FARMACOLOGIE
GENEESMIDDELEN: WAT EN WAAROM
Definitie: Chemische stoffen die in of op het lichaam worden toegediend.
DOEL:
Genezen: Bijvoorbeeld antibiotica bij bacteriële infecties.
Symptomen bestrijden: Zoals pijnstillers.
Preventief: Voorkomen van ziekte.
Corrigeren van stofwisselingsfouten: Bijvoorbeeld insuline bij diabetes.
BIJWERKINGEN & INTERACTIES
Bijwerkingen: Onbedoelde effecten door interactie met lichaamseigen stoffen.
Interacties:
o Tussen geneesmiddelen onderling.
o Met voeding (bijv. grapefruitsap).
o Kunnen werking versterken (→ toxisch) of verzwakken (→ ineffectief).
Risico: Meer geneesmiddelen = grotere kans op interacties.
FARMACOTHERAPEUTISCH KOMPAS
Online boek voor medicijnen:
o Doseringen
o Bijwerkingen
o Werkingsmechanismen
o Interacties
o Gebruikt door artsen bij voorschrijven van medicatie.
HOE WERKEN GENEESMIDDELEN?
Geneesmiddelen werken op cellen en beïnvloeden processen in het lichaam.
Ze hebben uiteindelijk effect op organen, zoals het hart of de longen.
Voorbeeld: Bètablokkers remmen hartcellen → verlagen hartfrequentie.
Veel geneesmiddelen binden aan eiwitten in of op cellen.
, WAT DOEN EIWITTEN IN HET LICHAAM?
Ze zorgen voor structuur (bijv. pezen)
Ze helpen bij beweging (spieren)
Ze regelen communicatie (hormonen)
Ze zijn belangrijk voor afweer (antilichamen)
Ze vervoeren zuurstof (hemoglobine)
WAAROM WERKEN GENEESMIDDELEN OP EIWITTEN?
Eiwitten regelen belangrijke lichaamsfuncties zoals ademhaling, bloeddruk en
spijsvertering.
Door een eiwit te beïnvloeden, kun je een ziekte of klacht behandelen.
Sommige eiwitten zitten in meerdere organen → dat kan bijwerkingen geven.
Voorbeeld: ACE-remmers verlagen bloeddruk, maar kunnen hoest veroorzaken.
1.BINDING VAN GENEESMIDDELEN AAN EIWITTEN: RECEPTOREN
Het lichaam gebruikt chemische boodschappers voor communicatie tussen cellen
en weefsels → dit zorgt voor homeostase.
DRIE SOORTEN BOODSCHAPPERS:
Hormonen: via bloedbaan, bijv. insuline.
Neurotransmitters: via zenuwcellen, bijv. acetylcholine.
Mediatoren: lokaal werkend, bijv. histamine in de maagwand.
RECEPTORBINDING
Boodschappers binden aan specifieke receptoren → sleutel-slotprincipe.
Binding activeert reacties in de cel → beïnvloedt celactiviteit (meer/minder,
samentrekking/ontspanning).
Reactie hangt af van:
Type boodschapper
Type receptor
Type cel
GENEESMIDDELEN EN RECEPTOREN
Geneesmiddelen kunnen receptoren beïnvloeden als hun structuur lijkt op die van
natuurlijke boodschappers.
Voorbeeld: Salbutamol lijkt op adrenaline → bindt aan adrenalinereceptoren in de
longen → verwijding van bronchioli → minder benauwdheid.
GENEESMIDDELEN: WAT EN WAAROM
Definitie: Chemische stoffen die in of op het lichaam worden toegediend.
DOEL:
Genezen: Bijvoorbeeld antibiotica bij bacteriële infecties.
Symptomen bestrijden: Zoals pijnstillers.
Preventief: Voorkomen van ziekte.
Corrigeren van stofwisselingsfouten: Bijvoorbeeld insuline bij diabetes.
BIJWERKINGEN & INTERACTIES
Bijwerkingen: Onbedoelde effecten door interactie met lichaamseigen stoffen.
Interacties:
o Tussen geneesmiddelen onderling.
o Met voeding (bijv. grapefruitsap).
o Kunnen werking versterken (→ toxisch) of verzwakken (→ ineffectief).
Risico: Meer geneesmiddelen = grotere kans op interacties.
FARMACOTHERAPEUTISCH KOMPAS
Online boek voor medicijnen:
o Doseringen
o Bijwerkingen
o Werkingsmechanismen
o Interacties
o Gebruikt door artsen bij voorschrijven van medicatie.
HOE WERKEN GENEESMIDDELEN?
Geneesmiddelen werken op cellen en beïnvloeden processen in het lichaam.
Ze hebben uiteindelijk effect op organen, zoals het hart of de longen.
Voorbeeld: Bètablokkers remmen hartcellen → verlagen hartfrequentie.
Veel geneesmiddelen binden aan eiwitten in of op cellen.
, WAT DOEN EIWITTEN IN HET LICHAAM?
Ze zorgen voor structuur (bijv. pezen)
Ze helpen bij beweging (spieren)
Ze regelen communicatie (hormonen)
Ze zijn belangrijk voor afweer (antilichamen)
Ze vervoeren zuurstof (hemoglobine)
WAAROM WERKEN GENEESMIDDELEN OP EIWITTEN?
Eiwitten regelen belangrijke lichaamsfuncties zoals ademhaling, bloeddruk en
spijsvertering.
Door een eiwit te beïnvloeden, kun je een ziekte of klacht behandelen.
Sommige eiwitten zitten in meerdere organen → dat kan bijwerkingen geven.
Voorbeeld: ACE-remmers verlagen bloeddruk, maar kunnen hoest veroorzaken.
1.BINDING VAN GENEESMIDDELEN AAN EIWITTEN: RECEPTOREN
Het lichaam gebruikt chemische boodschappers voor communicatie tussen cellen
en weefsels → dit zorgt voor homeostase.
DRIE SOORTEN BOODSCHAPPERS:
Hormonen: via bloedbaan, bijv. insuline.
Neurotransmitters: via zenuwcellen, bijv. acetylcholine.
Mediatoren: lokaal werkend, bijv. histamine in de maagwand.
RECEPTORBINDING
Boodschappers binden aan specifieke receptoren → sleutel-slotprincipe.
Binding activeert reacties in de cel → beïnvloedt celactiviteit (meer/minder,
samentrekking/ontspanning).
Reactie hangt af van:
Type boodschapper
Type receptor
Type cel
GENEESMIDDELEN EN RECEPTOREN
Geneesmiddelen kunnen receptoren beïnvloeden als hun structuur lijkt op die van
natuurlijke boodschappers.
Voorbeeld: Salbutamol lijkt op adrenaline → bindt aan adrenalinereceptoren in de
longen → verwijding van bronchioli → minder benauwdheid.