenschappelijk
onderzoek draait daarom niet om observatie op zich, maar om het trekken van
verantwoorde inferenties: onderbouwde gevolgtrekkingen over verschijnselen die niet
direct observeerbaar zijn, op basis van beperkte en onvolledige gegevens.

Dit geldt zowel voor kwalitatief als kwantitatief onderzoek. Beide benaderingen delen
hetzelfde wetenschappelijke doel en volgen dezelfde logica van inferentie, ook al
verschillen zij in stijl, technieken en type data. In beide gevallen staat de redenering
achter dataverzameling centraal: waarom worden juist deze data verzameld, welke
aannames liggen hieraan ten grondslag en wat kunnen we er wel en niet uit concluderen?
Data verzamelen is nooit een doel op zich, maar altijd een middel om theoretisch
relevante vragen te beantwoorden.

Het document benadrukt daarbij dat onderzoekers zich voortdurend bewust moeten zijn
van onzekerheid. Inferenties zijn altijd voorlopig, omdat metingen imperfect zijn, data
beperkt zijn en alternatieve verklaringen mogelijk blijven. Wetenschappelijke kwaliteit zit
daarom niet in absolute zekerheid, maar in een zorgvuldige methode, transparantie over
keuzes en het expliciet maken van beperkingen. Juist hierin onderscheidt
wetenschappelijk onderzoek zich van het alledaagse denken: niet door foutloos te zijn,
maar door systematisch met fouten en onzekerheid om te gaan.

Wetenschapsfilosofische benaderingen
De manier waarop onderzoekers naar kennis en onderzoek kijken, is historisch gevormd
door verschillende wetenschapsfilosofische stromingen, die elk andere aannames hebben
over wat kennis is, hoe die kan worden verkregen en wat het doel van wetenschap is.

- In het pre-positivisme lag de nadruk op beschrijving en begrip. Onderzoek was
voornamelijk gericht op het observeren van verschijnselen zoals zij zich voordeden
in de werkelijkheid. Het doel was niet het formuleren van algemene wetten, maar
het zo nauwkeurig mogelijk vastleggen en begrijpen van wat werd waargenomen.
Er was weinig aandacht voor systematische toetsing, causaliteit of voorspelling.
- Met de opkomst van het positivisme veranderde dit fundamenteel. Positivisten
gingen ervan uit dat er algemene, universele wetten bestaan die gedrag verklaren
en voorspellen, vergelijkbaar met natuurwetten. Deze wetten zouden ontdekt
kunnen worden door systematische dataverzameling, meting en analyse.
Onderzoek kreeg een sterk empirisch karakter, met nadruk op objectiviteit,
controle, manipulatie en hypothesetoetsing. In deze benadering staat de
onderzoeker idealiter los van het onderzoeksobject.
- Het post-positivisme ontstond als reactie op de beperkingen van het
positivisme. Post-positivisten erkennen dat absolute waarheid onbereikbaar is:
metingen zijn altijd imperfect, data zijn onvolledig en alternatieve verklaringen
blijven mogelijk. In plaats van zekerheid staat waarschijnlijkheid centraal. Cruciaal
is het inzicht dat binnen dezelfde context meerdere theorieën plausibel kunnen
zijn. Kennis is dus altijd voorlopig en herzienbaar. Deze benadering vormt nog
steeds een belangrijke methodologische basis voor veel empirisch onderzoek in de
sociale wetenschappen, inclusief kwantitatief onderzoek.

, 3
SAMENVATTING KWALITATIEF ONDERZOEK


- Daartegenover staat het constructivisme, dat veel radicaler breekt met het
positivistische denken. Constructivisten stellen dat de sociale werkelijkheid niet
onafhankelijk bestaat van mensen, maar voortdurend wordt gevormd door
betekenisgeving, interpretatie en interactie. Het zoeken naar algemene wetten
wordt gezien als misleidend, omdat menselijk gedrag altijd contextgebonden is.
Volgens deze benadering leidt een focus op voorspelling en controle tot een
versmalling van wetenschap, waarbij juist het vermogen om gedrag te beschrijven
en te verklaren afneemt. Het doel van onderzoek is hier niet voorspellen, maar
begrijpen.

De sociale wetenschappen laten zich niet volledig in één van deze stromingen vangen.
Methodologisch leunen zij vaak op positivistische en post-positivistische principes, zoals
empirische toetsing, systematische dataverzameling, transparantie en inferentie.
Tegelijkertijd is het onderzoeksproces zelf sterk beïnvloed door constructivistische
inzichten.

Dit komt doordat sociale wetenschappers werken met actieve onderzoeksobjecten.
Participanten interpreteren vragen, reageren op onderzoekers en passen hun gedrag aan.
Onderzoek is daardoor altijd een interactief proces. Bovendien brengen onderzoekers zelf
hun normen, waarden, theoretische perspectieven en aannames mee. Deze beïnvloeden
onder andere de keuze van onderzoeksvragen, de interpretatie van data en de conclusies
die worden getrokken. Dit gebeurt ook in de natuurwetenschappen, maar is in de sociale
wetenschappen veel explicieter en onvermijdelijker aanwezig.

Onderzoekers dragen daarom een grote verantwoordelijkheid. Zij moeten rekening
houden met situationele factoren, meerdere perspectieven, de impact van hun handelen
op participanten en de toepasbaarheid van resultaten in de echte wereld. Dit vereist
voortdurende methodologische en ethische reflectie.

De kernboodschap is dat sociaal-wetenschappelijk onderzoek geen keuze is tussen
positivisme óf constructivisme, maar een combinatie van beide. De sociale
wetenschappen streven naar systematische en empirisch onderbouwde kennis
(positivistisch/post-positivistisch), terwijl zij tegelijkertijd erkennen dat kennis contextueel,
perspectiefgebonden en voorlopig is (constructivistisch). Juist deze spanning vormt de
basis van kwalitatief onderzoek en verklaart waarom kwalitatieve en kwantitatieve
benaderingen elkaar aanvullen in plaats van uitsluiten.

Constructen, theorie en hypothesen
Een belangrijk methodologisch uitgangspunt is het covariation principle. Dit betekent
dat de onderzoeker zelf verantwoordelijk is voor hoe verbanden tussen variabelen worden
vastgesteld en geïnterpreteerd. Relaties tussen variabelen bestaan dus niet “vanzelf” in
de data, maar ontstaan door de keuzes die de onderzoeker maakt.

Die keuzes hebben bijvoorbeeld betrekking op:

- Hoe variabelen worden gemeten;
- Welk onderzoekontwerp wordt gebruikt;
- En hoe de data worden geanalyseerd.

Daardoor kunnen conclusies nooit los worden gezien van het onderzoeksproces. Wat een
studie laat zien, hangt altijd samen met hoe het onderzoek is opgezet en uitgevoerd. Het
covariation principle benadrukt daarmee dat onderzoeksresultaten geen objectieve feiten
op zichzelf zijn, maar interpretaties die voortkomen uit methodologisch verantwoorde
keuzes.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
scholier13584902 Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
157
Member since
4 year
Number of followers
50
Documents
16
Last sold
23 hours ago

4.4

12 reviews

5
7
4
3
3
2
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions