100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting motoriek & didactiek

Rating
-
Sold
-
Pages
73
Uploaded on
22-01-2026
Written in
2025/2026

Volledige samenvatting van het boek van Cathy Crabbe

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
January 22, 2026
Number of pages
73
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Motorische basisvorming


Deel 1: Motoriek
Brede kijk op beweging en motoriek in de klas

Leerdoelen:
 Je herkent verschillende soorten doelen voor beweging in het onderwijs.
 Je kan de verschillende manieren waarop je als leerkracht kan bijdragen tot
meer beweging uitleggen.
 Je kan het onderscheid maken tussen beweging bij het leren, voor het
leren, om te leren en leren bewegen.
 Je ontwerpt doelgerichte opdrachten voor bewegend leren.
 Je beschrijft de psychomotorische ontwikkeling en het dynamisch ei-
schema aan de hand van praktische voorbeelden.
 Je kan de verschillende theorieën m.b.t. tot de motorische ontwikkeling
kritisch samenvatten.
Inleiding
De tekst legt uit waarom gekozen wordt voor motoriek en didactiek: motoriek
vormt de basis voor de ontwikkeling van kinderen, en didactiek gaat over hoe
leerkrachten die motorische ontwikkeling begeleiden. Als klasleerkracht focus je
vooral op motorische basisvorming, binnen en buiten de klas; technische
sportvaardigheden kunnen meestal aan de LO-leerkracht worden overgelaten.
Lichamelijke opvoeding gaat niet alleen over het lichaam, maar ook over denken,
rust en ontspanning. Bewegen heeft aantoonbare gezondheidsvoordelen en
draagt bij aan betere schoolresultaten, hersenontwikkeling en welzijn. Kinderen
die vroeg voldoende basisbewegingsvaardigheden ontwikkelen, hebben later
meer kans op een actieve en gezonde levensstijl.
Bewegen is essentieel voor de totale ontwikkeling van het kind, waaronder
psychomotorische, cognitieve en sociale ontwikkeling. Daarom wordt beweging in
een brede context bekeken: in de klas, op de speelplaats, onderweg en tijdens
LO-lessen. Een vroege, doordachte aanpak van bewegen helpt
bewegingsarmoede voorkomen en ondersteunt gezondheid op lange termijn.
Hoofdstuk 1: Doelen en doelgericht werken
1.1 Doelen in het basisonderwijs in Vlaanderen
De overheid bepaalt onderwijsdoelen (eindtermen) voor alle basisscholen. Voor
lichamelijke opvoeding (LO) zijn er duidelijke uitgangspunten. LO wil kinderen en
jongeren via bewegen helpen bij hun motorische en fysieke ontwikkeling.
Daarnaast wil LO hun zelfstandigheid, weerbaarheid,
persoonlijkheidsontwikkeling en sociale vaardigheden versterken. Deze doelen
sluiten aan bij die van het kleuteronderwijs. Elk onderwijsnet heeft een eigen
leerplan, maar alle leerplannen werken naar dezelfde eindtermen toe.
Deelname aan bewegingssituaties vraagt niet alleen bewegingsvaardigheden,
maar ook kennis en inzicht in bewegen, sport- en bewegingscultuur en in eigen
en andermans mogelijkheden. Dit vereist attitudes en sociale vaardigheden.
Daarom moeten motorische, psychomotorische, cognitieve, dynamisch-affectieve
en sociale vaardigheden geïntegreerd ontwikkeld worden, bij alle kinderen,
afgestemd op leeftijd, ontwikkelingsniveau en sociale achtergrond.

,De overheid benadrukt dat LO meer is dan functietraining alleen. Naast
vaardigheidsontwikkeling is het even belangrijk om attitudes rond gezond en
veilig bewegen en een gezonde levensstijl aan te leren. Dit is niet uitsluitend de
taak van de LO-leerkracht.
Deze doelen maken deel uit van het volledige schoolgebeuren. Klasleerkrachten,
zorgondersteuners en alle betrokkenen bij de totale ontwikkeling van het kind
hebben baat bij kennis over motoriek en ontwikkeling.
Motorische basisvorming ontwikkelt zich continu van ‘natuur naar cultuur’. Ze
vertrekt vanuit de natuurlijke bewegingsdrang van het kind en slaat de brug naar
de bewegingscultuur. In het basisonderwijs wordt tijdens LO-lessen gewerkt
vanuit verschillende bewegingsdomeinen.
Ontwikkelingsfasen:
 Eerste graad (6-8 jaar): ervaren
De focus ligt op algemene bewegingsvaardigheden. Kinderen ervaren en
experimenteren spelenderwijs, egocentrisch en met basisvaardigheden.
Een uitdagende omgeving lokt diverse basisbewegingen uit. Vanuit hun
bewegingsdrang ontwikkelen kinderen motorische vaardigheden, met ook
een invloed op hun cognitieve ontwikkeling.

 Tweede graad (8-10 jaar): beseffen
Meer gedifferentieerde bewegingsvaardigheden komen aan bod. Naast
lichaamsbesef groeit inzicht in beweging in ruimte en tijd. Begrippen als
bewust leren, inzicht, doelgericht, verfijnd en gecoördineerd bewegen
staan centraal. Geautomatiseerde bewegingen maken nu deel uit van de
natuur van het kind; een sterk bewegingsbewustzijn kan en moet
ontwikkeld worden.

 Derde graad (10-12 jaar): beheersen
De focus ligt op specifieke bewegings- en sportvaardigheden en het
beheersen van bewegingstechnieken. Het gaat om gecoördineerde
basisvaardigheden met een vast bewegingsverloop, aangereikt door de
bewegingscultuur. Begrippen als toepassen, doelgericht, gereglementeerd
en tactisch bewegen en sportcultuur zijn belangrijk. In deze fase staat
intentioneel motorisch leren centraal.
Ook de klasleerkracht draagt verantwoordelijkheid voor deze doelen. Gericht
stimuleren van de psychomotorische ontwikkeling ondersteunt niet alleen
motorisch, maar ook cognitief leren en mentaal welbevinden. Een
bewegingsgezinde school integreert bewegen ook als middel binnen andere
onderwijsdomeinen.
Het uiteindelijke doel is fysieke geletterdheid: het vermogen om basisbewegingen
toe te passen in een brede waaier aan activiteiten, met het oog op levenslang
sporten of sportbeoefening op hoog niveau. Een fysiek geletterd kind herkent
bewegingsmogelijkheden en gaat uitdagingen aan met voldoende competentie
en vertrouwen.
Hoofdstuk 2: Brede bewegingsvormen op school

,Bewegen is essentieel voor het dagelijks functioneren van kinderen. Zonder
voldoende bewegingsvaardigheden kunnen ze moeilijk deelnemen aan schoolse
en sociale activiteiten, wat zelfs kan leiden tot uitsluiting tijdens spel. Bewegen is
belangrijk voor zowel de fysieke als mentale gezondheid.
Hoewel kinderen van nature een bewegingsdrang hebben, toont onderzoek aan
dat ze op school en thuis te weinig bewegen en te veel stilzitten. Veel kleuters
presteren motorisch zwak en brengen het grootste deel van hun wakkere tijd
zittend door, zowel op school als in het weekend. Dit neemt toe met de leeftijd,
onder andere door schermgebruik.
Een bewegingsgezinde school biedt niet alleen kwaliteitsvolle LO-lessen, maar
stimuleert beweging doorheen de hele schooldag: tijdens pauzes, verplaatsingen
en in de klas. Onderzoek toont aan dat ook speeltijden weinig actief zijn,
waardoor leerkrachten een belangrijke rol hebben in het creëren van meer
bewegingskansen.
Kinderen kunnen wel bewegen, maar krijgen te weinig kansen om te exploreren
en te experimenteren. Brede bewegingsvorming vraagt daarom om een
schoolomgeving die beweging actief ondersteunt en stimuleert.
2.1 Het vierluik voor bewegen
Kinderen kunnen op school op verschillende momenten meer bewegen: niet
alleen tijdens de lessen LO, maar ook tijdens speeltijden, middagpauzes, in de
klas en buiten de school. Ook tijdens vrije momenten kan de klasleerkracht
beweging doelgericht stimuleren. Daarom werd het vierluik ontwikkeld, dat alle
manieren bundelt waarop leerkrachten kunnen bijdragen aan meer beweging op
school en zo samen een bewegingsgezinde school creëren.
Het vierluik toont hoe klasleerkrachten mee verantwoordelijk zijn voor het
bewegingsniveau van kinderen. Hoewel klasleerkrachten meestal geen LO-lessen
geven, is het belangrijk dat ze deze lessen veilig en doordacht kunnen
overnemen indien nodig. Elk luik van het vierluik krijgt een praktische uitwerking
binnen de didactiek.
Onderzoek toont aan dat bewegen niet alleen goed is voor het lichaam, maar ook
voor het brein. Beweegpauzes en het combineren van beweging met leren
kunnen de aandacht, concentratie en cognitieve functies verbeteren. Beweging
zorgt voor een betere doorbloeding van de hersenen, stimuleert
hersenverbindingen en ondersteunt het leervermogen. Zelfs wanneer het
cognitieve effect beperkt is, heeft bewegen minstens een neutraal effect en
duidelijke gezondheidsvoordelen.


