RECHTSPSYCHOLOGIE
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING...................................................................................................................................................... 2
DEEL I. EEN KORTE INLEIDING IN DE (RECHTS)PSYCHOLOGIE...........................................................................2
1. EEN SCHETS VAN DE (RECHTS)PSYCHOLOGIE..............................................................................................................2
2. DE BINNEN DE (RECHTS)PSYCHOLOGIE GEHANTEERDE METHODEN EN TECHNIEKEN VAN ONDERZOEK..................................10
DEEL II. THE BIGGER PICTURE: HET BELANG VAN HET VINDEN EN TOEPASSEN VAN BEST PRACTICES.............23
3. WAARHEIDSVINDING EN PROCEDURELE RECHTVAARDIGHEID.......................................................................................23
4. HET WAARBORGEN VAN DE PROCEDURELE RECHTEN VAN DE BETROKKENEN..................................................................24
5. GERECHTELIJKE DWALINGEN (!)............................................................................................................................25
DEEL III. HET BEKOMEN VAN INFORMATIE VAN PARTIJEN BETROKKEN IN EEN PROCEDURE..........................37
6. ENKELE BASISPRINCIPES M.B.T. WAARNEMING EN GEHEUGEN.....................................................................................37
7. HET ONDERZOEKEN EN WEGEN VAN SCENARIO’S EN HET BELANG VAN ALIBI’S................................................................54
8. HET (VER)HOREN VAN BETROKKENEN....................................................................................................................63
9. KWETSBARE PERSONEN.......................................................................................................................................80
10. OP ZOEK NAAR DE WAARHEID: LEUGENDETECTIE....................................................................................................98
11. HET IDENTIFICEREN VAN DADERS: OOGGETUIGENHERKENNINGEN............................................................................107
12. HET BEKOMEN EN BEOORDELEN VAN INFORMATIE IN ENKELE SPECIFIEKE NIET-STRAFRECHTELIJKE CONTEXTEN..................116
DEEL IV. JURIDISCHE BESLUITVORMING EN DE TOTSTANDKOMING EN PREVENTIE VAN BIAS EN FOUTEN. . .130
13. DE PSYCHOLOGIE OVER HOE MENSEN DENKEN EN BESLISSINGEN NEMEN...................................................................130
14. BIAS BIJ (JURIDISCHE) BESLUITVORMING.............................................................................................................133
15. DE ROL VAN DESKUNDIGEN..............................................................................................................................146
VOORBEELDEXAMENVRAGEN.................................................................................................................... 150
1
,INLEIDING
Korte introductie
Inhoudstafel heel nuttig
Slides volgen dezelfde opbouw als inhoudstafel
HB is essentieel (!)
Extra: boek bevat veel verwijzingen naar NL. Enkel als de prof in de les een vergelijking heeft
gemaakt met NL moet je dit kennen anders niet.
Niet allesomvattend: zie aanvullend materiaal
Begrippen heel belangrijk: het kan zijn dat er verschillende definities zijn voor hetzelfde begrip,
maar het is de bedoeling dat je de definities begrijpt en niet woord per woord vanbuiten leert. Zie
ook begrippenkader einde boek.
Examen: 30 MK met giscorrectie > 3 uur
Overzicht van het opleidingsonderdeel
Deel 1: een korte inleiding in de (rechtspsychologie)
Deel 2: de bigger picture. Het belang van het vinden en toepassen van best practices.
Deel 3: het bekomen van informatie van partijen betrokken in de procedure.
Deel 4: juridische besluitvorming en de totstandkoming en preventie van bias en fouten
DEEL I. EEN KORTE INLEIDING IN DE (RECHTS)PSYCHOLOGIE
1. een schets van de (rechts)psychologie
De oorsprong en geschiedenis van voor het recht relevante psychologie
Het is geen nieuwe discipline:
Lange traditie van onderzoek
Toegepast op het recht zitten we vorige eeuw, vooral periode WOII
William Stern
Hij heeft echte psychologie toegepast op het recht (“psyschology applied
to the law”) uitgevonden en is allerlei algemene psychologische inzichten
beginnen toepassen op het recht, waarbij werd gefocust op
getuigenverklaringen.
