100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Hoorcolleges internationaal Publiekrecht

Rating
-
Sold
1
Pages
47
Uploaded on
19-01-2026
Written in
2024/2025

Duidelijke uitwerkingen van de hoorcolleges Internationaal Publiekrecht! Week 1a tot en met week 7b!

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 19, 2026
Number of pages
47
Written in
2024/2025
Type
Class notes
Professor(s)
De hoogh
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Hoorcolleges Internationaal publiekrecht
Week 1A, inleiding

Historische ontwikkelingen
De juiste vraag voor juristen: zijn de acties (on)rechtmatig en/of gerechtvaardigd onder het
internationaal recht?

De Vrede van Westfalen (1648)
- Hiermee ontstond een systeem van soevereine en gelijke staten. Het beginsel van
territoriale integriteit begon gerespecteerd te worden
- Vrede tussen Nederland en Spanje & vrede tussen aantal protestante en katholieke
landen
- Het begin van het moderne statensysteem
 Tachtig jarige oorlog (1568-1648) = Nederlanden tegen Spanje = verdrag van Münster
 Nederland werd onafhankelijk
 Dertigjarige oorlog (1618-1648) = Katholiek tegen protestant = Verdrag van Münster,
Verdrag van Osnabrugge -> 30/40% van de bevolking afgenomen door oorlog, of ter
wijl slechte omstandigheden
 Principe of ciuis regio, eius religio = wiens gebied, diens religie -> de edelen bepalen
van de religie van een gebied was (katholiek/protestant?)  de wereldlijke macht
nam het over
e e e
17 , 18 , 19 eeuw
- Feodalisme en stadsstaten gingen op een gegeven moment over in natiestaten (de
Nederlanden waar Nederlanders wonen, etc.)  de adel werd minder belangrijk 
staten werden machtiger
- Imperialisme + kolonialisme
- Natuurrecht (recht kunnen afleiden uit goddelijke wil of de rede) begon langzaam maar
zeker minder belangrijk te worden ten opzichte van het positief recht (recht dat door de
autoriteiten is opgesteld is dominant)
 Natuurrecht = regels konden we vroeger afleiden uit wat god wou wat we deden (goddelijk
recht). Dit werd minder en mensen gingen zoeken naar regels in de natuur en de rede  dit
werd minder belangrijk en het recht wat door autoriteiten werd gesteld was belangrijker 
werden codificaties doorgevoerd -> degene die macht hadden konden vaststellen wat het
recht was  het recht werd gemaakt door mensen
- Congres van Wenen (1815) -> was het begin van het congressysteem: het idee dat er een
belangrijk geschil was in Europa, moest er een oplossing worden gezocht met
compromissen  staten kwamen samen om oplossingen te vinden voor het systeem en
de vrede te kunnen bewaren
e
20 eeuw
- Eerdere eeuwen: constant oorlogen
Eerste wereldoorlog
 Verdrag van Versailles (1919)
 De Volkerenbond -> heeft als doelstelling om de vrede te bewerkstelligen, maar
faalde  heeft geprobeerd wat er kon, maar leidde toch tot 2 e wereldoorlog
Tweede wereldoorlog
 The United Nations of Conference of International Organization
 De verenigde naties -> organisatie die verantwoordelijk is voor de internationale
vrede en veiligheid; lang niet altijd effectief maar dat is alles wat we hebben
1945 orde die we nog steeds hebben; de verenigde naties
- Het beginsel van zelfbeschikking wordt neergelegd in het HV van de VN. Dit beginsel gaf
volkeren het recht om over hun eigen lot te beschikken.

,Waarden en doelen internationaal recht
Waarde
 ‘Mate van belangrijkheid; belang’; ‘iets waar een persoon of groep van personen
belang aan hecht’
 In het internationaal recht: politieke onafhankelijkheid, interne aangelegenheden,
autonomie, militair, vriendschappelijke betrekkingen, samenwerking, billijkheid,
solidariteit, etc.
Doelen
- Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap. Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen
(vooral staten en organisaties) en biedt een juridisch kader waarbinnen zij deze
bevoegdheden uitoefenen (Nollkaemper, p. 23)
 Regulering internationale betrekkingen
 Inhoudelijk doel internationaal recht?
- Orde, vrede, rechtvaardigheid, mensenrechten, democratie, rechtsstaat, vrijhandel/
ontwikkeling/ bescherming milieu
 p. 23 boek!  De bevoegdheden van staten komen van internationaal recht lijkt
nollkaemper te zeggen, maar dit is niet zo!  Internationaal recht geeft geen
bevoegdheden aan staten, maar beperkt ze!

