Geheugen
Het geheugen werkt in 3 fasen: het sensorisch geheugen, het
werkgeheugen en het langetermijngeheugen.
Fase 1: Sensorisch geheugen (opname)
Alle informatie uit onze omgeving komt eerst terecht in het sensorisch
geheugen. Dit geheugen vangt prikkels op die we waarnemen via onze
zintuigen, zoals zien en horen. Je kan dit vergelijken met lamellen die
open- en dichtgaan: alleen de informatie waarop we onze aandacht
richten, wordt doorgelaten naar de volgende fase. Informatie waar we
geen aandacht aan besteden, verdwijnt vrijwel meteen.
Fase 2: Werkgeheugen (geheugen tijdens het leren = GTL)
De informatie die geselecteerd is, komt in het werkgeheugen terecht. Hier
wordt de informatie omgezet in een code, zodat ze gedurende een korte
tijd kan worden vastgehouden. In het werkgeheugen kunnen we actief met
de informatie aan de slag: we denken erover na, maken verbanden en
verwerken ze. We sorteren de informatie door ons af te vragen of we ze
herkennen, of we er een verband mee kunnen leggen, of dat ze helemaal
nieuw is.
Fase 3: Langetermijngeheugen (geheugen na het leren = GNL)
Wanneer de informatie goed verwerkt is, wordt ze opgeslagen in het
langetermijngeheugen. Dit geheugen kan je zien als een systeem met
verschillende ‘vakjes’ waarin kennis wordt opgeslagen. Vanuit het
langetermijngeheugen kunnen we informatie later opnieuw oproepen en
gebruiken. Daarbij is er een voortdurende wisselwerking tussen wat we al
Het geheugen werkt in 3 fasen: het sensorisch geheugen, het
werkgeheugen en het langetermijngeheugen.
Fase 1: Sensorisch geheugen (opname)
Alle informatie uit onze omgeving komt eerst terecht in het sensorisch
geheugen. Dit geheugen vangt prikkels op die we waarnemen via onze
zintuigen, zoals zien en horen. Je kan dit vergelijken met lamellen die
open- en dichtgaan: alleen de informatie waarop we onze aandacht
richten, wordt doorgelaten naar de volgende fase. Informatie waar we
geen aandacht aan besteden, verdwijnt vrijwel meteen.
Fase 2: Werkgeheugen (geheugen tijdens het leren = GTL)
De informatie die geselecteerd is, komt in het werkgeheugen terecht. Hier
wordt de informatie omgezet in een code, zodat ze gedurende een korte
tijd kan worden vastgehouden. In het werkgeheugen kunnen we actief met
de informatie aan de slag: we denken erover na, maken verbanden en
verwerken ze. We sorteren de informatie door ons af te vragen of we ze
herkennen, of we er een verband mee kunnen leggen, of dat ze helemaal
nieuw is.
Fase 3: Langetermijngeheugen (geheugen na het leren = GNL)
Wanneer de informatie goed verwerkt is, wordt ze opgeslagen in het
langetermijngeheugen. Dit geheugen kan je zien als een systeem met
verschillende ‘vakjes’ waarin kennis wordt opgeslagen. Vanuit het
langetermijngeheugen kunnen we informatie later opnieuw oproepen en
gebruiken. Daarbij is er een voortdurende wisselwerking tussen wat we al