Hij deed mock witness tests en mock crimes in de aula: misdrijven
nabootsen en vervolgens vragenlijsten uitdelen bij studenten met de
vraag wat ze hebben gezien. Telkens varianten zoals donker/licht in de
aula, ander soort vraagstellingen zoals onmiddellijk vragen of enkele colleges wachten en pas na
enkele weken vragen wat er gebeurd is. Vervolgens analyseren of dit een impact heeft op de
volledigheid van beschrijvingen en kijken hoe we omgaan met getuigen.
Hij had Duitse roots, maar omwille van de Jodenvervolging was hij naar de VS gevlucht. Hij heeft
vooral daar zijn onderzoeksdomein uitgebreid. Hierdoor denken veel mensen dat
rechtspsychologie in de VS is ontstaan MAAR eigenlijk zijn de roots Duits.
Hugo Münsterberg:
Duitse roots, maar is na verloop van tijd ook in de VS aan de slag gegaan
Hij wou zichzelf uitroepen tot pionier van de rechtspsychologie.
Probleem was dat hij zich vaak kritisch had uitgelaten over het werk van
de jurist. In alle publicaties die hij schreef, bouwde hij verder op werk
van Stern maar was hier niet erkentelijk voor. De toon waarop hij deed
was allesbehalve constructief (!).
2
, Hij uitte enorm veel kritiek waardoor het in de VS veel meer een psychology against the law in
plaats van psychology applied to the law. 2 disciplines kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan,
omdat hij zich zo kritisch uitte daarover.
Er kwam weerwerk van juridische academici: kritiek op het werk van Münsterberg. Het bevat
fouten en is gebaseerd is op het werk van Stern
Focus op de feilbaarheid (imperfecties) van het geheugen van getuigen en hun verklaringen
Probleem om heel waardevolle inzichten die de psychologie kon bijbrengen toch
geïmplementeerd krijgen in het recht omdat de houding helemaal niet constructief was.
Ze hebben beide belangrijk werk geleverd en de bouwstenen gelegd voor implementatie van
psychologische inzichten op het recht.
De focus lag telkens op getuigenverklaringen en invloeden allerhande op geheugenwerking
van getuigen
Stern voerde niet alleen zijn onderzoek in academische context, maar ook bv. getuigendeskundige
ter terechtzitting. Hij gebruikte zijn kennis dus ook in zaken waarin betwistingen waren over
kwaliteit van verklaringen. Hij bracht zijn kennis vanuit zijn onderzoek ook binnen in rechtszaal.
Heel constructief dat om zeep werd gegooid door Munsterberg.
Psychologie & recht: een geslaagd en gelukkig huwelijk? Zijn beiden met elkaar te verzoenen? Kunnen
we die inzichten met elkaar in verbinding brengen?
“Clash” tussen psychologie en recht
Het is een beetje lastig en zelfs tot op de dag van vandaag is er in bepaalde domeinen en in
bepaalde landen nog altijd een clash tussen beide en hier zijn verschillende verklaringen voor.
Inzichten kunnen nuttig zijn in 2 richtingen maar verbinding legging is niet evident.
Verschil in taal: bv. betrouwbaarheid (infra)
Verschil in perspectief
Context is belangrijk om de bevindingen in kaart te kunnen brengen, maar ook als we willen
weten wat de invloed was van die psychologische inzichten in onze Belgische procedure,
andere landen of waarom werkt het in bepaald domein en ander domein niet.
