Week 6. Eiwit vertering, eiwit stofwisseling
Eiwitvertering = proces dat eiwitten afbreekt tot aminozuren die door uw
darmen kunnen worden opgenomen.
Eiwitmetabolisme = vindt plaats in de cellen
Lange ketting, deze bestaan uit allemaal kleine bolletjes (aminozuren)
Een lange rij van aminozuren is een eiwit
Eiwit is een lange keten van aminozuren (bouwstenen)
Vergelijk het met een kralensnoer:
- Kralen zijn de aminozuren
- Koord is het eiwit
Dus een eiwit is een polypeptide en als je deze afbreekt krijg je losse
aminozuren.
Elke aminozuur bestaat uit een soort ruggengraat, deze is bij elke
aminozuur hetzelfde
- Aminogroep
- Zuurgroep
De rest groep of zijketen onderscheid de aminozuren van elkaar
(valine, leucine en tyrosine)
Als je de hele keten in kleine stukken verdeeld noemen we dit
polypeptiden. Vanaf 100 aminozuren is het geen polypeptide meer, maar
een eiwit.
Er zijn 20 aminozuren die belangrijk zijn voor het lichaam, met deze 20
aminozuren kan het lichaam elk eiwit maken.
Deze 20 aminozuren zijn onder te verdelen in;
- Essentiële aminozuren: deze kan het lichaam niet zelf maken.
Deze komen uit voeding
- Niet essentiële aminozuren: kan ons lichaam maken uit de
essentiële aminozuren
1
, - Semi essentiële aminozuren: deze zijn onder sommige
omstandigheden belangrijk (bijvoorbeeld bij ziekte en groei van een
kind)
2
Eiwitvertering = proces dat eiwitten afbreekt tot aminozuren die door uw
darmen kunnen worden opgenomen.
Eiwitmetabolisme = vindt plaats in de cellen
Lange ketting, deze bestaan uit allemaal kleine bolletjes (aminozuren)
Een lange rij van aminozuren is een eiwit
Eiwit is een lange keten van aminozuren (bouwstenen)
Vergelijk het met een kralensnoer:
- Kralen zijn de aminozuren
- Koord is het eiwit
Dus een eiwit is een polypeptide en als je deze afbreekt krijg je losse
aminozuren.
Elke aminozuur bestaat uit een soort ruggengraat, deze is bij elke
aminozuur hetzelfde
- Aminogroep
- Zuurgroep
De rest groep of zijketen onderscheid de aminozuren van elkaar
(valine, leucine en tyrosine)
Als je de hele keten in kleine stukken verdeeld noemen we dit
polypeptiden. Vanaf 100 aminozuren is het geen polypeptide meer, maar
een eiwit.
Er zijn 20 aminozuren die belangrijk zijn voor het lichaam, met deze 20
aminozuren kan het lichaam elk eiwit maken.
Deze 20 aminozuren zijn onder te verdelen in;
- Essentiële aminozuren: deze kan het lichaam niet zelf maken.
Deze komen uit voeding
- Niet essentiële aminozuren: kan ons lichaam maken uit de
essentiële aminozuren
1
, - Semi essentiële aminozuren: deze zijn onder sommige
omstandigheden belangrijk (bijvoorbeeld bij ziekte en groei van een
kind)
2