Optometrie jaar 2
Samenvattingen van aandoeningen en problemen.
Inclusief Klopto, oogheelkunde, contactlens en bino.
Droge Ogen: 6
EDE (Evaporatieve Droge Ogen) : 6
TDDE (Tear Deficiency Dry Eye): 6
Diabetische Retinopathie (DRP): 6
Hypertensieve Retinopathie: 8
Afwijkingen aan de Oogzenuw: Drusen, Pit en Glaucoom 8
GLAUCOOM SOORTEN: 12
POAG (primair open angle glaucoom/ open kamerhoek glaucoom): 12
CACG ( Chronisch Closed Angle Glaucoom/ Dicht kamerhoek glaucoom): 12
AACG (Acuut angle closed glaucoom): 13
Congenitaal glaucoom: 13
SECUNDAIR GLAUCOOM SOORTEN: 13
Pseudo exfoliatie PEX syndroom: 13
Pigmentdispersie syndroom: 13
Phacogeen glaucoom: 14
Steroïden glaucoom: 14
Overzicht aandoeningen: Macula, glasvocht en netvlies 14
AMD (Age related macule degeneratie): 14
Centrale Sereuze Retinopathie (CSCR): 15
Posterior vitreous detachment (PVD): 15
Vitreoretinale interfase: 16
Vitreomaculaire tractie (VMT): 16
Maculagat: Gat door VMT of degeneratie. 16
Epiretinaal membraan (ERM): Dun vliesje van glijcellen op het oppervlakte van de retina die trekt aan de retina. 17
Netvliesloslating: 17
CRVO: 17
BRVO: 18
CRAO: 18
BRAO: 18
A-AION: 19
N-AION: 19
Subarachnoïdale bloeding (SAB) 20
Intracerebrale bloeding (ICB) 20
RIP = Ruimte Innemend Proces 20
IIH = Idiopathische Intracraniële Hypertensie 21
Erfelijke aandoeningen: 21
Retinitis pigmentosa (RP): 21
Stargardt (STGD): 22
Leber’s (LHON): 22
Leber congenitale amaurose (LCA): 22
Best’s disease: 23
Toxisch opticus neuritis: 23
UVEITIS/-ITIS 23
Pagina 1 van 81 E. Aribas
, Uveitis anterior: 23
Posterior Uveitis: 24
Intermediaire uveïtis: 24
Pan uveitis: 25
Episcleritis: 25
Scleritis: 25
Iriditis: 25
Iridiafanie/irisdiafanie: 26
Iridodialyse: 26
Visuele Hallucinaties 26
TVL (Tijdelijke Visuele Laesies): 26
Visuele migraine 27
Entoptic fenomeen: 27
Psychose / Schizofrenie: 28
Delirium: 28
Charles Bonnet syndroom: 28
Anton’s syndroom: 29
Alice in Wonderland syndroom: 29
Seizures (epilepsie): 29
Peduncular Hallucinosis: 29
Hypnagogic hallucinaties: 29
Drugs: 29
Tumoren: 30
Visual Snow: 30
Reactive Oxygen Species (ROS): 30
Lifestyle 30
Cafeïne: 30
Nicotine: 31
Alcohol: 31
Retina lagen 32
Afwijkingen 32
Cornea, iris, conjuctiva 32
Congenitaal 34
Netvlies 35
Hoog myoop 37
Aanvullend Onderzoek bij Acuut Visusverlies 39
Accommodatiestoornissen 39
Accommodatie Spasme: 39
Accommodatie Insufficiëntie: 40
Accommodatie Traagheid: 41
Accommodatie moeheid: 41
Convergentieproblemen: 42
Convergentie Insufficientie: 42
Convergentie excess: 42
Divergentie insufficiëntie: 44
Divergentie excess: 44
Decompenserende forie: 45
Pareses en oogspier aandoeningen 45
Pagina 2 van 81 E. Aribas
, Nervus III Parese: 45
Nervus IV Parese: 46
Nervus VI parese: 48
Myasthenia gravis (MG): 48
Myositis: Oogspierontsteking. Vaakst de MRM. Let op, lijkt op graves!! Kan tumor zijn. 49
Graves orbitopathie: 49
Duanes-syndroom: 50
Brown-syndroom: 51
Blow-out fractuur: 52
Microtropie: 52
Internucleaire oftalmoplegie (INO): 53
CPEO (Chronische Progressieve Externe Oftalmoplegie): 53
Aberrant regeneration: 53
Microtropie met en zonder identiteit: 54
Diplopie 54
ANAMNESE: 54
Gaat het weg als je één oog sluit? 54
Monoculair diplopie: 54
Binoculair diplopie: 54
Mono- én binoculair diplopie 54
Is er een verandering in het dubbelzien in bepaalde (blik-)richtingen? 54
Comitant strabismus: 55
Incomitant strabismus: 55
Toename bij elevatie: 55
Is er een toename bij een afstand?: 55
Hoe staan de dubbelbeelden? 55
Is er iets voorafgaand gebeurd? Trauma? Gezondheid? 56
NOG MEER MUST’S: 56
Aanvullende testen: 57
Aanvullend Horizontaal Diplopie 57
Bevindingen Neurogeen: 57
Bevindingen Mechanisch: 57
ABDuctie beperking: 57
ADductie beperking: 58
Elevatie beperking 58
Ptosis: 58
Pupil 59
Plan 59
Wet van… 59
Wet van Sherrington: 59
Wet van Hering: 59
Visuele Training 60
Criteria: 60
Prisma voorschrijven: 60
Stap 1: in-/exclusie: 60
Stap 2: Prisma sterkte bepalen. 61
Stap 3: Test met prisma 61
Stap 4: Evaluatie 61
Stap 5. PRISMABRILRECEPT EN VERVOLGAFSPRAAK 61
Leesondersteuning: 61
Pagina 3 van 81 E. Aribas
,DDX bij visusverschil afstand: 62
Maculopathie: 62
Strabismus amblyopie: 62
Infantiele estropie: 62
Niet refractieve esotropie: 62
Secundaire postoperatief microtropie: 62
Sheard: 62
Percival: 62
AC/A forie: 62
AA met hofstetter: 63
Contactlenzen 63
Zachte contactlenzen: 63
Sferische lens: 63
Asferische lens: 63
Torische lens: 63
Hydrogel: 63
Siliconen hydrogel: 63
Vormstabiele contactlenzen: 63
Sferische lenzen: 63
Asferische lenzen: 63
Binnentorisch: 63
Buitentorisch: 64
Bitorisch: 64
Randtorisch: 64
Ortho-K : 64
Fluobeelden en topografie: 64
Topografie: 65
Absoluut schaal: 65
Relatief (Normalized) 65
Sagittale (axiale) map: 65
Tangentiële map: 65
Smiley face: 65
Frowney face: 65
Dimple veiling: 66
Central island: 66
Bull’s eye: 66
Het bridge-effect: 66
Conjunctiva 66
Vloeistofgerelateerde Staining bij Lenzen 67
PATH: 67
SICS: 67
Complicaties bij Zachte Contactlenzen 67
CLARE: 67
Neovascularisatie: 67
SEAL staining: 68
Lid wiper epitheliopathy (LWE): 68
Complicaties bij Vormstabiele Lenzen 68
Corneal warpage: 68
3/9 staining: 69
Pagina 4 van 81 E. Aribas
,Contactlensgerelateerde Infecties 69
VK (virale keratitis): 69
MK (microbiële keratitis): 70
CLPU: 70
Gezichtsveld 70
Perimetrie: 70
HFA (Humphrey Field Analyzer): 70
Gezichtsvelduitval: 72
Farmacologie 74
Notes: 77
Pagina 5 van 81 E. Aribas
,Droge Ogen:
EDE (Evaporatieve Droge Ogen) :
Ontstaat door een verhoogde of overmatig verdamping van traanvocht. De oorzaak:
Meibomklierdisfunctie, blefaritis of contactlensgebruik.
Behandeling:
Verbeteren van de lipidenlaag: warme kompressen, ooglidmassage, omega-3-supplementen en
kunsttranen met lipiden.
TDDE (Tear Deficiency Dry Eye):
Ontstaat door een verminderde of te kort traanproductie, bijvoorbeeld door het syndroom
van Sjögren, MGD, langdurig ctl gebruik of ouderdom.
Behandeling:
Bevochtigende druppels (geen conserveermiddel), punctum plugs of ciclosporine A (Restasis),
lifitegrast.
Diabetische Retinopathie (DRP):
DRP ontstaat door hyperglycemie → microvasculaire schade → capillaire lekkage en ischemie.
Chronische hyperglycemie beschadigt capillairen in het netvlies. Pericyten verdwijnen (dor
glucose) → vaatwanden verzwakken → microaneurysmata ontstaan. Capillaire afsluiting →
ischemie → verhoogde VEGF → neovascularisatie.
Hyperglycemie = dat er langdurig te veel suiker (glucose) in het bloed zit. Dit komt vooral voor bij
diabetes.
Pericyten = cellen die om de kleine bloedvaatjes zitten en helpen om de vaatwand sterk en stevig
te houden. Ze zorgen er ook voor dat de vaatjes goed kunnen samentrekken en ontspannen.
Processen:
• Pericytenverlies → wandverzwakking
• Capillaire occlusie → ischemie
• VEGF-productie → neovascularisatie
Klachten:
• Vroege stadia: asymptomatisch dus geen
• Centraal wazig zicht
• Floaters
• Soms acuut virusverlies
• Contrastvermindering, maar minder voorkomend
Pagina 6 van 81 E. Aribas
,Testjes:
• Fundus
• OCT
• FAG: Laag van de diepe en oppervlakkige capillairenetwerken,
Capillaire occlusies: vaten zijn afgesloten, gebieden zonder perfusie (donkere
plekken).
Lekkage: fluoresceïne lekt uit beschadigde vaatwanden (witte vlekken), bijvoorbeeld bij
macula-oedeem of neovascularisatie
Neovascularisatie.
Microaneurysmata: kleine uitstulpingen die fluoresceren.
• OCT angio:
Superficieel capillairenetwerk (SCP): dicht bij het oppervlak van de retina.
Diep capillairenetwerk (DCP): iets dieper in het netvlies.
Choriocapillaris: laag net onder de retina (vaatlaag van het choroidea).
Capillaire non-perfusie: donkere gaten of vlekken waar ischemie is. Neovascularisatie. Verdikte
of verdraaide bloedvaten.
• PH (refractie kan super afwisselend en onbetrouwbaar zijn)
Gradaties:
• R0: niks
• R1: 10 muntbloedingen of micro-aneurysma’s, vaatvernauwing
STDR: Verwijzen
• R1 in beide ogen
• R2: Pre-prorelatief, microaneurysma’s, bloedingen, exsudaten, cotton wool spots, IRMA,
veneuze beading, nipping, av-kruising.
• R3: Prorelatief/neovascularisatie, bloedingen, ablatio, glasvochtbloedingen, exsudaten, av-
kruising, veneuze beading, nipping, IRMA, cottonwoolspots.
• M1: maculopathie, exsudaat in macula, bloedingen,microaneurysma. Vaak ook
pupiloedeem.
Behandeling:
• DME: anti-VEGF, laser of corticosteroïden
• Proliferatief: panretinale laserfotocoagulatie (PRP), anti-VEGF
Controletermijnen:
• R0: 2 jaar, daarna 3 jaar
• R1: 1 jaar
• STDR: R1 beide ogen of R2, R3, M1 in 1 oog, doorverwijzen
• Proliferatief: direct verwijzen naar de oogarts met spoed
• Diabeet tijdens zwangerschap: screenen op 20 en 28 weken. R1 of meer is verwijzen.
Pagina 7 van 81 E. Aribas
, • Zwangerschapsdiabetes: 1 x controleren verder geen screening.
• Bij insuline verandering extra controleren.
Hypertensieve Retinopathie:
Klachten:
• Geen
• Soms in latere stadia wazig zicht
Testjes:
• Fundus
• OCT
• Bloeddruk
• FAG, indien macula meedoet
Gradaties keith, wagner & bakker:
• Graad 1: arteriolaire vernauwing, a;v 1;3
• Graad 2: salus’s sign: AV-nicking
• Graad 3: copper wiring bij arterie. Bloedingen, exsudaten, cotton wool spots
• Graad 4: papiloedeem, silver wiring bij arterie.
Behandeling:
Huisarts verwijzing
Graad 3–4: verwijzen naar oogarts en internist/cardioloog.
Afwijkingen aan de Oogzenuw: Drusen, Pit en Glaucoom
Optic disc drusen:
Vaak congenitale kalkafzetting in de papil onder de NRR (neuro-retinale rand).
Kalkneerslag in de zenuwkop, maar op latere leeftijd opgemerkt, omdat de verkalking
dikker wordt. Kan pseudopapiloedeem geven.
Vaak bilateraal.
Klachten:
• Lage visus
• Geleidelijk gezichtsveldafwijking (meestal niet)
Testjes:
Pagina 8 van 81 E. Aribas
Samenvattingen van aandoeningen en problemen.
Inclusief Klopto, oogheelkunde, contactlens en bino.
Droge Ogen: 6
EDE (Evaporatieve Droge Ogen) : 6
TDDE (Tear Deficiency Dry Eye): 6
Diabetische Retinopathie (DRP): 6
Hypertensieve Retinopathie: 8
Afwijkingen aan de Oogzenuw: Drusen, Pit en Glaucoom 8
GLAUCOOM SOORTEN: 12
POAG (primair open angle glaucoom/ open kamerhoek glaucoom): 12
CACG ( Chronisch Closed Angle Glaucoom/ Dicht kamerhoek glaucoom): 12
AACG (Acuut angle closed glaucoom): 13
Congenitaal glaucoom: 13
SECUNDAIR GLAUCOOM SOORTEN: 13
Pseudo exfoliatie PEX syndroom: 13
Pigmentdispersie syndroom: 13
Phacogeen glaucoom: 14
Steroïden glaucoom: 14
Overzicht aandoeningen: Macula, glasvocht en netvlies 14
AMD (Age related macule degeneratie): 14
Centrale Sereuze Retinopathie (CSCR): 15
Posterior vitreous detachment (PVD): 15
Vitreoretinale interfase: 16
Vitreomaculaire tractie (VMT): 16
Maculagat: Gat door VMT of degeneratie. 16
Epiretinaal membraan (ERM): Dun vliesje van glijcellen op het oppervlakte van de retina die trekt aan de retina. 17
Netvliesloslating: 17
CRVO: 17
BRVO: 18
CRAO: 18
BRAO: 18
A-AION: 19
N-AION: 19
Subarachnoïdale bloeding (SAB) 20
Intracerebrale bloeding (ICB) 20
RIP = Ruimte Innemend Proces 20
IIH = Idiopathische Intracraniële Hypertensie 21
Erfelijke aandoeningen: 21
Retinitis pigmentosa (RP): 21
Stargardt (STGD): 22
Leber’s (LHON): 22
Leber congenitale amaurose (LCA): 22
Best’s disease: 23
Toxisch opticus neuritis: 23
UVEITIS/-ITIS 23
Pagina 1 van 81 E. Aribas
, Uveitis anterior: 23
Posterior Uveitis: 24
Intermediaire uveïtis: 24
Pan uveitis: 25
Episcleritis: 25
Scleritis: 25
Iriditis: 25
Iridiafanie/irisdiafanie: 26
Iridodialyse: 26
Visuele Hallucinaties 26
TVL (Tijdelijke Visuele Laesies): 26
Visuele migraine 27
Entoptic fenomeen: 27
Psychose / Schizofrenie: 28
Delirium: 28
Charles Bonnet syndroom: 28
Anton’s syndroom: 29
Alice in Wonderland syndroom: 29
Seizures (epilepsie): 29
Peduncular Hallucinosis: 29
Hypnagogic hallucinaties: 29
Drugs: 29
Tumoren: 30
Visual Snow: 30
Reactive Oxygen Species (ROS): 30
Lifestyle 30
Cafeïne: 30
Nicotine: 31
Alcohol: 31
Retina lagen 32
Afwijkingen 32
Cornea, iris, conjuctiva 32
Congenitaal 34
Netvlies 35
Hoog myoop 37
Aanvullend Onderzoek bij Acuut Visusverlies 39
Accommodatiestoornissen 39
Accommodatie Spasme: 39
Accommodatie Insufficiëntie: 40
Accommodatie Traagheid: 41
Accommodatie moeheid: 41
Convergentieproblemen: 42
Convergentie Insufficientie: 42
Convergentie excess: 42
Divergentie insufficiëntie: 44
Divergentie excess: 44
Decompenserende forie: 45
Pareses en oogspier aandoeningen 45
Pagina 2 van 81 E. Aribas
, Nervus III Parese: 45
Nervus IV Parese: 46
Nervus VI parese: 48
Myasthenia gravis (MG): 48
Myositis: Oogspierontsteking. Vaakst de MRM. Let op, lijkt op graves!! Kan tumor zijn. 49
Graves orbitopathie: 49
Duanes-syndroom: 50
Brown-syndroom: 51
Blow-out fractuur: 52
Microtropie: 52
Internucleaire oftalmoplegie (INO): 53
CPEO (Chronische Progressieve Externe Oftalmoplegie): 53
Aberrant regeneration: 53
Microtropie met en zonder identiteit: 54
Diplopie 54
ANAMNESE: 54
Gaat het weg als je één oog sluit? 54
Monoculair diplopie: 54
Binoculair diplopie: 54
Mono- én binoculair diplopie 54
Is er een verandering in het dubbelzien in bepaalde (blik-)richtingen? 54
Comitant strabismus: 55
Incomitant strabismus: 55
Toename bij elevatie: 55
Is er een toename bij een afstand?: 55
Hoe staan de dubbelbeelden? 55
Is er iets voorafgaand gebeurd? Trauma? Gezondheid? 56
NOG MEER MUST’S: 56
Aanvullende testen: 57
Aanvullend Horizontaal Diplopie 57
Bevindingen Neurogeen: 57
Bevindingen Mechanisch: 57
ABDuctie beperking: 57
ADductie beperking: 58
Elevatie beperking 58
Ptosis: 58
Pupil 59
Plan 59
Wet van… 59
Wet van Sherrington: 59
Wet van Hering: 59
Visuele Training 60
Criteria: 60
Prisma voorschrijven: 60
Stap 1: in-/exclusie: 60
Stap 2: Prisma sterkte bepalen. 61
Stap 3: Test met prisma 61
Stap 4: Evaluatie 61
Stap 5. PRISMABRILRECEPT EN VERVOLGAFSPRAAK 61
Leesondersteuning: 61
Pagina 3 van 81 E. Aribas
,DDX bij visusverschil afstand: 62
Maculopathie: 62
Strabismus amblyopie: 62
Infantiele estropie: 62
Niet refractieve esotropie: 62
Secundaire postoperatief microtropie: 62
Sheard: 62
Percival: 62
AC/A forie: 62
AA met hofstetter: 63
Contactlenzen 63
Zachte contactlenzen: 63
Sferische lens: 63
Asferische lens: 63
Torische lens: 63
Hydrogel: 63
Siliconen hydrogel: 63
Vormstabiele contactlenzen: 63
Sferische lenzen: 63
Asferische lenzen: 63
Binnentorisch: 63
Buitentorisch: 64
Bitorisch: 64
Randtorisch: 64
Ortho-K : 64
Fluobeelden en topografie: 64
Topografie: 65
Absoluut schaal: 65
Relatief (Normalized) 65
Sagittale (axiale) map: 65
Tangentiële map: 65
Smiley face: 65
Frowney face: 65
Dimple veiling: 66
Central island: 66
Bull’s eye: 66
Het bridge-effect: 66
Conjunctiva 66
Vloeistofgerelateerde Staining bij Lenzen 67
PATH: 67
SICS: 67
Complicaties bij Zachte Contactlenzen 67
CLARE: 67
Neovascularisatie: 67
SEAL staining: 68
Lid wiper epitheliopathy (LWE): 68
Complicaties bij Vormstabiele Lenzen 68
Corneal warpage: 68
3/9 staining: 69
Pagina 4 van 81 E. Aribas
,Contactlensgerelateerde Infecties 69
VK (virale keratitis): 69
MK (microbiële keratitis): 70
CLPU: 70
Gezichtsveld 70
Perimetrie: 70
HFA (Humphrey Field Analyzer): 70
Gezichtsvelduitval: 72
Farmacologie 74
Notes: 77
Pagina 5 van 81 E. Aribas
,Droge Ogen:
EDE (Evaporatieve Droge Ogen) :
Ontstaat door een verhoogde of overmatig verdamping van traanvocht. De oorzaak:
Meibomklierdisfunctie, blefaritis of contactlensgebruik.
Behandeling:
Verbeteren van de lipidenlaag: warme kompressen, ooglidmassage, omega-3-supplementen en
kunsttranen met lipiden.
TDDE (Tear Deficiency Dry Eye):
Ontstaat door een verminderde of te kort traanproductie, bijvoorbeeld door het syndroom
van Sjögren, MGD, langdurig ctl gebruik of ouderdom.
Behandeling:
Bevochtigende druppels (geen conserveermiddel), punctum plugs of ciclosporine A (Restasis),
lifitegrast.
Diabetische Retinopathie (DRP):
DRP ontstaat door hyperglycemie → microvasculaire schade → capillaire lekkage en ischemie.
Chronische hyperglycemie beschadigt capillairen in het netvlies. Pericyten verdwijnen (dor
glucose) → vaatwanden verzwakken → microaneurysmata ontstaan. Capillaire afsluiting →
ischemie → verhoogde VEGF → neovascularisatie.
Hyperglycemie = dat er langdurig te veel suiker (glucose) in het bloed zit. Dit komt vooral voor bij
diabetes.
Pericyten = cellen die om de kleine bloedvaatjes zitten en helpen om de vaatwand sterk en stevig
te houden. Ze zorgen er ook voor dat de vaatjes goed kunnen samentrekken en ontspannen.
Processen:
• Pericytenverlies → wandverzwakking
• Capillaire occlusie → ischemie
• VEGF-productie → neovascularisatie
Klachten:
• Vroege stadia: asymptomatisch dus geen
• Centraal wazig zicht
• Floaters
• Soms acuut virusverlies
• Contrastvermindering, maar minder voorkomend
Pagina 6 van 81 E. Aribas
,Testjes:
• Fundus
• OCT
• FAG: Laag van de diepe en oppervlakkige capillairenetwerken,
Capillaire occlusies: vaten zijn afgesloten, gebieden zonder perfusie (donkere
plekken).
Lekkage: fluoresceïne lekt uit beschadigde vaatwanden (witte vlekken), bijvoorbeeld bij
macula-oedeem of neovascularisatie
Neovascularisatie.
Microaneurysmata: kleine uitstulpingen die fluoresceren.
• OCT angio:
Superficieel capillairenetwerk (SCP): dicht bij het oppervlak van de retina.
Diep capillairenetwerk (DCP): iets dieper in het netvlies.
Choriocapillaris: laag net onder de retina (vaatlaag van het choroidea).
Capillaire non-perfusie: donkere gaten of vlekken waar ischemie is. Neovascularisatie. Verdikte
of verdraaide bloedvaten.
• PH (refractie kan super afwisselend en onbetrouwbaar zijn)
Gradaties:
• R0: niks
• R1: 10 muntbloedingen of micro-aneurysma’s, vaatvernauwing
STDR: Verwijzen
• R1 in beide ogen
• R2: Pre-prorelatief, microaneurysma’s, bloedingen, exsudaten, cotton wool spots, IRMA,
veneuze beading, nipping, av-kruising.
• R3: Prorelatief/neovascularisatie, bloedingen, ablatio, glasvochtbloedingen, exsudaten, av-
kruising, veneuze beading, nipping, IRMA, cottonwoolspots.
• M1: maculopathie, exsudaat in macula, bloedingen,microaneurysma. Vaak ook
pupiloedeem.
Behandeling:
• DME: anti-VEGF, laser of corticosteroïden
• Proliferatief: panretinale laserfotocoagulatie (PRP), anti-VEGF
Controletermijnen:
• R0: 2 jaar, daarna 3 jaar
• R1: 1 jaar
• STDR: R1 beide ogen of R2, R3, M1 in 1 oog, doorverwijzen
• Proliferatief: direct verwijzen naar de oogarts met spoed
• Diabeet tijdens zwangerschap: screenen op 20 en 28 weken. R1 of meer is verwijzen.
Pagina 7 van 81 E. Aribas
, • Zwangerschapsdiabetes: 1 x controleren verder geen screening.
• Bij insuline verandering extra controleren.
Hypertensieve Retinopathie:
Klachten:
• Geen
• Soms in latere stadia wazig zicht
Testjes:
• Fundus
• OCT
• Bloeddruk
• FAG, indien macula meedoet
Gradaties keith, wagner & bakker:
• Graad 1: arteriolaire vernauwing, a;v 1;3
• Graad 2: salus’s sign: AV-nicking
• Graad 3: copper wiring bij arterie. Bloedingen, exsudaten, cotton wool spots
• Graad 4: papiloedeem, silver wiring bij arterie.
Behandeling:
Huisarts verwijzing
Graad 3–4: verwijzen naar oogarts en internist/cardioloog.
Afwijkingen aan de Oogzenuw: Drusen, Pit en Glaucoom
Optic disc drusen:
Vaak congenitale kalkafzetting in de papil onder de NRR (neuro-retinale rand).
Kalkneerslag in de zenuwkop, maar op latere leeftijd opgemerkt, omdat de verkalking
dikker wordt. Kan pseudopapiloedeem geven.
Vaak bilateraal.
Klachten:
• Lage visus
• Geleidelijk gezichtsveldafwijking (meestal niet)
Testjes:
Pagina 8 van 81 E. Aribas