Uitgangspunten van psychologie zijn heel anders dan dat van recht. Enkele elementen:
Descriptief (data) vs. prescriptief (regels) karakter:
Psychologie > descriptief: heel beschrijvend van aard. Je gaat observeren hoe de
werkelijkheid in elkaar zit en dit proberen te begrijpen (bv. waarneming van getuigen
verloopt, wat speelt er af, ...) Dit met zoveel mogelijk data en zoveel mogelijk
beschrijvingen.
Recht > prescriptief: Heel voorschrijvend. Regels voorschrijven hoe mensen zich moeten
gedragen in bepaalde context. O.b.v. die regels kan je kijken en bestuderen hoe mensen
zich daadwerkelijk binnen die geldende regels gaan gedragen. De insteek is heel anders
dan bij psychologie, omdat je regels wilt voortzetten voor toekomstig gedrag dat mensen
gaan stellen zodat mensen binnen bepaalde grenzen gaan bewegen. Dus je schrijft
gedrag voor en bestudeert het niet persé.
Onzekerheid (waarschijnlijkheden) en onduidelijkheden vs. zekerheid & duidelijkheid
Psychologie > onzekerheid: het maakt niet uit hoe hard je u best doet om de WKH zo
goed mogelijk te beschrijven dus met zoveel mogelijk data, je gaat nooit 100% zeker zijn
dat iets is zoals je denkt dat iets is. Je kan jaren bevragingen doen, je krijgt een goed
beeld welke waarnemingen mogelijk zijn MAAR er is altijd een kans dat je iets hebt
gemist, namelijk een factor is die een invloed heeft gehad. (bv. bepaald licht gemist,
vraag anders gesteld). Je kunt altijd iets missen, omdat er onzekere factoren kunnen zijn
die we niet altijd in kaart hebben gebracht. Je kan nooit vanuit psychologie, zelfs in
individuele zaak, een uitspraak krijgen dat iets met 100% zo is
3
, bv. betwistingen over verklaring dat iemand heeft afgelegd en er een psycholoog
wordt ingeschakeld, dan kan je nooit het antwoord krijgen dat de verklaring niet
klopt. Het enige wat die zal kunnen bijbrengen is dat dit een aantal factoren zijn die
de accuraatheid van de verklaringen kunnen bedreigen. Wel bv. het is heel
waarschijnlijk dat het een valse verklaring is, maar nooit met zekerheid TENZIJ er
ander bewijs is dat dat zou kunnen steunen
Recht > wil je zekerheid en controleerbaarheid hebben : je wilt liefst duidelijkheid hebben
van de regels. Dit heb je nodig om ervoor te zorgen dat mensen zich ernaar gedragen en
dat het kan worden afgedwongen.
Globale focus/ groepsniveau/ gemiddelden vs. individuele gevallen
Psychologie > globale focus: als we kijken naar alle bevindingen uit de rechtspsychologie
gaan we kunnen zeggen bv. MDH van de verdachte die idd 10 uur of langer verhoord zijn
geweest hebben een hoger risico om een valse verklaring af te leggen. Maar wilt het
daarom zeggen dat deze verdachte in deze zaak dan een valse bekentenis heeft afgelegd
is iets dat de rechter zelf zal moeten beoordelen. Hier kan geen antwoord op worden
gegeven door de rechtspsychologie (onzekerheid). Al het onderzoek gebeurt obv zoveel
data, waardoor je enkel uitspraken kan doen op groepsniveau. Als uit alle verhoren die
we ooit hebben bestudeerd blijkt dat in de meerderheid van de gevallen (%) na zo’n
lange verhoren valse bekentenissen voortkomen. Dus altijd percentages en uitspraken en
zaken die we weten o.b.v. studies bij veel mensen die we daarna moeten toepassen op
individuele gevallen ma dat is lastig.
Recht > altijd beslissingen in individuele gevallen : concrete zaak en je wilt weten hoe iets
in zijn werk gaat, en of een bepaald iets van toepassing is op dit geval (bv. Heeft deze
verdachte, die op deze manier is verhoord, een valse verklaring afgelegd?).
Directional condition-probleem
Psychologie > je wilt de kans schatten dat iets zich voordoet (respons) gezien de
aanwezigheid van een bepaalde factor (stimulus). Je gaat kans proberen schatten o.b.v.
een event dat zich nu voordoet of zich in de toekomst zal voordoen
Bv. wat is de kans dat jullie een accurate beschrijving (respons) kunnen geven van
Louise gegeven hoeveel licht (stimulus) hier is?
Recht > Iets dat in het verleden is gebeurd en je gaat inschatten wat de kans is dat iets
zich heeft voorgedaan gegeven de uitkomst die je hebt (=omgekeerde).
Bv. Je hebt een inaccurate verklaring (respons), beschrijving van getuigen maar die
matcht niet met beklaagde die voor u zit. Je wilt weten wat de kans is dat die
persoon een beschrijving had kunnen geven en dit uiteindelijk had kunnen kloppen.
Je gaat achteraf redeneren.
Boek: Directional condition-probleem houdt in dat rechtspsychologisch onderzoek zich
vooral richt op het schatten van de kans dat een specifieke respons optreedt in aan-of
afwezigheid van een specifieke stimulus, terwijl de rechter veelal zal willen weten wat de
waarschijnlijkheid is geweest van een bepaalde stimulus gegeven een bepaalde respons.
Die uitgangspunten lopen uiteen.
EXAMEN (!): concept begrijpen bv. waaraan refereert het directional conditional problem. Prof
kiest altijd de bewoordingen van het boek dus daar het meest op focussen.
Verschillende voor het recht relevante psychologische disciplines
Er bestaan heel veel verschillende disciplines binnen psychologie
Toegepaste disciplines binnen psychologie, zoals rechtspsychologie
Belangrijk om het onderscheid tussen eerste 3 te kennen (!): tabel niet in het handboek
Aanverwante disciplines: forensische en criminologische psychologie
4
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING...................................................................................................................................................... 2
DEEL I. EEN KORTE INLEIDING IN DE (RECHTS)PSYCHOLOGIE...........................................................................2
1. EEN SCHETS VAN DE (RECHTS)PSYCHOLOGIE..............................................................................................................2
2. DE BINNEN DE (RECHTS)PSYCHOLOGIE GEHANTEERDE METHODEN EN TECHNIEKEN VAN ONDERZOEK..................................10
DEEL II. THE BIGGER PICTURE: HET BELANG VAN HET VINDEN EN TOEPASSEN VAN BEST PRACTICES.............23
3. WAARHEIDSVINDING EN PROCEDURELE RECHTVAARDIGHEID.......................................................................................23
4. HET WAARBORGEN VAN DE PROCEDURELE RECHTEN VAN DE BETROKKENEN..................................................................24
5. GERECHTELIJKE DWALINGEN (!)............................................................................................................................25
DEEL III. HET BEKOMEN VAN INFORMATIE VAN PARTIJEN BETROKKEN IN EEN PROCEDURE..........................37
6. ENKELE BASISPRINCIPES M.B.T. WAARNEMING EN GEHEUGEN.....................................................................................37
7. HET ONDERZOEKEN EN WEGEN VAN SCENARIO’S EN HET BELANG VAN ALIBI’S................................................................54
8. HET (VER)HOREN VAN BETROKKENEN....................................................................................................................63
9. KWETSBARE PERSONEN.......................................................................................................................................80
10. OP ZOEK NAAR DE WAARHEID: LEUGENDETECTIE....................................................................................................98
11. HET IDENTIFICEREN VAN DADERS: OOGGETUIGENHERKENNINGEN............................................................................107
12. HET BEKOMEN EN BEOORDELEN VAN INFORMATIE IN ENKELE SPECIFIEKE NIET-STRAFRECHTELIJKE CONTEXTEN..................116
DEEL IV. JURIDISCHE BESLUITVORMING EN DE TOTSTANDKOMING EN PREVENTIE VAN BIAS EN FOUTEN. . .130
13. DE PSYCHOLOGIE OVER HOE MENSEN DENKEN EN BESLISSINGEN NEMEN...................................................................130
14. BIAS BIJ (JURIDISCHE) BESLUITVORMING.............................................................................................................133
15. DE ROL VAN DESKUNDIGEN..............................................................................................................................146
VOORBEELDEXAMENVRAGEN.................................................................................................................... 150
1
,INLEIDING
Korte introductie
Inhoudstafel heel nuttig
Slides volgen dezelfde opbouw als inhoudstafel
HB is essentieel (!)
Extra: boek bevat veel verwijzingen naar NL. Enkel als de prof in de les een vergelijking heeft
gemaakt met NL moet je dit kennen anders niet.
Niet allesomvattend: zie aanvullend materiaal
Begrippen heel belangrijk: het kan zijn dat er verschillende definities zijn voor hetzelfde begrip,
maar het is de bedoeling dat je de definities begrijpt en niet woord per woord vanbuiten leert. Zie
ook begrippenkader einde boek.
Examen: 30 MK met giscorrectie > 3 uur
Overzicht van het opleidingsonderdeel
Deel 1: een korte inleiding in de (rechtspsychologie)
Deel 2: de bigger picture. Het belang van het vinden en toepassen van best practices.
Deel 3: het bekomen van informatie van partijen betrokken in de procedure.
Deel 4: juridische besluitvorming en de totstandkoming en preventie van bias en fouten
DEEL I. EEN KORTE INLEIDING IN DE (RECHTS)PSYCHOLOGIE
1. een schets van de (rechts)psychologie
De oorsprong en geschiedenis van voor het recht relevante psychologie
Het is geen nieuwe discipline:
Lange traditie van onderzoek
Toegepast op het recht zitten we vorige eeuw, vooral periode WOII
William Stern
Hij heeft echte psychologie toegepast op het recht (“psyschology applied
to the law”) uitgevonden en is allerlei algemene psychologische inzichten
beginnen toepassen op het recht, waarbij werd gefocust op
getuigenverklaringen.
Hij deed mock witness tests en mock crimes in de aula: misdrijven
nabootsen en vervolgens vragenlijsten uitdelen bij studenten met de
vraag wat ze hebben gezien. Telkens varianten zoals donker/licht in de
aula, ander soort vraagstellingen zoals onmiddellijk vragen of enkele colleges wachten en pas na
enkele weken vragen wat er gebeurd is. Vervolgens analyseren of dit een impact heeft op de
volledigheid van beschrijvingen en kijken hoe we omgaan met getuigen.
Hij had Duitse roots, maar omwille van de Jodenvervolging was hij naar de VS gevlucht. Hij heeft
vooral daar zijn onderzoeksdomein uitgebreid. Hierdoor denken veel mensen dat
rechtspsychologie in de VS is ontstaan MAAR eigenlijk zijn de roots Duits.
Hugo Münsterberg:
Duitse roots, maar is na verloop van tijd ook in de VS aan de slag gegaan
Hij wou zichzelf uitroepen tot pionier van de rechtspsychologie.
Probleem was dat hij zich vaak kritisch had uitgelaten over het werk van
de jurist. In alle publicaties die hij schreef, bouwde hij verder op werk
van Stern maar was hier niet erkentelijk voor. De toon waarop hij deed
was allesbehalve constructief (!).
2
, Hij uitte enorm veel kritiek waardoor het in de VS veel meer een psychology against the law in
plaats van psychology applied to the law. 2 disciplines kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan,
omdat hij zich zo kritisch uitte daarover.
Er kwam weerwerk van juridische academici: kritiek op het werk van Münsterberg. Het bevat
fouten en is gebaseerd is op het werk van Stern
Focus op de feilbaarheid (imperfecties) van het geheugen van getuigen en hun verklaringen
Probleem om heel waardevolle inzichten die de psychologie kon bijbrengen toch
geïmplementeerd krijgen in het recht omdat de houding helemaal niet constructief was.
Ze hebben beide belangrijk werk geleverd en de bouwstenen gelegd voor implementatie van
psychologische inzichten op het recht.
De focus lag telkens op getuigenverklaringen en invloeden allerhande op geheugenwerking
van getuigen
Stern voerde niet alleen zijn onderzoek in academische context, maar ook bv. getuigendeskundige
ter terechtzitting. Hij gebruikte zijn kennis dus ook in zaken waarin betwistingen waren over
kwaliteit van verklaringen. Hij bracht zijn kennis vanuit zijn onderzoek ook binnen in rechtszaal.
Heel constructief dat om zeep werd gegooid door Munsterberg.
Psychologie & recht: een geslaagd en gelukkig huwelijk? Zijn beiden met elkaar te verzoenen? Kunnen
we die inzichten met elkaar in verbinding brengen?
“Clash” tussen psychologie en recht
Het is een beetje lastig en zelfs tot op de dag van vandaag is er in bepaalde domeinen en in
bepaalde landen nog altijd een clash tussen beide en hier zijn verschillende verklaringen voor.
Inzichten kunnen nuttig zijn in 2 richtingen maar verbinding legging is niet evident.
Verschil in taal: bv. betrouwbaarheid (infra)
Verschil in perspectief
Context is belangrijk om de bevindingen in kaart te kunnen brengen, maar ook als we willen
weten wat de invloed was van die psychologische inzichten in onze Belgische procedure,
andere landen of waarom werkt het in bepaald domein en ander domein niet.
Uitgangspunten van psychologie zijn heel anders dan dat van recht. Enkele elementen:
Descriptief (data) vs. prescriptief (regels) karakter:
Psychologie > descriptief: heel beschrijvend van aard. Je gaat observeren hoe de
werkelijkheid in elkaar zit en dit proberen te begrijpen (bv. waarneming van getuigen
verloopt, wat speelt er af, ...) Dit met zoveel mogelijk data en zoveel mogelijk
beschrijvingen.
Recht > prescriptief: Heel voorschrijvend. Regels voorschrijven hoe mensen zich moeten
gedragen in bepaalde context. O.b.v. die regels kan je kijken en bestuderen hoe mensen
zich daadwerkelijk binnen die geldende regels gaan gedragen. De insteek is heel anders
dan bij psychologie, omdat je regels wilt voortzetten voor toekomstig gedrag dat mensen
gaan stellen zodat mensen binnen bepaalde grenzen gaan bewegen. Dus je schrijft
gedrag voor en bestudeert het niet persé.
Onzekerheid (waarschijnlijkheden) en onduidelijkheden vs. zekerheid & duidelijkheid
Psychologie > onzekerheid: het maakt niet uit hoe hard je u best doet om de WKH zo
goed mogelijk te beschrijven dus met zoveel mogelijk data, je gaat nooit 100% zeker zijn
dat iets is zoals je denkt dat iets is. Je kan jaren bevragingen doen, je krijgt een goed
beeld welke waarnemingen mogelijk zijn MAAR er is altijd een kans dat je iets hebt
gemist, namelijk een factor is die een invloed heeft gehad. (bv. bepaald licht gemist,
vraag anders gesteld). Je kunt altijd iets missen, omdat er onzekere factoren kunnen zijn
die we niet altijd in kaart hebben gebracht. Je kan nooit vanuit psychologie, zelfs in
individuele zaak, een uitspraak krijgen dat iets met 100% zo is
3
, bv. betwistingen over verklaring dat iemand heeft afgelegd en er een psycholoog
wordt ingeschakeld, dan kan je nooit het antwoord krijgen dat de verklaring niet
klopt. Het enige wat die zal kunnen bijbrengen is dat dit een aantal factoren zijn die
de accuraatheid van de verklaringen kunnen bedreigen. Wel bv. het is heel
waarschijnlijk dat het een valse verklaring is, maar nooit met zekerheid TENZIJ er
ander bewijs is dat dat zou kunnen steunen
Recht > wil je zekerheid en controleerbaarheid hebben : je wilt liefst duidelijkheid hebben
van de regels. Dit heb je nodig om ervoor te zorgen dat mensen zich ernaar gedragen en
dat het kan worden afgedwongen.
Globale focus/ groepsniveau/ gemiddelden vs. individuele gevallen
Psychologie > globale focus: als we kijken naar alle bevindingen uit de rechtspsychologie
gaan we kunnen zeggen bv. MDH van de verdachte die idd 10 uur of langer verhoord zijn
geweest hebben een hoger risico om een valse verklaring af te leggen. Maar wilt het
daarom zeggen dat deze verdachte in deze zaak dan een valse bekentenis heeft afgelegd
is iets dat de rechter zelf zal moeten beoordelen. Hier kan geen antwoord op worden
gegeven door de rechtspsychologie (onzekerheid). Al het onderzoek gebeurt obv zoveel
data, waardoor je enkel uitspraken kan doen op groepsniveau. Als uit alle verhoren die
we ooit hebben bestudeerd blijkt dat in de meerderheid van de gevallen (%) na zo’n
lange verhoren valse bekentenissen voortkomen. Dus altijd percentages en uitspraken en
zaken die we weten o.b.v. studies bij veel mensen die we daarna moeten toepassen op
individuele gevallen ma dat is lastig.
Recht > altijd beslissingen in individuele gevallen : concrete zaak en je wilt weten hoe iets
in zijn werk gaat, en of een bepaald iets van toepassing is op dit geval (bv. Heeft deze
verdachte, die op deze manier is verhoord, een valse verklaring afgelegd?).
Directional condition-probleem
Psychologie > je wilt de kans schatten dat iets zich voordoet (respons) gezien de
aanwezigheid van een bepaalde factor (stimulus). Je gaat kans proberen schatten o.b.v.
een event dat zich nu voordoet of zich in de toekomst zal voordoen
Bv. wat is de kans dat jullie een accurate beschrijving (respons) kunnen geven van
Louise gegeven hoeveel licht (stimulus) hier is?
Recht > Iets dat in het verleden is gebeurd en je gaat inschatten wat de kans is dat iets
zich heeft voorgedaan gegeven de uitkomst die je hebt (=omgekeerde).
Bv. Je hebt een inaccurate verklaring (respons), beschrijving van getuigen maar die
matcht niet met beklaagde die voor u zit. Je wilt weten wat de kans is dat die
persoon een beschrijving had kunnen geven en dit uiteindelijk had kunnen kloppen.
Je gaat achteraf redeneren.
Boek: Directional condition-probleem houdt in dat rechtspsychologisch onderzoek zich
vooral richt op het schatten van de kans dat een specifieke respons optreedt in aan-of
afwezigheid van een specifieke stimulus, terwijl de rechter veelal zal willen weten wat de
waarschijnlijkheid is geweest van een bepaalde stimulus gegeven een bepaalde respons.
Die uitgangspunten lopen uiteen.
EXAMEN (!): concept begrijpen bv. waaraan refereert het directional conditional problem. Prof
kiest altijd de bewoordingen van het boek dus daar het meest op focussen.
Verschillende voor het recht relevante psychologische disciplines
Er bestaan heel veel verschillende disciplines binnen psychologie
Toegepaste disciplines binnen psychologie, zoals rechtspsychologie
Belangrijk om het onderscheid tussen eerste 3 te kennen (!): tabel niet in het handboek
Aanverwante disciplines: forensische en criminologische psychologie
4