Paper Diëtistische diagnose en behandeling
Een uitwerking van een fictieve casus aan de hand van een diëtistische diagnose
en behandeling, evidence based practice en een reflectieverslag.
Studentnummer: …
Naam: …
Naam opleiding: HBO Voeding en Diëtetiek
Opleidingscode: 9266
Modulenaam: Diëtistische diagnose en behandeling
Modulenummer: 6683
Herkansing?: Ja/Nee
Datum/plaats: …
In de opdracht is de juiste bronvermelding* toegepast: Ja/Nee
In de opdracht zijn de verslag technieken toegepast: Ja/Nee
* Voor juridische modules is dit de Leidraad voor Juridische Auteurs. Voor niet-juridische
modules zijn de APA-richtlijnen
0
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Diëtistische diagnose en behandeling 2
1.1 Antropometrische gegevens 2
1.2 ICF-schema 3
1.3 Diëtistische diagnose 3
1.4 Behandelplan 3
1.5 Doelen 5
1.6 Voedingsadviezen 7
Hoofdstuk 2 Evidence based practice 9
2.1 Onderzoek 9
2.2 Resultaten 10
2.3 Conclusie voor mevrouw de Bruin 12
Hoofdstuk 3 Reflectieverslag 13
3.1 Sterke punten 13
3.2 Verbeterpunten 13
3.3 Onderbouwing behandelplan 14
Literatuurlijst 15
Bijlage I 17
Bijlage II 18
Bijlage III 21
Bijlage IV 22
Bijlage V 23
Bijlage VI 24
Bijlage VII 25
Bijlage VIII 26
Bijlage IX 27
1
,Hoofdstuk 1 Diëtistische diagnose en behandeling
Voor deze paper is er een filmopname gemaakt van het consult met simulatiepatiënt Sofie de
Bruin. Na het afnemen van de voedingsanamnese gaan we verder met het verzamelen van
antropometrische gegevens, waarna de diëtistische diagnose wordt gesteld en het
behandelplan wordt besproken. Mevrouw de Bruin heeft COPD en heeft de volgende
hulpvraag: ‘wat kan ik eten zodat ik mij wat sterker voel en meer energie heb?’ Met de
volgende link is de filmopname te bekijken: …
Het informed consent formulier is te zien in bijlage I. Het ingevulde POR-formulier is te zien
in bijlage II.
1.1 Antropometrische gegevens
Tijdens een consult worden er antropometrische metingen gedaan om de lichaamsbouw en
lichaamssamenstelling (afmetingen en verhoudingen) van de cliënt vast te kunnen stellen.
Veel voorkomende metingen in de diëtetiek zijn: gewicht, lengte, middelomtrek, armomtrek
en huidplooien of handknijpkrachtmeting. Wat erg belangrijk is bij het correct uitvoeren van
deze metingen is standaardisatie. Dat wil zeggen dat ze worden uitgevoerd op dezelfde
manier en onder dezelfde voorwaarden, maar er wordt tegelijkertijd ook aandacht besteed aan
de cliëntrelatie (Baauw et al., 2020).
Gedurende het consult met mijn simulatiecliënt heb ik gebruik gemaakt van twee
antropometrische metingen. De eerste meting die plaatsvond is het meten van de
lichaamslengte van de cliënt met behulp van een meetlat en een boek tegen de muur. Dit vond
ik van belang om een goede beoordeling te kunnen geven over het gewicht en is bepalend
voor de Body Mass Index (BMI). Mevrouw is in goede conditie om deze metingen uit te
kunnen voeren.
Vervolgens kwam de antropometrische meting van de bovenarmomtrek meting aan
bod. Deze meting is gekozen omdat het een manier is om een voorspelling te kunnen geven
over de hoeveelheid vet en kracht van mevrouw. Omdat mevrouw de Bruijn moet aankomen
in gewicht en het hierbij ook van belang is om aandacht te besteden aan de vetvrije massa in
combinatie met de opbouw van spierkracht. Door deze metingen is tijdens de
vervolgconsulten controleerbaar of er veranderingen zijn in spierkracht.
2
, 1.2 ICF-schema
Aan de hand van de verzamelde informatie is het ICF-schema ingevuld waarbij de verbanden
met pijlen zijn weergegeven, in bijlage III. Kenmerkende verbanden zijn:
● Er is bij Mevrouw de Bruin COPD gediagnosticeerd. Ze is vooral ’s ochtends
benauwd, daarbij heeft ze last van slijmvorming. Dit heeft als gevolg dat ze het ontbijt
regelmatig over slaat.
● Mevrouw de Bruin heeft ondergewicht (BMI van 16,4 en VVMI van 13 kg/m2). Ze
heeft een beperkt inzicht in voeding, waardoor ze te weinig eet (1044 kcal/dag) en
daardoor weinig energie heeft.
● Mevrouw de Bruin heeft weinig kennis over COPD. Hierdoor weet ze niet goed welke
voeding en mate van beweging goed zijn voor haar gezondheid.
1.3 Diëtistische diagnose
Mevrouw de Bruin, 64 jaar oud, gescheiden, woont alleen, COPD GOLD 2 (FEVI: 65%,
CAT- score 14, mMRC3), hyperlipidemie en ondergewicht (gewicht: 42 kg, Lengte: 1.60 m,
BMI 16,4, VVMI 13 kg/m2). Voedingsinname is hierdoor aan de lage kant (1044 kcal, 32,5
gram eiwit), de benodigde behoefte ligt vele malen hoger (1766 kcal, 81 gram eiwit). De
vitamine D- en calciumgehaltes van mevrouw zijn aan de lage kant. De medicatie die ze
gebruikt zijn Fluimucil , 2 inhalatoren (Severent en Spiriva) en een cholesterolverlager
(Simvastatine). Mevrouw beweegt volgens de bewegingsrichtlijnen onvoldoende door
benauwdheid en vermoeidheidsklachten (loopt elke dag 500 meter naar de supermarkt). Ze
heeft eerder een beweegprogramma gevolgd maar is gestopt. Daarnaast rookt ze 1,5 pakje per
dag, een eerdere stoppoging van roken is mislukt. Taken als koken en boodschappen doen
doet ze zelf. Heeft hulp in het huishouden.
1.4 Behandelplan
Macronutriënten
De energie-inname van mevrouw de Bruin bedraagt op dit moment: 1044 kcal. Haar
benodigde energiebehoefte heb ik berekend via de WHO-formule. Aan de hand van de meet-
en weeggegevens: gewicht (42 kg), lengte (1,60 m) en leeftijd (64 jaar) kwam ik uit op een
rustmetabolisme van 1104 kcal. Daarbovenop komt een toeslag van 60% door: voor klinische
patiënten geld een toeslag van +30% (Kruizenga & Wierdsma, 2021) en om in gewicht aan te
3
Een uitwerking van een fictieve casus aan de hand van een diëtistische diagnose
en behandeling, evidence based practice en een reflectieverslag.
Studentnummer: …
Naam: …
Naam opleiding: HBO Voeding en Diëtetiek
Opleidingscode: 9266
Modulenaam: Diëtistische diagnose en behandeling
Modulenummer: 6683
Herkansing?: Ja/Nee
Datum/plaats: …
In de opdracht is de juiste bronvermelding* toegepast: Ja/Nee
In de opdracht zijn de verslag technieken toegepast: Ja/Nee
* Voor juridische modules is dit de Leidraad voor Juridische Auteurs. Voor niet-juridische
modules zijn de APA-richtlijnen
0
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Diëtistische diagnose en behandeling 2
1.1 Antropometrische gegevens 2
1.2 ICF-schema 3
1.3 Diëtistische diagnose 3
1.4 Behandelplan 3
1.5 Doelen 5
1.6 Voedingsadviezen 7
Hoofdstuk 2 Evidence based practice 9
2.1 Onderzoek 9
2.2 Resultaten 10
2.3 Conclusie voor mevrouw de Bruin 12
Hoofdstuk 3 Reflectieverslag 13
3.1 Sterke punten 13
3.2 Verbeterpunten 13
3.3 Onderbouwing behandelplan 14
Literatuurlijst 15
Bijlage I 17
Bijlage II 18
Bijlage III 21
Bijlage IV 22
Bijlage V 23
Bijlage VI 24
Bijlage VII 25
Bijlage VIII 26
Bijlage IX 27
1
,Hoofdstuk 1 Diëtistische diagnose en behandeling
Voor deze paper is er een filmopname gemaakt van het consult met simulatiepatiënt Sofie de
Bruin. Na het afnemen van de voedingsanamnese gaan we verder met het verzamelen van
antropometrische gegevens, waarna de diëtistische diagnose wordt gesteld en het
behandelplan wordt besproken. Mevrouw de Bruin heeft COPD en heeft de volgende
hulpvraag: ‘wat kan ik eten zodat ik mij wat sterker voel en meer energie heb?’ Met de
volgende link is de filmopname te bekijken: …
Het informed consent formulier is te zien in bijlage I. Het ingevulde POR-formulier is te zien
in bijlage II.
1.1 Antropometrische gegevens
Tijdens een consult worden er antropometrische metingen gedaan om de lichaamsbouw en
lichaamssamenstelling (afmetingen en verhoudingen) van de cliënt vast te kunnen stellen.
Veel voorkomende metingen in de diëtetiek zijn: gewicht, lengte, middelomtrek, armomtrek
en huidplooien of handknijpkrachtmeting. Wat erg belangrijk is bij het correct uitvoeren van
deze metingen is standaardisatie. Dat wil zeggen dat ze worden uitgevoerd op dezelfde
manier en onder dezelfde voorwaarden, maar er wordt tegelijkertijd ook aandacht besteed aan
de cliëntrelatie (Baauw et al., 2020).
Gedurende het consult met mijn simulatiecliënt heb ik gebruik gemaakt van twee
antropometrische metingen. De eerste meting die plaatsvond is het meten van de
lichaamslengte van de cliënt met behulp van een meetlat en een boek tegen de muur. Dit vond
ik van belang om een goede beoordeling te kunnen geven over het gewicht en is bepalend
voor de Body Mass Index (BMI). Mevrouw is in goede conditie om deze metingen uit te
kunnen voeren.
Vervolgens kwam de antropometrische meting van de bovenarmomtrek meting aan
bod. Deze meting is gekozen omdat het een manier is om een voorspelling te kunnen geven
over de hoeveelheid vet en kracht van mevrouw. Omdat mevrouw de Bruijn moet aankomen
in gewicht en het hierbij ook van belang is om aandacht te besteden aan de vetvrije massa in
combinatie met de opbouw van spierkracht. Door deze metingen is tijdens de
vervolgconsulten controleerbaar of er veranderingen zijn in spierkracht.
2
, 1.2 ICF-schema
Aan de hand van de verzamelde informatie is het ICF-schema ingevuld waarbij de verbanden
met pijlen zijn weergegeven, in bijlage III. Kenmerkende verbanden zijn:
● Er is bij Mevrouw de Bruin COPD gediagnosticeerd. Ze is vooral ’s ochtends
benauwd, daarbij heeft ze last van slijmvorming. Dit heeft als gevolg dat ze het ontbijt
regelmatig over slaat.
● Mevrouw de Bruin heeft ondergewicht (BMI van 16,4 en VVMI van 13 kg/m2). Ze
heeft een beperkt inzicht in voeding, waardoor ze te weinig eet (1044 kcal/dag) en
daardoor weinig energie heeft.
● Mevrouw de Bruin heeft weinig kennis over COPD. Hierdoor weet ze niet goed welke
voeding en mate van beweging goed zijn voor haar gezondheid.
1.3 Diëtistische diagnose
Mevrouw de Bruin, 64 jaar oud, gescheiden, woont alleen, COPD GOLD 2 (FEVI: 65%,
CAT- score 14, mMRC3), hyperlipidemie en ondergewicht (gewicht: 42 kg, Lengte: 1.60 m,
BMI 16,4, VVMI 13 kg/m2). Voedingsinname is hierdoor aan de lage kant (1044 kcal, 32,5
gram eiwit), de benodigde behoefte ligt vele malen hoger (1766 kcal, 81 gram eiwit). De
vitamine D- en calciumgehaltes van mevrouw zijn aan de lage kant. De medicatie die ze
gebruikt zijn Fluimucil , 2 inhalatoren (Severent en Spiriva) en een cholesterolverlager
(Simvastatine). Mevrouw beweegt volgens de bewegingsrichtlijnen onvoldoende door
benauwdheid en vermoeidheidsklachten (loopt elke dag 500 meter naar de supermarkt). Ze
heeft eerder een beweegprogramma gevolgd maar is gestopt. Daarnaast rookt ze 1,5 pakje per
dag, een eerdere stoppoging van roken is mislukt. Taken als koken en boodschappen doen
doet ze zelf. Heeft hulp in het huishouden.
1.4 Behandelplan
Macronutriënten
De energie-inname van mevrouw de Bruin bedraagt op dit moment: 1044 kcal. Haar
benodigde energiebehoefte heb ik berekend via de WHO-formule. Aan de hand van de meet-
en weeggegevens: gewicht (42 kg), lengte (1,60 m) en leeftijd (64 jaar) kwam ik uit op een
rustmetabolisme van 1104 kcal. Daarbovenop komt een toeslag van 60% door: voor klinische
patiënten geld een toeslag van +30% (Kruizenga & Wierdsma, 2021) en om in gewicht aan te
3