IW2 HERKANSING april 2024 v1
OPGAVE 1 (25 punten)
Ivo was in 2020 door zijn werkgever ontslagen vanwege de coronacrisis. In afwachting van
een andere baan begon hij in mei 2021 jaar kranten en reclamefolders rond te brengen voor
een uitgeverij (elke ochtenden een half uurtje). Hij krijgt daarvoor een vaste vergoeding van
€ 75 per week. In zijn belastingaangifte gaf hij deze inkomsten aan als Resultaat uit Overige
Werkzaamheden.
In juli 2022 komt daar een tweede uitgeverij bij, zodat hij vanaf die datum een administratie
gaat bijhouden. Hij sluit met beide opdrachtgevers een overeenkomst dat hij altijd op
dezelfde dag in de ochtend voor 9 uur bezorgt, ongeacht het weer. Bij elke klacht wegens
niet-bezorgen wordt een boete van zijn vergoeding afgetrokken. Hij verdient goed maar zijn
vergoeding krijgt hij altijd achteraf, op basis van het aantal bezorgde adressen.
Omdat hij goed werk levert vraagt hij zijn jongere broer Sven af en toe om hulp op de
vrijdag (dan moet hij tegelijk voor beide uitgeverijen bezorgen).
Zijn netto-opbrengsten in 2022: januari-juni € 1.200, juli-aug € 2.200; sept-december €
8.100. In december heeft hij zijn broer een vergoeding van € 1.500 betaald.
In 2022 werkt Ivo ongeveer 120 uur per maand. Vanaf januari 2023 werkt hij full time. In
februari 2023 registreert Ivo zich als ondernemer bij de kamer van koophandel maar hij
vraagt zich nu af of hij die inschrijving niet al in 2022 had moeten doen. Sven beweert
namelijk dat Ivo al in 2022 ondernemer was.
a. Bepaal aan de hand van de wettelijke criteria in welk jaar Ivo ondernemer is
geworden. Motiveer (4 punten).
b. Is de vergoeding van € 1.500 die hij aan zijn broer Sven betaald voor diens hulp,
volledig als kosten aftrekbaar van de winst van Ivo? Motiveer (3 punten).
Stel dat Ivo het magazijn dat hij tot nu toe huurde, op 1 juni 2023 koopt voor € 230.000. Stel verder
dat het nieuwe pand volledig als bedrijfsvermogen zou worden bestemd en dat in de koopprijs van €
230.000 ook de waarde van de grond ad € 20.000 begrepen zit. Verder gegeven:
Direct na de oplevering laat Ivo voor € 5.000 een paar muurtjes weghalen om een
kantoortuin te creëren
In de laatste WOZ-beschikking vorig jaar is de waarde van het pand bepaald op € 230.000
de afschrijving kan worden gesteld op 4%, met restwaarde exclusief grond € 10.000.
, c. Bereken de fiscale bodemwaarde en de boekwaarde van het onroerend goed per 31
december 2023, na afschrijvingen. (8 punten)
Eind december beseft Ivo dat hij de rente voor de hypotheeklening van het pand eigenlijk niet kan
betalen en het toch beter is om te huren. Hij verkoopt daarom het pand op 5 januari 2024 met een
boekwinst van € 10.000. Hij is niet van plan om een ander pand te kopen maar wel wil hij volgend
jaar een nieuwe bestelbus kopen voor € 35.000.
d. In hoeverre kan Ivo de boekwinst van € 10.000 in mindering brengen op de toekomstige
aanschaf van de bestelbus? Motiveer met bespreking van alle wettelijke eisen,
voorwaarden en beperkingen. (5 punten)
e. Kan Ivo voor het pand een kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ten laste van de winst
brengen? Motiveer. Zo ja, voor welk bedrag? ( 5 punten)
OPGAVE 2 ( 25 punten)
Sabine (27 jaar) is docent op een middelbare school en heeft daarnaast sinds 2022 een
financieel adviesbureau in de vorm van een commanditaire vennootschap. Haar moeder
Amrita (55 jaar) is commanditair vennoot. De onderneming adviseert particulieren bij hun
financiele planning en het kiezen van hypotheekleningen en helpt startende ondernemers
bij hun businessplan.
Sabine werkte in 2022 zij part time (gemiddeld 22 uur per week) en in 2023 full time. Haar
aandeel in de bedrijfseconomische winst is dit jaar € 30.000. Haar loon bedroeg in 2022 €
25.000 maar in 2023 slechts € 12.000 omdat zij vanaf dat jaar alleen maar 2 vakken verzorgt
(2 dagen per week).
Het winstaandeel van Amrita is € 10.000. Zij bemoeit zich niet met de activiteiten van de
onderneming.
a. Bepaal gemotiveerd in hoeverre Sabine en moeder Amrita elk in beide jaren recht
hebben op de ondernemersaftrek (7 punten).
Sabine heeft het afgelopen boekjaar o.a. de volgende uitgaven gedaan vanaf de zakelijke
bankrekening, waarvan zij twijfelt of deze wel aftrekbaar zijn.
1) Huur van haar driekamerwoning (waarvan zij 1 kamer als werkkamer heeft ingericht)
ad € 600 per maand
OPGAVE 1 (25 punten)
Ivo was in 2020 door zijn werkgever ontslagen vanwege de coronacrisis. In afwachting van
een andere baan begon hij in mei 2021 jaar kranten en reclamefolders rond te brengen voor
een uitgeverij (elke ochtenden een half uurtje). Hij krijgt daarvoor een vaste vergoeding van
€ 75 per week. In zijn belastingaangifte gaf hij deze inkomsten aan als Resultaat uit Overige
Werkzaamheden.
In juli 2022 komt daar een tweede uitgeverij bij, zodat hij vanaf die datum een administratie
gaat bijhouden. Hij sluit met beide opdrachtgevers een overeenkomst dat hij altijd op
dezelfde dag in de ochtend voor 9 uur bezorgt, ongeacht het weer. Bij elke klacht wegens
niet-bezorgen wordt een boete van zijn vergoeding afgetrokken. Hij verdient goed maar zijn
vergoeding krijgt hij altijd achteraf, op basis van het aantal bezorgde adressen.
Omdat hij goed werk levert vraagt hij zijn jongere broer Sven af en toe om hulp op de
vrijdag (dan moet hij tegelijk voor beide uitgeverijen bezorgen).
Zijn netto-opbrengsten in 2022: januari-juni € 1.200, juli-aug € 2.200; sept-december €
8.100. In december heeft hij zijn broer een vergoeding van € 1.500 betaald.
In 2022 werkt Ivo ongeveer 120 uur per maand. Vanaf januari 2023 werkt hij full time. In
februari 2023 registreert Ivo zich als ondernemer bij de kamer van koophandel maar hij
vraagt zich nu af of hij die inschrijving niet al in 2022 had moeten doen. Sven beweert
namelijk dat Ivo al in 2022 ondernemer was.
a. Bepaal aan de hand van de wettelijke criteria in welk jaar Ivo ondernemer is
geworden. Motiveer (4 punten).
b. Is de vergoeding van € 1.500 die hij aan zijn broer Sven betaald voor diens hulp,
volledig als kosten aftrekbaar van de winst van Ivo? Motiveer (3 punten).
Stel dat Ivo het magazijn dat hij tot nu toe huurde, op 1 juni 2023 koopt voor € 230.000. Stel verder
dat het nieuwe pand volledig als bedrijfsvermogen zou worden bestemd en dat in de koopprijs van €
230.000 ook de waarde van de grond ad € 20.000 begrepen zit. Verder gegeven:
Direct na de oplevering laat Ivo voor € 5.000 een paar muurtjes weghalen om een
kantoortuin te creëren
In de laatste WOZ-beschikking vorig jaar is de waarde van het pand bepaald op € 230.000
de afschrijving kan worden gesteld op 4%, met restwaarde exclusief grond € 10.000.
, c. Bereken de fiscale bodemwaarde en de boekwaarde van het onroerend goed per 31
december 2023, na afschrijvingen. (8 punten)
Eind december beseft Ivo dat hij de rente voor de hypotheeklening van het pand eigenlijk niet kan
betalen en het toch beter is om te huren. Hij verkoopt daarom het pand op 5 januari 2024 met een
boekwinst van € 10.000. Hij is niet van plan om een ander pand te kopen maar wel wil hij volgend
jaar een nieuwe bestelbus kopen voor € 35.000.
d. In hoeverre kan Ivo de boekwinst van € 10.000 in mindering brengen op de toekomstige
aanschaf van de bestelbus? Motiveer met bespreking van alle wettelijke eisen,
voorwaarden en beperkingen. (5 punten)
e. Kan Ivo voor het pand een kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ten laste van de winst
brengen? Motiveer. Zo ja, voor welk bedrag? ( 5 punten)
OPGAVE 2 ( 25 punten)
Sabine (27 jaar) is docent op een middelbare school en heeft daarnaast sinds 2022 een
financieel adviesbureau in de vorm van een commanditaire vennootschap. Haar moeder
Amrita (55 jaar) is commanditair vennoot. De onderneming adviseert particulieren bij hun
financiele planning en het kiezen van hypotheekleningen en helpt startende ondernemers
bij hun businessplan.
Sabine werkte in 2022 zij part time (gemiddeld 22 uur per week) en in 2023 full time. Haar
aandeel in de bedrijfseconomische winst is dit jaar € 30.000. Haar loon bedroeg in 2022 €
25.000 maar in 2023 slechts € 12.000 omdat zij vanaf dat jaar alleen maar 2 vakken verzorgt
(2 dagen per week).
Het winstaandeel van Amrita is € 10.000. Zij bemoeit zich niet met de activiteiten van de
onderneming.
a. Bepaal gemotiveerd in hoeverre Sabine en moeder Amrita elk in beide jaren recht
hebben op de ondernemersaftrek (7 punten).
Sabine heeft het afgelopen boekjaar o.a. de volgende uitgaven gedaan vanaf de zakelijke
bankrekening, waarvan zij twijfelt of deze wel aftrekbaar zijn.
1) Huur van haar driekamerwoning (waarvan zij 1 kamer als werkkamer heeft ingericht)
ad € 600 per maand