Samenvatting algemene
literatuurwetenschap
1. Inleiding en Poëtica
1.1. Inleiding
De literatuurwetenschap is een systematische, methodische studie van
literatuur. Ze is niet exact, maar een menswetenschap die gebruikmaakt
van een specifiek begrippenapparaat.
1.2. Literatuur
Het zijn in de eerste plaats de auteurs zelfs en critici die op een meer
theoretische manier reflecteren over wat literatuur is en hoe romans zijn
opgebouwd = INDIVIDUELE POËTICA’S
klassiek omdat de termen die erin werden geïntroduceerd ook nu
nog gehanteerd worden (vertelperspectief, ik-verteller, hij-
verteller…), geldt als de standaard waarop andere theorieën verder
bouwen of waartegen ze zicht afzetten
In structuralistische theorieën worden deze concepten echter
verfijnd en op een meer descriptieve manier aangewend.
Literatuur is een veld => het is niet alleen een verzameling van teksten
en personen, maar ook van praktijken, personen en fenomenen die met
elkaar in verband staan.
Auteur is de meest herkenbare rol in het literaire veld.
- Poeta vates: het lijdend genie
- Poeta faber: auteur als vakman
1.3. De poëtica
Aristoteles (Peri poétikes): De basis van de Westerse traditie.
Kernbegrippen zijn
- Mimesis (nabootsing van een handeling): basisprincipe van
Aristoteles’ visie op literatuur. Literatuur moet de werkelijkheid
tonen, maar ze ook beter maken.
- Catharsis (reiniging door vrees en medelijden) en de indeling in
genres. Door mee te leven, maakt het publiek ook de zuivering mee.
o Pathos: zuivering van de emoties of morele waarden.
1
, o Ethos: inzicht verwerven in de regels van gedrag.
Belangrijkste genre uit die tijd is tragedie. Dat gaat over helden. Komedie
leunt dichter aan bij de werkelijkheid.
Vaste structuur in vijf episodes
- Begin
- Middenstuk bouwt op naar
- Een dramatische climax en
- Een omwenteling (peripetia) en eindigt met
- Het tragische lot van de held.
Poëtica: De leer van de regels en normen van de de verschillende
genres (drama, lyriek en epiek) en subgenres (sonnet, tragikomedie,
melodrama…)
o Prescriptief: Voorschrijvend hoe het "moet".
o Descriptief: Beschrijvend hoe teksten feitelijk in elkaar zitten.
o Algemene voorschriften die bepalen wat (goede) literatuur is
o Geschreven door filosofen of schrijvers zelf
Algemeen geldig tot 18-19de eeuw: Verlichting en Romantiek
Ontstaan van de moderne literatuur
2
, 1.4. Evolutie
Normatieve poëtica’s (18e eeuw)
- Ze stellen de norm => zo moet poëtica zijn.
- Descriptief (beschrijvend) / prescriptief (voorschrijvend).
- Imitatio (imiteren) / aemulatio (proberen om auteurs te overstijgen,
beter maken, je moet regels volgen maar er zelf een klein schepje
bovenop doen, eigen verwerking).
- Mimesis (uitbeelding) / poiesis (manier waarop de auteur het maakt
bv. als kunstwerk).
- Epiek, dramatiek, lyriek
Verlichting, romantiek (18e eeuw)
- Auteur wordt eigen individu, ze kunnen zelf dingen beslissen.
- Eigen stijl en originaliteit worden nu gewaardeerd.
- Normatieve => individuele poëtica’s
- Auteurschap als beroep (vroeger: gesponsord door vorst/mecenas).
20e eeuw: verwetenschappelijking van de literatuurstudie
- Van normatief naar descriptief: in kaart brengen en analyseren,
beschrijft nu meer wat literatuur kan zijn.
- Invloed natuurwetenschappen/ ontstaan verschillende humane
wetenschappen met eigen methoden.
- Verwetenschappelijking: kennis over wetenschap neemt toe, ook
literatuurstudie verzelfstandigt zich tot een aparte, autonome
discipline.
- Uitbreiding kennis en nood aan specialisatie.
- Verwetenschappelijking van literatuur hangt samen met groeiende
geletterdheid van de bevolking. (literacy): lezen en schrijven,
culturele kennis, ideologie (kennis = status, macht).
2. Moderne westerse literatuurbegrip en
het ontstaan van de moderne
literatuurwetenschap
Periode van Verlichting en Romantiek
2.1. Herhaling: Wat is literatuur?
Literatuur is geen vaststaand feit, maar een historisch en cultureel
bepaald object dat dynamisch is en dus kan veranderen.
3
, Het is een krachtveld met verschillende actoren (auteurs,
uitgevers, critici) en instituties die strijden om symbolisch kapitaal
(erkenning en status).
o Veld is dus een systeem.
o Symbolisch kapitaal: zoveel mogelijk macht verwerven in dat
veld.
Er is een voortdurende wisselwerking tussen literatuur als
kunstvorm (focus op taal) en als onderdeel van de populaire
cultuur (cultuurindustrie).
De Oorsprong: De Poëtica
De literatuurwetenschap is even oud als de literatuur zelf en vindt haar
wortels in de klassieke oudheid.
Aristoteles (Peri poétikes): De absolute basis van de Westerse
literatuurwetenschap. Hij introduceerde:
o Mimesis: De nabootsing van de werkelijkheid. Idee van
afbeelding en vertellen.
o Catharsis: De emotionele reiniging van de toeschouwer. Idee
van zuivering van emoties en het morele. Door je met een held
te identificeren, kan je zelf voor dat dilemma staan. Je speelt
het af in je hoofd en komt zo tot zuivering.
o Genre-indeling: Het onderscheid tussen drama, epos en
(indirect) lyriek.
Poëtica: Dit is de leer van de regels en normen van de literatuur. Er
is een onderscheid tussen:
o Prescriptieve poëtica: Voorschrijvend (hoe moet een tekst
zijn?). Ze formuleren voorschriften.
o Descriptief poëtica: Beschrijvend (hoe is een tekst
opgebouwd?). Ze beschrijven en in kaart brengen.
4
literatuurwetenschap
1. Inleiding en Poëtica
1.1. Inleiding
De literatuurwetenschap is een systematische, methodische studie van
literatuur. Ze is niet exact, maar een menswetenschap die gebruikmaakt
van een specifiek begrippenapparaat.
1.2. Literatuur
Het zijn in de eerste plaats de auteurs zelfs en critici die op een meer
theoretische manier reflecteren over wat literatuur is en hoe romans zijn
opgebouwd = INDIVIDUELE POËTICA’S
klassiek omdat de termen die erin werden geïntroduceerd ook nu
nog gehanteerd worden (vertelperspectief, ik-verteller, hij-
verteller…), geldt als de standaard waarop andere theorieën verder
bouwen of waartegen ze zicht afzetten
In structuralistische theorieën worden deze concepten echter
verfijnd en op een meer descriptieve manier aangewend.
Literatuur is een veld => het is niet alleen een verzameling van teksten
en personen, maar ook van praktijken, personen en fenomenen die met
elkaar in verband staan.
Auteur is de meest herkenbare rol in het literaire veld.
- Poeta vates: het lijdend genie
- Poeta faber: auteur als vakman
1.3. De poëtica
Aristoteles (Peri poétikes): De basis van de Westerse traditie.
Kernbegrippen zijn
- Mimesis (nabootsing van een handeling): basisprincipe van
Aristoteles’ visie op literatuur. Literatuur moet de werkelijkheid
tonen, maar ze ook beter maken.
- Catharsis (reiniging door vrees en medelijden) en de indeling in
genres. Door mee te leven, maakt het publiek ook de zuivering mee.
o Pathos: zuivering van de emoties of morele waarden.
1
, o Ethos: inzicht verwerven in de regels van gedrag.
Belangrijkste genre uit die tijd is tragedie. Dat gaat over helden. Komedie
leunt dichter aan bij de werkelijkheid.
Vaste structuur in vijf episodes
- Begin
- Middenstuk bouwt op naar
- Een dramatische climax en
- Een omwenteling (peripetia) en eindigt met
- Het tragische lot van de held.
Poëtica: De leer van de regels en normen van de de verschillende
genres (drama, lyriek en epiek) en subgenres (sonnet, tragikomedie,
melodrama…)
o Prescriptief: Voorschrijvend hoe het "moet".
o Descriptief: Beschrijvend hoe teksten feitelijk in elkaar zitten.
o Algemene voorschriften die bepalen wat (goede) literatuur is
o Geschreven door filosofen of schrijvers zelf
Algemeen geldig tot 18-19de eeuw: Verlichting en Romantiek
Ontstaan van de moderne literatuur
2
, 1.4. Evolutie
Normatieve poëtica’s (18e eeuw)
- Ze stellen de norm => zo moet poëtica zijn.
- Descriptief (beschrijvend) / prescriptief (voorschrijvend).
- Imitatio (imiteren) / aemulatio (proberen om auteurs te overstijgen,
beter maken, je moet regels volgen maar er zelf een klein schepje
bovenop doen, eigen verwerking).
- Mimesis (uitbeelding) / poiesis (manier waarop de auteur het maakt
bv. als kunstwerk).
- Epiek, dramatiek, lyriek
Verlichting, romantiek (18e eeuw)
- Auteur wordt eigen individu, ze kunnen zelf dingen beslissen.
- Eigen stijl en originaliteit worden nu gewaardeerd.
- Normatieve => individuele poëtica’s
- Auteurschap als beroep (vroeger: gesponsord door vorst/mecenas).
20e eeuw: verwetenschappelijking van de literatuurstudie
- Van normatief naar descriptief: in kaart brengen en analyseren,
beschrijft nu meer wat literatuur kan zijn.
- Invloed natuurwetenschappen/ ontstaan verschillende humane
wetenschappen met eigen methoden.
- Verwetenschappelijking: kennis over wetenschap neemt toe, ook
literatuurstudie verzelfstandigt zich tot een aparte, autonome
discipline.
- Uitbreiding kennis en nood aan specialisatie.
- Verwetenschappelijking van literatuur hangt samen met groeiende
geletterdheid van de bevolking. (literacy): lezen en schrijven,
culturele kennis, ideologie (kennis = status, macht).
2. Moderne westerse literatuurbegrip en
het ontstaan van de moderne
literatuurwetenschap
Periode van Verlichting en Romantiek
2.1. Herhaling: Wat is literatuur?
Literatuur is geen vaststaand feit, maar een historisch en cultureel
bepaald object dat dynamisch is en dus kan veranderen.
3
, Het is een krachtveld met verschillende actoren (auteurs,
uitgevers, critici) en instituties die strijden om symbolisch kapitaal
(erkenning en status).
o Veld is dus een systeem.
o Symbolisch kapitaal: zoveel mogelijk macht verwerven in dat
veld.
Er is een voortdurende wisselwerking tussen literatuur als
kunstvorm (focus op taal) en als onderdeel van de populaire
cultuur (cultuurindustrie).
De Oorsprong: De Poëtica
De literatuurwetenschap is even oud als de literatuur zelf en vindt haar
wortels in de klassieke oudheid.
Aristoteles (Peri poétikes): De absolute basis van de Westerse
literatuurwetenschap. Hij introduceerde:
o Mimesis: De nabootsing van de werkelijkheid. Idee van
afbeelding en vertellen.
o Catharsis: De emotionele reiniging van de toeschouwer. Idee
van zuivering van emoties en het morele. Door je met een held
te identificeren, kan je zelf voor dat dilemma staan. Je speelt
het af in je hoofd en komt zo tot zuivering.
o Genre-indeling: Het onderscheid tussen drama, epos en
(indirect) lyriek.
Poëtica: Dit is de leer van de regels en normen van de literatuur. Er
is een onderscheid tussen:
o Prescriptieve poëtica: Voorschrijvend (hoe moet een tekst
zijn?). Ze formuleren voorschriften.
o Descriptief poëtica: Beschrijvend (hoe is een tekst
opgebouwd?). Ze beschrijven en in kaart brengen.
4