Sociologie
Week 1
- Wetenschap van de manier waarop mensen samenleven
- Sociologen onderzoeken hoe mensen elkaar beïnvloeden, hoe groepen en instituties ontstaan
en hoe samenlevingen veranderen. Het gaat niet om individueel gedrag op zich, maar om
sociale patronen, structuren en processen.
Het sociologisch perspectief bekijkt:
• Hoe mensen door hun sociale omgeving worden beïnvloed, zoals familie, school, cultuur,
media, religie, leeftijdsgroep, sociale klasse.
• Hoe sociale structuren en rollen gedrag sturen.
• Hoe maatschappelijke normen, waarden en verwachtingen bepalen wat “normaal” of gewenst
gedrag is.
• Hoe sociale ongelijkheid ontstaat en in stand wordt gehouden.
Wat mensen doen, wordt niet alleen bepaald door persoonlijke keuzes, maar ook door:
• Normen en waarden
• Cultuur
• Sociale positie
• Instituties zoals gezin, school, werk en overheid
Samenlevingen bestaan uit:
• Sociale structuren: vaste patronen zoals klassen, rollen en instituties
• Cultuur: gedeelde normen, waarden, symbolen en betekenissen
Samen bepalen zij hoe mensen denken, handelen en met elkaar omgaan.
Uitgangspunten
- Centraal uitgangspunt (1)
- Invloed sociale context
- Vb. Kinderen krijgen samenleving
- Centraal uitganspunt (2)
- Interdependentie
- Allemaal van elkaar afhankelijk (bijv. Vakkenvuller etc.)
- Afhankelijkheden worden steeds meer wedstrijd
De mens in sociale context
- Micro: vanuit sociale psychologie
, - Macro: vanuit de sociologie
Als socioloog werk je met
- Migratieproblematiek
- Sociale netwerken
- Armoede
- Criminaliteit
- Ongelijkheid binnen onderwijs
- Problemen in de grote stad
- Ongezonde leefstijl
- Kansen op de arbeidsmarkt
- Omgang tussen buren in een gemengde wijk
- Etc.
Sociale problemen: Hoe... op te lossen?
Dit zijn problemen in de samenleving zelf situaties die veel mensen als ongewenst, schadelijk of
zorgelijk ervaren.
- Praktisch gericht op beleid
- Biologische basisgegevens
Een sociaal probleem wordt herkend doordat:
1. Veel mensen er last van hebben of het als problematisch zien.
2. Het gevolgen heeft voor hoe mensen met elkaar samenleven.
3. Er publieke discussie over is.
4. De overheid of instellingen proberen het aan te pakken.
Sociologische problemen: Hoe zit.... In elkaar?
Dit zijn wetenschappelijke vragen die sociologen stellen om sociale verschijnselen te begrijpen.
Het zijn dus geen problemen in de samenleving, maar vragen over de samenleving.
- Beschrijven, verklaren, gericht op kennisverwerving
- Geografische basisgegevens, demografische basisgegevens
, Een sociologisch probleem:
1. Is een onderzoeksvraag.
2. Gebeurt wanneer sociologen een sociaal verschijnsel willen verklaren.
3. Heeft als doel kennis, niet direct een oplossing.
Samenleving bestuderen vanuit sociologie?
- Interactie, communiceren met elkaar
- Vindt plaats tussen individuen
- Bestaat uit communicatie en gedrag
- Is situationeel en dynamisch
- Cultuur, maakt interacties voorspelbaar
- Aanleren cultuur gebeurt via socialisatie (aanleren van sociale regels)
- Internalisatie, je weet hoe dingen horen in een samenleving zonder externe dwang (routine,
voorspelbaar)
- Verliezen soms ons kritisch vermogen, je staat er niet bij stil hoeveel je hebt
meegekregen vanuit je gezin etc.
- Cultuur beïnvloed interactie, interactie beïnvloed cultuur
- Cultuur is het aangeleerde gedragsrepertoire dat mensen behorend tot een bepaalde groep
of samenleving gemeen hebben.
- Immaterieel, niet tastbaar (gewoonte)
- Materieel, tastbaar (kleding)
- Interdependentie, fundamentele verbindingen (wederzijdse afhankelijkheid tussen mensen,
groepen en instituties.)
