-Examen: Schriftelijk examen – Multiple choice met giscorrectie
-Quotes worden niet gevraagd op het examen
-Definities vanbuiten leren is nutteloos voor het examen want het is multiple choice, je moet ze wel leren
maar niet tot op laatste woordje vanbuiten leren
Taak: Filmpje maken op open bedrijvendag. (01/10/2023)
Filmpje opnemen ter plaatse met flip
Informatie zie PowerPoint in de map inleiding
Hoofdstuk 1 de Bedrijfsorganisatie
Bv. Vives, WWF, Frituur, Jeugdbeweging
Organisatie: Samenwerken van mensen om een doel te bereiken door het planmatig inschakelen van
middelen.
2 soorten organisaties: Formeel: op voorhand vastgelegde structuur bv. Met 4 vrienden elke zondag
tussen 16:00 en 18:00 gaan padellen
Informeel: ontstaan spontaan bv. Met 4 vrienden af en toe gaan padellen
Informele organisatie binnen een formele organisatie:
→Teambuilding
→Sportclubs van een bedrijf bv. Minivoetbalploeg
formeel leren = op school gestructureerd leren (20%)
informeel leren = ervaring opdoen tijdens je leven (80%)
Alle bedrijven zijn organisaties, maar niet alle organisaties zijn bedrijven.
→5de voorwaarde om een bedrijf te zijn is een product of dienst aan derden aanbieden
2 soorten bedrijven
Profit onderneming: Non-profit bedrijf:
-nv, bv, cv, … -Rechtsvorm vzw = vereniging zonder
-Winst maken = 6e voorwaarde winstoogmerk
-bv. VTM -bv. VRT
Om van een bedrijf naar een onderneming te gaan is er nog een 6e voorwaarde: Winst maken
Besluit: 4 voorwaarden voor een organisatie, een 5e om naar een bedrijf te gaan en nog eens een 6e om
een onderneming te zijn.
1
,1.2 Winstbestemmingen
Verschillende winstbestemmingen: Lonen, dividenden, investeren, uitbreiden, werkgelegenheid creëren,
R&D, beter arbeidsomstandigheden, …
Een non-profit bedrijf mag NOOIT winst uitkeren aan de aandeelhouders
Maatwerkbedrijven(beschutte werkplaatsen): Bedrijven die als hoofddoel hebben werkgelegenheid
creëren voor mensen die anders door omstandigheden geen werk in de normale maatschappij kunnen
vinden;
1.3 Missie
Voorbeeld Colruyt
Missie Samen duurzaam meerwaarde creëren door waarde gedreven
vakmanschap in retail
Wat is het nut van een missie? Je hebt een doel om naartoe te werken
Kenmerken van een goede missie:
-Kort (makkelijk te onthouden)
-Zeggen wat het bedrijf doet
(-Je moet denken aan de toekomst)
-Maatschappelijke rol (meerwaarde voor de maatschappij)
-Uitdagend en motiverend zijn
De 3p’s of ‘triple bottom line’ = people, planet, profit
Visie = Hoe doen we het?
Smart doelen:
-Specifiek: moet concreet zijn
-Meetbaar: Iets dat je kunt meten →met bv. Cijfermateriaal kunnen meten
-Acceptabel: Het moet aanvaardbaar zijn →Moet passen bij de missie en visie, moet legaal zijn, …
-Realistisch: Het moet kunnen →Realistische doelstellingen
-Tijdsgebonden: Je moet erbij zetten wanneer je de doelstelling zult halen
Bv. Ik wil een bachelor Global business management halen binnen 3 jaar
Het maken van een organisatie doe je omdat je een doel wil
bereiken bv:
-Winst
-Onderwijs
-Mensenrechten
-Cultuur
-Amusement
-Gezondheid
2
,3 niveaus om doelstellingen te bereiken:
1. Strategische doelstellingen →Langetermijndoelstellingen (Normaal 5 jaar of langer)
2. Tactische doelstellingen → Zit ertussen (2, 3 of 4 jaar)
3. Operationele doelstellingen →Doelstellingen op minder dan één jaar
In Functie van een beginnend autobedrijf:
Strategisch: Een automodel hebben
Tactisch: een fabriek, productielijn hebben
Operationeel: Een autodesigner hebben
KSF of Kritische succesfactoren: Een beperkt aantal factoren die van belang zijn om succesvol te zijn als
bedrijf op lange termijn
Scores worden gegeven op 6 factoren:
-Duurzaamheid
-Trend en tendensen (Als een KSF past binnen de trends & tendensen die we waarnemen in de
maatschappij, is het goed om hierop nu in te spelen en hier dus op te focussen.)
-Quick win (kan je hem makkelijk halen?)
-Gedragen worden in het bedrijf (bv. Als je werknemers geen rekening houden met duurzaamheid, heeft
het geen nut)
-Moet het? (Sommige zaken moeten sowieso gebeuren.)
-Fun (Werk mag zeker ook leuk zijn)
KPI = Key Performance Indicators: Financiële en niet financiële cijfers die worden gebruikt om de
strategische performantie van een organisatie continu te monitoren
Niet financiële cijfers bv. aantal innovaties, klanten, aantal CO2 uitgestoten, …
Financiële cijfers bv. geld, de boekhouding
SDG = Sustainable development goals
3
, Hoofdstuk 2 De bedrijfsomgeving
Het enige wat telt voor de aandeelhouders is winst maken
Shareholder = Aandeelhouder
Stakeholder = Belanghebbende
Om een goed draaiende onderneming te hebben is het belangrijk dat je een goede relatie hebt met al je
stakeholders. Om dit te bereiken met je met hun rekening houden, wat ook niet altijd makkelijk.
De meeste ondernemingen gebruiken de dag van vandaag het stakeholder model.
Vb. Stakeholder Vives: Studenten, De lijn, NMBS, Overheid, Kredietinstellingen, KU Leuven, Leveranciers
(Standaard Boekhandel, Sodexo), Personeel, Buurtbewoners, Sponsoren, Vlaamse overheid, Stad Brugge,
Ouders, Koteigenaars, Vakbonden, Concullega’s, Media, Bestuursorgaan
Directe Stakeholders
Interne stakeholders zijn: Personeel, bestuursorgaan en de
aandeelhouders
Externe stakeholders zijn: alle andere stakeholder
buitende 3 interne.
De 3e laag is de indirecte Stakeholders (De PEST)
-Demografie, Economie, Politiek, Ecologie, Sociaal-
Cultureel en technologie
→Je kan aan de externe stakeholder niets doen maar je
moet je ernaar aanpassen
B2B = Business tot Business B2C = Business to consumer B2G = Business to government
B2C B2B B2G
Promotie: Reclame Vertegenwoordiger Openbare
Beurzen aanbesteding
Verkoop: Winkels Winkels Winnen aanbesteding
Betaling: Contant Factuur: Factuur:
→<30 dagen →>30 dagen
→<14 dagen
Directe stakeholders
Klanten hebben er veel baat bij dat een onderneming/bedrijf blijft voorbestaan
→Leveranciers (Naar kwaliteit en strategie)
Overheid:
-De overheid wil graag dat bedrijven blijven staan →Zorgen voor werkgelegenheid en inkomsten
-Zorgen voor subsidies
-Bedrijven moeten enkel de regels van de EU volgen
-Overheid stelt wetten op die moeten nageleefd worden bv. voedselinspectie, belastinginspectie, …
4