De aard van het internationaal recht
- 193 lidstaten die allemaal eigen rechtsstelsel hebben en kennen allemaal hun eigen
gezag  staten zelf kunnen bepaalde dingen doen om te handhaven
- Staten zijn onderworpen aan het internationale recht, maar tegelijk maken ze ook het
internationale recht en handhaven het recht  zowel de autoriteit als de
rechtssubjecten tegelijkertijd
Internationaal rechtspositivisme
- Austin: recht wordt gesteld door soeverein  er is niet specifiek een soeverein die het
recht stelt en dus niet kan handhaven; als er geen handhaving mogelijk is, is het alleen
maar positief moraal  zonder handhaving heb je geen recht
- Kelsen: internationaal recht is wel recht; er is geen soeverein, maar de staten zelf kunnen
met maatregelen waarmee je druk kan zetten/door middel van oorlog het recht
handhaven
- Hart: onderscheid tussen primaire en secundaire regels. Primaire regels zijn
gedragsregels voor de rechtssubjecten (voor de mens). De secundaire regels zijn de
regels die bepalen hoe het gezag de regels maken/toepassen/handhaven/interpreteren
 deze gelden alleen voor het gezag en de primaire regels voor iedereen!  Hart zei dat
het internationaal recht geen rechtssysteem is, niet per se dat het internationaal recht
geen recht is

Kern van rechtspositivisme = Je moet het los zien van de moraal!  Rechtsregel kan immoreel zijn,
maar hoeft niet te betekenen dat het geen rechtsregel is!

De ontwikkeling van het internationale recht
 Internationale vrede en veiligheid
 Dekolonisatie en zelfbeschikking van volken
 Mensenrechten  zijn er om bescherming te bieden tegen o.a .de autoriteiten
 1948: universele verklaring van de rechten van de mens. 2 jaar later EVRM. Sindsdien zijn er
tientallen verdragen opgesteld
 Internationaal strafrecht
 Neurenberg en Tokio tribunalen

,  Joegoslavia en Rwanda
 Het internationaal strafhof
 Internationaal milieurecht

Internationaal recht in de 21e eeuw
 Dwingend recht  verdrag van wenen inzake verdragenrecht  verdrag is nietig als
het conflicteert met een regel van dwingend recht. Staten moeten aangeven van
welke regels niet afgeweken mag worden
 Verbod op: agressie, genocide, slavernij, rassendiscriminatie, marteling = mag je niet vanaf
wijken in geen enkele situatie, is namelijk dwingend recht!  Het zijn eigenlijk absolute
regels. Het jus cogens is in het verdragenrecht neergelegd, art. 53 Weens verdragenverdrag

Barcelona Traction case
- Verplichtingen erga omnes
- Ging over Spaanse acties ten opzichte van Canadees bedrijf, met Belgische
aandeelhouders.
- Hof: er zijn verschillende soorten verplichtingen en een bepaald soort verplichtingen zijn
die van een staat tegenover de internationale gemeenschap van staten  alle staten
hebben belang bij bescherming van dit soort verplichtingen. Dit zijn verplichtingen erga
omnes (tegenover iedereen/de wereld)  er wordt gesproken over verplichtingen die
erg lijken op jus cogens; bescherming tegen genocide, uitbannen van agressie,
bescherming tegen slavernij en rassendiscriminatie  het idee is dat wanneer deze
verplichtingen geschonden worden, alle staten het recht hebben om te klagen en om
naleving van de verplichting in te roepen !

Week 1B, staten

Staten als oorspronkelijke, primaire rechtssubjecten
Historisch: staten zijn het enige rechtssubject in de internationale betrekkingen, en internationaal
recht reguleert die betrekkingen. Tegenwoordig worden ook andere rechtssubjecten erkend:
internationale organisaties, volkeren en individuen, maar ook gewapende niet-statelijke factoren.
- Volkeren hebben het recht op zelfbeschikking, maar veel andere rechten en plichten
hebben ze niet

Soevereiniteit
De staat wordt vaak gekoppeld aan Jean Bodin. Hij gebruikte in zijn boek het begrip soevereiniteit in
de context van de staat.
 Absolute macht binnen een staat
 Een versterking van de koning ten opzichte van de adel binnen het koninkrijk
 Interne soevereiniteit: Een persoon of groep personen als soeverein over alle
inwoners
 Externe soevereiniteit: De staat is niet onderworpen aan de externe autoriteit =
onafhankelijk en dus niet onderworpen aan hoger gezag

