Deel 1
H1: Algemene inleiding (oud BW – GW)
Het begrip recht:
Subjectieve rechten: “ik heb het recht om…”
Objectieve rechten: rechtsregels in het totaal
Het begrip objectief recht:
Geheel van regels
o Verbod, gebod, toelating
Verbods- of gebodsregels: “je moet” (bv art. 203 oud BW, art. 213 oud
BW) en “je mag niet” (bv art. 144 oud BW, art. 215 oud BW)
Toelatingsregel: “je mag”
o Aanvullend of dwingend
Aanvullend recht: enkel wanneer geen enkele andere regeling werd
getroffen
Dwingend recht: moeten worden nageleefd door iedereen
Niet naleven = SANCTIE
o Algemeen of individueel
Naleving is afdwingbaar
o Staat moet sancties opleggen:
Schadevergoeding (privaat recht)/ boete (strafrecht)
Bijvoorbeeld aannemer die zijn werken niet uitvoert
o Staat zorgt voor organisatie van structuren m.a.w. naleving en uitvoering
Bijvoorbeeld rechtbank, gevangenis, ...
Door de staat opgelegd of ontvangen en bekrachtigd
Ordening maatschappij
Doel: maatschappelijk leven ordenen
Indien geen regels: CHAOS
Ordening maatschappij = het belangrijkste kenmerk van recht
Regels door de overheid uitgevaardigd
Door de staat opgelegd of bekrachtigd
Overheid vaardigt wetgeving uit
Gebeurt op verschillende niveaus:
, Gemeente
Gewest
Gemeenschap
Afdwingbaar
Staat moet sancties opleggen:
o Schadevergoeding (privaat recht)/ boete (strafrecht)
o Bv: aannemer die zijn werken niet uitvoert
Staat zorgt voor organisatie van structuren: naleving en uitvoering
o Bv: rechtbank, gevangenis
Samengevat
Casus: In het interne reglement van een voetbalvereniging staat dat je wordt uitgesloten als je
twee of meerdere keren afwezig bent op training zonder te verwittigen.
Is dit een rechtsregel?
Ga 4 voorwaarden na
o Is het een regel? Ja
o Afdwingbaar? Ja
o Door de staat opgelegd? Nee ⮕ geen rechtsregel
o Ordering maatschappij? Ja
H2: indeling van het recht (GW)
Privaat recht
Burgerlijk recht
Gerechtelijk privaatrecht: alle regels via de rechtbanken
Internationaal privaatrecht (bv ik ben een Belgische vrouw en ik ben gehuwd met een
Franse man)
Publiek recht
Grondwettelijk recht
Administratief recht
o Deelmateries: onteigening, ruimtelijke ordening en stedenbouw
o Invoeren van het systeem van vergunningen is hier van groot belang
Strafrecht
o Materieel strafrecht: beschrijving van verschillende strafbare feiten en de
straffen daarbij.
o Formele strafprocesrecht:
o Legaliteitsbeginsel, recht van verdediging, onafhankelijkheid van de rechter
Fiscaal recht
o Directe belastingen
o Indirecte belastingen
,Gemengde rechtstakken
Economisch recht:
o Ingrijpen overheid = publiek
o Vrije rechtsbetrekking
ondernemingen = privaat
Sociaal recht:
o Arbeidsrecht = privaat
o Sociaal zekerheidsrecht =
publiek
Casus p41:
Scheiding (privaat recht)
Verandering achternaam (privaat recht)
Recht op groeipakket (publiek recht)
Alimentatie van vader kind (privaat recht)
Strafproces met klacht (privaat recht)
Andere indelingen:
Objectief en subjectief recht
Objectief: rechtsregels op zich
Subjectief: vorderingen die de ene t.o.v. de andere laat gelden
Materieel en formeel recht
Materieel: regels die rechten toekennen
Formeel: hoe de naleving verzekeren
H3: Bronnen van het recht (GW – BW)
Wetgeving in ruime zin
Materiële wet
Voorschriften uitgevaardigd door een lokale overheid
Wet, maar ook KB’s (koninklijk besluit), decreten en besluiten
Bevat algemene bindende regel, inhoud primeert
Formele wet
Handelingen van het federaal wetgevend parlement
Ongeacht de inhoud
Internationale verdragen
Geldingskracht binnen het Belgisch grondgebied
Belgische staat sluit een verdrag m.b.t. binnenlandse materie
, Belgische staat wordt lid van een internationale organisatie, die
bevoegd is voor een binnenlandse materie
Internationale verdragen
Verordening
= Een verordening is een bindende rechtshandeling die in de hele EU van toepassing
is, rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat
Richtlijn
= Een richtlijn legt een bepaald doel vast dat alle EU-landen moeten bereiken. Maar
elke lidstaat mag zelf de wetgeving vaststellen om dat doel te bereiken.
Besluit
= Een besluit is bindend voor degene tot wie het gericht is (een EU-land of bedrijf) en
is rechtstreeks van toepassing.
Supranationale regels hebben voorrang!
De grondwet
= meest fundamentele van alle nationale wetten
3 machten: Wetgevend, uitvoerend en rechtsprekend
o Regelt inrichting van de machten
o Regelt fundamentele rechten en vrijheden van de burger
o Oorsprong dateert van 1831
o Wijzigen via specifieke procedure:
Koning en parlement duiden te wijzigen artikelen aan
Parlement wordt ontbonden -> verkiezingen
Nieuw parlement is bevoegd om GW te wijzigen (=constituante)
2/3 meerderheid + 2/3 aanwezigen zowel in de Kamer als Senaat
= dubbele bijzondere meerderheid
Federale wetgevende macht: koning, kamer van volksvertegenwoordigers en senaat.
Decreten en ordonnanties
Decreet:
o Uitgevaardigd door regionale parlementen (behalve Brussel)
o Niveau Gemeenschappen en Gewesten
o Bekrachtigd en afgekondigd door betreffende regering + publicatie B.S.
(Belgisch Staatsblad)
o Binnen grondgebied van betrokken regio kracht van wet
o Op zelfde niveau als federale wet
o Bij conflict, uitspraak door Grondwettelijk Hof
Ordonnantie:
o Uitgevaardigd door Brussels Hoofdstedelijk parlement
o Bekrachtigd en afgekondigd door betreffende regering + publicatie B.S.