100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting politicologie - Stefaan Walgrave

Rating
-
Sold
-
Pages
138
Uploaded on
16-01-2026
Written in
2025/2026

Deze samenvatting bevat alle info die je nodig hebt om je voor te bereiden op het multiple-choice examen. Bestaat zowel uit de lesnota's en slides, aangevuld met het boek om zaken wat verder te verduidelijken.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
January 16, 2026
Number of pages
138
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

HOOFSTUK 1: INLEIDING

Belang van politiek
Politiek heeft invloed/ impact op alles wat er gebeurt

 Er is vaak conflict over hoeverre de politiek moet ingrijpen in privézaken
 Vb. Invoeren van autogordel in 1975 (eigen risico)
→ Altijd discussies over het opleggen van regels
→ Groot gevolg: geschat 30.000 doden minder (B en NL)
= Politiek heeft impact op ons leven
 Vb. Roken in auto met kinderen, eigen keuze of verboden
→ Discussie tussen links/ socialisten (veel bemoeienis, big gouvernement) en
rechts/liberalen (niet te veel bemoeienis, small gouvernement)

 Politiek toont de grenzen van ’maakbaarheid’ van de samenleving:
 Niet alles kan door beleid opgelost worden (economie, mentaliteit demografie...)
→ Vb. transmigrantencrisis, vluchtelingencrisis, radicalisering, corona,
energiecrisis
→ Politiek moet reageren, maar oplossingen botsen op maatschappelijke en
internationale beperkingen (zoals oorlog in andere landen, EU-regels,…)

 Nationale politiek verliest zijn greep (Luc Huyse)
 De wereld wordt steeds meer verbonden door globalisering, internationale handel,
migratie en de invloed van multinationals.
 Dit beperkt de zelfstandigheid van een land: het kan minder autonoom beslissen dan
vroeger, omdat veel macht en beslissingen op internationaal niveau liggen.

 Spanning tussen evolutie van de samenleving en de overheid
 De samenleving verandert voortdurend: nieuwe technologie, nieuwe normen,
nieuwe problemen, nieuwe generaties
→ Maar wetgeving, instellingen en beleid veranderen veel trager. Het duurt
lang om wetten te maken, akkoorden te sluiten of instellingen aan te passen
→ Daardoor ontstaat er een kloof tussen wat mensen verwachten en wat de
overheid op korte termijn kan doen
 De media versterken de spanning, omdat politiek constant zichtbaar is (tv, sociale media,
nieuws)
→ Daardoor verwachten burgers dat politici snel reageren en oplossingen
geven, terwijl dat in werkelijkheid vaak tijd vraagt.


Comparative politics
= Landen hun politiek vergelijken
België (Nederland) voortdurend gaan vergelijken met andere landen

 Voorbeeld: sterkte van rechts-populistische1 partijen (vgl. met Franstalig België)
→ Vlaamse vs. Franstalig politieke cultuur
→ Kiesstelsels, media, historische context

 België vs. Amerika:
1
Rechts-populistische partijen: zeggen dat ze opkomen voor het ‘gewone volk’ en gebruiken duidelijke,
simpele taal. Ze zijn vaak streng over migratie en leggen de nadruk op nationale identiteit

1

, → België: gefragmenteerd politiek stelsel 2➜ nood aan coalities3 ➜ minder polarisatie4
→ VS: tweepartijenstelsel 5➜ duidelijke polarisatie
→ Vergelijkende politiek toont hoe instellingen gedrag beïnvloeden


Politiek en politieke wetenschap
Politiek = alles wat met het sturen van de (een) samenleving te maken heeft

 Afspraken als mensen iets samen willen doen
 Grotere groep = meer afspraken = meer formele regels (dus officieel geregistreerd)
 Politiek kan op verschillende manieren gebeuren (via instellingen, onderhandelingen,
procedures,…)

 Etymologie: Πολιτικα (politika) = dat wat met de staat (polis) te maken heeft
 Aristoteles: zoön politikon= mens is een sociaal en politiek wezen
 Plato: Politeia= visie op de ideale samenleving

 Politiek impliceert ook conflict: verschillende belangen, waarden, prioriteiten botsen
→ Daarom zijn regels, procedures, en instellingen nodig om conflicten te kanaliseren

 Brede definitie: politiek is overal waar er regels bestaan
→ Ook in verenigingen, organisaties, bedrijven, verenigingen
→ Politieke socialisatie gebeurt ook daar (vb. scouts)




1. TERRITORIUM

Territoriale politiek betekent dat je er niet zomaar kan uitstappen.
Om eraan te ontsnappen, moet je verhuizen (vb. politiek van België geldt binnen dat grondgebied)
→ Vb. mensen in delen van Afghanistan/ Pakistan: niet zomaar ontsnappen aan gezag daar

2
Gefragmenteerd politiek stelsel: er zijn veel politieke partijen die allemaal maar een klein deel van de
stemmen krijgen. Hierdoor is het moeilijk om een stabiele regering te vormen, omdat partijen meer moeten
samenwerken om een meerderheid te krijgen
3
Coalitie: samenwerking tussen 2 of meer politieke partijen om samen een regering te vormen. Ze doen dit
omdat geen enkele partij genoeg stemmen heeft om te besturen
4
Polarisatie: mensen/ groepen komen steeds meer tov elkaar te staan. Ze hebben sterke, tegengestelde
meningen en luisteren minder naar elkaar
5
Tweepartijenstelsel: politiek systeem waarin vooral twee grote partijen de meeste macht hebben. Kleine
partijen hebben weinig kans om mee te beslissen
2

, = ‘no way out’

 Vragen:
- Welk soort samenleving wordt gestuurd?
- Geldt een territorium met bindende regels?
- Kan je eruit stappen of niet?

