Studenten kunnen beschrijven wat sociale psychologie inhoudt en wat de
verschillen
zijn tussen de sociale psychologie en de andere gebieden van de
psychologie. (K)
Sociale psychologie = de wetenschappelijke studie naar de manier
waarop de werkelijke of denkbeeldige aanwezigheid van mensen de
gedachten, gevoelens en gedragingen van andere mensen beïnvloedt.
Andere gebieden van de psychologie:
o Persoonlijkheidspsychologie = de studie van de kenmerken die
maken dat individuen uniek zijn en van elkaar verschillen
o Filosofie = stroming die probeert door de geestelijk-intuïtieve
beschouwing (door de directe ervaring) van de dingen, niet door
rationele kennis, de wereld en het wezen der dingen te beschrijven
o Evolutionaire psychologie = wetenschappelijke discipline die
sociaal gedrag probeert te verklaren op basis van erfelijke factoren
die zich door de tijd heen hebben ontwikkeld volgens de principes
van natuurlijke selectie.
o Sociale psychologie = de studie naar zowel de universele als de
cultuurbepaalde invloed van de sociale omgeving op de gevoelens,
gedachten en gedragingen van mensen
o Sociologie = de studie naar algemene wetten en theorieën over
groepen en samenlevingen, in plaats van individuen
Duidelijke verschillen uitgelegd:
- Persoonlijkheidspsychologie Sociale psychologie verschilt
doordat het de nadruk legt op sociale situaties en invloeden, terwijl
persoonlijkheidspsychologie zich richt op individuele eigenschappen
en karaktertrekken.
Beide disciplines bestuderen aspecten van menselijk gedrag, maar
ze leggen verschillende nadrukken op de invloed van sociale context
versus persoonlijkheidstrekken.
- Filosofie Sociale psychologie is empirisch (waarneming
onderzoek) en wetenschappelijk van aard, terwijl filosofie zich meer
bezighoudt met abstracte concepten en ideeën zonder strikte
empirische methoden. Beide bestuderen dus menselijk gedrag
alleen op andere onderzoek manier.
- Sociologie Hoewel beide disciplines de invloed van sociale
omgevingen onderzoeken, richt sociale psychologie zich meer op
individuele psychologische processen binnen sociale contexten en
sociologie meer focust op sociale structuren en klassen.
- Economie en politicologie Sociale psychologie gaat verder dan
economie en politicologie door te kijken naar psychologische
processen achter besluitvorming, attitudes en gedrag in sociale
contexten.
, - Evolutionaire psychologie Terwijl evolutionaire psychologie
genetische en evolutionaire verklaringen biedt voor gedrag, richt
sociale psychologie zich op hoe sociale invloeden en cognities het
gedrag vormgeven.
Als de sociaal psychologen het menselijk gedrag van mensen verklaren is
de sociale situatie de belangrijkste factor.
Studenten kunnen aangeven wat voorbeelden van onderzoeken uit de
sociale psychologie zijn. (T)
Crosscultureel onderzoek = Onderzoek dat is opgezet met het oog op
het analyseren van gelijkenissen en verschillen tussen mensen uit
verschillende culturen.
Voorbeelden onderzoeken/geschiedenis sociale psychologie:
o Behaviorisme: stroming in de psychologie die de stelling verdedigt
dat men, om menselijk gedrag te kunnen begrijpen, slechts hoeft te
kijken naar de bekrachtigende of bestraffende eigenschappen van
de omgeving- dat wil zeggen, hoe positieve en negatieve
gebeurtenissen in de omgeving verband houden met specifieke
gedragingen. Ze houden geen rekening met cognitie, denken en
voelen.
o Gestaltpsychologie: stroming in de psychologie gebaseerd op hoe
mensen de fysieke wereld waarnemen, namelijk dat we de
subjectieve manier moeten onderzoeken waarop een object in de
geest van de mensen verschijnt (het gestalte of geheel), in plaats
van de manier waarop de objectieve, fysieke eigenschappen van het
object zijn samengevoegd. Hoe interpreteer je iets...
o Naïef realisme: de overtuiging dat we dingen waarnemen zoals ze
echt zijn, daarbij overschattend dat we dingen verdraaien of anders
interpreteren. Denk aan complotdenkers of politici die niet op 1 lijn
komen met hun denkbeeld.
Fenomenologie: hoe een object op iemand overkomt of ervaart
i.p.v. afzonderlijke objectieve elementen van het object (filosofische
stroming). Edmund Husserl.
Studenten kunnen aangeven welke twee fundamentele behoeften mensen
hebben volgens sociaal psychologen: het zelfverheffingsmotief en het
accuraatheidsmotief. (K)
De wijze waarop een individu een situatie construeert, wordt bepaald door
twee fundamentele behoeften:
Zelfverheffingsmotief = de voorkeur die mensen hebben voor
informatie die hen in een positief daglicht stelt, ofwel voor informatie
die hun zelfwaardering doet stijgen (de behoefte om een positieve
kijk op onszelf te behouden)
, Accuraatheidsmotief = de behoefte van mensen om een beeld te
creëren dat zo veel mogelijk met de werkelijkheid overeenkomt (de
behoefte om de wereld accuraat waar te nemen)
Hoofdstuk 2: Methodologie
Studenten kunnen het begrip hindsight bias definiëren (K) en ze kunnen
benoemen of er in een gegeven situatie sprake is van hindsight bias. (T)
Hindsight bias = de neiging van mensen en hun vermogen om een
uitkomst te voorspellen te overdrijven nadat ze te weten zijn gekomen hoe
die uitkomst eruitziet (ik-wist-het-allang-effect).
Voorbeeld hindsight bias:
Stel, Nederland speelt tegen Duitsland en verliest met 3-0. Na de wedstrijd
zeggen veel mensen: “Ik wist toch al dat Nederland zou verliezen, ze
waren gewoon niet goed genoeg!”
Hoofdstuk 3: Sociale cognitie
Studenten kunnen de begrippen schema, script, perseveratie-effect en
priming
definiëren (K), ze kunnen beschrijven aan welke voorwaarden een primer
moet
voldoen om invloed uit te oefenen (K) en ze kunnen bij een
(onderzoeks)voorbeeld
aangeven of er sprake is van priming.(T)
Schema = mentale structuren die mensen gebruiken om hun kennis over
de sociale wereld te organiseren in categorieën en om nieuwe informatie
te begrijpen.
BVB: verjaardagsfeestje, taart, versiering
Script = Schema’s over specifieke gebeurtenissen, oftewel de
beschrijving van hoe zo’n situatie gewoonlijk verloopt.
BVB: opstaan, tandenpoetsen, ontbijten
Voorbeeld schema (fastfoodrestaurant):
Als je een fastfoodrestaurant binnenloopt dat je nog nooit eerder hebt
bezocht, weet je meestal automatisch wat je moet doen: naar de balie
lopen, je bestelling plaatsen, wachten tot je eten klaar is en het zelf
meenemen naar een tafel. Je gebruikt een schema van hoe
, fastfoodrestaurants werken om snel te handelen zonder alles te hoeven
bedenken.
Het toepassen van schema’s wordt beïnvloed door de toegankelijkheid en
door recente ervaringen (priming).
Priming = het proces waarbij recente ervaringen de toegankelijkheid van
een schema, kenmerk of concept verhogen. Het is een goed voorbeeld van
automatisch denken omdat het snel, onwillekeurig en onbewust gebeurt.
Het is een automatisch, onbewust proces.
Voorwaarden priming:
Relevantie: de primer moet relevant zijn voor het te activeren
concept of gedrag. Een willekeurige of niet-gerelateerde primer
heeft mogelijk geen significante invloed.
Timing: de timing van de primer is essentieel. Een primer heeft
meer impact wanneer deze vlak voor de beoogde reactie wordt
gepresenteerd.
Subliminaliteit: in sommige gevallen kan een primer effectiever
zijn als het onbewust wordt waargenomen (subliminale priming), wat
betekent dat het onder de drempel van bewustzijn ligt.
Herhaling: herhaalde blootstelling aan een primer kan de impact
vergroten, maar er is een balans nodig om geen verzadiging te
veroorzaken.
Context: de context waarin de primer wordt gepresenteerd, moet
overeenkomen met de context waarin de gewenste reactie wordt
verwacht.
Voorbeeld priming:
Je ziet een verwarde man in de bus, als je net een poster hebt gezien over
alcohol ga je dat linken aan die man, als je net iets hebt geleerd over
psychologische stoornissen ga je dit eerder daaraan linken.
Relevantie: De recente informatie (poster of lesstof) beïnvloedt hoe
je het gedrag interpreteert.
Timing: De primer (poster of les) is kort daarvoor gepresenteerd,
vlak voor je de man ziet.
Subliminaliteit: Zelfs als je de informatie niet actief denkt, kan het
je interpretatie beïnvloeden.
Herhaling: Hoe vaker je met de primer wordt blootgesteld, hoe
sterker het effect.
Context: De situatie (man in de bus) sluit aan bij het onderwerp van
de primer (alcohol of psychologische stoornissen).
Perseveratie-effect = fenomeen dat opvatting van mensen over zichzelf
en de sociale wereld aanhouden, ondanks bewijzen van het tegendeel.
Studenten kunnen de begrippen selffulfilling prophecy, Pygmalioneffect en
Golemeffect definiëren (K) en ze kunnen bij een voorbeeld aangeven of er