- Afhankelijkheid
- Kan zonder directe interactie
- Sociaal handelen: waarbij je je oriënteert op een ander, waarbij je de ander of samenleving in
je hoofd hebt onbewust
Week 1
- Wetenschap van de manier waarop mensen samenleven
- Sociologen onderzoeken hoe mensen elkaar beïnvloeden, hoe groepen en instituties ontstaan
en hoe samenlevingen veranderen. Het gaat niet om individueel gedrag op zich, maar om
sociale patronen, structuren en processen.
Het sociologisch perspectief bekijkt:
• Hoe mensen door hun sociale omgeving worden beïnvloed, zoals familie, school, cultuur,
media, religie, leeftijdsgroep, sociale klasse.
• Hoe sociale structuren en rollen gedrag sturen.
• Hoe maatschappelijke normen, waarden en verwachtingen bepalen wat “normaal” of gewenst
gedrag is.
• Hoe sociale ongelijkheid ontstaat en in stand wordt gehouden.
Wat mensen doen, wordt niet alleen bepaald door persoonlijke keuzes, maar ook door:
• Normen en waarden
• Cultuur
• Sociale positie
• Instituties zoals gezin, school, werk en overheid
Samenlevingen bestaan uit:
• Sociale structuren: vaste patronen zoals klassen, rollen en instituties
• Cultuur: gedeelde normen, waarden, symbolen en betekenissen
Samen bepalen zij hoe mensen denken, handelen en met elkaar omgaan.
Uitgangspunten
- Centraal uitgangspunt (1)
- Invloed sociale context
- Vb. Kinderen krijgen samenleving
- Centraal uitganspunt (2)
- Interdependentie
- Allemaal van elkaar afhankelijk (bijv. Vakkenvuller etc.)
- Afhankelijkheden worden steeds meer wedstrijd
De mens in sociale context
- Micro: vanuit sociale psychologie
, - Macro: vanuit de sociologie
Als socioloog werk je met
- Migratieproblematiek
- Sociale netwerken
- Armoede
- Criminaliteit
- Ongelijkheid binnen onderwijs
- Problemen in de grote stad
- Ongezonde leefstijl
- Kansen op de arbeidsmarkt
- Omgang tussen buren in een gemengde wijk
- Etc.
Sociale problemen: Hoe... op te lossen?
Dit zijn problemen in de samenleving zelf situaties die veel mensen als ongewenst, schadelijk of
zorgelijk ervaren.
- Praktisch gericht op beleid
- Biologische basisgegevens
Een sociaal probleem wordt herkend doordat:
1. Veel mensen er last van hebben of het als problematisch zien.
2. Het gevolgen heeft voor hoe mensen met elkaar samenleven.
3. Er publieke discussie over is.
4. De overheid of instellingen proberen het aan te pakken.
Sociologische problemen: Hoe zit.... In elkaar?
Dit zijn wetenschappelijke vragen die sociologen stellen om sociale verschijnselen te begrijpen.
Het zijn dus geen problemen in de samenleving, maar vragen over de samenleving.
- Beschrijven, verklaren, gericht op kennisverwerving
- Geografische basisgegevens, demografische basisgegevens
, Een sociologisch probleem:
1. Is een onderzoeksvraag.
2. Gebeurt wanneer sociologen een sociaal verschijnsel willen verklaren.
3. Heeft als doel kennis, niet direct een oplossing.
Samenleving bestuderen vanuit sociologie?
- Interactie, communiceren met elkaar
- Vindt plaats tussen individuen
- Bestaat uit communicatie en gedrag
- Is situationeel en dynamisch
- Cultuur, maakt interacties voorspelbaar
- Aanleren cultuur gebeurt via socialisatie (aanleren van sociale regels)
- Internalisatie, je weet hoe dingen horen in een samenleving zonder externe dwang (routine,
voorspelbaar)
- Verliezen soms ons kritisch vermogen, je staat er niet bij stil hoeveel je hebt
meegekregen vanuit je gezin etc.
- Cultuur beïnvloed interactie, interactie beïnvloed cultuur
- Cultuur is het aangeleerde gedragsrepertoire dat mensen behorend tot een bepaalde groep
of samenleving gemeen hebben.
- Immaterieel, niet tastbaar (gewoonte)
- Materieel, tastbaar (kleding)
- Interdependentie, fundamentele verbindingen (wederzijdse afhankelijkheid tussen mensen,
groepen en instituties.)
- Afhankelijkheid
- Kan zonder directe interactie
- Sociaal handelen: waarbij je je oriënteert op een ander, waarbij je de ander of samenleving in
je hoofd hebt onbewust