 Met territorium= verplichting om regels van dat gebied te volgen
→ Denk aan verkeersregels, belastingen, stemrecht

 ‘Staten’ hebben grondgebied en zijn soeverein
→ Staat= afgebakend gebied dat soeverein is
→ D.W.Z. dat er geen hogere macht boven hen binnen zijn eigen grenzen is
Vb. Russisch referenda in Oekraïne:
= R probeert daar invloed te krijgen, maar O zegt dit is ons soeverein gebied.
→ Staat bepaalt zelf wetten, regels en beleid
→ <-> katholieke kerk in de middeleeuwen:
- supranationale macht (boven de landgrenzen)
- kon wetten/ regels opleggen die mensen zelfs koningen moesten volgen

 Niet alleen staten hebben territorium/ grondgebied:
→ Europa lijkt op een staat: kan grondwetten opleggen aan lidstaten, maar landen
blijven soeverein (kunnen ook zeggen dat ze niet mee doen)
Vb. Brexit: uit EU omdat eigen hoogste gezag wilde behouden
→ Decentralisatie: deelstaten, provincies, gemeenten
→ Internationalisering: EU legt bindende regels op boven nationaal niveau
→ Soms botsen deze systemen, wie heeft er echt macht?


2. CULTUREEL

 Niet iedereen denkt hetzelfde over hoeveel macht overheid mag hebben: reikwijdte
= tot hoeverre mogen regels ingrijpen in ons leven = reikwijdte
 Opvattingen veranderen doorheen de tijd (van weinig naar veel overheidsingrijpen)
 19de eeuwse ‘nachtwakersstaat’
- Overheid deed bijna niets, wel ordehandhaving, defensie, belastingen
- Weinig inmenging in sociaal of eco leven, past bij klassiek liberaal denken
(=mensen moeten zichzelf redden)

 20ste eeuw: welvaartstaat
- De arbeidsbeweging eiste sociale bescherming voor arbeiders, zoals betere
lonen, veilig werk, pensioen, en werkloosheidsuitkering
- Later breidde dit uit naar andere thema’s: milieu, klimaat, diversiteit en
gezondheidszorg
- Idee: mensen met minder talent of geld, krijgen bescherming en steun van
de overheid
- Ook liberale partijen steunden later sommige sociale maatregelen, omdat
het stabiliteit en gelijkheid bevorderde

 Vandaag: explosie van politiek ingrijpen
- Overheid grijpt in op veel domeinen, dingen die vroeger privé waren, nu
3

, politieke kwesties
- Zoals klimaat, racisme, homohuwelijk, …
- Ook nu Verplicht aanwerven van mensen met een migratie-achtergrond
- Verbod op roken bij kinderen, verplichte quarantaines (corona)
- We verwachten nu veel meer van overheid dan vroeger

3. VORMEN

 Welke vorm neemt de sturing van de (territoriale) samenleving aan?

 Elke samenleving met een territorium wordt op een bepaalde manier bestuurd
 Die vorm van sturing verschilt van land tot land (afhankelijk van politiek systeem of
‘regime’)
 Wat zijn politieke regimes?
 Een politiek regime is de manier waarop macht georganiseerd en uitgeoefend wordt
 Er bestaan verschillende types of classificaties:


Classificaties:

 Democratische vs. autoritaire regimes
 Democratie: macht is tijdelijk, gespreid, via verkozen vertegenwoordigers,
grondrechten
 Autoritaire regimes: macht gaat naar één persoon/ kleinere groep, geen echte
verkiezingen (schijnverkiezingen6), weinig vrijheid, kritiek toegestaan

 Unitaire vs. federale staten
 Unitaire staat: macht grotendeels bijcentraal bestuur
 Federale staat: macht verdeeld over deelstaten/ regio’s met eigen bevoegdheden
(België)

 Variaties in instellingen en procedures
 Elk politiek systeem heeft eigen regels en structuren zoals:
Parlement, Regering, Verkiezingen, partijen, , grondwet, staatshoofd (koning,
president)...

Dit vak gaat grotendeels over de ‘vormen’ van politiek




Wat doet een politicoloog?

 Ontdekt regelmaat in politieke en sociale fenomenen en zal complexe realiteit vereenvoudigen
om inzichtelijk te maken
 Vb. vrouwen stemmen eerder links en mannen rechts= geen vaste regel, wel
patroon
6
Schijnverkiezingen: verkiezingen die officieel plaatsvinden, maar waarbij de uitkomst al vaststaat. Ze worden
vaak gebruikt om te laten lijken dat er democratie is, terwijl de macht eigenlijk niet verandert (N-Korea)
4
$13.34
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
luanameus12

Get to know the seller

Seller avatar
luanameus12 Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
4
Last sold
12 hours ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions