PRODUCT
HOOFDSTUK 7
Product
Een combinatie van tastbare en niet tastbare eigenschappen waarmee een artikel of dienst voorziet in de
wensen en behoeften van de klant.
3 productniveau ’s
1. Kernproduct
2. Tastbaar product
3. Uitgebreid product
Kernproduct
Alle niet tastbare voordelen van een product.
Tastbaar product
Kwaliteit, merknaam, speciale eigenschappen of functies, verpakking en vormgeving van een product.
Uitgebreid product
Service, garantie, kredietverlening, merkbeleving, installatie en thuisbezorging van een product.
Productattributen
Het bedieningsgemak, de geboden service, het onderhoudscontract. Dit geeft bij veel koopbeslissingen de
doorslag.
Indeling van consumentenproducten
,Type consumentenproducten en kenmerken
Consumptiegoederen
Games, cosmetica en levensmiddelen die aan de individuele klant worden verkocht.
Industriële producten
Zakelijke producten die worden geleverd aan organisaties die het op hun beurt door verkopen of
gebruiken in hun eigen productieproces of dienstverlening.
Convenience products
Product (voorbeeld): snoep, zeep, melk, benzine
Prijs: De prijs is laag maar concurrerend en een lage winstmarge.
Distributie: intensief, en goed bereikbaar.
Communicatie: massacommunicatie, ze communiceren naar een groot publiek en doelgroep, het accent
ligt op de prijs, merk of thema.
Omloopsnelheid: een hoge omloopsnelheid van de voorraad, meer dan 25 keer paar jaar. (Het wordt
vaak gekocht).
Flexibiliteit: de koper hoeft het product niet aan de passen het product kan gelijk gebruikt worden.
Aankoopfrequentie: het product wordt vaak gekocht.
Merktrouw: de consument heeft een vast merk (routinebeslissing) maar de consument accepteert ook
(substituten) producten die dezelfde behoeften vervullen vergelijkbare producten.
Bestede tijd: ze besteden niet veel tijd bij het kopen van dit product. Het eerste product dat ze zien wordt
ook gekocht.
Shopping products
Product (voorbeeld): laptop, witgoed, kleding, meubels.
Prijs: de prijs is vrij hoog. De winstmarge is redelijk hoog.
Distributie: het is verkrijgbaar in een groot aantal geselecteerde winkels.
Communicatie: persoonlijke verkoop en persoonlijke reclame, de nadruk wordt gelegd op de
productdifferentiatie.
Omloopsnelheid: middelmatige omloopsnelheid. Het product wordt 3 tot 24 keer per jaar gekocht.
Flexibiliteit: (geringe aanpassingen) kleine aanpassingen aan het product en een goede service.
Aankoopfrequentie: het wordt soms gekocht.
Merktrouw: de vergelijkt verschillende merken op verschillende criteria.
Bestede tijd: voor het winkelen en kopen van het product wordt er de nodige tijd voor gebruikt.
,Specialty products
Product (voorbeeld): Rolex- horloge, parfum, Italiaanse sportauto, restaurants.
Prijs: de prijs is heel hoog. En er is een ruime winstmarge.
Distributie: er is weinig op voorraad, exclusief en er zijn weinig intermediairs.
Communicatie: de communicatie is gericht op een doelgroep, en het accent ligt op uniek merk en de
status.
Omloopsnelheid: een lage omloopsnelheid, het product wordt minder dan 3 keer per jaar gekocht.
Flexibiliteit: het product is vooral maatwerk en wordt op bestelling gemaakt. (Er is eigenlijk geen
voorraad).
Aankoopfrequentie: het product wordt zelden gekocht.
Merktrouw: een hoge merktrouw, de consument wil geen ander merk kopen, de consument is trouw aan
een merk en koopt ook alleen dat merk.
Bestede tijd: de klant stopt veel tijd in het kopen van het product. Want de klant wil een bepaald met
hebben.
Kenmerken van unsought goods
Dat zijn producten of diensten die de consument niet kent of pas koopt als hij ze echt nodig heeft om een
probleem op te lossen. (Bijvoorbeeld, een verzekering, antivirussoftware, brandblussers, uitvaartdiensten)
Niet duurzame consumptiegoederen
Die producten gaan niet lang mee, ongeveer 3 jaar zoals kleding en schoenen.
Fast moving customer goods
Die producten worden vaak gekocht zoals shampoo en frisdrank.
Assortiment beleid
Alle productgroepen, producten, producttypen en merken die het bedrijf verkoopt. (Assortiment)
Productgroep
Een reeks producten en producttypen die nauw met elkaar verbonden zijn.
Productvariant
Dat is een bepaald producttype.
, Dimensies van het assortiment (voorbeeld XXL nutrition)
Branchevervaging
De verschillen tussen de branches verminderen.
Assortimentssanering
Dat is letterlijk het gezond maken van het assortiment.
Upgrading
Upgrading betekent dat je het niveau van een product, dienst of winkel bewust verhoogt, bijvoorbeeld in
kwaliteit, service of prijs, zodat het “meer luxe” of beter wordt in de ogen van de klant. Het is eigenlijk
een stap omhoog maken: van standaard naar een meer uitgebreide of premium versie.
Downgrading
Hierbij wordt een product of winkel eenvoudiger, minder luxe of minder uitgebreid gemaakt, en
daardoor ook goedkoper aangeboden.
Brandstretching (merkuitbreiding/ oprekken) merkextensie
Het merk wordt gebruikt voor een nieuw producttype of een andere markt.
Bijvoorbeeld:
Yamaha- die verkoopt motoren maar ook muziekinstrumenten.
Virgin- van platenlabel naar een vliegtuigmaatschappij.
Rituals- verzorgingsproducten en thee, kleding.
Het doel hiervan is te groeien in nieuwe categorieën dankzij het merktrouw.
HOOFDSTUK 7
Product
Een combinatie van tastbare en niet tastbare eigenschappen waarmee een artikel of dienst voorziet in de
wensen en behoeften van de klant.
3 productniveau ’s
1. Kernproduct
2. Tastbaar product
3. Uitgebreid product
Kernproduct
Alle niet tastbare voordelen van een product.
Tastbaar product
Kwaliteit, merknaam, speciale eigenschappen of functies, verpakking en vormgeving van een product.
Uitgebreid product
Service, garantie, kredietverlening, merkbeleving, installatie en thuisbezorging van een product.
Productattributen
Het bedieningsgemak, de geboden service, het onderhoudscontract. Dit geeft bij veel koopbeslissingen de
doorslag.
Indeling van consumentenproducten
,Type consumentenproducten en kenmerken
Consumptiegoederen
Games, cosmetica en levensmiddelen die aan de individuele klant worden verkocht.
Industriële producten
Zakelijke producten die worden geleverd aan organisaties die het op hun beurt door verkopen of
gebruiken in hun eigen productieproces of dienstverlening.
Convenience products
Product (voorbeeld): snoep, zeep, melk, benzine
Prijs: De prijs is laag maar concurrerend en een lage winstmarge.
Distributie: intensief, en goed bereikbaar.
Communicatie: massacommunicatie, ze communiceren naar een groot publiek en doelgroep, het accent
ligt op de prijs, merk of thema.
Omloopsnelheid: een hoge omloopsnelheid van de voorraad, meer dan 25 keer paar jaar. (Het wordt
vaak gekocht).
Flexibiliteit: de koper hoeft het product niet aan de passen het product kan gelijk gebruikt worden.
Aankoopfrequentie: het product wordt vaak gekocht.
Merktrouw: de consument heeft een vast merk (routinebeslissing) maar de consument accepteert ook
(substituten) producten die dezelfde behoeften vervullen vergelijkbare producten.
Bestede tijd: ze besteden niet veel tijd bij het kopen van dit product. Het eerste product dat ze zien wordt
ook gekocht.
Shopping products
Product (voorbeeld): laptop, witgoed, kleding, meubels.
Prijs: de prijs is vrij hoog. De winstmarge is redelijk hoog.
Distributie: het is verkrijgbaar in een groot aantal geselecteerde winkels.
Communicatie: persoonlijke verkoop en persoonlijke reclame, de nadruk wordt gelegd op de
productdifferentiatie.
Omloopsnelheid: middelmatige omloopsnelheid. Het product wordt 3 tot 24 keer per jaar gekocht.
Flexibiliteit: (geringe aanpassingen) kleine aanpassingen aan het product en een goede service.
Aankoopfrequentie: het wordt soms gekocht.
Merktrouw: de vergelijkt verschillende merken op verschillende criteria.
Bestede tijd: voor het winkelen en kopen van het product wordt er de nodige tijd voor gebruikt.
,Specialty products
Product (voorbeeld): Rolex- horloge, parfum, Italiaanse sportauto, restaurants.
Prijs: de prijs is heel hoog. En er is een ruime winstmarge.
Distributie: er is weinig op voorraad, exclusief en er zijn weinig intermediairs.
Communicatie: de communicatie is gericht op een doelgroep, en het accent ligt op uniek merk en de
status.
Omloopsnelheid: een lage omloopsnelheid, het product wordt minder dan 3 keer per jaar gekocht.
Flexibiliteit: het product is vooral maatwerk en wordt op bestelling gemaakt. (Er is eigenlijk geen
voorraad).
Aankoopfrequentie: het product wordt zelden gekocht.
Merktrouw: een hoge merktrouw, de consument wil geen ander merk kopen, de consument is trouw aan
een merk en koopt ook alleen dat merk.
Bestede tijd: de klant stopt veel tijd in het kopen van het product. Want de klant wil een bepaald met
hebben.
Kenmerken van unsought goods
Dat zijn producten of diensten die de consument niet kent of pas koopt als hij ze echt nodig heeft om een
probleem op te lossen. (Bijvoorbeeld, een verzekering, antivirussoftware, brandblussers, uitvaartdiensten)
Niet duurzame consumptiegoederen
Die producten gaan niet lang mee, ongeveer 3 jaar zoals kleding en schoenen.
Fast moving customer goods
Die producten worden vaak gekocht zoals shampoo en frisdrank.
Assortiment beleid
Alle productgroepen, producten, producttypen en merken die het bedrijf verkoopt. (Assortiment)
Productgroep
Een reeks producten en producttypen die nauw met elkaar verbonden zijn.
Productvariant
Dat is een bepaald producttype.
, Dimensies van het assortiment (voorbeeld XXL nutrition)
Branchevervaging
De verschillen tussen de branches verminderen.
Assortimentssanering
Dat is letterlijk het gezond maken van het assortiment.
Upgrading
Upgrading betekent dat je het niveau van een product, dienst of winkel bewust verhoogt, bijvoorbeeld in
kwaliteit, service of prijs, zodat het “meer luxe” of beter wordt in de ogen van de klant. Het is eigenlijk
een stap omhoog maken: van standaard naar een meer uitgebreide of premium versie.
Downgrading
Hierbij wordt een product of winkel eenvoudiger, minder luxe of minder uitgebreid gemaakt, en
daardoor ook goedkoper aangeboden.
Brandstretching (merkuitbreiding/ oprekken) merkextensie
Het merk wordt gebruikt voor een nieuw producttype of een andere markt.
Bijvoorbeeld:
Yamaha- die verkoopt motoren maar ook muziekinstrumenten.
Virgin- van platenlabel naar een vliegtuigmaatschappij.
Rituals- verzorgingsproducten en thee, kleding.
Het doel hiervan is te groeien in nieuwe categorieën dankzij het merktrouw.