Uit onderzoek blijkt dat regelmatige en langdurige bewegingsprogramma’s
(meerdere keren per week, over meerdere jaren) vooral positieve effecten
hebben op rekenen, executieve functies, aandacht en soms schoolprestaties. De
effecten zijn vaak klein, maar wel betekenisvol.
Samengevat heeft bewegen een positief effect op de hersenwerking, aandacht en
concentratie, motorische vaardigheden en fitheid, sociaal gedrag, zelfbeeld en
zelfvertrouwen. Voor schoolprestaties zijn de effecten wisselend, maar nooit
negatief.

, 2.2 Bewegingsintegratie en/of bewegend leren
Bewegingsintegratie en bewegend leren worden vaak door elkaar gebruikt, maar
komen in de kern op hetzelfde neer: beweging wordt geïntegreerd in gewone
lessen en gekoppeld aan leerinhouden (niet aan sport op zich). Beweging
ondersteunt het leerproces, omdat lichamelijke activiteit ook het brein activeert.
Onderzoek toont een positief effect van bewegen op leren, onder andere door
betere zuurstoftoevoer en hersenverbindingen.
Sommige leerstof wordt beter begrepen door al bewegend te leren (zoals
handelend leren in wiskunde in een betekenisvolle context), terwijl andere
leerstof eerst wordt aangeleerd en daarna bewegend kan worden ingeoefend
(bijvoorbeeld ritme om de maaltafels te automatiseren).
In ‘Leren in Beweging’ wordt bewegingsintegratie gedefinieerd als alle
klasactiviteiten waarbij beweging wordt ingezet om zowel leerdoelen (kennis,
vaardigheden en attitudes) te bereiken als de fysieke activiteit te verhogen.
Daarbij maken de auteurs onderscheid tussen beweging als middel, leren door
beweging en inzichtelijk leren, waarop verdere toelichting mogelijk is.
2.2.1 Bewegen BIJ het leren (beweging als middel)
De beweging staat los van de leerinhoud en wordt gebruikt als hulpmiddel,
bijvoorbeeld om antwoorden te kiezen of om de les te ondersteunen. Dit sluit aan
bij de natuurlijke bewegingsdrang van kinderen. Beweging wordt ingezet:
 om de fysieke en ergonomische gezondheid te bevorderen (lang stilzitten
is onnatuurlijk);
 om gericht te werken aan (psycho)motorische doelen (bv. evenwicht);
 om een krachtige leeromgeving te creëren: beter klasmanagement, meer
motivatie, welbevinden, betrokkenheid en concentratie (bv.
bewegingstussendoortjes).
Onderzoek toont aan dat de concentratiespanne beperkt is: 3–5 minuten
bij jonge kinderen en tot 20 minuten bij volwassenen.


2.2.2 Bewegen VOOR het leren (leren door beweging)
Beweging is hier een voorwaarde om te leren of helpt om leerstof te
automatiseren. Motorische ontwikkeling (ruimtelijk inzicht, lateralisatie, fijne
motoriek) is noodzakelijk voor cognitief leren, zoals lezen en schrijven. Tijdens
$9.87
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
tessvanalphen07

Get to know the seller

Seller avatar
tessvanalphen07 Karel de Grote-Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
New on Stuvia
Member since
10 hours
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions