Onderzoeksmethoden zijn de manieren waarop je onderzoek doet. Je kiest een methode op
basis van:
• wat je wil weten
• hoeveel voorkennis er is
• of je wil begrijpen, beschrijven of testen
Belangrijk onderscheid:
• Kwalitatief onderzoek → begrijpen, verklaren, diepgang
• Kwantitatief onderzoek → meten, vergelijken, toetsen
Onderzoeksontwerpen
Case study:
Je onderzoekt hoe één bedrijf omgaat met thuiswerk → diepgaand, maar moeilijk te
veralgemenen.
Experiment:
Bij experimenten onderzoek je oorzaak en gevolg.
De onderzoeker verandert één ding (onafhankelijke variabele) en kijkt wat er gebeurt met
iets anders (afhankelijke variabele).
Voorbeeld:
Google wil weten of mensen meer M&M’s eten uit een grote pot of een klein zakje.
§ Onafhankelijke variabele: grootte van de verpakking
§ Afhankelijke variabele: hoeveelheid M&M’s die mensen eten
Soorten experimenten:
• Labo-experiment: gebeurt in een gecontroleerde omgeving. Alles is goed te sturen.
→ Je weet bijna zeker dat het effect door die ene variabele komt.
• Veldexperiment: gebeurt in het echte leven (bv. op school, op straat, online).
→ Minder controle, dus je weet niet 100% zeker of de verandering alleen door die
ene oorzaak komt.
Survey:
Bij surveyonderzoek verzamel je informatie van mensen om hun mening, gevoelens of
gedrag te begrijpen of te vergelijken.
Voorbeeld stress op werk:
• Kwantitatief: “Hoeveel stress heb je op het werk van 1 tot 5?”
→ Cijfers, makkelijk te berekenen
• Kwalitatief: “Hoe ervaar je stress op het werk?”
→ Antwoorden in woorden, meer diepgang
Manieren om data te verzamelen:
§ Vragenlijsten
§ Interviews
§ Observaties
, Concept Uitleg Voorbeeld
Kwalitatief Richt zich op diepgaand begrip Interviews met werknemers over
onderzoek van een fenomeen, vaak stresservaringen
inductief
Kwantitatief Richt zich op meten en testen Enquête bij 500 werknemers over
onderzoek van hypothesen, vaak stressscores
deductief
Cross-sectioneel Meet op één moment in de tijd Survey over klanttevredenheid
onderzoek vandaag
Longitudinaal Meet op meerdere momenten Meten van werkstress bij
onderzoek werknemers elke 6 maanden
Field research Observatie of data verzamelen Observeren van winkelgedrag in
(veldonderzoek) in natuurlijke omgeving een supermarkt
Lab research (labo) Onder gecontroleerde Experiment met nutri-score in lab
omstandigheden
Mixed methods Combinatie van kwantitatief Enquête + interviews bij klanten
en kwalitatief
Action research Onderzoek om direct Verbeteren van absenteïsme via
praktijkproblemen op te lossen interventie in een bedrijf
Grounded theory Theorie ontwikkelen vanuit Coderen van interviews met
empirische data startende ondernemers om
patronen te vinden
2. Dataverzamelingsmethoden
Dit gaat over hoe je data verzamelt. De samenvatting en het examen bespreken vooral:
• Interviews
o gestructureerd (vaste vragen)
o semigestructureerd (leidraad, ruimte voor doorvragen)
• Observaties
o participerende observatie
o niet-participerende observatie
• Documentanalyse / contentanalyse
o bestaande documenten of media analyseren
• Focusgroepen
o groepsinterviews om meningen te verkennen
• Triangulatie
o gebruik van meerdere methodes, datapunten of onderzoekers om
betrouwbaarheid te verhogen
Voorbeelden
Interview:
Je stelt managers vragen over hun leiderschapsstijl.
• Gestructureerd: iedereen exact dezelfde vragen
• Semigestructureerd: vaste vragen + doorvragen (“Kan je dat concreter uitleggen?”)