Staten hebben een bindend karakter van internationaal recht
- Zij accepteren het bindend karakter
- Schurkenstaten/vogelvrije staten ontkennen niet dat zij gebonden zijn aan internationaal
recht
- Schending van internationaal recht? Staten hebben altijd wel een excuus! Als ze iets gaan
doen wat niet mag, proberen ze om een rechtvaardiging te geven
 Staten: wederzijdse erkenning als gelijken  staten erkennen elkaar als gelijken . Dit blijkt
ook wel uit art. 2 lid 1 handvest; soevereine gelijkheid. De consequenties hiervan zijn:

, 1. De ene staat mag geen gezag uitvoeren over de andere staat
2. Een staat mag geen bindende besluiten nemen over een andere staat, tenzij dit is
afgesproken/ermee is ingestemd met bijvoorbeeld een verdrag
3. Alle staten hebben dezelfde rechten en plichten op gebied van internationaal
gewoonterecht. Echter, sommige partijen hebben bij verdragen een ongelijke positie
gekregen ten opzichte van andere partijen. Een voorbeeld hiervan is dat de VN-
veiligheidsraad bepaalde permanente leden heeft, terwijl andere leden niet permanent zijn
 Sommige partijen bij verdragen accepteren een ongelijke positie ten aanzien van de
andere staten (Permanente leden hebben een vetorecht + mogen kernwapens bezitten)

Kenmerken van staatskarakter, art. 1 Montevideo
Is iets nu wel of niet een staat?
1. Een permanente bevolking
- Hoeft niet constant aanwezig te zijn!  Nomadisch
- Grootte van de bevolking doet er niet toe
- Nationaliteit  het is geen eis dat iedereen de nationaliteit van de staat heeft!
2. Een gedefinieerd/afgebakend grondgebied
- Soevereiniteit gaat over land, niet over zee (+ niet kunstmatig)
- Het grondgebied moet gedefinieerd zijn  grenzen hoeven niet vast te staan, maar het
moet wel duidelijk zijn wat de grenzen zijn
- De grootte is niet van belang
- Het doet er niet toe hoeveel mensen er wonen
3. Regering
- Er moet een bepaalde gezagsstructuur/overheid zijn. Aan de aard en vorm van de
regering worden verder geen eisen gesteld
- Verkiezingen moet een weergave zijn van wat de bevolking vindt
- Niet afhankelijk van buitenlandse troepen: marionettenregering
4. Capaciteit om betrekkingen aan te gaan met andere staten
- Onafhankelijkheid  je hebt een onafhankelijkheidsverklaring nodig! (Uiting van de wil
om een soevereine staat te worden/onafhankelijk te zijn)
- Taiwan heeft nooit de onafhankelijkheid uitgeroepen, maar wel een aantal keren het
lidmaatschap van de VN aangevraagd. Binnen de VN kan je alleen lidstaat zijn, als je staat
bent (je moet soeverein en onafhankelijk zijn). Maar aan de andere kant hebben ze nog
nooit de onafhankelijkheid uitgeroepen; is Taiwan wel een staat of niet? De meeste
staten erkennen China, en min of meer maakt Taiwan onderdeel uit van China.
- KOSOVO Advies: Internationaal recht verbiedt het niet een onafhankelijkheidsverklaring
af te kondigen  het enkele feit dat deze wordt uitgevaardigd, betekent niet dat je
onafhankelijk bent! + Beginsel van territoriale integriteit is beperkt tot betrekkingen van
staten (een groep binnen een staat die de onafhankelijkheid uitroept is niet gebonden
aan het idee van territoriale integriteit)
- Onafhankelijkheidsverklaring dient gevolgd te worden door stappen om juridisch gezag
en controle over grondgebied en bevolking te vestigen

Voorbeeld: is Palestina een staat?
Het Montevideo-verdrag (1933) legt vier criteria vast voor de erkenning van een staat:
1. Een vaste bevolking  Palestina heeft een bevolkingsgroep die er woont, wat aan deze eis
voldoet
2. Een afgebakend grondgebied  Het grondgebied is echter betwist. De grenzen zijn niet
internationaal erkend en zijn onderwerp van conflict met Israël
3. Een regering  Palestina heeft een autoriteit (de Palestijnse Autoriteit) die op bepaalde
gebieden een zekere mate van autonomie en bestuur uitoefent, maar de controle is niet
volledig en er is geen uniforme regering over alle gebieden
$18.34
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
timblauw1

Get to know the seller

Seller avatar
timblauw1 Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
1 day ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions