Thema 1 : Biomechanische aspecten.
Invloed van krachten in het water.
In de mechanica spreken we over een kracht als die een verandering in de
toestand van rust of beweging van een lichaam veroorzaakt.
Zwemmer kan vooraarts versnellen of achterwaarts spreken van
vertragen
Opwaarts versnellen of neerwaarts versnellen
Zijwaarts versnellen (komt minder vaak voor)
Voorwaartse versnelling veroorzaken is heel belangrijk daarom heeft het
een aparte naam gekregen stuwing
Achterwaartse versnellingen zorgen voor vertraging en proberen we te
vermijden, ze hebben ook een aparte naam gekregen remming
Mechanisch bekeken kan je niet alleen versnellingen veroorzaken door
krachten het lichaam in een andere richting laten bewegen translatie
Maar je kan door krachten ook rotaties veroorzaken, in de biomechanica
spreken we over 3 soorten rotaties: rotaties rond de lengte as, rotaties
rond de breedte-as, rotaties rond de diepte-as.
Als we in de zwembewegingen kijken dan zien we:
- Asymmetrische slagen (crawl en rugcrawl) rotatie rond de lengte-
as
- Symmetrische slagen (schoolslag en vlinderslag) rotatie rond de
breedte-as
- De diepte-as rotatie komt in efficiënte zwemslag zelden voor.
,Hydrostatica: zwaartekracht – opdrukkracht.
Hier bespreken we de krachten die werken op je lichaam dat niet beweegt
(statisch) in het water. Hydrostatica
Er werkt een kracht dat ook werkt wanneer je droogt bent
zwaartekracht.
Maar wanneer je lichaam ondergedompeld wordt in vloeistof ontstaat er
een andere kracht opwaartse kracht/opdrukkracht of zelfs
Archimedeskracht.
Om de grote van die kracht te bereken gebruiken we 2 maal dezelfde
formule:
De kracht is de massa maal de gravitatieversnelling OF F=m.g
Zwaartekracht (neerwaarts) m = massa lichaam
Opdrukkracht (opwaarts) m = massa verplaatste water
We kunnen ook naar de soortelijke massa (rho / ρ ) van een voorwerp
kijken.
ρ = m/V
als ρ < water drijven
als ρ > water zinken
In het algemeen is het soortelijke massa van de mens kleiner als die van
water, zonder iets te doen ga je dus drijven in het water. Maar de
soortelijke massa voor alle weefsels in het lichaam is niet hetzelfde:
- Weefsels die lichter zijn dan water vetweefsels, lucht in onze
longen
- Weefsels die zwaarder zijn dan water spieren, botten
Omdat die weefsels niet gelijk verdeeld zijn over het lichaam merken we
ook dat het zwaartepunt (plaats waar de zwaartekracht aan het lichaam
trekt) en het opdrukpunt
(de plaats waar de onwaarste kracht trekt) op een andere plaats in het
lichaam zitten.
Opdrukkracht (middelpunt volume) en zwaartekracht (middelpunt massa)
Als een zwemmer in het water komt zal hij na enkele seconden spontaan
beginnen te drijven. Omdat het zwaartepunt iets maar de benen licht
, (spieren en botten) en de opdrukpunt meer aan de longen zit, zullen de
benen beginnen te zinken.
passief drijven
We kunnen dit voorkomen door een drijfmiddel te gebruiken, zoals op de
afbeelding hieronder. Hier heeft iemand een drijfmiddel tussen de benen
daardoor wordt de opdrukpunt lager in het lichaam gezet.
met drijfmiddel
Een lichaam kan in evenwicht blijven op 2 manieren:
- Stabiel evenwicht: opdrukpunt boven het zwaartepunt
Als deze positie verstoord wordt zal je zo blijven.
- Labiel evenwicht: zwaartepunt boven opdrukpunt
Als deze positie verstoord wordt zal je je omdraaien.
Je moet weten waar je je drijfmiddel moet plaatsen, als u benen zinken
dan moet het drijfmiddel bij u benen zijn en niet armen.
Invloed van krachten in het water.
In de mechanica spreken we over een kracht als die een verandering in de
toestand van rust of beweging van een lichaam veroorzaakt.
Zwemmer kan vooraarts versnellen of achterwaarts spreken van
vertragen
Opwaarts versnellen of neerwaarts versnellen
Zijwaarts versnellen (komt minder vaak voor)
Voorwaartse versnelling veroorzaken is heel belangrijk daarom heeft het
een aparte naam gekregen stuwing
Achterwaartse versnellingen zorgen voor vertraging en proberen we te
vermijden, ze hebben ook een aparte naam gekregen remming
Mechanisch bekeken kan je niet alleen versnellingen veroorzaken door
krachten het lichaam in een andere richting laten bewegen translatie
Maar je kan door krachten ook rotaties veroorzaken, in de biomechanica
spreken we over 3 soorten rotaties: rotaties rond de lengte as, rotaties
rond de breedte-as, rotaties rond de diepte-as.
Als we in de zwembewegingen kijken dan zien we:
- Asymmetrische slagen (crawl en rugcrawl) rotatie rond de lengte-
as
- Symmetrische slagen (schoolslag en vlinderslag) rotatie rond de
breedte-as
- De diepte-as rotatie komt in efficiënte zwemslag zelden voor.
,Hydrostatica: zwaartekracht – opdrukkracht.
Hier bespreken we de krachten die werken op je lichaam dat niet beweegt
(statisch) in het water. Hydrostatica
Er werkt een kracht dat ook werkt wanneer je droogt bent
zwaartekracht.
Maar wanneer je lichaam ondergedompeld wordt in vloeistof ontstaat er
een andere kracht opwaartse kracht/opdrukkracht of zelfs
Archimedeskracht.
Om de grote van die kracht te bereken gebruiken we 2 maal dezelfde
formule:
De kracht is de massa maal de gravitatieversnelling OF F=m.g
Zwaartekracht (neerwaarts) m = massa lichaam
Opdrukkracht (opwaarts) m = massa verplaatste water
We kunnen ook naar de soortelijke massa (rho / ρ ) van een voorwerp
kijken.
ρ = m/V
als ρ < water drijven
als ρ > water zinken
In het algemeen is het soortelijke massa van de mens kleiner als die van
water, zonder iets te doen ga je dus drijven in het water. Maar de
soortelijke massa voor alle weefsels in het lichaam is niet hetzelfde:
- Weefsels die lichter zijn dan water vetweefsels, lucht in onze
longen
- Weefsels die zwaarder zijn dan water spieren, botten
Omdat die weefsels niet gelijk verdeeld zijn over het lichaam merken we
ook dat het zwaartepunt (plaats waar de zwaartekracht aan het lichaam
trekt) en het opdrukpunt
(de plaats waar de onwaarste kracht trekt) op een andere plaats in het
lichaam zitten.
Opdrukkracht (middelpunt volume) en zwaartekracht (middelpunt massa)
Als een zwemmer in het water komt zal hij na enkele seconden spontaan
beginnen te drijven. Omdat het zwaartepunt iets maar de benen licht
, (spieren en botten) en de opdrukpunt meer aan de longen zit, zullen de
benen beginnen te zinken.
passief drijven
We kunnen dit voorkomen door een drijfmiddel te gebruiken, zoals op de
afbeelding hieronder. Hier heeft iemand een drijfmiddel tussen de benen
daardoor wordt de opdrukpunt lager in het lichaam gezet.
met drijfmiddel
Een lichaam kan in evenwicht blijven op 2 manieren:
- Stabiel evenwicht: opdrukpunt boven het zwaartepunt
Als deze positie verstoord wordt zal je zo blijven.
- Labiel evenwicht: zwaartepunt boven opdrukpunt
Als deze positie verstoord wordt zal je je omdraaien.
Je moet weten waar je je drijfmiddel moet plaatsen, als u benen zinken
dan moet het drijfmiddel bij u benen zijn en niet armen.